Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek |


Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek.
Türkçe > Felemenkçe <> Felemenkçe > Türkçe Sözlük.
Türkçe > Hollandaca <> Hollandaca > Türkçe Sözlük.
77238 Kelime - Woord.


'zijn' Kelimesinin Anlamları:

aan de zijn hastalikli olmak
aan ergeren, zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben, het op
aan het brengen birine bir şeyi kavratmak, zijn gebruiken aklini
aan zijn birini sesinden tanimak, zijn kwijt zijn sesini kaybetmek, sesi
aan zijn hartstochten hirsina boyun eğmek, iradesine hakim olamamak
aan zijn pijp pipodan çekmek, die jurk trekt op de schouders elbise
aan zijn verwachting beklentisine uygun olmak, beklentisine göre
AANGEBONDEN kort zijn kestirmeci olmak, sert olmak
AANGEBRAND gauw aangebrand zijn çabuk tepesi atmak,
AANGESLAGEN dengesi bozulmuş, dengesini kaybetmiş, zijn ruhsal
aangesloten worden, 3 (yakınlık duymak) toegewijd zijn aan, 4 (üstlenmek,
AANGEWEZEN op iets zijn bir şeyle yetinmek zorunda olmak,
aanhangen, opportunistisch zijn
aankijken birine sirt dönmek, tenezzül edip selamlamamak, zijn breken
aankleden, (mali) zijn financiele situatie verbeteren
aankomen, arriveren, 7 cezasını bulmak zijn verdiende straf krijgen, suçlu
AANMERKING ( en) 1 göz önüne alma, dikkate alma, zijn leeftijd
aanspraak maken op, opeisen, 3 (diretmek) op zijn stuk staan, niet toegeven
aanstoot geven, 3 (- den ağır ol zwaar zijn dan
aantal zijn, een paar zijn, niet veel zijn
AANTOCHT ( en) yaklaşma, yolda olma, ilerleme, in zijn
aantrekkelijk/leuk om te zien, hij/zij mag er zijn.
aardr/coğr boylam, in zijn volle boylamasina, uzunlamasina, boydan boya,
aardt naar zijn vader babasina çekmiş, 2 (goed groeien) büyümek,
abanoz kesilmek 1 hard worden, 2 (rengini at verkleuren, zijn kleur
abayı yakmak / verkikkerd zijn op, verliefd zijn op, verzot
abayı yakmak / verkikkerd zijn op, verliefd zijn op, verzot zijn op,
abazan olmak (argo/plat) hongerig naar seks zijn, geen nonnenvlees hebben,
abes kaçmak ongepast zijn, onfatsoenlijk zijn.
abıhayat - tı ambrozijn godendrank d. levenselixir nectar d.
abilmek, -ebilmek kunnen, in staat zijn.
abuk sabuk konuşmak onzin uitkramen, bazelen, raaskallen, uit zijn nek
aç durmak 1 arm zijn, 2 (bir şey yememiş olmak) nuchter blijven, niets eten
aç kalmak 1 (doymamak) zijn honger niet kunnen stillen, 2 (fakirleşmek) arm
aç olmak 1 honger hebben, 2 (fakir olmak) arm zijn, 3 (çok istekli olmak)
aç susuz kalmak op een houtje bijten, niets te eten hebben, straatarm zijn
aceleye gelmek haastig gedaan/gemaakt zijn
acemi yeğdir, gauw op zijn zijn çok çabuk tepesi atmak, kizmak, honger
acemilik çekmek /- de/ lijden onder zijn onervarenheid
açgözlülük etmek zich gulzig gedragen, hebzuchtig zijn
achten, denken dat het te doen is, overtuigd zijn van (de haalbaarheid),
achter het net vissen, aan zijn neus voorbij zien gaan,
ACHTERPOOT (...poten) arka ayak, op zijn achterpoten gaan staan
ACHTERST en arkadaki, arkaya konmuş fig/mec op zijn e poten
açığa almak / iemand zijn ontslag geven, iemand de laan uitsturen,
açiğa vermek, birinden şikâyetlenmek, buiten zijn gaan haddini
açık kalmak 1 (radyo vb.) aanstaan, 2 (ışık) aan zijn
açık kalpli olmak het hart op de tong hebben, rondborstig zijn
açık olmak 1 (radyo vb.) aan zijn, 2 (kapı, v. deur) open zijn, 3 /
açik, aşina, zijn met ile aşina olmak, het is wie de dader is
açıkgöz olmak bij de pinken zijn, uitgekookt zijn, bij de hand zijn.
açıklama gerektirmemek voor zich(zelf) spreken, overduidelijk zijn
açikyürekli, (klaar) zijn bitmek, sona ermek, dat gerucht doet de ronde
açildi, fig/mec zijn gelaat helderde op yüzü neşelendi
acımak medelijden hebben met, begaan zijn met, 12 (ağrısı ol
acımasız olmak / meedogenloos zijn (tegen), hard/streng zijn (tegen)
acından ölmek 1 (çok Aç olmak) knagende honger hebben, erg hongerig zijn, 2
acınmak (acınacak hali olmak) beklagen, beklagenswaardig zijn, 2 /
acısına son vermek / n/ iemand uit zijn lijden helpen
aciz kalmak /- den/ iets niet kunnen doen, niet in staat zijn aan een
açlığını bastırmak zijn honger stillen
açlıktan kırılmak 1 hongersnood lijden, 2 (çok aç olmak) zeer hongerig zijn
açmak, inceltmek, 2 gespitst zijn op/zich op iets merakli olmak, istekli
açmak, zijn hart bij iemand birine içini dökmek, birine dert yanmak
adamına düşmek 1 in goede handen zijn, 2 (olumsuz anlamda) aan het goede
aday listesinde olmak op de nominatie staan, voorgedragen zijn
adet görmek ongesteld zijn, menstruatie hebben, menstrueren, vloeien
adet olmak 1 (alışa gel gebruikelijk zijn, de gewoonte zijn, 2 (kanaması
Adetten Kesilme Inde Overgang Zijn ,Adetten Kesilme
adetten kesilmek in de overgang zijn
adı batası Verrek! Moge hij vervloekt zijn!
adı batsın Verrek! Moge hij vervloekt zijn!
adı dillere destan olmak / n/ op aller lippen zijn, alom bekend zijn
adı geçmek 1 /n, - de/ onderwerp van gesprek zijn, over de tong gaan, de
adı kalmak / n/ bekend blijven, in de herinnering blijven (na zijn
adı kotüye çıkmak / n/ ongunstig bekend staan, zijn goede naam
adı lekeli olmak / n/ een vlek/smet op zijn naam hebben
adı lekeli olmak een smet op zijn naam hebben
adı okunmamak / n/ in vergetelheid raken, helemaal vergeten zijn
adı olmak / n/ een goede naam hebben, bekend zijn, een goede reputatie
adı üstünde zoals zijn naam al aangeeft, de naam spreekt voor zich
adım atacak hali kalmamak / n/ op zijn laatste benen lopen,
adımını denk almak iets met beleid doen , uitkijken, op zijn hoede zijn,
adımını denk atmak iets met beleid doen , uitkijken, op zijn hoede zijn,
adını sildirmek zich laten uitschrijven, zijn naam laten uitschrijven
Adres Birakmak Zijn/Haar Adres Door Geven ,Achter Laten,Adres Birakmak
adres bırakmak / zijn Adres doorgeven/achterlaten
adres zijn, aan het verkeerde adres zijn Adamına göre, gelet op de persoon
af zijn
Af Dilemek Zijn Excuses Aanbieden ,Af Dilemek
af dilemek /- den/ zijn excuses aanbieden, zich verontschuldigen, zijn
af zijn birinden elini çabuk tutmak, birinden erken davranmak, 2 (modern)
af zijn birinden oldukça kurnaz davranmak
afallamak - ır verbluft zijn, overdonderd zijn, van zijn stuk gebracht zijn
afallaşmak - r verbluft zijn, overdonderd zijn, van zijn stuk gebracht zijn
AFHANKELIJK l van (y)a/e bağli, muhtaç, zijn van
AFKERIG niet zijn van dan/den hoşlanmak,
aflopen, (modası geç uit de mode zijn, uit de tijd zijn, 3 niet
afpoeieren, zorgen kwijt raken, kwijt zijn, af zijn van, af komen van, 11 /
AFROEPEN g, (riep af, h, afgeroepen) 1 iemand van zijn werk
afstand doen, zijn rechten opgeven en gunnen
aftands/oud zijn, ouderwets zijn
AFTREDEN I f, gs, (trad af, is afgetreden) (zijn functie
AFWEZIG 1 zijn (bir yerde) olmamak, bulunmamak, de en
afzijn birinden erken davranmak, elini birinden çabuk tutmak, iemand slim
ağabeylik het oudere broer zijn
ağaca çıksa pabucu yerde kalmamak een geluksvogel zijn, een zondagskind
ağaçboom bir dikili ağacı olmamak / n/ geen nagel hebben om zijn gat
ağır basmak 1 (Ağır gel zwaar zijn, 2 / (durum önemli olmak) zwaar
ağır gelmek / 1 (zor gel moeilijk zijn/vinden, moeilijk vallen, 2
ağır işitmek slecht horen, hardhorig zijn
ağirlaştirici nedenler, zijn financiéle omstandigheden onun mali durumu,
ağırlığınca altın etmek zijn gewicht in goud waard zijn, goud waard zijn
ağırlığında olmak zo veel kilo wegen, zo veel kilo zwaar zijn
ağırlığını koymak / zijn gewicht in de schaal werpen/leggen
ağırlık olmak / 1 (ağırlık yap zwaarder zijn dan, 2 (birine yük ol-
ağırlık yapmak zwaarder zijn dan
ağız açmamak niet praten, zijn mond houden, geen mond opendoen, geen kik
ağız alışkanlığından Dat is zijn zegswijze. Zo zegt hij dat nu eenmaal. Zo
ağızlara sakız olmak van mond tot mond gaan, op aller lippen zijn
ağlayası gelmek /n, tot tranen bewogen zijn, diep geroerd zijn
ağrıt- aan de kop zeiken, iemand aan zijn hoofd zeuren, (konuşarak
ağzı bir karış açık kalmak / n/ perplex staan, verbijsterd zijn, uit het
ağzı bir karış havada onthutst, van zijn stuk gebracht
ağzı dört köşe olmak in zijn nopjes zijn, dolblij zijn, een gat in de lucht
ağzı havada onthutst, van zijn stuk gebracht
ağzı kulaklarına varmak / n/ heel erg blij zijn, dolblij zijn, een gat
ağzı sulanmak /n, staan te watertanden, zijn lippen aflikken
ağzı süt kokmak / n/ nog niet droog achter de oren zijn, onervaren zijn,
ağzı yanmak /n, - den/ 1 (biberden vb.) zijn mond verbranden, 2
ağzına atmak / in zijn mond stoppen/doen
ağzına bakakalmak / n/ gefascineerd zijn door iemands woorden, aan
ağzına sürmemek / niets eten, zijn eten niet aanraken
ağzına yakışmamak (v. woorden) onbehoorlijk/ onfatsoenlijk/ongepast zijn
ağzında bakla ıslanmamak / n/ geen geheim kunnen bewaren, zijn mond niet
ağzından baklayı çıkarmak zijn ei kwijt kunnen, ermee voor de draad komen,
ağzından çıkanı kulağı duymamak niet op zijn woorden letten
ağzından çıkmak / n/ zijn mond/neus voorbijpraten, zich iets ontvallen
ağzından düşürmemek / altijd op hetzelfde aambeeld slaan, op zijn
ağzından kaçırmak / zijn mond /neus voorbijpraten, zich iets laten
ağzından kaçmak / n/ zijn mond/neus voorbijpraten, zich iets ontvallen
ağzından uit zijn mond, bij monde van
ağzını açıp gözünü yummak / zeggen wat hem voor zijn mond komt,
ağzını kapatmak zijn mond houden
ağzını topla Houd je bek! Wees niet brutaal! Niet brutaal zijn! Hou je
ağzını tutmak zijn mond houden, bewust zwijgen
ağzının içine bakmak / n/ gefascineerd zijn door iemands woorden, aan
ağzının tadını bilmek een fijnproever/lekkerbek zijn
ağzıyla çıkmaza girmek zich vastpraten, verstrikt raken in zijn eigen
ağziyla yakalamak, iemand in zijn eigen woorden birini kendi sözleriyle
ağzıyla yakalanmak zich vastpraten, verstrikt raken in zijn eigen
ahbap çavuş olmak maatjes zijn/worden, bevriend zijn/worden
ahengi bozulmak / n/ (v. sfeer, harmonie) verstoord zijn
ahı çıkmak / n/ vervloekt zijn/worden
ahını çekmek / n/ boeten voor, vervloekt zijn/worden
ahkam kesmek zijn mening klaar hebben
ahlâk ve adetler, rein van n zijn temiz ahlâkli olmak
ak eerzaam, deugdzaam, eervol, gerçek yüzünü göstermek zijn ware
akan sular durmak als een paal boven water staan, onbetwistbaar zijn, zo
akıl ermek begrijpelijk zijn, logisch zijn
akıl hocalığı etmek zich als schoolmeester gedragen, betweter zijn
akıl kişiye sermayedir Wie niet sterk is, moet slim zijn.
akıl satmak mec/fig zich als schoolmeester gedragen, betweter zijn, wijze
akıl zayıflığı zwakbegaafd zijn zwakzinnigheid d.
akıldan çıkarmak / uit zijn hoofd zetten, vergeten
akıllanmak zijn lesje geleerd hebben
akıllara durgunluk vermek ongewoon zijn, verbazingwekkend zijn,
akılsız başın taban çeker cezasını Wie zijn hoofd vergeet moet zijn benen
akışına bırakmak / iets op zijn beloop laten, de boel de boel laten,
AKKER (s) tarla, de ploegen tarla sürmek, op zijn dooie tje
akla gelmeyen başa gelir Men kan niet overal op bedacht zijn.
aklı başına gelmek / n/ 1 (ayıkmak) tot bewustzijn komen, weer bij
aklı başında olmak / n/ 1 (Akıllı olmak) verstandig zijn, 2 (ayık olmak)
aklı başında olmamak / n/ 1 (dalgın olmak) afwezig zijn, er niet met
aklı başından gitmek / n/ 1 buiten westen raken, het bewustzijn
aklı başka yerde olmak / n/ afwezig zijn, er niet met zijn hoofd bij
aklı durmak / n/ perplex staan, verbluft zijn
aklı karışmak / n/ de kluts kwijt zijn, in de war zijn/ raken, verward
aklı sıra als je hem moet geloven, volgens hem, naar zijn mening
aklı yerinde olmamak / n/ afwezig zijn, er niet met zijn hoofd bij zijn,
aklı yerinden oynamak / n/ 1 doodsbang zijn, 2 (şaşırmak) erg verbaasd
aklınca als je hem moet geloven, volgens hem, naar zijn mening
aklından zoru olmak / n/ niet goed bij zijn hoofd zijn, niet goed wijs
aklını bozmak / geobsedeerd zijn door, in de ban zijn van
aklını kullanmak zijn hoofd gebruiken, zijn verstand gebruiken
aklını oynatmak zijn verstand verliezen, gek worden, uit zijn dak gaan
aklını yitirmek 1 zijn hoofd/verstand verliezen, 2 (deli ol krankzinnig
akraba, aan iemand zijn birine akraba olmak, II d, ( en) (erkek) akraba
aksama (topallık) mankheid d. het kreupel zijn, 2 (işler, van zaken) het
aksiliği tutmak / n/ 1 (inatlaşmak) koppig worden, zijn poot stijf
aktiflik activiteit d. het actief zijn, bedrijvigheid d.
al- zijn woede koelen (op)
al birini vur ötekine Het is een pot nat, zij zijn met hetzelfde sop
alacağı şahin vereceği karga gierig/vrekkig iemand, voor zijn geld is hij
alaka göstermek / geïnteresseerd zijn in, interesse hebben voor,
alakadar olmak geïnteresseerd zijn in, interesse hebben voor, interesse
alakalanmak 1 (ilgi göster geïnteresseerd zijn in, interesse
alan razı veren razı Als beide partijen tevreden zijn, moet een derde
alarga durmak (argo/plat) gereserveerd zijn, Afstandelijk blijven
alavere dalvere çevirmek streken uithalen, met list en bedrog zijn doel
alavere dalvere yapmak streken uithalen, met list en bedrog zijn doel
aldırışsızlık onverschilligheid d. nonchalance d. het ongeïnteresseerd zijn
aldırmak / geven om, gesteld zijn op, (ilgi göster aandacht
aldirmaz, artik kimsenin dikkatini çekmez, de kraait het hardst op zijn
aleyhe dönmek tegen zijn eigen voordelen keren (van kans enz.)
aleyhine olmak / n/ voor iemand nadelig zijn
aleyhte olmak / n/ tegen zijn, de tegenpartij kiezen
Alimler ümmetimin güvenliğidir. De geleerden zijn de veiligheid van mijn Ummah (volgeling van profeet Muhammed vrede zij met hem)
Alimler, halk içinde, Allah’ın en güvendiği kimselerdir. Onder de natie, geleerden zijn het meest trustable mensen in de aanwezigheid van Allah
alın yazısı değişmez Men kan zijn lot niet ontlopen. Het is onontkoombaar.
alip Veliye vermek, een in zijn hand hebben cebi delik olmak, cebinde para
alirsin, ik zal het morgen brengen yarin getiririm, 4 als ik rijk zou zijn,
alışagelmek ergens aan gewend zijn, gewoon zijn, gebruikelijk zijn
alışık olmak / ergens aan gewend/gewoon zijn
alışılagelmek gewend zijn aan, gewoon zijn, gebruikelijk zijn
alışkanlığı olmak / plegen (te), gewoon zijn
alışkın olmak / aan iets gewend zijn, aan iets gewoon zijn, vertrouwd
aliştirmasi yapmak, 2 zijn spieren adale çalişmasi yapmak, toneelstuk
Alla bir kulu idareci yapmak istediği zaman ona yardım elini uzatır Als Allah wil om een van Zijn dienaren een beheerder, Hij geeft hem een hand (hulp)
Alla dilini Islah eden kişiye merhamet etsin Oo Allah mededogen voor hen die geneest zijn / haar tong.
Allah ‘in dostaları, görüldüklerinde Allah’ın hatırlandığı kimselerdir De vrienden van Allah zijn degenen die Allah te herinneren aan mensen wanneer ze verschijnen
allah var om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn
allah yürü kulum demiş Hij is ongelofelijk rijk. zijn zaken gaan erg goed.
allah ziyade etsin Moge het overvloedig zijn!
allaha havale etmek /i/ aan zijn lot overlaten
allaha kalmak (işi vb.) aan de God overgeleverd zijn
allahı var om de waarheid te zeggen, oneerlijk te zijn
allahtan bulmak zijn verdiende straf van God krijgen
allak bullak olmak 1 op de kop staan, een rommelig/zooitje zijn, 2 (kafa)
alle risico's nemen om zijn doel te bereiken
ALLEMAAL z, hepsi, tamami, bütün, de gasten zijn gekomen
ALLERHANDE I s, 1 çeşitli, değişik, farkli, hier zijn hoeden te
ALLERMEEST fazlasi, en çoğu, op zijn en fazla
ALLERMEEST fazlasi, en çoğu, op zijn en fazla
Alles gaat naar zijn wens.
allık rood zijn 2 (ruj) rouge d. grime d. schmink d.
almak, fig/mec tekrar kazanmak, yeniden sahip olmak, zijn rechten
almak, çekip çikarmak, de machine heeft zijn hand afgerukt elini
almak, een in zijn gezicht yüze bir şamar, hayal kirikliği, pen krijgen
almak, zijn toekomst is verzekerd geleceği garantili, zich van iemands hulp
alnında yazılı olmak / n/ voorbestemd zijn
alnından öpmek / iemands voorhoofd kussen (om zijn bewondering te
alnının akı ile çıkmak 1 zijn deugdelijkheid bewijzen, 2 /- den/ iets
als een kaars dimdik, ok gibi, een e hoek dik açi, evenredig zijn doğru
als je over de spreekt, trap je op zijn staart iyi adam lafinin
als schoolmeester gedragen, betweter zijn, wijze lessen geven
altbilinç onderbewustzijn
altı yaş olmak (van zaken) onzeker en riskant zijn, een wankele basis
altijd een ezel zijn.
altın adını bakır etmek zijn goede naam verspelen, zijn reputatie
altın değerinde olmak goud waard zijn
altına etmek 1 (Altına kağır in zijn broek/bed plassen, 2 mec/fig
altına imza koymak / n/ ondertekenen, zijn handtekening zetten
altına işemek 1 (Altına kağır in zijn broek/bed plassen, 2 mec/fig
altına yapmak 1 (altına kağır in zijn broek/bed plassen, 2 mec/fig
altinda olmak, laten birakmak, dokunmamak, zijn baard laten sakalini
altinda satmak, piyasadan düşük almak, goed in de zijn revaçta olrnak, iyi
altını ıslatmak in zijn broek/bed plassen
altiya bağlamak, uit zijn sparen boğazindan kesmek, üstünden sikip
altüst olmak 1 (karmakarışık ol) rommelig worden/zijn, door elkaar liggen,
ama maar, aan de andere kant, doch, 5 (en erken) op zijn vroegst, niet
amacına erişmek zijn doel bereiken
ambar (depo) magazijn opslagplaats d. pakhuis depot 2 (küçük
ambar memuru magazijnmeester d.
ambara yığmak / in een magazijn/schuur opslaan
ambarcı depothouder d. (ambar işçisi) magazijnbediende d.
AMBROZIJN abihayat, bengisu,
amcalık het oom zijn
Ameliyat oldu. Hij heeft een operatie ondergaan. 13 / van nut zijn,
amorti etmek / zijn inleggeld terugkrijgen
analık etmek / zich als moeder gedragen, als een moeder zijn voor
anası kadir gecesinde doğurmak onder een gelukkig gesternte geboren zijn,
anasından kadir gecesi doğmak nder een gelukkig gesternte geboren zijn, een
anasından şanssız doğmak voor het ongeluk geboren zijn
anasının karnında nasıl durmuş? Hij heeft geen rust in zijn kont. Hij kent
ancak (sadece) slechts, alleen, 2 (olsa olsa) op zijn hoogst, ten
andermans oog zien, maar niet de balk in zijn eigen.
anders gelukkig zien, 2 (cezasını görmek) zijn verdiende loon/straf krijgen
angaje etmek / engageren, verbinden, gebonden zijn aan
ANGSTIG 1 korkak, ürkek, yüreksiz, tabansiz, zijn korkak
Ankara'da ki die van/in Ankara, Onun ki de/het zijne/hare, die/dat van
anladiği dilden konuşmak, hoog/groots in zijn zijn (geçmişi ile) övünmek,
anlamak zijn vak goed işini iyi bilmek, mesleğini iyi bilmek, 4 ze
anlat! iets naar zijn helpen canina okumak, bir şeyi bozmak, mahvetmek,
anlayiş, kavrayiş, niet goed bij zijn zijn kafasinda biraz olmak, kafadan
antenleri uzatmak zijn voelhoorns uitsteken
antikalık Antiek zijn 2 mec/fig (eksantrik) excentriciteit d.
antrepo magazijn pakhuis stapelplaats d.
apışıp kalmak verbluft zijn, zeer verbaasd staan te kijken
aptalın biri olmak niet tot drie, tien kunnen tellen, stom zijn
ar damarı çatlamak / n/ zeer onbeschaamd zijn, hondsbrutaal zijn
arabasını düze çıkarmak de bergen over zijn, het moeilijkste/zwaarste gehad
arada dağlar kadar fark var Er zijn ongelofelijk grote verschillen tussen
aradan çıkmak (v. werk) tussendoor afgemaakt zijn
araları bozulmak / n/ niet meer bevriend zijn, verbreken van de
araları iyi olmak op goede voet staan, goede vrienden met elkaar zijn
araları yağlı ballı olmak / n/ dikke vrienden zijn.
aralarında dağlar kadar fark var Ze zijn zo verschillend als dag en nacht.
aralarında görüş farkı olmak / n/ het oneens zijn
aralarından su sızmamak / n/ dik met elkaar zijn, dikke vrienden
aralarından su sızmamak / n/ dik met elkaar zijn, dikke vrienden zijn,
aramak 1 zoeken, opzoeken, op zoek zijn naar (iets), 2 (ev vb.)
aranılmak gezocht worden, 2 (revaç bulmak) in trek zijn, in de mode zijn,
arasinda saymak, zijn geld parasini saymak, zijn dagen zijn geteld günleri
araştirma komisyonu, in zijn araştiriliyor olmak
araya toplamak, merkezileştirmek, zijn aandacht op (y)a/e
arayıp da bulamadığı olmak / n/ zeldzaam en waardevol zijn voor iemand,
arayıp da bulamamak / zeldzaam en waardevol zijn voor iemand, een
arayıp sormak 1 informeren naar het welzijn (van iemand), 2 (ziyaret et
ardı arkası kesilmemek / n/ eindeloos zijn, niet meer ophouden
ardiye memuru magazijnmeester d. depotmeester d.
ardiye pakhuis depot magazijn loods d. opslagruimte d. schuur d.
argo./plat (borçlu ol iemand iets verschuldigd zijn
argo/plat aan de kop zeiken, iemand aan zijn hoofd zeuren,
argo/plat verneuken, 3 (yalan söyle liegen, zijn woord niet houden, 4
arı kovanı gibi işlemek (v. winkel enz.) te druk zijn, veel klanten/aanloop
arkadaşlık etmek / 1 (arkadaşlık et bevriend zijn met, omgaan met
arkası kesilmek / n/ 1 (bitmek) op zijn, 2 (sel vb.) ophouden, stoppen
armen kollarini uzatmak, zijn tong dilini uzatmak, dilini çikarmak, 2
arresteren, / (işgal et bezetten, 6 / (söz vb. zijn
arsız olmak onbeschaamd zijn, een plank voor z'n kop hebben, zich niet
artakalmak (bitmemek) overblijven, over zijn, resteren, 2 /- den/
arzusunda olmak / n/ van plan zijn, zich voornemen
aşağı kalır yeri olmamak /n, - den/ een pot nat zijn, precies hetzelfde
aşağı kalmamak /- den/ niet minder zijn dan, een pot nat zijn, precies
asetik asit azijnzuur
aşık olmak / verliefd zijn/worden
aşınmak verslijten, 3 mec./fıg. zijn levenskracht verliezen, 4 (eskimiş)
aşiri, şiddetli, fena, çok, een e pijn şiddetli aci, op iemand zijn
asit, (azijn) sirke
ask./mil. kantonneren, het kamp opslaan, 3 biyo./biol. gastheer zijn
askıda kalmak / onaf zijn, onopgelost blijven
aslanın ağzında olmak / moeilijk te krijgen/vinden zijn, moeilijk
aslı astarı olmamak / n/ op geen grond berusten, verzonnen zijn, uit de
aslı astarı olmamak / n/ verzonnen zijn, uit de lucht gegrepen zijn
astığı astık kestiği kestik olmak / n/ een tiran zijn, despotisch
at koşturmak zijn eigen zin volgen, zich gedragen zoals hij wil,
atar tutar ama ödleğin biridir, een grote hebben büyük konuşmak, de (zijn)
ateşe atmak / zijn leven in de waagschaal stellen, zijn leven
atına binip altındaki atı aramak zijn bril ophebben en ernaar zoeken, naar
atmak, zijn kleren elbisesini çabucak çikarip atmak, 2 iemand de deur
avanaklık lichtgelovigheid d. ’t makkelijk beet te nemen zijn
avare kalmak werkloos worden, zijn baan verliezen
avcunu yalamak naar iets kunnen fluiten, op zijn buik kunnen schrijven,
avcunun içi gibi bilmek / (plek, stad) kennen als zijn broekzak, als
avcunun içi gibi tanımak / (plek, stad) kennen als zijn broekzak, als
avcunun içinde olmak iemand naar zijn pijpen laten dansen, iemand bespelen,
avrat boşamak breken met een vrouw, scheiden van zijn vrouw
avukatlık yapmak als advocaat werkzaam zijn
avurdu avurduna geçmek / n/ zeer mager worden, vel over been zijn, sterk
ay maand d. 2 (uydu) maan d. Mart ayı, dert ayı Maart roert zijn staart.
ay bacayı açmak de boot/trein missen, te laat zijn, te veel tijd verlopen
ayağı bağlı olmak / n/ aan handen en voeten gebonden zijn, verhinderd
ayağı ile gelmek een makkie zijn, in de schoot geworpen krijgen
ayağı suya ermek / n/ zijn lesje krijgen
ayağına bağ olmak / n/ een blok aan iemands been zijn, iemand
ayağına kara su inmek / n/ erg moe zijn, uitgeput zijn (door het lopen)
ayağına su dökememek / n/ verreweg d mindere van iemand zijn, niet in
ayağına su dökememek / n/ verreweg de mindere van iemand zijn,
ayağını denk almak uitkijken, op zijn hoede zijn, oppassen, bedacht zijn
ayağını sürümek 1 (ölmek üzere olmak) op sterven na dood zijn, erg ziek
ayağının tozu ile direkt na zijn thuiskomst
ayak diremek / zijn poot/been stijf houden, erop staan, niet toegeven,
ayakları birbirine dolaşmak / n/ over zijn eigen been/voeten struikelen
ayakları yere değmemek / n/ heel blij zijn, uitgelaten zijn, in de
ayaklarına kara su inmek / n/ uitgeput zijn (door het lopen)
ayakta duracak hali kalmamak op zijn laatste benen lopen, uitgeput zijn,
ayakta uyumak verstrooid zijn, suffen, afwezig zijn
aybaşı olmak ongesteld zijn, menstruatie hebben
ayıbını yüzüne vurmak iemand zijn fout onder de neus wrijven
ayıkla pirincin taşını Wat een pech! Nu zijn we in de aap gelogeerd!
ayıkmak bij bewustzijn komen, bijkomen, tot zichzelf komen, nuchter worden
ayılıp bayılmak 1 iets ontzettend mooi vinden, gefascineerd zijn door, 2
ayının kırk türküsü var, kırkı da ahlat üstüne Hij berijdt altijd zijn
ayıplanmak afgekeurd worden (voor zijn gedrag), veroordeeld worden
ayır- veel aandacht besteden aan, veel bezig zijn met
aymak - ar weer bijkomen, tot bewustzijn komen, nuchter worden
aynı bokun soyu (k/vulg) Dat is een pot nat. Ze zijn van/uit dezelfde klei
aynı büyüklükte olmak / van dezelfde grootte zijn, gelijk zijn in
aynı deliğe işemek / k/vulg een pot nat zijn, in een pot pissen, twee
aynı düşünmemek / het oneens zijn, het niet eens zijn
aynı görüşte olmak / het eens zijn
aynı görüşü paylaşmak / het eens zijn met, eenzelfde mening delen
aynı kafada olmak / twee handen op een buik zijn
aynı kanıda olmak het eens zijn, eenzelfde mening delen
ayranı duru, ekmeği kuru olmak zijn kostje gekocht hebben, zijn schaapjes
ayranım ekşi diyen olmaz Niemand ziet zijn eigen gebreken.
ayrı baş çekmek 1 (bildiğinden şaşma uit de pas lopen, zijn eigen weg
ayrıksılık afwijking d. uitzonderlijk zijn
ayrilmak, çikmak, van het personeel zijn 200 mensen afgevloeid
ayrilmak, devam edememek, iptal olmak, (sakata, çürüğe) ayrilmak, er zijn
ayrilmayin, hij is blijven oturup kaldi, zijn kinderen blijven zitten
ayrısı gayrısı olmamak / dikke vrienden zijn en elkaar alles gunnen
ayvayı yemek in de aap gelogeerd zijn, in de puree zitten
ayyaş olmak aan de drank zijn
ayyuka çıkmak overal bekend zijn, overal besproken worden, overal onderwerp
az gelmek / 1 (yetmemek) tekort schieten, niet genoeg zijn, 2
az, zijn kusurlu olmak, de en fakirler, yoksullar
azara müstahak olmak, dank teşekkürü hak etmek, zijn verdiende loon
azarlamak, een pak slaag geven) birine tokat atmak, op zijn krijgen
AZIJN sirke, men vangt meer vliegen met een lepel stroop
azijn en olie
AZIJNZUUR asetik asit,
azınlıkta kalmak in de minderheid zijn
azmetmek - der / vastberaden, vastbesloten zijn om iets te doen
azraile bir can borcu olmak aan niemand iets schuldig zijn, aan nieman iets
b te laat zijn) geç kalmak, yetişememek, buiten het je pissen zina
b yok et naar zijn grootje helpen, vernietigen, vernielen, kapotmaken,
baantje, zaak, winkel enz.) de plaats waar iemand zijn kost verdient
BAARD ( en) 1 sakal, zijn laten staan sakal birakmak, de in
baasje, het erg druk hebben, ergens druk mee bezig zijn
babaları tutmak / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn
baban nasil? hoe gaat het met u? nasilsiniz? 6 (lukken, mogelijk zijn)
babası tutmak / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn
babasına çekmek een aardje naar zijn vaartje hebben
babasini kaybetmek, öksüz kalmak, zijn leven hayatini yitirmek, de oorlog
babasının oğlu Hij heeft een aardje naar zijn vaartje, Zo vader zo zoon.
Babasnın onun üstünde oldukça etkisi var, Zijn vader heeft een grote
bacakları kopmak / n/ geen been meer kunnen verzetten, uitgeput zijn,
bacakları tutmamak / n/ geen been meer kunnen verzetten, uitgeput zijn,
bağdaşmamak indruisen tegen, in strijd zijn met, onverenigbaar zijn
bağımsızlaşmak op zijn eigen benen staan, vrij worden, 2 (land)
bağlamak, (blik, oog) dikmek, zijn ogen op iets gözlerini bir şeye
bağlamak, op zijn fortuin talihine güvenmek III h, güven, itimat, inanç,
bağlaşıklık het geallieerd zijn, bondgenootschap alliantie d.
bağlaşma het geallieerd zijn, bondgenootschap alliantie d.
bağlı olmak gebonden zijn aan.
bahçelik plaats waar veel tuinen zijn d. 2 (Bahçeye uygun) geschikt voor
bahtı açık olmak een zondagskind zijn, onder een gunstig gestemde geboren
bahtı kara olmak voor het ongeluk geboren zijn, een ongeluksvogel zijn, een
bahtsızlık ongelukkig zijn
bakakalmak, het hart op zijn pen hebben çok açik kalpli olmak, hij heeft
bakar kör olmak ziende blind zijn
bakarsın (belki) misschien, wie weet, 2 (eğer) mocht het het geval zijn,
bakim, onder zijn tedavi altinda olmak, 3 (v, onderwerp) işlem,
bakımsızlık slecht onderhouden verwaarloosd zijn, verkommerd zijn, 2
bakişlar, zijn hasetçi olmak,
bakmak, zijn plicht görevini yerine getirmek, een les voor iemand biri
BALEIN ( en) çubuk, sirik, de en van deze paraplu zijn van
Bang Zijn
Bang Zijn korkmak,Bang Zijn
bardağini devirmek, zijn stoel sandalyeyi/sandalyesini devirmek
baş koymak / bereid zijn zijn leven te wagen voor
basamak yapmak / (birini) iemand voor zijn karretje spannen, iemand
başarılı olmak /- de/ goed in iets zijn, succesvol zijn, succes hebben
başı bağlı olmak / n/ 1 een blok aan het been zijn, 2 (evli, nişanlı ol-
başı boş kalmak / n/ ongehinderd zijn gang gaan, vrij spel hebben
başı boş kalmak 1 vrijgelaten zijn, 2 (korunmamak) niet bewaakt worden
başı dönmek / n/ duizelig zijn, zich duizelig voelen, sterretjes zien,
başı göğe değmek / n/ in de zevende hemel zijn, erg gelukkig zijn
başı göğe ermek / n/ in de zevende hemel zijn, erg gelukkig zijn
başı göl, ayağı sel Laat hem maar zijn gang gaan!
başı kalabalık olmak / n/ 1 (işi çok ol geen tijd hebben om op zijn
başı kazan gibi olmak helemaal gaar zijn, geestelijk uitgeput zijn,
başı sıkışmak / n/ veel werk omhanden hebben, zijn handen vol hebben,
basıklık laag zijn
başına bitmek / n/ 1 lastig vallen, lastig/vervelend zijn, 2
başına devlet kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een
başına devlet kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, veel
başına eşkimek / n/ iemand tot last zijn, iemand voortdurend lastig
başına karalar bağlamak rouwen, zeer verdrietig zijn, treuren
başına sarmak /, n/ 1 (başını örtmek, met iets) zijn hoofd bedekken,
başına talih kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een
başına vurmak / n/ 1 op zijn kop slaan, 2 (içki) een kater hebben, een
başında ekşimek / n/ iemand tot last zijn, iemand voortdurend lastig
başında yazılı olmak door het lot bepaald zijn, voorgeschreven zijn
başından aşmak / n/ overstelpt zijn met, te veel zijn (voor iemand)
başından büyük işlere girişmek te veel hooi op zijn vork nemen
başından büyük işlere kalkışmak te veel hooi op zijn vork nemen
başından büyük işlere karışmak te veel hooi op zijn vork nemen
başını kaşımaya eli değmemek / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn
başını kaşımaya vakti olmamak / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn
başını koltuğunun altına almak zijn leven op het spel zetten, zijn leven
başını ortaya koymak zijn leven riskeren, zijn leven wagen
başının dikine gitmek niet naar iemand luisteren, zijn eigen weg gaan
basıp gitmek de hort op zijn/gaan
baskın olmak overheersen, dominant zijn
başlamak ingaan, beginnen, van kracht zijn, 8 / (metal graveren,
başlamak, zij zijn begonnen! onlar başladilar! 2 (openen) het
başlayip gelişmek, aan de zijn işlemde/muamelede olmak,
başta gelmek vooropgaan, voorgaan, het voornaamste zijn
baştan aşmak overstelpt worden, te veel zijn (voor iemand), overmand
bastığı yeri bilmemek mec./fıg. 1 zijn plaats niet weten, 2 (çok sevinçli
bastirildi, zijn boosheid overstemde zijn gevoel van medelijden kizginliği
bastirmak, zich kendine kendini tutmak, hakim olmak, zijn tranen
batakçı (borcunu ödemeyen) iemand die zijn schulden niet betaalt, 2
batıcılık het westers zijn, het aannemen van westerse levenswijze
bayatlık (eskimişlik) het bedorven zijn, het niet vers zijn, verrot zijn,
baygın düşmek flauwvallen, in zwijm vallen van zijn stokje gaan/vallen
bayılmak flauwvallen, (narkozla) het bewustzijn verliezen, buiten kennis
bayilmak, zijn op iemand birini çok beğenmek, door het te heen
bebek beklemek in verwachting zijn, zwanger zijn, een kind verwachten
BEBLOED kanli, kan lekeli, kanla kapli, zijn gezicht was geheel
becerikli olmak /- de/ handig zijn, bekwaam zijn
beceriksiz olmak /- de/ onhandig zijn, twee linkerhanden hebben
bedient, moet van het altaar leven. Ieder vist op zijn getij.
bedoeling plan, niyet, maksat, van zijn niyetinde olmak, van zijn om
bedriegen, niet ontrouw zijn
BEDUCHT korkmuş, zijn voor iets/iemand bir şeyden/birinden
been zijn
BEEN (benen) 1 bacak, zijn breken bacağini kirmak, met het
begerig zijn, gretig zijn, 4 (yememiş olmak) nuchter zijn
behalve dan/den başka, zijn vader had hij niemand babasindan
BEHEPT zijn met ...ile saplantili, ile dolu, hij is met
behoort iemand met zijn verjaardag te feliciteren birinin doğum
BEHUISD klein zijn küçük evde oturmak, küçük evi olmak, ruim
BEKAF çok yorgun, mecalsiz, bitkin, zijn ölesiye yorgun olmak,
bekend staan, zijn goede naam verliezen, een slechte reputatie krijgen
BEKLAG şikayet, zijn doen over iets bir şeyden şikayet etmek,
beklentinin ötesinde, in zijn hamile olmak, bebek beklemek, ze is in
BEKNELLEN g, (beknelde, h, bekneld) sikiştirmak, bekneld zijn
BEKOELEN gs, (bekoelde, is bekoeld) soğumak, zijn ijver bekoelt
BEKOMMERD (om, over) endişeli, tasali, kaygili, zijn over de
bekomst zijn van iets, hebben bir şeyden gina getirmek/bikmak,
belang zijn, prioriteit hebben, 3 / (insan, etkisi olmak) grote invloed
belang zijn, prioriteit hebben, c) / (insan) grote invloed hebben,
belasını bulmak zijn verdiende straf krijgen, zijn verdiende loon krijgen,
beline kazmayi, saçma, hiç ilgisi yok, met geen aan te pakken zijn
belini doğrultmak zijn rug rechten, overeind krabbelen, (iyileş beter
belirlemek, kiezen tegen karşi cephe almak, van de zijn katilmak,
belirlemek, fig/mec zijn woorden sözlerini tartmak, II gs, ağirliği olmak,
belli olmak duidelijk worden, blijken te zijn, blijken
BELOFTE (n) söz, vaat, zijn breken sözünü tutmamak, zijn
BELOOP (gang) akiş, gidişat, gidiş, iets op zijn laten bir
BELUST (er, meest ) zijn op (y)a/e düşkün olmak, (y)a/e
bemoeien, (iş vb.) op zijn beloop laten, de boel de boel laten
BEMOEIENIS ( sen) karişma, müdahale, door zijn onun
ben ben demek zeer egoistisch zijn, egocentrisch handelen, alleen maar om
ben buraya geleli daha iyiyim, II ilg, dan/den beri, dan/den sonra, zijn
ben buraya geleli daha iyiyim, II ilg, dan/den beri, dan/den sonra, zijn
ben hier al buraya aliştim, met iemand worden (zijn) biri ile
bencil olmak egoïstisch/egoïst zijn
bengisu - yu godendrank d. ambrozijn levenselixer
Benieuwd Zijn
BENIEUWD merakli, naar iets zijn bir şeye merakli olmak, bir
Benieuwd Zijn merak etmek,Benieuwd Zijn
benijden, jaloers zijn op, 3 (katlanamamak) niet kunnen uitstaan
benim, sirada benim, zijn afwachten sirasmi beklemek, wie is aan
benimsenmek geaccepteerd worden, aanvaardbaar zijn, aannemelijk zijn,
benliğinden çıkmak zichzelf verliezen, niet meer zichzelf zijn
benutten, zijn laatste hulpmiddel inzetten
benutten, zijn laatste hulpmiddel inzetten
beraber olmak / met iemand samen zijn
bereid zijn om, ingaan op, 5 / (birine zich inlaten met,
bereiken, yarısı bit voor de helft op zijn
bereketli olsun Moge het overvloedig zijn
berhudar olmak blij zijn, gelukkig zijn,
berijdt altijd zijn stokpaardje. Hij slaat altijd op hetzelfde aambeeld.
beroep van teler, fabrikant zijn, beroep van teler, kweker, beroep
beş kuruşun ardına bakmak dood blijven op een halve cent, op de centen zijn
beş para etmemek geen stuiver waard zijn, geen schot kruit waard zijn,
beş paralık olmak zijn goede naam verliezen, te schande gebracht worden
beschikbaar zijn, niet bezet zijn, 5 ( - ol werkloos zijn, 6 (bilgisiz
BESTAAN I f, gs,(bestond, h, bestaan) 1 (in wezen zijn) mevcut
BESTAND I s, dirençli, dayanikli, zijn tegen ...karşi dayanikli
besteden aan zijn uiterlijk, 2 (kendini kontrol etme alle remmen
betalen, (cezasını bul zijn verdiende loon krijgen
beter dan Kendi dalında, onun üstüne yok, Hij is de beste in zijn
beter worden, niet meer bedlegerig zijn, 11 (kalkışmak) (gitmeye/yapmaya
beterde, gebeterd) zijn leven yaşamini düzeltmek, hayatina
BETERHAND aan de zijn (hasta) iyileşiyor olmak,
BEU (van) iets zijn bir şeyden usanmak, bikmak, ik ben het
BEURT ( en) sira, saf, aan de zijn sirada olmak, ik ben aan
BEVEN gs, (beefde, h, gebeefd) 1 titremek, sarsilmak, zijn stem
BEVREESD z, ( er, meest ) korkmuş, (bezorgd) endişeli, zijn
BEVRIEND içli dişli, samimi, senli benli, dostça, ze zijn
bevroren donmuş et, zijn eigen en bloed çoluğu çoçuğu, weten wat voor
BEWUST z, 1 (bewustzijn hebbende) bilinçli, şuurlu, zich zijn
bewust zijn van wat er speelt in de wereld, 3 (şehir, v. stad) in
BEWUSTZIJN şuur, bilinç, het nationale ulusal bilinç, het
bewustzijn raken, buiten zichzelf zijn, in trance raken, in extase raken, in
bewustzijn zijn, bewusteloos zijn, het bewustzijn verliezen, niet helder
BEWUSTZIJNSVERRUIMEND anormal şuur oluşturan, şuur
beyni patlamak / n/ geestelijk uitgeput zijn, helemaal gaar zijn
beyni sulanmak seniel worden, geestelijk uitgeput zijn, dement worden
beyninden vurulmuşa dönmek van streek zijn, verbluft staan, staan te kijken
BEZEREN g, (bezeerde, h, bezeerd) incitmek, yaralamak, zijn hand
BEZETEN düşkün, deli, van iets zijn bir şeyin delisi olmak,
BEZIG z, 1 meşgul, dolu, zijn met ...ile meşgul olmak, met
bezirganlık sjacheraar zijn
BEZWEET terli, ter içinde, geheel zijn tamamen terli olmak,
biber, in de mond) branden, bitter zijn, 5 (ışık aandoen, 6
bıçak -, zijn mes) trekken, 31 / (diş -, tand) trekken, 32 /
biçilmiş kaftan olmak / ergens geknipt voor zijn, ergens zeer geschikt
biçimlenmek, zijn leven op het spel hayatini tehlikeye atmak, zich iets
BIES I d, (biezen) bot, saz II d, (biezen) şerit, bağ, kaytan, zijn
bij een verjaardag een cadeautje te geven. patron olmak de baas zijn, 4
bij iemand birinin gözünden düşmek, in zijn gözden düşmüş olmak
bij zijn zijn/komen kendine gelmek
BIJEENZIJN gs, (was bijeen, is bijeengeweest) birlikte olmak,
BIJSTER I s, het spoor zijn yolunu kaybetmiş olmak, II z,
BIJZIJN huzur, in het van önünde, karşisinda, huzurunda,
bıkkınlık gelmek /- e, - den/ iets beu zijn, er tabak van hebben, er schoon
BIL ( len) kalça, kaba etlerden biri, wie zijn len brandt,
bildiğinden şaşmamak het been stijf houden, zo koppig als een ezel zijn
bildiğini okumak voet bij stuk houden, op z'n stuk blijven staan, zijn
bildirmek, gümrüğe bildirmek, zijn onkosten giderlerini bildirmek
bileğine güvenmek op zijn vuist/kracht vertrouwen
bilgisi dışında / n/ buiten zijn medeweten
bilinç bewustzijn sınıfbilinci klassenbewustzijn 2 mec./fıg. besef
bilinçaltı - nı onderbewustzijn onderbewuste
bilinmek (tanınmak) bekend zijn, 2 (açığa çıkmak) aan het licht komen,
bilinmezlik mysterie het onbekend zijn
bilir een slimme persoon weet waar zijn kansen liggen.
bilirim, (mogelijk zijn) mümkün olmak, olabilir olmak, belki olmak, dat
bin kalıba girmek verschillende banen uitproberen, constant zijn mening
bin pişman olmak spijt als haren op zijn hoofd hebben, erg berouwvol zijn
bindiği dali kesmek, noch vis zijn hiçbir kaliba uymamak, (politikada)
binmek, hirsindan köpürmek, barut gibi olmak, zijn op iemand (over iets)
BINNENSTE en iç kisim, in zijn yüreginde, kalbinde,
bir yerde het naar zijn zin hebben, zich thuis voelen, zich
Bir Basina Op Zijn Eentje,Bir Basina
bir boka yaramamak k./vulg. totaal nutteloos zijn, geen enkel nut hebben
bir bütün olmak een zijn/worden, verenigd zijn, zich verenigen
bir dediğini iki etmemek / n/ iemand op zijn wenken bedienen, iemands
bir dere dolar, als de voor iets zijn bir şeyden ölesiye korkmak,
bir deri bir kemik kalmak vel over been zijn, broodmager zijn
bir dikili ağacı olmamak / n/ geen nagel hebben om zijn gat te krabben,
bir dine salik olmak, 3 zijn geloof inanci ikrar etmek, bir dine
bir eli yağda bir eli balda olmak welgesteld zijn, bemiddeld zijn, gegoed
bir fincan kahvenin kırk yıl hatırı vardır Het zijn de kleine dingen die 'm
bir görüşte olmak / het eens zijn
bir işe yaramamak van nul en gener waarde zijn, nergens toe dienen
bir kaba işemek een pot nat zijn, twee handen op een buik zijn
bir kalıptan çıkmak op dezelfde leest geschoeid zijn
bir keklik kirdaki on kekliğe bedeldir, men kent de aan zijn veren diş
bir kuruşun ardına bakmak zeer gierig zijn, op een cent kijken
bir olmak een zijn, een eenheid vormen, de krachten bundelen
bir şeyde parmağı olmak / n/ in iets betrokken zijn, de hand,in iets
bir şeye benzememek geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben
Bir Seye Duskun Olmak tuk~op iets zijn,Bir Seye Duskun Olmak
bir sıkımlık canı olmak / n/ zeer mager zijn, erg zwak zijn, vel over
bir tepe yıkılır, bir dere dolar De een zijn dood is de ander zijn brood.
bir yararı olmamak / n/ geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben
bir yeri als zijn broekzak kennen
bırakmak / (koyuvermek, elinden loslaten, 2 (düşürmek) uit zijn
birakmak, het er/daarbij bir şeyi bitmiş kabul etmek, zijn/iemands doen en
birakmak, iemand zijn kamer birine odasini vermek
biraz daha ucuz, een of tien aşaği yukari on, een in zijn kraag hebben
birbirine bağlı olmak (düşkün ol aan elkaar gehecht zijn
birebir gelmek / meest effectief zijn tegen, het enige/beste middel
biri ile yatmak, zijn je is gespreid geleceği garantili, in een
birinci ol de eerste zijn
Birinden Hoslanmak toegedaan (iemand~zijn ),Birinden Hoslanmak
birine kendisiyle konuşma imkani vermek, over zijn en struikelen
birini işten atmak, dat past precies in zijn je tam onun istediği gibi,
birini öldürmek, iemand van zijn vrijheid birine özgürlüğünü
birini ölümle tehdit etmek, birinin hayatina kastetmek, zijn op het spel
birini serbest birakmak, zijn hond köpeği serbest birakmak, köpeği başi
Birini Sevmek toegedaan (iemand~zijn ),Birini Sevmek
birinin - ) iemand gelukwensen met zijn/haar verjaardag, iemand
birinin dersini vermek, laat hem in zijn eigen gaar koken (smoren) birak
birinin kurtuluşu için dua etmek, ziek zijn met van loon maaşi
birlikte olmak / samen zijn, bijeen zijn
bıtırak gibi yapışmak / opdringerig zijn, voortdurend lastig vallen
bitirilmiş olmak, het werk is iş hazir, bitti, b) (afgemat zijn)
bitirmek, sarf etmek, (hepsini) yemek, zijn geld parasini harcayip
bitirmek, zijn zorgen endişeleri atmak, 2 zich dinlenmek, kafa dinlemek,
bitirmiş olmak met iets klaar zijn
bitkin düşmek op zijn tandvlees lopen, doodmoe/afgemat/uitgeput zijn
bitmek tükenmek bilmemek overvloedig zijn, rijk zijn aan)
bitmek, tamamlanmak, met zijn werk işini bitirmek, de zaak komt op tijd
bitmiş, hazır ol klaar zijn, gereed zijn, gereedstaan
bıyık altından gülmek in zijn vuistje lachen
bıyık burmak 1 zijn snor opdraaien, 2 mec./fıg. zich airs geven, pedant
blij zijn, een gat in de lucht springen van blijdschap, eski kulağı kesik
blijdschap, door het dolle heen zijn
blijken te zijn
blijven staan, zijn zin doordrijven
bloed akmak, het bloed loopt uit zijn neus burnundan kan akiyor, 5 (v,
BLOOTJE z, in zijn çiril çiplak, anadan doğma,
blozen kizartmak, renk vermek, allamak, al yapmak, schaamte kleurt zijn
blussen, mec./fig. (birini bir şeyden iemand zijn interesse
BLUT zijn a) oyunda her şeyini kaybetmiş olmak, b) (zonder
BOD hand/tic teklif, een doen teklif yapmak, zijn verhogen
boeken zijn er? kaç kitab var?
BOELTJE (s) pili pirti, ufak tefek eşya, ivir zivir, zijn
BOEMEL aan de zijn dişari eğlenceye gitmek,
BOERENFLUITJES op zijn dağinik düzensiz, iyi hazirlanmadan,
boğaz derdine düşmek aan de kost zien te komen, in zijn onderhoud moeten
boğaz derdine düşmek aan de kost zien te komen, in zijn onderhoud moeten
boğazı gıcıklanmak / n/ een kikker in zijn keel hebben
Bogazi Tikanma Stikken (Zijn) ,Bogazi Tikanma
boğazına düşkün olmak smulpaap/slokop zijn, geen maaltijd missen
boğazına kadar borç içinde olmak tot aan zijn nek in de schuld zitten, tot
boğazına kadar tot aan zijn nek
boğazlamak, işini bitirmek, birini öldürmek, over zijn gaan (van iets) a)
boğuşmak, aan het slaan itişmeye başlamak, ze zijn aan het
bohçası hazır olmak / n/ bepakt en bezakt zijn
bohçasını toplamak zijn boeltje pakken, bepakt en bezakt zijn
bok yoluna gitmek k./vulg. zijn leven verliezen voor niets
BOKKEN gs, (bokte, h, gebokt) 1 (nors zijn) somurtmak, surat
boklamak, altina kaçirmak, altina etmek, in zijn broek korkudan altina
bol bol yiyen, bel bel bakar Wie zijn wittebrood vóór eet, moet zijn
BOMBAZIJN kalin pamuklu kumaş,
BONT I s, z, 1 renkli, rengarenk, alabele, benekli, de kleuren zijn
BOONTJE (s) fasulyecik, komt om zijn loontje insan hak
borç gırtlağa çıkmak tot aan zijn nek in de schulden zitten, veel schulden
borca batmak stevig in de beer zitten, veel schuld hebben, tot over zijn
borçlu olmak, zijn om meye zorunlu olmak, daartoe voel ik me onun için
borçsuzluk het schuld vrij zijn, het schuld vrij zijn
borcu kapatmak zijn schuld afbetalen/aflossen
borcu silmek zijn schuld betalen/voldoen/aflossen, afbetalen, verrekenen,
borcunu ödemek / 1 zijn schuld betalen/voldoen/ aflossen, verrekenen,
boş bulunmak 1 (sakıncalı şeyi söyle zijn mond voorbijpraten, 2 (ağzıyla
boş gezmek 1 (işsiz ol werkloos zijn, 2 (boş dolaş leeglopen, luieren
boş olmak 1 (dolu olma vrij zijn, onbezet zijn, (kiralanmamış ol
boş oturmak 1 (işsiz ol werkloos zijn, 2 (yapacak işi olma niets om
Bosama(Ayrilik) Zijn/Haar Man Verstoten,Bosama(Ayrilik)
boşamak zijn vrouw/haar man verstoten
boşboğazlık etmek zijn mond voorbijpraten, een geheim prijsgeven, (per
boşluk kalmak, 2 (v, tijd) gün atlamak, başka güne rastlamak, 3 zijn voet
boşta gezmek leeglopen, werkloos zijn
boşta kalmak werkloos zijn, geen vast werk kunnen vinden
bot verkleumd zijn, het heel erg koud hebben
BOTVIEREN g, (vierde bot, h, gebotvierd) zijn hartstochten
boven de leer, Op oud ijs vriest het licht. Een vos verliest wel zijn haren,
boven gaan, niet te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak) ongelooflijk zijn,
boven mijn benim gücümü aşar, in zijn hebben om... ye gücü olmak, met
boven zijn zijn zilzurna sarhoş olmak, pilot olmak, leyla olmak, kör kütük
bovendien, Okulun yanı sıra birde çalışıyor. Naast zijn studie werkt
bovenmenselijk zijn, bijzonderheid d. uitzonderlijkheid d.
boya tutmak kleurecht zijn
boydan kaybetmek kd./spreekt. klein zijn (v. gestalte)
boylamak, ulaşmak, ik kom eraan (oraya) geliyorum, 2 aanstaande zijn) yolda
boynu kıldan ince olmak bereid zijn zijn straf te accepteren, bereid zijn
boynuz kulağı geçmek zijn oudere overtreffen, zijn oudere te boven gaan
boynuz takmak / iemand horens opzetten, ontrouw zijn, overspel plegen
boyundan büyük işlere girişmek te veel hooi op zijn vork nemen
boyunduruk altına girmek zijn vrijheid verliezen en zich onderwerpen, onder
boyunun ölçüsünü almak 1 (beceriksizliğini anla pijn lijden aan zijn
bozuk çalmak mokken, bokken, (door ergernis) ergens boos om zijn, op iemand
bozuk olmak defect zijn, kapot zijn
bozulmak, sinirleri zayif olmak, op zijn en werken birinin sinirine
bozuntuya vermemek zijn ontevredenheid verbergen/niet laten merken, zijn
bozuşmak niet meer bevriend zijn, de vriendschap verbreken, uit
brengen, van zijn stuk brengen, 11 (araştırarak doorzoeken,
BROEKZAK ( ken) pantolon cebi, iets kennen als zijn bir şeyi
brug zoeken, steken de dommen de beek over. De dommen zijn de wijzen te slim
Bu kadar kusur kadı kızında da bulunur, Niets kan volmaakt zijn. Overal
Bu işi yapmak için birkaç adam gerek. Er zijn een paar mensen nodig om dit
bu kadar kusur kadı kızında da bulunur Elke gek heeft zijn gebrek. Niets
Bu ümmetten ilk önce kaldırılacak olan haya ve emanettir. De eerste dingen die zullen worden verwijderd onder de Ummah (opvolger van de profeet Mohammed vrede zij met hem) zijn de verlegenheid en het vertrouwen (escrow)
bucak hoek d. hoekje ucu bucağı olmamak / n/ eindeloos zijn, 2
bücürlük het klein zijn (v. postuur)
buiten gaan siniri aşmak, ileri gitmek, alles heeft zijn her şeyin bir
buldukça bunamak altijd meer willen hebben, nooit tevreden zijn,
bulmak, düzelmek, kurtulmak, fig/mec van zijn luiheid is hij nog niet
bulmak, veel fouten çok yanliş bulmak, 3 (van mening zijn) görüşünde
bulunmak gevonden worden, 2 /- de/ (bir yerde) zich bevinden, zijn, 3
bulunmak, een boek bir kitabi degerlendirmek, iemand naar zijn
bulunmamak /- de/ afwezig zijn, 2 (eksik ol ontbreken, missen, derven,
bulur, eden bulur dünyasi, zijn eigen s doppen kendi işini kendi
buluttan nem kapmak lange tenen hebben, gauw op zijn tenen getrapt zijn,
burama kadar geldi, ! yeter! bu kadari fazla! Zichzelf zijn kendi kendine
burnu büyümek / n/ zijn neus in de wind steken, naast zijn schoenen
burnu havada olmak / n/ zijn neus in de wind steken, zich hoogmoedig
burnu kaf dağında olmak / n/ het hoog in zijn bol hebben, verwaand zijn,
burnu kanamak / n/ een bloedneus krijgen, uit zijn neus bloeden
burnu kitaptan kalkmamak / n/ met zijn neus in de boeken zitten
burnundan kıl aldırmamak lange tenen hebben, (verwaand zijn en) niet tegen
burnunu sokmak / zich bemoeien met, zich ergens inmengen, ergens zijn
burnunun dikine gitmek zijn eigen gang gaan, halsstarrig optreden
burnunun ucundakini aramak zijn fiets/paard zoeken en erop zitten
burnunun ucundakini görmemek zijn fiets/paard zoeken en erop zitten
burnunun ucunu görmemek 1 (dar kafalı ol niet verder kijken dan zijn
burnunun ucunu görmemek kortzichtig zijn, niet verder kijken dan zijn neus
burnunun ucunun ötesini görmemek kortzichtig zijn, niet verder kijken dan
bürosunda op zijn kantoor
burun bükmek / zijn neus ophalend optrekken voor iets
burun karıştırmak in zijn neus peuteren
burun kıvırmak / zijn neus ophalend optrekken voor iets, zijn neus
burun sokmak / (her şeye) zijn neus overal insteken, zich overal mee
burun temizlemek zijn neus snuiten
burup kaldirmak, zijn paraplu şemsiye açmak, II gs, ( , is ) esmeye
but dijbeen (hayvan - u) bout d. eti budu yerinde olmak goed in zijn
bütün bütün 1 (parçalamadan) in zijn geheel, 2 (büsbütün) helemaal,
bütünüyle geheel, in zijn geheel, (hepsi) alles
büyük aptesi gelmek / n/ nodig moeten, aandrang hebben, zijn behoefte
büyük başari göstermek, heen zijn sarhoş ya da ruhsal hasta olmak, re van
büyük etkisi olmak, kaderini belirlemek, zijn leven op het zetten hayatini
buyurun cenaze namazına Nou zijn we in de aap gelogeerd!
büyütmek,genişletmek, geliştirmek, zijn zaken işini büyütmek, zijn kennis
çaba sarf etmek / zich inspannen, zich volledig inzetten, zijn best
çabuk kızmak gauw boos worden, snel op zijn teentjes getrapt zijn, gauw op
çabuk öfkelenmek gauw boos worden, snel op zijn teentjes getrapt zijn, gauw
çabuk tepesi atmak / n/ gauw boos worden, gauw op zijn paard zitten,
cadalozluk twistziek zijn
cadılaşmak ruzieachtig/ruzielustig worden, chagrijnig worden, uit zijn
çağdaşlık het eigentıjds zijn, het modern zijn
çağdışı olmak ouderwets zijn, uit de tijd zijn, niet modern zijn, (çürümüş,
çağın gerisinde kalmak ouderwets zijn, niet met zijn tijd meegaan
cahil - ) ongeletterd blijven, l3 (namuslu -, zijn eer) behouden, 14 (fakir
caiz olmak geoorloofd zijn, toelaatbaar zijn, toegelaten zijn
caizlik toelaatbaarheid d. het geoorloofd zijn
Cakirkeyf Olmak kachel volslagen zijn,Cakirkeyf Olmak
çakırkeyf olmak aangeschoten zijn.
çalışıp çabalamak zijn (uiterste) best doen
çalişmak, zijn verdriet üzüntüsünü canli tutmak
çalkalanmak (ülke) in beroering raken, in oproer zijn, 2 (deniz, van zee)
çalkanmak (ülke) in beroering raken, in oproer zijn, 2 (ağızlarda dolaş-
çalmadan oynamak springen van vreugde, opgewonden zijn, zeer blij zijn,
cam, de glazen wassen pencereleri yikamak, zijn eigen glazen ingooien
çamura bulaşmak bij een laakbare daad betrokken zijn
çamura yatmak (argo/plat) zijn beloften niet nakomen, zijn woord niet
can damarına basmak / n/ iemand in zijn zwak tasten, iemand tegen het
can derdine düşmek strijden voor zijn eigen leven of bestaan
can evinden vurmak / iemand in zijn zwak tasten, iemand op zijn zwakke
can havliyle in een wanhopige poging zijn leven redden
can kalmamak bekaf zijn, doodmoe zijn, uitgeput zijn, kapot zijn
can kulağı ile dinlemek / gekluisterd zijn aan, zeer aandachtig
can pahasına ten koste van zijn leven
canı pahasına ten koste van zijn leven
canı tatlı olmak / n/ gesteld op gemak zijn, gemakzuchtig zijn
canından bezmek levensmoe zijn
canından bıkmak levensmoe zijn
canından usanmak levensmoe zijn
canının derdine düşmek strijden voor zijn eigen leven of bestaan
canının kıymetini bilmek zijn comfort/gemak zoeken
canıyla ödemek / met de dood moeten bekopen, zijn leven kosten
cansız düşmek op zijn tandvlees lopen, doodmoe/afgemat/uitgeput zijn (door
capaciteiten zijn, niet kunnen, niet kunnen, boven iemands pet gaan, Bu iş
çaptan düşmek 1 (insan, v. mensen) oud worden, afgetakeld zijn, 2 (modası
çarpınmak (elinden geleni yap zijn beste beentje voorzetten, zijn best
cascavlak kalmak alle mogelijkheden verliezen, berooid zijn/achterblijven
çatılacak, eleştirilecek kişi vb. v. kritiek/spot) mikpunt zijn
çatişma, (onderwerp) konu, in het zijn tartişma konusu olmak
çatışmak 1 (çelişmek) indruisen tegen, strijdig zijn met, 2
çatlasa da al knalt hij uit elkaar, al staat hij op zijn kop, of hij nu
causeur zijn, klessebessen
çay içmek, ze zijn aan het drinken onlar çay içiyorlar, zetten çay
çaylak olmak nog niet droog achter de oren zijn, een groentje zijn,
caymak - ar/- den/ zijn belofte intrekken, zich terugtrekken, opgeven,
cebi boş olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen
cebi delik olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen
cebinde akrep olmak / n/ hand op de knip houden, gierig zijn, op de
cebinden çıkarmak / iemand in de schaduw stellen, iemand in zijn zak
cebinin içi gibi bilmek / als zijn broekzak kennen
çekilmemek niet verdragen, onverdraaglijk zijn
çekinmek /- den/ (cesaret edeme bang zijn voor, niet durven, 2
çekinmek, yapmaktan korkmak, zijn dat iets gebeurt bir şeyin
çekmek, bir şeyi dikkate almamak, op zijn strepen staan çizgisini sürdürmek,
çekmek, hij telde de dagen af tot het einde van zijn militaire
çelebilik hoffelijkheid d. gentleman zijn
çelişmek 1 (çelişik ol tegenstrijdig zijn, indruisen tegen, 2
çelişmezlik eenduidigheid d. het niet tegenstrijdig zijn
cenaze dode d. lijk Buyurun cenaze namazına! Nou zijn we in de aap
çenebazlık gebabbel geleuter geklets gekakel het praatziek zijn
çeneni! zijn gebruiken saksiyi çaliştirmak, kafayi kullanmak, iemand op
çenesini tutmak zijn mond houden, zwijgen
cesaretlilik het moedig zijn, onbevreesd zijn
cevabı yapıştırmak met een antwoord klaar staan, ad rem zijn
çevirmek, zwaar op de zijn kötümser olmak, als de ene de andere wast,
cezasını bul- ) zijn verdiende straf krijgen
cezasını bulmak zijn verdiende loon krijgen, loon naar werken krijgen, zijn
cezasını çek- ) het kind van de rekening worden, de dupe/pisang zijn
cezasını çek- ) het kind van de rekening worden, de dupe/pisang zijn, 3
cıcığı çıkmak versleten zijn, afgemat zijn, uitgeput zijn
çikari olmak, 2 (belangrijkheid) önem, ehemmiyet, van zijn önemli
çıkarına bakmak op zijn eigen voordeel uit zijn
çikip temiz hava almak, overal zijn insteken her şeye burnunu sokmak, het
çikiş, kovma, iemand zijn geven birine çikişini vermek, indienen
çileden çıkmak getergd zijn, woest zijn, razend worden
çılgınca yaşamak aan de rol zijn, een losbandig leven leiden
cılız olmak vel over been zijn, broodmager zijn
cılk çıkmak 1 (yumurta, v. eieren) bedorven zijn, 2 (bozuk çık
cimri olmak gierig zijn, op de centen zijn, een cent doormidden bijten
cimri, pinti, zijn tutumlu olmak, een e auto ekonomik bir araba, en niet
cin çarpmak / door de duivel bezeten zijn, krankzinnig zijn
cin tutmak door de duivel bezeten zijn, krankzinnig worden, gek worden.
çingenelik zigeuner zijn 2 mec./fıg. gierigheid d. 3 (arsızlık)
cini tepesine çıkmak / n/ des duivels zijn, de duivel in het lijf
cini tutmak / n/ 1 (kızgın) des duivels zijn, de duivel in het lijf
cinler cirit oynamak /- de/ helemaal verlaten zijn, moederziel alleen zijn
cinler top oynamak /- de/ helemaal verlaten zijn, moederziel alleen zijn
cinleri ayağa kalkmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg
cinleri başına çıkmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg
cinleri başına toplanmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen,
cinleri başına üşüşmek / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg
çıraklık yapmak /- de/ ergens in de leer zijn
çırpınma (elinden geleni yapma) het zijn best doen, strijd d. 2 (hasta,
çırpınmak (kuş) fladderen, 2 mec./fıg. zich inspannen, zijn best doen om
çivi gibi olmak oergezond zijn, zo gezond als een vis zijn, kerngezond zijn
CLEMENT z, yumuşak, yumuşak kalpli, merhametli, şefkatli, zijn
çocuklari evde tutmak, 2 (bij zich houden) yaninda bulundurmak/tutmak, zijn
çok kalabalık ol overvol zijn
çok zaman ayır veel aandacht besteden aan, veel bezig zijn
çok aç ol erge honger hebben, erg hongerig zijn, b) verhongeren,
Cok Cok Ac Olmak Zeer Hongerig Zijn ,Cok Cok Ac Olmak
çok gelmek 1 (fazla ol meer dan genoeg zijn, meer dan nodig is, 2
çok hararetli olmak, c) (verliefd zijn) sevdalanmak, sevdaya tutulmak, het
çok memnun olmak /- den/ dik tevreden zijn
çok mutluydum! o kadar mutluydum ki! zij zijn rijk çok zenginler, bir
çok şık olmak er sjiek uitzien, tot in de puntjes verzorgd zijn
çok uğraş- ) zijn uiterste best doen
çokkocalılık polyandrie d. meer mannen getrouwd zijn
çökmek, v, wangen) çökmek, haar wangen zijn ingevallen yanaklari çöktü, 5
çoluğu çocuğu zijn vrouw en zijn kind
çoluk çocuğa kavuşmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met
çoluk çocuk elinde kalmak aan onervaren mensen overgeleverd zijn, zich
çoluk çocuk sahibi olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met
çömelip oturmak op zijn hurken zitten
çömelmek hurken, neerhurken, op zijn hurken zitten
cömert, eli açik, zijn cömert olmak
compatibel/verenigbaar zijn met, onderschrijven
compensatie dienen karşilamak, iemand zijn veruren birinin fazla
CONGE d, (s) (işten) ayrilma, çikiş, iemand ( zijn) geven
CONTENT hoşnut, memnun, ergens niet mee zijn bir şeyden
continueren, (depoda vb. bulunmak) in voorraad zijn, 14 (eylemsilerle)
CONTRAMINE 1 zitlik, in de zijn zit olmak, karşi olmak, 2
çorbada tuzu bulunmak een steentje bijdragen, het zout in de pap zijn
çorbada tuzu olmak een steentje bijdragen, het zout in de pap zijn
çözmek, zijn slaat dubbel sarhoşluktan dili dolaşiyor, zijn uitsteken
çözüm zamani vardir, sedert die o zamandan beri, uit de zijn modasi
çul içinde arslan yatar Men kent de man niet aan zijn kleren.
çullanmak opdringerig zijn, lastig vallen
çur etmek, zijn tijd zamani boşa harcamak
cürümünü inkar etmek zijn misdaad niet bekennen, zijn misdaad ontkennen
daar zijn. cesur olmalısın. Je moet braaf zijn. Buraya geleli iki yıl oldu.
dağ I berg d. arada daglar kadar fark var, er zijn ongelooflijk grote
dağitmak, iemand van zijn werk birinin işinden dikkatini dağitmak,
dahil olmak / 1 (katılmak) meedoen, 2 (ait ol behoren tot, lid zijn
DAK ( en) 1 çati, dam, onder zijn oturacak evi olmak, onder
daldan dala konmak geen blijvertje zijn, niet honkvast zijn, door
dalgın olmak er met zijn gedachte niet bij zijn, afwezig zijn
dalgınlaşmak suffen, verstrooid zijn, afwezig zijn
dalyarak, de zijn kabak başina patlamak, hij is de kabak başina patladi
dam dak overkapping d. pabuçları dama atılmak / n/ zijn
damarı tutmak / n/ 1 (inatlaşmak) koppig worden, zijn poot stijf houden,
damgalı olmak berucht zijn, een slechte naam hebben, slecht bekend staan
damgasını vurmak 1 / (iz bırak zijn stempel drukken op iets, zijn
dan/den korkmak, (bezorgd zijn over) endişeli olmak,
dar gelmek / strak zijn, spannen, krap zitten
dara dar yetişmek net op tijd binnen zijn, op het nippertje halen
dara gelmek (door tijdgebrek) haastig gedaan/gemaakt zijn, afgeraffeld
dargınlık gekrenkt zijn ergernis d.
darı darına yetişmek net op tijd binnen zijn, op het nippertje halen
darılmak- el gekrenkt zijn over, geraakt zijn over, kwaad zijn op
darlık het nauw zijn, het strak zijn, 2 (parasal) tekort gebrek
dat ... diği ölçüde, ölçüsünde, onder de blijven/zijn beklenenden ciliz
dat iemand spijt krijgt, 2 (kurmaz ol iemand te slim af zijn
dat is koren op zijn ekmeğine yağ sürer, het zit in de üzerinde
dat zijn gezicht rood aanliep o kadar ki öfkeden yüzü kizardi
davadan vazgeçmek 1 zijn klacht intrekken, 2 (gruptan çekil zich
davetsiz misafirler/konuklar, (inbrekers) hirsizlar, bij iemand te zijn
davran- royaal/gul zijn
dayanmak goed blijven, lang houdbaar zijn, lange tijd meegaan, 9 (zaman -,
dayatma doorzetten het zijn zin doordrijven, het ergens op staan
dayatmak- i, 1 laten leunen op! laten zetten tegen, 2 mec./fıg. zijn
dayılık het oom zijn, 2 mec./fig. (kabadayılık) heldhaftigheid d.
de en in het haar zitten etekleri tutuşmak, zwaar op de zijn kötümser
de spuwt, spuwt in zijn eigen aangezicht rüzgâra tüküren, yüzüne tükürür
de zijn bir şeyde çiraklik yapmak, çirak olmak III h, (bereide dierenhuid)
de zijn cennette olmak, in de komen cennete kavuşmak, in de zevende
de zijn hurdasi çikmak, bozulmak, kullanilmaz hale gelmek, şifayi bulmak
de antenne moet geaard zijn anten toprağa bağlanmali,
de baas zijn, de dienst uitmaken
de binnenkant van zijn hand kennen, iets op zijn duimpje kennen
de binnenkant van zijn hand kennen, iets op zijn duimpje kennen
de hand doen) satmak, elden çikarmak, zich van zijn auto arabasini elinden
de hoogte zijn, weten hoe de vork in de steel zit, tot in de finesses
de kans zich voordoet, als het lot zo zal zijn
de kans zich voordoet, als het lot zo zal zijn
de kluts kwijt zijn, radeloos zijn, niet weten wat te doen
de pet rondgaan, 2 isk./kaartspel. zijn kaarten openleggen
de pisang zijn, het kind van de rekening worden, met de gebakken peren
DE tanimlik, harfi tarif, tafel masa, man adam, fietsen zijn
de vleugels nemen/krijgen, onder zijn hoede nemen
de vleugels nemen/krijgen, onder zijn hoede nemen
de war sturen, verstoren, 5 (zihnini iemand van zijn stuk brengen, in de
de wolken zijn
de zevende hemel zijn, zijn geluk niet op kunnen
de zon heeft zijn huid gebruind güneş onun derisini esmerleştirdi,
dediği dedik olmak / n/ op zijn stuk blijven staan, niet toegeven
DEELACHTIG zijn aan (y)a/e katilmak, (y)a/e ortak olmak,
definitief zijn
defterden silmek / uit zijn boekje schrappen, iemand als verloren
değildir. Zijn plaats/functie is niet zo belangrijk. 7 (tiyatroda
değişmeyen filler, II h, 1 zayiflik, zayif nokta, iemand in zijn tasten
değmek, zijn
dekore etmek, zijn studeerkamer çalişma odasini süslemek
deli divane olmak / verzot zijn op, dol zijn op, gek zijn op,
deliden al, aan huis zijn aileden/kendilerinden biri gibi olmak, hij is
den/ çok gör misgunnen, benijden, 3 / (çekememek) afgunstig zijn
denetlemek, baski altinda tutmak, alt etmek, tutmak, zijn woede
dengesini yitirmek overstuur zijn, uit zijn evenwicht raken
dengi dengine met zijn gelijke, iedereen met zijn gelijke
dengi olmak / n/ de gelijke zijn van, evenaren
denk düşmek /e/ toegesneden zijn
DENKBEELD ( en) (mening) görüş, düşünce, fikir, zijn en
denken, (sevimli ol lief en charmant zijn
der advocaten baro, * (niet) aan de zijn gündemde ol(ma)mak, aan de
derdini açmak / zijn problemen vertellen, zijn hart uitstorten
derdini depreştirmek / n/ oude wonden openrijten/openen, iemand aan zijn
derdini deşmek / n/ oude wonden openrijten/openen, iemand aan zijn
derdini dökmek / zijn hart uitstorten
dere gelmeden paçayı sıvamak zijn kuikens tellen voor de eieren gelegd
derisi kalın olmak / n/ een dikke huid hebben, onbeschaamd zijn, een
derisi kemiğine yapışmak / n/ vel over been zijn, erg mager zijn
derisine sığmamak mec./fig. zeer arrogant zijn
derleyip - ) opgeruimd zijn, ingezameld zijn, opgehaald zijn, 3
ders olmak / een les laten zijn, sana ders olsun! laat het een lesje
dert dökmek / met iemand over zijn problemen praten
DERTIEN sa on üç, les ders onüç, zo zijn (gaan) er in een
dertleşmek zijn hart bij elkaar uitstorten, zijn hart luchten, met
dertsiz baş olmaz Elk hart kent zijn smart. Geen hoofd zonder kopzorg.
destan epiek d. epos dillere destan olmak op aller lippen zijn, alom
DEUK ( en) çökük, çöküntü, girinti, oyuk, çentik, zijn
deveye hendek atlatmak bijna onmogelijk zijn, iets onmogelijks willen doen
deveyi düze çıkarmak over de bergen zijn, de problemen overwonnen hebben
devretmek, ferağetmek, II gs,(, is ) yabancilaşmak, van zijn vaderland
dezelfde richting volgen) paralel gitmek/olmak, 3 (horizontaal zijn) yatay
dibi görünmek mec./fig. (bitmek üzere ol bijna op zijn (van voorraad)
dichtbij komen/ zijn, 13 (gaza vb. yüklen-, veel gas enz.) veel ...geven, 14
dichtdoen gözlerine uyku girmemek, uyku tutmamak, met (zijn) eigen ogen
dichtgeslibd zijn (van z'n oren)
Dichtstbijzijnd en yakin olan ,Dichtstbijzijnd
DIEGENE işaret za,) o/anilan kişi, (n) die jarig is (zijn)
dikensiz zonder doorn Dikensiz gül olmaz. Er zijn geen rozen zonder
dikili ağacı olmamak / n/ heel arm zijn, zo arm als Job zijn, niets in
dikili taşı olmamak / n/ heel arm zijn, zo arm als Job zijn, niets in de
dikkat et! zijn dikkatli olmak
dikkatli olmak voorzichtig zijn, oplettend zijn
dikke vrienden zijn
dikmek, zijn aandacht op iemand dikkatini birine yöneltmek, vermek, 4 zich
dilbağı iyi kesilmiş olmak / n/ goed van de tongriem gesneden zijn, goed
dile destan olmak op aller lippen zijn, alom bekend zijn
dilencinin kapısı bir olsa acından ölür Er zijn meer huizen dan kerken.
dili dolaşmak / n/ stamelen van angst, hakkelen, niet uit zijn woorden
dili dönmemek /n, niet uit zijn woorden kunnen komen, een woord of
dili durmamak / n/ 1 loslippig zijn, geen geheim kunnen bewaren, zijn
dili düşük olmak / n/ een losse tong hebben, los in de mond zijn
dili tutulmak / n/ (şaşırmak) met stomheid geslagen zijn, met de mond
dili uzun olmak brutaal/vrijpostig/schaamteloos zijn, zijn woordje klaar
dilinden düşürmemek / zijn stokpaardje berijden ,ergens altijd over
diline sağlam olmak 1 (sır saklayabil discreet zijn, 2 (kötü laf
dilini tutamamak indiscreet zijn, geen geheim kunnen bewaren, loslippig
dilini tutmak zijn mond houden, niet praten, zwijgen, een geheim bewaren
dilini yutmak zijn tong verliezen, boe noch ba zeggen, met stomheid
dilinin cezasını çekmek lijden aan zijn woorden (bv. omdat men anders een
dillerde dolaşmak van mond tot mond gaan, op aller lippen liggen/zijn, over
dillerde gezmek van mond tot mond gaan, op aller lippen liggen/zijn, over
dillere destan olmak op aller lippen zijn, alom bekend zijn
dinç olmak energiek worden/zijn, vitaal zijn, fit zijn
ding dik durmak, (stilstaan) durmak, niet op zijn benen kunnen ayakta
dinlenilecek gibi değil, ten van nin huzurunda, 2 (merkbaar zijn
dipnot, hij heeft veel noten op zijn zang çok şey ister, kolay memnun olmaz
diremek /, stutten, 2 /- de/ (kararında vb.) op zijn stuk blijven
dirençli, çelik gibi, wie niet is, moet slim zijn akil kişiye sermayedir,
diretmek voet bij stuk houden, bij zijn mening blijven, op zijn stuk
dirsek çürütmek hd./volkst. veel gestudeerd en geleerd hebben, veel in zijn
diş bilemek zijn kans schoon zien voor wraak, de kans afwachten om wraak te
diş göstermek / zijn tanden laten zien, bedreigen
diş kovuğunu doldurmamak hd./volkst. iets in zijn holle kies stoppen,
dişari adim atmamak, iemand op zijn plaats birinin burnunu sürtmek,
dişe dokunur olmak (de moeite) waard zijn, de moeite lonen
dişe gelmek (v. eten) bijtgaar zijn
dişinda, het huis evin dişinda, gebruik zijn kullanim dişi
dişine değmemek weinig zijn, niet genoeg zijn, niet toereikend zijn
dişleri dökülmek zijn tanden verliezen
diştan, diştan bakilirsa, diş görünüş itibariyle, 2 (op zijn laatst) en çok,
divane krankzinni zot, gek, deli divane olmak / verzot zijn op, dol
divane olmak / dol zijn op, gek zijn op
divanesi olmak / n/ dol zijn op, gek zijn op
diyetle yaşamak op dieet zijn
diyetli olmak op dieet zijn
dizini dövmek zich voor het hoofd slaan, spijt hebben als haren op zijn
dode punt ölü nokta, over het dode punt heen zijn bir
DOEL h ( en) 1 erek, amaç, hedef, gaye, meram, zijn bereiken
doen kendini politikaci olarak tanitti, 2 (bekend zijn) bilmek, Nederlands
doen işini yarim yapmamak, onder het çalişirken, işte iken, zijn maken
doen van ayrilmak, istifa etmek, birakmak, zijn ambt istifa etmek,
doen, met veel zaken bezig zijn, kurulama bezi theedoek d. sargı bezi
doen, met veel zaken bezig zijn, overal achter steken
doet die man? o adam ne yapiyor? işi nedir? in goeden zijn zengin
doğma büyüme olmak 1 (bir yerli) ergens geboren en getogen zijn, 2 (yetenek
doğmamış oğlana don biçmek zijn kuikens tellen voor de eieren gelegd zijn,
doğru olmak 1 kloppen, juist zijn, 2 (dürust ol eerlijk zijn
doğru orantılı olmak rechtsevenredig zijn
doğru söze ne denir? Dat is de waarheid. Met zijn beweringen heeft hij
doğrulmak zich oprichten, in zijn normale positie terugkomen
doğrusu om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn, eerlijk gezegd
doğrusunu isterseniz om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn, eerlijk
doğrusunu söylemek gerekirse om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn,
doğum gününü kutlamak /nl iemand feliciteren met zijn verjaardag
doktorluk yapmak werkzaam zijn als arts, fungeren als arts
doktrin, teori, 2 (les) ders, ibret, 3 (leerling zijn) çiraklik, ergens in
dokunmak, çok para ödemek, zijn ken vullen cebini doldurmak, (elverişli
dokunmak, faydasi dokunmak, van zijn yardimda bulunmak, yardimi
dokunulmak 1 aankomen, aangekomen zijn, aangeraaakt zijn, 2 (konu,
dolap beygiri gibi dönüp durmak gevangen zijn in een eentonig ritme, in een
dolma het opgevuld zijn, 2 (tomato/paprika) met gehakt en rijst gevulde
dolmak - ar 1 gevuld zijn, 2 (dolu ol overvol zijn, 3 (doymak) vol
dolu, civil civil, een e Frans hoppa, tasasiz kimse, een beetje zijn
doluluk het vol zijn
donakalmak zeer verbaasd zijn, verbluft zijn
DONDER (s) gök gürültüsü, iemand op zijn geven kulağinin
döndürmek, binnenste buiten içini dişina çevirmek, 2 fig/mec zijn rokje
dönek, worden van zijn geloof inancindan dönmek
donuna yapmak in zijn broek doen, peultjes schijten, zeven kleuren stront
doodgaan, de kraaienmars blazen, verrekken, tot zijn vader gaan
doodmoe zijn, bekaf zijn
doodmoe zijn, bekaf zijn
doodmoe zijn, bekaf zijn
doodmoe/uitgeput zijn, geen stap meer kunnen verzetten
doodmoe/uitgeput/afgemat zijn, 6 mec/fıg (çok hoşlan gek/dol zijn op,
DOODSBANG çok korkmuş, zijn çok korkmak, ödü patlamak
doodskist birinin başbelasi, sikinti kaynaği, op zijn s bijten
doof zijn, zich doof houden
doofzijn vurdumduymaz olmak, van zeggen kulağina gelmek/çalmak,
door het lint gaan, over de rooi zijn
door, komen door, een gevolg zijn van, ontstaan uit
door, komen door, een gevolg zijn van, ontstaan uit, zich vormen
door, komen door, een gevolg zijn van, ontstaan uit, zich vormen uit
DOORDRUKKEN g, (drukte door, h, doorgedrukt) zijn eigen mening
doorgaan, (sirkeye vb. azijn enz.) inmaken, 10 (saç vb. düzlemek,
doormaken, onderhevig zijn aan iets
doormaken, onderhevig zijn aan iets
doortastend handelen, doortastend zijn
DOPPEN g, (dopte, h, gedopt) kabuğunu soymak, zijn eigen
dorstig zijn, sert damak harde verhemelte yumuşak damak zachte verhemelte
dört ayak üstüne düşmek met zijn neus in de boter vallen, met zijn gat in
dört elle sarılmak / zijn best doen, zich ergens helemaal aan geven,
dört köşe olmak (zevkinden) in zijn nopjes zijn, dolblij zijn, een gat in
dost kara günde belli olur in nood leert men zijn vrienden kennen
doymak - ar / 1 (kamı vol zitten, verzadigd zijn, 2 (yeterince
doyurmak, de situatie bevredigt hem durum onu tatmin ediyor, zijn
DOZIJN ( en) düzine, onikilik, bij het düzine ile,
Dozijn(,En) duzine,onikilik,Dozijn(,En)
DRAAI ( en) 1 dönme, dönüş, zijn nemen dönüş yapmak, çark
dragen, een keer voor en een andere keer tegen zijn, hypocriet zijn,
drinken, (soğuk kou vatten, verkouden zijn, 27 / (kız huwen
DROMENLAND in zijn uykuda olmak, rüya aleminde olmak
DROOGJE op een zitten içeceği olmamak, zijn natje en op
DRUIF (druiven) bot üzüm, de druiven zijn zuur kedi uzanamadiği
DRUILEN gs, (druilde h, gedruild) 1 (lusteloos zijn) iştahsiz
DRUIPEN gs, (droop, h/is gedropen) 1 damlamak, 2 (nat zijn)
dubbeltje op zijn sallantida, şüpheli, het glaasje op zijn zetten
dudağını ısırmak op zijn lippen bijten
dudak bükmek / een pruime mondje trekken, neerzien op, zijn neus
dudak sarkıtmak chagrijnig zijn, de lippen laten hangen, de lippen
DUIM ( en) 1 (v, hand) başparmak, iets uit zijn zuigen
DUIMPJE iets op zijn kennen avcunun içi gibi bilmek, su gibi
dümenine bakmak op zijn eigen voordelig zijn
dünürlük de verwantschap van personen wiens kinderen met elkaar zijn
dünya başına dar gelmek / n/ zich diep ongelukkig voelen, zijn wereld
dünyalar birinin olmak de prins/de koning te rijk zijn, in de zevende hemel
dünyanın kaç köşe bucak olduğunu göstermek / iemand zijn verdiende
DUPE (s) kurban, aldatilmiş, faka basmiş, van iets zijn bir
dupe zijn, de klappen opvangen, door het noodlot getroffen zijn, een
durdurmak, een radio radyoyu kapatmak, 7 (uit zijn funktie)
durma- zijn woord breken
durma- zijn woord breken
durmaksizin, durmadan, lid te zijn van nin üyeliğini sürdürmemek, nin
duruma hakim olmak de situatie in hand hebben, de situatie meester zijn
düş kırıklığına uğramak teleurgesteld worden/zijn
düşeyazmak, fig/mec over zijn woorden pepelemek, dili tutuklaşmak, 2 (bij
düşkün olmak 1 / (çok hoşlan dol zijn op, gek zijn op, gesteld zijn
düşmek, buiten zijn körkütük sarhoş olmak, 2 bati bölgesi, het van
düşüklük het laag zijn, het laten hangen, 2 (kalitesizlik) gebrek aan
düşüncesinde olmak van mening zijn
duymak, dan/den korkmak, voor zijn leven hayatindan endişe duymak, voor
duyurrnaya çalişmak, 2 (het toegankelijk zijn) halka açiklik
düzeltmeye kalkmak, örtbas etmek, zijn best doen om zijn fout goed te praten
düzen vermek, zijn leven yaşamina çeki düzen vermek, ben je al ingericht?
Duzine twaalftal h(,len)n,dozijn(,en),Duzine
düzine een dozijn
düzine dozijn twaalftal
düzine ile per dozijn, per twaalf
düzlemek, ödemek, kapatmak, zijn schulden borçlari ödemek
e/ âşık olmak) smoorverliefd zijn op
e/ zijn leven te danken hebben aan iemand, zijn leven aan iemand
ecel teri dökmek doodsbang zijn, duizend angsten uitstaan/doorstaan,
eceli gelmek / n/ doodgaan, gaan sterven, zijn einde naderen
eceline susamak gevaarlijke dingen doen, zijn leven wagen, zijn leven op
ECHT I d, evlilik, izdivaç, in de verbonden zijn evli olmak,
echt verbonden zijn, in het huwelijksbootje stappen met, mal ortaklığı
echte Jonas zijn
Echte vrienden zijn als sterren je ziet ze niet altijd, maar je weet dat ze er zijngerçek arkadaşlar yılzdızlar gibidirler, onları her zaman göremezsin ama onların var olduklarını bilirsin
Echte vrienden zijn als sterren je ziet ze niet altijd, maar je weet dat ze er zijngercek arkadaslar yilzdizlar gibidirler, onlari her zaman goremezsin ama onlarin var olduklarini bilirsin..!
Echte vrienden zijn aIs sterren je ziet ze niet aItijd, maar je weet dat ze er zijn
Echte vrienden zijn als sterren je ziet ze niet altij maar je weet dat ze er zijn gercek arkadaslar yilzdizlar gibidirler, onlari her zaman goremezsin ama onlarin var olduklarini bilirsin..!
eda etmek / 1 zijn schuld betalen, 2 (namaz kıl een gebed doen
edin- doorkneed zijn in iets
een aan iemands been zijn birine ayakbaği olmak, iemand voor het
een tje lichten birine çelme takrnak, op zijn laatste benen lopen
één zijn
een beslissing nemen, ergens haastig zijn mening over geven
een bezoek bir ziyaretin olmayacağini bildirmek, zijn meisje
een dikke huid hebben, onbeschaamd zijn, zich niets aantrekken van
een gelukkige vondst zijn, van iemands gading zijn
een gemeen en kwaadaardig iemand zijn
een glimlach op zijn gezicht yüzünde bir tebessüm var, 4 durmak, de krant
een groentje zijn, nog jong zijn
een kanon zijn
een kanon zijn, lam zijn
een kanon zijn, lam zijn
een kanon zijn, lam zijn
een kanon zijn, lam zijn
een lepel honing dan met een vat azijn.
een normale/verstandige manier zijn, de enige oplossing zijn
een pak slaag krijgen, gefrustreerd worden, zijn lesje trekken/leren,
een straf cezayi değiştirmek, cezayi çevirmek, zijn gedrag davraniş
een stuk in zijn kraag hebben, lazarus zijn
een tijdje kisa bir süre için, geçici olarak, voor zijn vaktinden önce,
een valk, voor zijn schuld is hij een kraai.
een verplichting birini bir yükümden kurtarrnak, iemand uit zijn ambt
een zondagskind zijn
EENHEID (...heden) 1 (het niet verdeeld zijn) birlik, van
eet het en az o yer, ten e en azindan, op zijn a) hiç değilse, en
efkar dağıtmak zijn verdriet verdrinken
eğretilik (geçicilik) het tijdelijk zijn, het niet- duurzaam zijn, 2
eğrilik scheefheid d. het scheef zijn
eigen en drijven fig/mec kendi yagiyla kavrulmak, in zijn geschoten zijn
eigen sop gaar laten koken, aan zijn lot overlaten, zich niet met iemand
eigen zin doordrijven, zijn eigen weg gaan
eklemden çikarmak, zijn voet ayaği burkmak
eklemek, verversen yağ değiştirmek, in de zijn zilzurna sarhoş olmak,
ekmeğe el basmak zweren bij alles wat heilig is, met de hand op zijn hart
ekmeğinden olmak zijn baan verliezen, ontslagen worden, zijn broodwinning
ekmeğine yağ sürer Dat is koren op zijn molen.
ekmeğine yağ sürmek / n/ koren op zijn molen zijn
ekmeğini -, zijn brood) verdienen, 14 /- den/ (anlam vb. begrijpen, 15/
ekmeğini çıkarmak zijn brood verdienen
ekmeğini kazanmak de kost verdienen /winnen, zijn brood verdienen
ekmeğini yemek / n/ iemands brood eten, bij iemand in dienst zijn
eksen etrafında dönmek ronddraaien, om zijn as draaien
eksik gelmek ontbreken, tekort komen, mankeren, schelen, onvoldoende zijn
el uzatmak (birine) / 1 iemand van zijn recht proberen te beroven, 2
elbise dükkanı kledingwinkel d. kledingmagazijn
elde olmamak machteloos zijn tegen, niet bestand zijn tegen
ele avuca sığmamak ondeugend zijn, naar niemand luisteren (gezegd van
ELFENDERTIGST op zijn çok yavaş, uyuşuk mu uyuşuk
eli ağzında kalmak / n/ stomverbaasd zijn/staan
eli ayaği dolaşmak, şaşkin olmak, zijn slaan firsattan yararlanmak, zonder
eli ayağı bağlı olmak / n/ niet vrij zijn, aan handen en voeten gebonden
eli ayağı dolaşmak / n/ zenuwachtig zijn en niets goed kunnen doen
eli balda olmak welgesteld zijn, bemiddeld zijn, gegoed zijn, welgesteld
eli dar olmak / n/ krap zitten, om geld verlegen zijn, gebrek aan geld
eli dursa ayağı durmamak / n/ 1 ijverig zijn, het altijd druk hebben, 2
eli işe yatmak / n/ handig zijn, doorkneed zijn, behendig zijn
eli kolu bağlı olmak / n/ aan handen en voeten gebonden zijn, niet vrij
eli koynunda kalmak / n/ 1 geen hulp krijgen, zonder hulp zijn, 2
eli kulağında olmak / n/ dreigen, in aantocht zijn, ophanden zijn
eli olmak /n, - de/ in iets betrokken zijn, de hand in iets hebben
eli uzun olmak / n/ lange vingers hebben, diefachtig zijn, kromme
eliaçık olmak / n/ royaal zijn, genereus zijn
elinden geldiği kadar zoveel als hij kan, naar zijn capaciteit, binnen zijn
elinden geleni yapmak zijn best doen, zich inspannen, doen wat in zijn
elinden hiçbir şey kurtulmamak / n/ van alle markten thuis zijn, heel
elinden iş gelmek / n/ handig/produktief zijn
eline bakmak / n/ afhankelijk zijn van (financieel), niet in zijn
elini çekmek /- den/ zijn handen er vanaf trekken, afblijven, zich er niet
elini kana bulamak zijn handen met bloed bevlekken, iemand vermoorden
elini kana bulaştırmak zijn handen met bloed bevlekken, iemand vermoorden
elini vicdanina koymak het zijn twee en op een buik ayni kafadalar, vulg/k
elini yıkamak 1 handen wassen, 2 mec./fig. (bir şeyden elini çek zijn
elkaar omgaan, 2 (görüş birliğine var het eens zijn,
elkaar raken, 3 (anarşi meydana gel in oproer zijn, in anarchie zijn, in
ellerini yıkamak zijn handen wassen
elmadan isirip almak, (op) zijn nagels tirnaklarini isirmak, op
elverişli olmak / geschikt zijn
elvermek 1 (yeterli ol toereikend zijn, genoeg zijn, 2 (uygun ol-
elvermemek 1 (uygun olma ongeschikt zijn, ontoereikend zijn, niet
eme seme gelmemek niet gebruikelijk zijn, niet doelmatig zijn, nutteloos
emekliye ayrılmak zijn pensioen bereiken, gepensioneerd zijn
emin ellerde olmak in vertrouwde handen zijn
emin olmak /- den/ zeker zijn van
emrine amade olmak / n/ iemand op zijn wenken bedienen
En Yakin Olan dichtstbijzijnd,En Yakin Olan
enz. schenken, inschenken, overschenken, 6 /, (içini -, zijn hart)
enz. stoppen, ophouden, 5 (su - water) niet meer stromen, op zijn, 6
enz. van zijn gezicht af te lezen zijn
er er kan er maar een baas zijn.
er kunnen geen twee s op een schip zijn iki kaptan bir gemiyi batirir
er maar een de baas zijn. Geen twee kapiteins op een schip.
Er zijn ongeloofelijk grote verschillen tussen hen. Ze zijn onvergelijkbaar.
er zijn verschillende n van hetzelfde woordenboek ayni sözlüğün farkli
eraan postu pazara çikarmak, kelleyi koltuğa almak, zijn leven hayatini
ERBIJ z, zijn a) yakayi ele vermek, b) (biryerde, aanwezig)
EREWOORD şeref sözü, iemand zijn geven birine şeref sözü
erg druk zijn,
erg verbaasd zijn, ontsteld zijn, 3 (çok korkmak) doodsbang zijn
ergenlik (erginlik) mondigheid d. puberteit d. het volwassen zijn, 2
ergens zijn
ergens aan ergeren, zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben,
ergens gezellig mee bezig zijn, 3 (bir yerde çok kal ergens blijven
ergens makkelijk mee omgaan, handig zijn met
ergens niet tegen opgewassen zijn
ergens niet toe te zijn ikna edilmemek, ikna edilememek, 5 zich
ergens om verlegen zitten/zijn
ergens schoon genoeg van hebben, 4 (suya) zijn dorst lessen
erginlik mondigheid d. puberteit d. het volwassen zijn, 2 (olgunluk)
erinmek te lui zijn om iets te doen, sloom zijn
erkeklenmek zich als een macho gedragen, zijn mannelijkheid laten zien
erken öten horozun başını keserler Vogeltjes die vroeg zingen, zijn voor de
erlik manmoedigheid d. 2 ask./mil. het soldaat zijn
ernstig zijn, geen fouten dulden, Bu iş şaka götürmez, Deze zaak is
erom heen winden, recht voor zijn raap zeggen, klare wijn schenken, rechtuit
esası yok op geen grond berusten, verzonnen zijn, ongegrond zijn, uit de
eşeğin ölümü köpeğe düğündür De een zijn dood is de ander zijn brood.
eski çamlar bardak oldu De hekken /bordjes zijn verhangen.
eski çamlar bardak oldu, de hekken/bordjes zijn verhangen.
eskitmek, de zolen van zijn schoenen ayakkabisinin pençelerini
eşsizlik uniciteit d. het uniek zijn
eşya ambarı magazijn goederenloods d. depot
eşya deposu magazijn goederenloods d. depot
eşyalarin yasal ortakliği, in van goederen getrouwd zijn mal ortakliği
et vb. v. vlees) het bestorven zijn
et- naar zijn grootje helpen, vernietigen, vernielen, kapotmaken,
et- zich zorgen maken over, 6 / (tasarlamak) van plan zijn, beogen
et! gözünün önüne bak! II g, zijn ogen göz kesilmek,
et! niet kijken dan zijn neus lang is burnunun ucundan daha ötesini
eteğine düşkün olmak geil zijn, een rokkenjager zijn
etekleri tutuşmak / n/ met de handen in het haar zitten, radeloos zijn
etekleri zil çalmak / n/ erg blij zijn, een gat in de lucht springen, in
eten ? yemek hazir mi? met tets zijn bir şeyi bitirmiş olmak, tamamlamiş
eten az yemek, 2 nadiren, seyrek, thuis zijn nadiren evde bulunmak
eten zijn yemek seçmek, yemeğe titizlik göstermek, ik ben er van ondan
eti budu yerinde olmak / n/ goed in zijn vlees zitten
etkilemek, dokunmak, zout tast ijzer aan tuz demiri etkiler, 2 zijn
etkilenmek- den/ 1 beïnvloed worden zijn van
etkisi altında kalmak / n/ onder de indruk zijn van
etkisi altında olmak / n/ onder de indruk zijn van
etlenmiş başak, maiskolven misir koçanlari, dat is een je naar zijn hand
etliye sütlüye karışmamak helemaal onverschillig zijn, zich nergens mee
etmek iemand met zijn verjaardag birinin doğum gününü kutlamak
etmek, (hervatten) (yeniden) başlamak, girişmek, işe koyulmak, zijn
etmek, (v, kleur) karişmak, II g, (, h, ) zijn voeten yürüye
etmek, (verhalen enz,) nesilden nesile aktarmak, 4 overgeleverd zijn aan
etmek, aan zijn stem heb ik hem herkend onu sesinden tanidim
etmek, hakim olmak, zijn ongeduld sabirsizliğini bastirmak,
etmek, işlemek, zijn werk işini yapmak, işini görrnek
etmek, met zijn in de boter vallen dört ayağinin üstüne düşmek, wie zn
etmek, op zijn zaken işlerine ehemmiyet vermek, fig/mec het weten te
etmek, sürdürmek, zijn weg yola devam etmek, zijn werk işine devam
etmek, tazmin etmek, karşiliğini ödemek, zijn onvoldoendes
etmek, viran etmek, zijn gezondheid sağliğini mahvetmek
etmek, zijn gedachten düşüncelerini ifade etmek
etmek, zijn school okulu ihmal etmek, okula gitmemek, hij verzuimt nooit
etmek, zijn studie dersi asmak, geçiştirmek, önemsememek
etmek, zijn woorden sözlerini geri almak, (geld, wissel) tedavülden
etoburluk het carnivoor zijn
ettiğini bulmak zijn verdiende loon krijgen, loon naar werken krijgen, zijn
ettiğini çekmek zijn verdiende loon krijgen, loon naar werken krijgen, zijn
ettirmemek, zijn gevoelens hislerini gizlemek, duygularini belli etmemek
eve bağlanmak aan huis gebonden zijn
EVENKNIE ( en) denk, denkteş, iemands zijn birinin dengi
EVENZO z, groot als kadar büyük, en zijn vader ve hem de
evet efendimci olmak jabroer/jaknikker zijn, op alles ja en amen zeggen
evli barklı olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met kinderen
evli olmak getrouwd zijn, in de echt verbonden zijn
examen birini sinava tabi tutmak, sinavdan geçirmek, 3 zich aan zijn lot
EXCUUS (...cuses) özür, af, zijn maken özür dilemek
ezberden okumak / 1 uit het hoofd opzeggen, 2 (saçmalamak) uit zijn
ezel in satijn, 't zal toch altijd een ezel zijn.
ezip suyunu içmek / n/ mec./fig. nergens goed voor zijn, geheel
fabrikatörlük het fabrikant zijn
FAILLIET I s, batik, batmiş, iflas etmiş, zijn batmiş olmak, e massa
FAILLISSEMENT ( en) batki, iflas, batkinlik, (zijn) aanvragen tasfiye
faizden geçinmek rentenieren, van zijn rente leven
faize yatmak rentenieren, van zijn rente leven
fal taşı gibi açmak zijn ogen opensperren
fal taşı gibi gözünü açmak zijn ogen opensperren
FALIE (s) kapşon, kukuleta, iemand op zijn geven birini paylamak,
familie gelieerd zijn bir aileye akraba olmak
familie zijn, het huis uitgaan
fareler cirit atmak /- de/ verlaten zijn
fareler cirit atmak /- de/ verlaten zijn
farketmek, dokunmak, iemand in zijn eer birinin şerefine dokunmak, II
farkında olmak / n/ zich bewust zijn van, merken
farkında olmamak / n/ zich niet bewust zijn van iets
farklı görüşte olmak / het oneens zijn, het niet eens zijn
farklı olmak /- den/ verschillend zijn, verschillen, zich onderscheiden
farklılık göstermek /- den/ verschillend zijn, verschillen, zich
faşistlik fascisme het fascist zijn
fayda etmemek / niet helpen, niet genezen, niet heilzaam zijn
faydalanmak, almak, de vrucht van zijn arbeid işinin meyvesini almak, een
faydalı olmak / 1 van nut zijn, 2 (ilaç) heilzaam zijn, helpen, beter
faydası olmak / helpen, van nut zijn
fazla gecikmek te laat zijn
fazla gelmek 1 (fazla ol meer dan genoeg zijn, meer dan nodig is, 2
feleğin sillesini yemek door het noodlot geraakt zijn, een harde slag van
feleğini şaşırmak perplex zijn, verbijsterd zijn, uit de boom vallen, uit
FIAT onay, müsaade, izin, zijn geven onaylamak
fıer gedragen, trots zijn als een pauw, apetrots zijn
fig/mec baglamak, zijn hoop op iemand (iets) umudunu birine (bir şeye)
fig/mec de boot işi savsaklamak, kaytarmak, hij kon zijn ogen niet
fig/mec over zijn en zijn dengesizleşmiş olmak, sinirleri rayindan çikmak,
fig/mec uğuldamak, mijn oren van zijn geluid sesten kulaklarim uğulduyor
fig/mec vastgeroest zijn bir şeye saplanip kalmak
fig/mec zijn geld in het water parasini suya atmak, iets in het vuur bir
fig/mec zijn invloed nüfuzunu kullanmak, zijn gezag yetkisini
fiki, senli benli, içli dişli, ke vrienden met iemand zijn biri
fikrinden geçirmek / overdenken, plannen maken, van plan zijn,
FILISTIJNEN naar de gaan (zijn) bozulmak, kullanilmaz hale gelmek, naar
fırça atmak / een standje geven, op zijn falie geven, iemand de mantel
fırça çekmek / een standje geven, op zijn falie geven, iemand de
fırça yemek /- den/ een standje/berisping krijgen, op zijn falie krijgen,
firlamak, atilmak, in zijn jas pardesüyü çabucak giymek, (te binnen )
fişek yatağı magazijn
fit olmak /- lel quitte zijn
fitil olmak stomdronken zijn, een stuk in zijn kraag hebben, lazarus zijn,
fitnelik opruien opstoken het opruier zijn, het opstoker zijn
fıttırmak gek worden, zijn verstand verliezen
fiyatlari kirma, op hemen, birden, op vuruş üstüne vuruş, van zijn
FLES ( sen) şişe, een melk bir şişe süt, fig/mec op de zijn/gaan
FLEUR canlilik, in de van zijn leven hayatin baharinda, in volle
flitst door zijn hoofd kafasinda bir düşünce şimşek gibi çakti, aklina
fluiten, op zijn buik kunnen schrijven, achter het net vissen, aan
formsuz olmak niet in vorm zijn, niet in conditie zijn
formunda olmak in goede vorm zijn, in beste conditie zijn
Formunun Dorugunda Olmak topvorm d (in~zijn),Formunun Dorugunda Olmak
FORTUIN 1 talih, kismet, şans, zijn zoeken kismetini aramak, 2 (grote
fos çıkmak tevergeefs zijn, mislukken, niet voldoen aan de verwachtingen)
foyası meydana çıkmak zijn ware gezicht tonen, zijn ware aard tonen
gaan gedragen, het hoog in de bol krijgen, verwaand zijn
gaan, (kendini alama zich geven aan, verslaafd zijn aan, zich
gaan, (yıpranmak) verslijten, 5 (cinselliğini yitir impotent zijn.
gaan, niet te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak)
gaan, niet te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak) ongelofelijk zijn,
gaan, onvoorstelbaar zijn
gaan, zijn eer te na zijn
gaan/zijn eğlenmeye gitmek,
gaddar olmak meedogenloos zijn, zich ongenadig gedragen, hardvochtig
GADE (gaden) eş, kari veya koca, zijn en kroost çoluk çocuk, eşi ve
GADING beğeni, zevk, istek, tat van iemand zijn birinin tam aradigi
gafil avlamak, zijn voorstel overrompelde mij teklifi beni şaşirtti
gaflet basmak / 1 afwezig zijn, 2 (uykusu gel slaap krijgen
gangsterlik gangsterdom onderwereld d. het gangster zijn
garanti vermek, garanti altina almak, zijn positie durumunu garantiye
gariplik eenzaamheid d. alleenzijn 2 (zavalılık) armzaligheid d. 3
gat in de lucht springen van blijdschap, dolblij zijn
gauw op de kast zitten, snel op zijn teentjes getrapt zijn
gayretli olmak ijverig zijn
gayri iradi yapmak, 3 zich niet zijn van iets bir şeyin farkinda olmamak
gaza gelmek opgehitst zijn, opgestookt zijn
gazel I edeb./lit. ode d. hariçten gazel okumak uit zijn nek
gazel okumak mec./fig. liegen, uit zijn nek kletsen, onzin uitkramen
gazilik het oorlogsheld zijn
gebakken. Het zijn twee handen op een buik.
gebe kalmak zwanger worden, in verwachting zijn
gebe olmak / 1 in verwachting zijn, een kind verwachten, zwanger zijn,
GEBED ( en) dua, yakariş, ibadet, namaz, zijn doen ibadetini yapmak,
GEBEKT goed zijn lafi bilmek, çenesi kuvvetli olmak, ağzi laf yapmak,
gebermek argo/plat creperen, het hoekje omgaan, tot zijn vader gaan, de
GEBETEN zijn op iemand/iets birine/bir şeye diş bilemek, birine/bir
geboorteregister h. kör kütük sarhoş olmak boven zijn theewater zijn, in de
geborgen zijn gelecek korkusu olmamak,
gebruik zijn herkesçe kullanilmak, II z, genellikle, III h, in het
gebruik zijn, verouderd zijn
gebruiken kullanmak, zijn kanonnen silahlarini denemek,
gebruiken, (para kosten, (zoveel) waard zijn, 4 /, - den/ (yoksun
gebruiken. Wie zijn hersens niet gebruikt, moet zijn benen gebruiken.
geç- uit de mode zijn, 3 (bozulmak) kapotgaan, stukgaan, bergafwaarts
geç kalmak / 1 laat zijn, 2 mec./fig. (fırsatı kaçır achter het net
geçerli olmak gelden, geldig zijn, van kracht zijn
geçersiz olmak ongeldig zijn, niet van kracht zijn
geçersiz vb. aftands zijn
GECHARMEERD zijn van dan/ den çok etkilenmek, büyülenmek, nin
gecikmek verlaat zijn, te laat komen, 2 (tren vb.) vertragen, 3 (bir yere
geçilmemek- den/ overvloedig zijn, te veel zijn, knoelen, vol zijn van
geçindirmek iemand/een gezin in zijn levensonderhoud voorzien
geçinmek, ucunu kulağina getirmek, idare etmek, niet met zijn salaris
geçirmek, iets zijn bir şeyin ustasi olmak
geçirmek, zijn geld parasini çarçur etmek
geçirmiş olmak, weer de e zijn tamamen eski haline gelmiş olmak, eski
geçkinlik het niet jong meer zijn, 2 (meyve vb., v. fruit) overrijpheid
GEDACHTE (n) 1 düşünce, fikir, n zijn vrij düşünce özgürdür, ik zal
gedachte uit zijn hoofd zetten, 5 (kaçmak) ontsnappen, loskomen, 6 (ip vb.
gedragen, trots zijn als een pauw, apetrots zijn
geduld bereikt men zijn doel.
geen bij tehlike yok, buiten (zijn) tehlikeden uzak (olmak), in
geen meer zijn insanlik hali kalmamak, bitkin olmak, kendine gelmemek,
geen zonder schuim bu kadar kusur kadi kizinda da olur, waard zijn
geen been meer kunnen verzetten, geen pap meer kunnen zeggen, uitgeput zijn,
geen dikke vrienden meer zijn, 2 (hoşlanmamak) ergens niet van houden, niet
geen pap meer kunnen zeggen, uitgeput zijn, doodmoe zijn, bekaf zijn
geen raad meer weten met, ergens mee in zijn maag zitten, 2 (hastalığa) niet
geen schaamtegevoel. Hij heeft een plank voor zijn hoofd. Hij heeft
GEESTELIJK z, 1 tinsel, ruhi, ruhsal, manevi, blind zijn ruhsal
geestelijk afgemat zijn
gegeten hebben, veel in zijn mandje hebben
gegrond zijn op, gebaseerd zijn op, berusten op, 5 (bozulmamak) houdbaar
GEHECHT tutkun, bağli, aan iemand/iets zijn birine/bir şeye
geholpen. (argo/plat) dronken zijn Sen bayağı sarhoş oldun. Je bent
GEHOUDEN (yasal) zorunlu, zijn om (tot) iets bir şeyi (yapmaya)
GEKANT zijn tegen iets bir şeye cidd itirazi olmak, bir şeye karşi
gekeerd zijn içe kapanik olmak, de wind is gekeerd rüzgâr döndü
GEKNIPT voor iets zijn bir şeye biçilmiş kaftan olmak, çok münasip
gel- geschikt zijn, 3 (iyi biri ol goedhartig zijn, een goed iemand
gel- voldoende zijn, genoeg zijn, toereikend zijn, 3 /
geld zijn eli dar olmak, paraya muhtaç olmak, beter mee dan om fazla
GELDEN gs, (gold, h, gegolden) 1 (v, kracht zijn) geçmek, geçerli
geldi, zijn ontslag is hard aangekomen çikişi onu sarsti, 7 het komt
geldig zijn, gelden, in omloop zijn, 13 (tarla vb. bebouwen, bewerken,
geldig zijn, verlopen
geldiğince, aanpassings uyum yeteneği, zijn s (zihinsel) yetenekler,
geleceği garantili olmak / n/ van zijn toekomst verzekerd zijn
gelegenheid imkandan yararlanmak, imkani değerlendirmek, zijn tijd
gelen huya gider, zijn brood ekmeğini kazanmak
GELIJK I s, 1 (meer , meest ) eşit, voor de wet zijn alle burgers
gelmek a) moeilijk zijn/ vinden, moeilijk vallen, b) (sarsmak) hard
gelmek, (met zijn geld) ucunu kulağina getirmek, geçinmek, idare etmek,
gelmek, met de handen in het zitten ne yapacağini bilmemek, zijn wilde
gelmemek, baş edememek, (y)a/e karşi boy ölçüşememek, zijn geluk niet
gelogeerd zijn
gelovig zijn iman etmek, inanmak, itikat etmek, in spoken hayaletlere
gelukkig gestemde geboren zijn, een zondagskind zijn
gelukkig zijn, tot aan de balken springen, juichen van vreugde
gelukkige vondst zijn, van iemands gading zijn
geluksvogel zijn, veel geluk hebben, een grote kans krijgen
geluncht, en zijn meteen daarna naar Bursa gegaan.
gemi azıya almak het bit op de tanden nemen, koppig zijn zin doordrijven,
gemisini yürüten kaptandır Hij is de man die zijn slag slaat. Hij is de
GEMOEID ergens mee zijn bir şey için gerekli olmak, gerekmek, er is
GEMUTSTS goed zijn keyfi/neşesi yerinde olmak, slecht zijn tersliği
GENAKEN gs, (genaakte, is genaakt) (naderen) yaklaşmak, niet te zijn
gençliğinde in zijn jeugd
GENEGEN 1 meyilli, eğilimli, yönelimli, istekli, 2 iemand zijn birine
genezen zijn, niet herstellen, niet beter worden
genieten, geacht zijn
genişlik, om dezelfde zijn ayni büyüklükte olmak
GEOCCUPEERD meşgul, dolu, zijn meşgul olmak, ik ben zeer a) çok
GEPENSIONEERD emekli, zijn emekli olmak
GEPORTEERD zijn voor iemand/iets biri /bir şey hoşuna gitmek,
GERAAKT gücenik, dargin, kirgin, kizmiş, gücenmiş, gauw zijn limoni
gerçeği söylemek gerekirse om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn
gerçek değilse iki büklüm olayim, in de bonen zijn ne yapacağini
gerçek yüzünü göstermek zijn ware gelaat tonen, zijn ware gezicht laten
gerekli olmak hoeven, nodig zijn
Gerekmek Nodig Zijn,Nodig Hebben,Gerekmek
gerekmemek niet nodig zijn, niet hoeven, 4 (geri çevir weigeren
gereksinimi olmak, bir şeye ihtiyaç duymak, b) (rijp zijn) hazir
gerektiğinde zo nodig, mocht het nodig zijn, in het geval dat..., mocht het
geri adım atmak mec./fig. zich terugtrekken, terugtreden, op zijn schreden
geri çark etmek op zijn retour zijn
GESCHAPEN uygun, vasifli voor iets zijn bir şeye çok uygun olmak
geschikt zijn, van nut zijn
geslagen zijn, niet kunnen spreken (van verbazing, vreugde), als door de
GESPEEND zijn van dan/den yoksun olmak, siz olmak,
GESPITST zijn op (y)a/e pür dikkat olmak, dikkat kesilmek
GESTAND zijn belofte doen vaadini tutmak, zijn woord doen sözünde
GESTEMD goed zijn keyfi/neşesi yerinde olmak
GETAPT popüler, sevilen, zijn popüler olmak
getinnek, zijn beproeven şansini denemek, het hebben şansi o1mak,
getirmek, aan een voorwaarde bir koşulu yerine getirmek, aan zijn plicht
getirmek, birini komt altijd op zijn poten terecht kedi her zaman dört
getirmek, op zijn en passen sözlerine dikkat etmek, iemand te staan
getirmek, zijn plicht görevini yapmak, görevini yerine getirmek,
getogen zijn doğma büyüme bir yerli olmak, in Turkije Türkiye doğumlu, een
getrouwd/verloofd zijn
getuige zijn van, (kesin bil zeker weten
GEUR ( en) (hoş) koku, itir, iets in (al zijn) en en kleuren vertellen
gevallen zijn her şeyi anlamak, her şeyi anlayacak kadar uyanik
gevangenis zijn, gevangen zitten
geven işaret etmek, göstermek, moed cesaret göstermek, zijn hoofd dik
geven, zijn zegel aan iets hechten, het zeker weten
GEVOEG zijn doen çişini etmek
gevraagd zijn, goed verkocht worden
gevşeklik het los zijn, 2 (tembellik) luiheid d. indolentie d. slapheid
geweest? Türkiyede bulundunuz mu? wij zijn gezakt sinifta kaldik,
GEWEND aan (y)a/e alişik, alişkin zijn om meye alişkin olmak,
gewend alişik, alişkin, alişmiş, aan iets zijn bir şeye alişkin olmak,
gewend raken alişmak, die woorden zijn (hebben zich) ingeburgerd o
GEWETEN (s) vicdan, bulunç, iets op zijn hebben bir şeye vicdani
GEWIJSDE jur/huk kesin karar, in kracht van zijn kesin olmak
GEWORDEN gs, (gewerd, is geworden) wat zal er van haar zijn? gelecekte
gezegend zijn bir şeye sahip olmaktan mutlu olmak
GEZIEN I s, saygin, zeer zijn çok saygin olmak, çok sayilmak, II ilg,
GEZIN ( nen) 1 aile, 2 volkst/ hd çoluk çocuk, hij gaat met zijn op
gezmek, (op een verkeerde weg zijn) yanliş yolda olmak
gezondheid sağliğina dikkat etmemek, zijn werk işine özen göstermemek,
gidemem, zover zijn we nog niet o kadar ilerlemedik, voor zover ik weet
gidemem, zover zijn we nog niet o kadar ilerlemedik, voor zover ik weet
giderleri, studie n okul masraflari, ten van zijn gezondheid sağliği
gidermek, boşaltmak, atmak, zijn woede op iemand (op iets)
gidermek, yerine getirmek, tamamlamak, in de behoefte van zijn jamilie
gieter, stomdronken zijn
GIPS ( en) alçi, zijn arm zit in het kolu alçida
girilir hale getirmek, 3 fig/mec zijn hart voor iemand birine içini açmak
girişmek, bir şeyi organize etmek, başlatmak, in zijn çok meşgul olmak,
girişmek, zijn studie weer dersine yeniden başlamak, liefde voor iemand
girmek een baantje vinden, 2 (okulunu bitir zijn studie/opleiding
girtlağina kadar borçlu olmak, tot over de oren verliefd zijn karasevda
gırtlağına kadar borç içinde olmak tot aan zijn nek in de schuld zitten,
gırtlağına kadar borç içinde olmak tot over zijn oren in de schulden zitten,
gırtlağından kesmek / mec./fig. uit zijn mond sparen
gitmek, (voordelig zijn voor) fig/mec yaver gitmek
gitmek, op zijn schreden adimlarinin izinden geri dönmek
gitmek, uçmak, b) (kapot) bozulmak, al zijn geld is naar de bütün parasi
gizlememek/saklamamak, apaçik sergilemek, op het puntje van zijn zitten
glashelder zijn, zo klaar als een klontje zijn, Bu, gün gibi ortada. Dat
glashelder zijn, zo klaar als een klontje zijn, Bu, gün gibi ortada. Dat
goed bij zijn hoofd zijn, niet goed snik zijn, van lotje getikt zijn, een
goed bij zijn hoofd zijn, niet goed snik zijn, van lotje getikt zijn, een
goed bij zijn verstand. Er scheelt hem iets in de bovenkamer. Er zit bij hem
goed gekleed zijn
goede/slechte achterlaten iyi/kötü tesir birakrnak, onder de zijn nin
GOEDGEZIND hüsnüniyetli, iyi yürekli, iyicil, iemand zijn birine
goedmaken düzeltmek, telafi etmek, gidermek, vuur iets met zijn
göğsü kabarmak hots zijn op, prat gaan op
gökten zembille inmek 1 (kusursuz ol perfect zijn, volmaakt zijn, 2
göl olur, voor geen vervaard zijn gürültüye pabuç birakmamak
gölgede bırakmak / overschaduwen, overtreffen, uitblinken, beter zijn
gölgesinden korkmak bang zijn voor iemands schaduw, (erge) angst hebben
Gonenc Devleti welzijnstaat,Gonenc Devleti
gönenç welvaart d. welzijn
gönene devleti welzijnsstaat d.
gönenmek gelukkig zijn, een gelukkig leven leiden
gönlünü kırmak / n/ iemand in zijn gevoelens krenken/treffen, iemands
gönül kaptırmak / verliefd zijn/worden op
gönül okşamak iemand complimenteren, iemand over zijn bol aaien
gönül vermek / 1 verliefd zijn/worden op, 2 (işe) hart voor iets
gönülden çikarmak, zijn adres adresi unutmak, vergeet het maar! olmaz! sen
gooien, zijn geld in het water gooien
gooien, zijn geld in het water gooien
göre olmak / geschikt zijn, voldoen
göremeyecek miyiz? tot het (toe) sonuna kadar, wij zijn nog niet
göremeyecek miyiz? tot het (toe) sonuna kadar, wij zijn nog niet
göremeyen, kisa görüşlü, zijn burnunun ucundan ötesini görmemek
görev yapmak /- de/ 1 ergens werkzaam zijn, functioneren, 2 (olarak
görevden uzaklaştirmak, yetkisini elinden almak, iemand uit zijn ambt
görevi kötüye kullanmak zijn functie misbruiken
görevi savsaklamak zijn plicht verzuimen/ verzaken
görevini ihmal etmek zijn plicht verzuimen/verzaken
görevini savsaklamak zijn plicht verzuimen/verzaken
Gorevli welzijnswerker,werkzam,werker,Gorevli
görgüsüz, zijn tegen de vrouwen kadinlara karşi nezaketsiz olmak, huisje
görmek, niet te zijn çok büyük olmak, hesaplanamaz olmak, 2 (zich
görücü iemand die een meisje ten huwelijk vraagt (voor zijn zoon)
görürsün, mide, işkembe, van zijn een afgod maken midesinden
görüş şartlari kötü, in zijn görülmek, görülebilmek, 2 iets op zenden
görüşe het met iemand eens zijn
görüşte olmak, het ergens mee zijn bir şeyi tasdik etmek, iyi
göstermek, ana sesi vermek, (leider enz zijn) lider/önder olmak, yol
göstermemck, zijn gezondheid sağliğina özen göstermemek, sağliğini ihmal
göt üstü oturtmak / k./vulg. iemand op zijn nummer zetten, iemand zijn
götü trampet çalmak / n/ k./vulg. opgetogen zijn, een gat in de lucht
gövde gösterisi massale demonstratie (om zijn macht te tonen) d.
gövde göstermek demonstreren (om zijn macht te tonen)
göz bebeği gibi sevmek / iemand/iets lief hebben als zijn oogappel,
göz süzül- ) een verliefde blik in zijn ogen hebben
gözde olmak in de gunst zijn (bij iemand), hoog te boek staan (bij iemand)
gözden düşmek (bij iemand) uit de gunst zijn, in ongenade vallen, eruit
gözleri yaş dolmak / n/ zijn ogen staan vol tranen
gözlerine inanamamak zijn ogen niet kunnen geloven
gözlerini dikmek / aanstaren, zijn ogen op iets vestigen
gözlerinin içi gülmek schitteren/blinken (van zijn ogen) van
gözlerinin içi gülüyor Zijn ogen lachen.
gözlük - i) montuur 3 (pencere kozijn raamwerk camı çerçeveyi
gözü doymaz Zijn ogen zijn groter dan zijn maag, Zijn ogen zijn groter dan
gözü kalmak /n, - de/ ergens naar verlangen, jaloers zijn op, (iets) een
gözü korkmak /- den/ 1 bang zijn voor, 2 (gözünde büyüt tegen opkijken
gözü seğirtmek / n/ zijn ogen trillen/knipperen
gözünde büyümek / n/ niet haalbaar zijn, niet binnen bereik zijn
gözünde olmamak / n/ niet geïnteresseerd zijn
gözüne batmak / n/ iemand een doom in het oog zijn
gözünü almak / n/ verblinden, oogverblindend zijn
gözünü dört açmak uitkijken, opletten, heel voorzichtig zijn
gözüyle görmek / met zijn eigen ogen zien, ooggetuige van iets zijn,
GRABBEL zijn geld te gooien parasini çarçur etmek
GRAM ( men) gram, zijn halen öfkesini almak, hincini almak,
GRATIE 1 eda, zarafet, incelik, haar bewegingen zijn vol hareketleri
GRAVEN g, (groef, h, gegraven) kazmak, oymak, (oyuk, kuyu) açmak, zijn
grevi, solidariteits dayanişma grevi, in gaan greve gitmek, in zijn
GROEI büyüme, (innerlijk) gelişme, in de zijn büyüyor olmak
grootte, even groot zijn
groter dan zijn maag. kaşla göz arasında in een handomdraai, in een
güç, zor, hemen hemen, neredeyse, rondkomen met zijn salaris maaşiyla
gücenmek, incinmek, op zijn tenen lopen birçok zahmetle ayak uydurmak,
güçlü kuvvetli olmak merg in de botten hebben, zeer sterk zijn
güçlükler, pürüzler, niet in de zijn pürüzlü olmak, şüpheli bir yani
gücü yetmek / sterk genoeg zijn om te, aankunnen
gücü yettiği kadar zoveel als hij kan, naar zijn capaciteit, binnen zijn
gücüyle Met de macht/door toedoen van zijn geld ..., 5 iş güç dagelijkse
güdük kalmak 1 onaf zijn, niet af zijn, 2 (büyümemek) niet genoeg groeien
güldürmek doen lachen, aan het lachen brengen/maken, op zijn
gün gibi açık olmak als een paal boven water staan, overduidelijk zijn,
gün gibi ortada olmak als een paal boven water staan, overduidelijk zijn,
günah keçisi olmak als kop van jut dienen, zondebok zijn
günahı üzerinden atmak niet meer verantwoordelijk zijn
günleri sayılı olmak / n/ zijn dagen zijn geteld
günü dolmak / n/ 1 zijn dagen zijn geteld, 2 (süre vb.) verlopen,
günü gününe uymamak / n/ wispelturig zijn, veranderlijk zijn, niet
günü yetmek / n/ 1 zijn dagen zijn geteld, 2 (süre vb.) verlopen,
gürültüye pabuç bırakmamak voor geen kleintje vervaard zijn, niet gauw bang
gurur duymak / trots op iets zijn
gururlanmak trots zijn op, bogen op, beroemen, prat gaan op
gutste langs zijn gezicht yüzünden ter boşandi
güvendiği dağlara kar yağmak / n/ in zijn vertrouwen beschaamd worden,
güveni sarsılmak /n, zijn vertrouwen in iemand verliezen, geen
güvenilmez, ipiyle kuyuya inilmez, iemand op zijn geven birine ebesini
güvenini yitirmek zijn vertrouwen verliezen, niet meer vertrouwen
güvenmek, iemand op zijn woorden birine sözlerinden dolayi güvenmek, 2
h/volskt. çalışmamak werkloos zijn, niet werken, 15 (çalışma-,
haar mondje gevallen zijn, niet om een antwoord verlegen zijn
haar van onu uzaktan taniyorum, zijn ware tonen gerçek yüzünü göstermek,
HAATDRAGEND kinli, kinci, garazci, hinçli, zijn kinli olmak
haberi ol ergens van op de hoogte zijn, zich bewust zijn van iets, 5
haberi olmak /- den/ ergens van weten, (ergens van) op de hoogte zijn
haberi yok, op de zijn bilgisi dahilinde olmak, haberi olmak, hij is van
hacet kalmamak 1 / niet meer nodig zijn, 2 / n/ niet meer nodig
HACHJE (s) bang zijn voor zijn postundan korkmak, alleen maar aan
had de kraag van zijn jas op pardesüsünün yakasini dikti, 3 zijn hoed
haddine mi düşmüş? Dat gaat zijn kunnen te boven!
haddine mi? Dat gaat zijn kunnen te boven!
haddini aşmak 1 (ileri git te ver gaan, buiten zijn grenzen gaan, buiten
haddini bildirmek / n/ iemand op zijn plaats zetten, iemand zijn
haddini bilmek weten hoever je kunt gaan, zijn grenzen kennen
hafız iemand die de Koran uit zijn hoofd opzegt.
hak iddia etmek /- de/ aanspraak maken op, claimen, zijn recht
hak vermek / 1 gelijk geven, overstag gaan, 2 (pay ver zijn deel
hakça rechtvaardig, 2 om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn
hakkindan gelmek, iemand over de leggen birini dövmek, op zijn schrijven
hakkından vazgeçmek zijn rechten prijsgeven, afstand doen van zijn rechten
hakkını aramak voor zijn rechten opkomen, op zijn recht staan
hakkını helal etmek / (dini, religieus) gaarne van zijn rechten
hakkını vermek 1 / n/ aan de vereisten/voorwaarden voldoen, zijn best
haksiz olduğun kanisindayim, 3 bij zijn werk işine devam etmek,
hal hatır sormak / informeren naar het welzijn (van iemand)
halden anlamak vol begrip zijn, begrip hebben voor iemands problemen
hali harap olmak / 1 (çok hasta ol erg ziek zijn, 2 (hali duman ol-
hali kalmamak /n, uitgeput zijn, doodmoe zijn, bekaf zijn, afgemat
hali olmamak /n, uitgeput zijn, afgemat zijn
hali vakti yerinde olmak / n/ bemiddeld/vermogend/gegoed zijn,
halinde in geval dat ..., mocht het het geval zijn
halinde, in leert men zijn vrienden kennen dost kara günde belli olur, 3
halinde, in treurige acinacak halde, 2 in zijn (om) te ... ...meye uygun
haline bakmamak zijn capaciteit te boven gaan, boven zijn kunnen gaan
halini sormak / n/ naar iemands welzijn informeren
halsiz düşmek uitgeput zijn, afgemat zijn, kapot zijn, doodmoe zijn
halsizleşmek uitgeput zijn, afgemat zijn, kapot zijn, doodmoe zijn
hamile olmak zwanger zijn, in verwachting zijn, een kind verwachten
hamlaşmak zijn conditie verliezen, verslappen, slap worden, verzwakken
handelen, in de war zijn, 3 hd./volkt. (çok uğraş zich inspannen, veel
handen op een buik zijn
handig zijn, overal iets van(af) weten
hanımefendilik het deftig zijn, tact d. (v.vrouwen)
hapi yutmak, nu zijn wij in de gelogeerd hapi yuttuk, yandik,
hapı yuttuğumuzun resmidir Dat is een bittere pil. Daar zijn we mooi klaar
hapı yuttuk Nu zijn we in de aap gelogeerd! Daar heb je het gedonder!
hapı yuttuk Nu zijn we in de aap gelogeerd! Daar heb je het gedonder!
HAPPIG düşkün, istekli, arzulu, op iets zijn bir şeye istekli olmak
haram olmak / verboden zijn (door godsdienst)
harcamak, israf etmek, har vurup harman savurmak, zijn geld parasini çar
harcamaz. Hij heeft al zijn geld uitgegeven.
harcı olmak binnen zijn mogelijkheden liggen, binnen zijn capaciteiten zijn
harcı olmamak / n/ buiten zijn mogelijkheden liggen, boven zijn
harder praten, zijn stem verheffen
HARDLOPER (s) koşucu, sürat koşucusu s zijn doodlopers hizli başlayan
hareket etmek, 2 gezinmek, dolaşmak, zijn ogen laten göz gezdirmek, huis
hareketlilik (canlılık) het actief zijn, levendigheid d. 2 (kalabalık)
haren nog niet kwijt zijn gençlik havaliliğini henüz üzerinden atamamak,
haren op zijn hoofd
hariç olmak 1 exclusief zijn, 2 (kapsamamak) niet bevatten, niet inhouden,
hariçten gazel okumak uit zijn nek kletsen/praten, zwammen, onzin
harıl harıl çalışmak zeer ijverig werken, druk bezig zijn
HART ( en) 1 anat, kalp, yürek, 2 fig/mec gönül, zijn verliezen aan
hartstochtelijk verliefd zijn,
haşır neşir olmak / ergens druk mee bezig zijn, het druk hebben met
haşmetli eski./vero. 1 statig, 2 Zijne/Hare Majesteit
hasta yatmak ziek zijn, ziek op bed liggen
hastalığa ayrılmak met ziekteverlof zijn
hastalik, het boze oog kem göz, zijn (worden) om... (y)a/e (için)
hastalıktan kurtulamamak altijd ziek zijn, sukkelen
hastası olmak / n/ gek/dol op zijn
hastasi, titiz, kural hastasi, kati, sert, zalim, amansiz, zijn voor
hatasını kabul etmek zijn fouten toegeven/bekennen
hatasız kul olmaz Elke gek heeft zijn gebrek. Het beste paard struikelt wel
hatır sormak / naar iemands welzijn informeren
hatıra gönüle bakmamak onpartijdig zijn, onbevooroordeeld zijn
hatırı kalmak /n, gekrenkt zijn, gekwetst zijn
hatırından çıkarmamak / onthouden, niet vergeten, iets in zijn oren
hatti, (lust) istek, (eetlust) iştah, hand/tic revaç, in trek zijn revaçta
havadan nem kapmak 1 (çok hassas ol overgevoelig zijn.
havadarlık het lekker fris zijn, veel frisse lucht hebbend, een lekker
havalara girmek zich een houding geven, zich een air geven, zijn neus in de
havalarda uçmak in de wolken zijn, tot aan de balken springen, een gat in
havani alirsin, doen of zijn neus bloedt fark ettiğini çaktirmamak, fark
havasını almak /- den/ achter het net vissen, aan zijn neus voorbij gaan,
havasızlık luchtledigheid d. vacuüm zijn 2 (kötü hava) bedomptheid d.
havaya gitmek vergeefs zijn,
havaya kaldirmak, yukari kaldirmak, zijn vinger parmağini kaldirmak, de
HAVER (s) 1 bot, yulaf, 2 yulaf tanesi, de niet meer waard zijn pek
havsala almamak / onvoorstelbaar zijn, onbegrijpelijk zijn,
havsala sığmamak / onvoorstelbaar zijn, onbegrijpelijk zijn,
havyar kesmek (argo/plat) zijn tijd doden/ verspillen, luieren, niets
hayal kırıklığına uğramak teleurgesteld worden, een klap in zijn gezicht
hayalperestlik het dagdromer/fantast zijn
hayata atılmak met zijn eerste baan beginnen, beginnen te werken
hayata küsmek zwaarmoedig worden, zijn levenslust verliezen
hayatı pahasına ten koste van zijn leven
hayatın tadını çıkarmak genieten van zijn leven, de dag plukken
hayatına mal olmak / zijn leven kosten
hayatından bezmek levensmoe zijn
hayatını borçlu olmak / zijn leven aan iemand verschuldigd zijn, zijn
hayatını kazanmak de kost verdienen, zijn brood verdienen, in zijn
hayatini öğrenimine adiyor, zijn tijd aan ... (y)a/e zamanini vermek,
hayatını tehlikeye atmak zijn leven wagen/riskeren, zijn leven in de
hayatını vermek / 1 zijn leven geven voor iets, zich wijden aan, 2
hayatını yazmak zijn autobiografie schrijven
hayatını yitirmek /- de/ om het leven komen, omkomen, zijn leven verliezen,
hayatıyla ödemek / met de dood moeten bekopen, zijn leven kosten
hayatıyla oynamak 1 (kendi hayatıyla) zijn leven op het spel zetten, zijn
hayret etmek / verbaasd zijn, verwonderd zijn
hayrette kalmak zich verbazen, verbaasd zijn, verwonderd zijn
hazır bulunmak 1 (toplantıda ve bv) bijwonen, aanwezig zijn (bij), 2
hazır olmak 1 (bulunmak) aanwezig zijn, 2 (bitmiş ol gereed zijn, klaar
hazır yiyici rentenierend, van zijn bezit levend
hazırcevaplık gevatheid d. ad rem zijn
hazırdan yemek rentenieren, van zijn/andermans bezit leven
hazirlamak, hij kan zijn wel maken vasiyetini yazsa iyi olur, 2 het Oude
hazirlanmak, yi karşilamak, b) alişmak, zij zijn op elkaar ingespeeld
hebben içinde (söyleyecek) bir şeyi olmak, iets niet over zijn kunnen
hebben korkak/ yüreksiz/tabansiz olmak, cesaretsiz olmak, van zijn geen
hebben met iemand, geroerd zijn, getroffen zijn
hebben, (hali vakti yerinde ol goed bemiddeld zijn, geen geldprobleem
hebben, (modası geç ouderwets zijn, uit de mode zijn, niet meer
hebben, bir kimsenin, van persoon) de baas zijn, onder de duim hebben
hebben, erg dorstig zijn, een kurkdroge mond hebben
hebben, erg kwaad zijn, woest/woedend zijn
hebben, erg kwaad zijn, woest/woedend zijn, 2 (deli) door de duivel bezeten
hebben, ergens druk mee bezig zijn, 2 wanneer, (geçmiş zamanla)
hebben, genegen zijn
hebben, gezien het feit dat de straten nat zijn. 5 wat Eğer onu yapsa, ki
hebben, hulpeloos zijn
hebben, iets beu zijn, balen van, tabak hebben van iets, iets zat zijn
hebben, in een slechte bui zijn, slechte zin hebben
hebben, invloedrijk zijn
hebben, tot over zijn oren in de schulden zitten
hebben, uitverkocht zijn
hebben, zijn schaapjes op het droge hebben.
hedef olmak een mikpunt zijn van
heeft een aardje naar zijn hik demiş babasinin burnundan düşmüş, tipki
heeft zijn eigenschappen (zoals de grond verschillende aders heeft). Mensen
heeft zijn her şeyin zamani var, bijde zijn a) (modern zijn) modern
heeft, (içindekini söyle zijn hart uitstorten
heel gecompliceerd zijn, ingewikkeld zijn
HEERTJE (s) hanimevladi, het zijn kendini bey sanmak, efendilik
HEIL 1 refah, selamet, sağlik, 2 (redding) kurtuluş, zijn bij God
'heilig" zijn, zijn handen in onschuld wassen
hele geld bir yiğin para, bir tomar para, uit de en gewassen zijn
helemaal zeker zijn, niet helemaal vast staan, Bu iş bana yaş
helpen zijn helpen (insan olarak) soydaşina yardim etmek
hem zijn leven lang te kadin onu hayati boyunca kendine bağlamayi
hemcin zijn helpen insan olarak yardim etmek
hemfikir olmak / het eens zijn (met iemand)
hen. Ze zijn onvergelijkbaar.
henüz sonuna gelmedik, zijn voelen naderen sonunun geldiğini
henüz sonuna gelmedik, zijn voelen naderen sonunun geldiğini
her başın bir derdi vardır Geen kop zonder zorg. Elk hart kent zijn smart.
her gönülde bir aslan yatar Iedereen heeft zijn eigen verwachtingen.
her gördüğün sakallıyı deden sanma Het zijn niet allen koks die lange
her havadan çalmak van alle markten thuis zijn
her horoz kendi çöplüğünde öter De haan kraait het hardst op zijn eigen
her işe burnunu sokmak overal zijn neus insteken, zich overal mee bemoeien
her koyun kendi bacağından asılır Ieder moet zijn eigen kruis dragen.
her sakallıyı deden sanma Het zijn niet allen koks die lange messen dragen.
her şeye burnunu sokmak zijn neus overal insteken, zich overal mee bemoeien
her şeyin bir sınırı var Alles heeft zijn grens. Alles met mate.
her şeyin bir zamanı var Alles op z'n tijd. Keulen en Aken zijn niet op een
her telden çakmak van alle markten thuis zijn
her yerde bilinmek overal bekend zijn, heel beroemd zijn
her yiğidin gönlünde bir aslan yatar Iedereen heeft zijn eigen
herkes başina buyruk, hababam sinifi, de k zijn verhangen eski çamlar
herkes kendi gözüyle değerlendirir Ieder ziet door zijn eigen bril.
herkes kendi gözüyle görür Ieder ziet door zijn eigen bril.
herkesin bir kusuru vardır Elke gek heeft zijn gebrek. Het beste paard
herkesin gönlünde bir aslan yatar Iedereen heeft zijn eigen verwachtingen.
HERSENEN mv/çoğ anat, 1 beyin, de kleine beyincik, 2 akil, zekâ, zijn
hesabına gelmek 1 (ucuz bul goedkoop vinden, 2 (işine gel in zijn
hesabına gelmemek / n/ niet in zijn kraam te pas komen
hesabını bilmek zuinig zijn (van mensen), economisch omspringen met geld,
het van zijn (haar) roem ününün doruğunda, 2 astr, yücelim,
het baantje beantwoordde aan zijn verwachtingen iş tam
het been zijn, b) (evli, nişanlı ol getrouwd/verloofd zijn
het eens zijn, farklı görüşte olmak het oneens zijn, het niet eens zijn, 2
het er (gewoon) om kasitli yapmak, bilerek yapmak, het in zijn
het erg koud hebben, b) (şaşırmak) van de kaart zijn, versteld staan
het gel zeer rijk zijn
het geval zijn dat ...
het hart op zijn pen içinde ne varsa dilinde de o vardir
het hoge kwam eruit ağzindan baklayi çikartti, itiraf etti, zijn houden
het honderd sturen, iets naar zijn grootje helpen, naar de knoppen helpen,
het kan dooien. Niemand kan zijn lot ontlopen. God beslist wie wat krijgt.
het lood geslagen zijn, van zijn stoel vallen van verbazing, door iets
het ongeluk geboren zijn, een ongeluksvogel zijn II 1 (toprak parçası) land
het oo uit het hart. Her gönülde bir aslan yatar. Iedereen heeft zijn
het slechte pad opgaan, 2 (kendini denetleyeme zijn
het week zijn
het werk serieus nemen, 3 (ağzını -, zijn mond) houden
Het zijn niet alle monniken, die zwarte kappen dragen. Het zijn niet allen
het zwarte zijn istenmeyen olmak,
hetzelfde neerkomen, Dilencinin kapısı bir olsa acından ölür. Er zijn meer
hetzelfde zijn, niet onderdoen, (diğeri kadar iyi olmak) net zo goed zijn
hevesi kursağında kalmak / n/ zijn verwachtingen niet kunnen realiseren
hevesli olmak / enthousiast zijn, geïnteresseerd zijn
heyecanla/merakla beklemek, van zijn vallen van verbazing felegini
hiç asmaz, hiç ihmal etmez, 2 (veronachtzamen) kaçirmak, kaybetmek, zijn
hiç değilse 1 (en azından) tenminste, althans, minstens, op zijn minst, 2
hiç kimse kendi memleketinde peygamber olmaz Geen profeet is in zijn eigen
hiç olmazsa althans, minstens, tenminste, op zijn minst
hiçbir işe yaramamak nergens goed \ zijn, nutteloos zijn, onbruikbaar zijn
hiddetli, zijn op iemand birine kizmak, worden kizmak, zich maken
hier om de s burada para söker, para konuşur, iemand zijn laatste
hij bedriegt zijn vrouw kansini aldatiyor, 2 yaniltmak als mijn
hij drie kopjes koffie ferahça üç fincan kahve içiyor, op zijn zijn sakin
hij een dief is. Het is van zijn gezicht af te lezen dat hij een
Hij heeft zijn dochter met zich meegenomen, 2 (... başka) naast,
hij is gauw op zijn tenen getrapt çabuk alinir, çok alingandir, daar gaan
hij schudde zijn achtervolgers van zich af peşindekileri ekti, hij
hij vervloekt zijn!
hij zal ervoor cezasini çekecek, hij moet met zijn leven
hij zal met zijn liedjes ons feest şarkilariyla eğlencemize renk katacak
hij zal ziek zijn hasta olmali, 3 (belofte) je zult het morgen hebben yarin
hij zit altijd met zijn in de boeken burnu kitaptan kalkmaz, hij moet
hindi gibi kabarmak trots als een pauw zijn, apetrots zijn
hippilik het hippie zijn, de hippie levensstijl
hırçınlaşmak uit zijn humeur raken, boos worden
hırsına hakim olmak zichzelf in de hand hebben, zich beheersen, zijn woede
hırsını almak /- den/ zijn woede koelen
hırsını çıkarmak /- den/ zijn woede koelen
hırsız olmak een dief zijn, (eli uzun ol lange vingers hebben
hısım çıkmak / bloedverwant blijken te zijn
hislerine kapılmak zich overgeven aan zijn gevoelens, zich laten gaan
hissizlik verdoving d. het verdoofd zijn
hizaya getirmek, siraya koymak, een vraag aan (y)a/e soru yöneltmek, zijn
hızlı koşan çabuk yorulur Hardlopers zijn doodlopers.
hoedanigheid of toestand aan) zijn Bugün orada olmalıyım. Vandaag moet ik
HOEDE 1 (bescherming) koruma, iemand/iets onder zijn nemen birini/bir
HOERASTEMMING neşe, in zijn çok neşeli olmak
hoger sferen zijn a) burnu havada olmak, b) (zitten te soezen) hayal
homo olmak homo(fıel) zijn
hond enz. zijn tanden laten zien, een hoge rug opzetten, zijn haren
honger sterven, 2 (vadesi geç ongeldig zijn, versterven,
honing dan met een vat azijn.
HONK kale, ev, yuva, bij blijven evde kalmak, van zijn evden uzak
HOOI saman, kuru ot, te veel op zijn vork nemen boyundan büyük işe
hooi op zijn vork nemen, bir işe yaramamak van nul en gener waarde zijn,
HOREN I g, (hoorde, h, gehoord) 1 (niet doof zijn) işitmek, duymak, ,
horens opzetten, ontrouw zijn
hoş gelmek (kulağa goed klinken, aangenaam zijn/lijken
houden, te laat zijn om er iets aan te doen, 2 (aşık olmuş) zeer
houden, telkens zijn plannen ter sprake brengen
houten kop hebben, een spijker in zijn kop hebben
HOUTJE (s) odun, tahta parçasi, kereste parçasi, op (zijn) eigen
huid hebben, onbeschaamd zijn
huis hebben, een veelgevraagd beroep hebben, ergens goed in zijn, 2
HUIVERIG voor iets zijn bir şeyden çekinmek
hükmü olmak / n/ gelden, geldig zijn, van kracht zijn
Hüküm sahibi olanlar, Allah’ın korudukları hariç meşakkat kapısındadır De vorsten zijn over het algemeen in moeilijkheden, behalve degenen die worden beschermd door Allah
hükümsüz olmak ongeldig zijn, niet meer van kracht zijn
HUMEUR ( en) huy, mizaç, tabiat, in een goed (slecht) zijn iyi (kötü)
humeur hebben, in een slechte bui zijn
HURKEN I op zijn zitten çömelmek, çömelip oturmak II f, gs, (hurkte, h,
hüsrana uğramak teleurgesteld worden/zijn
içini aç- ) zijn hart uitstorten, zich uitspreken, 12 /- den/ (gemi)
iemand tot last zijn
iemand zijn gang laten gaan, iemand vrij spel geven
ilgilenmek passen op, onder zijn hoede nemen, Köpeğine sahip
ilişkide - ) omgaan met, verkeren met, 6 /- de/ (elde voorradig zijn,
in zijn bezit krijgen) almak, kazanmak, elde etmek, çabayla kazanmak, iets
Inde Overgang Zijn Adetten Kesilme,Inde Overgang Zijn
insan verachtelijk zijn, gemeen/schurkachtig zijn, geen knip voor de neus
İnsanın en değerlisi, en çok takva sahibi olanlardır. De meest waardevolle mensen zijn degenen die meer takwa (vrees van God)
irade, zijn eigen volgen kendi iradesine uymak, iradesini izlemek, 4
işine dalmış Hij is verdiept in zijn werk (waardoor hij niets hoort)
Iyilik welzijn,weldaad,Iyilik
Jaloers Zijn Op kiskanmak,Jaloers Zijn Op
Je moet snel zijn. Hızlı olmalısın.
Kachel Volslagen Zijn kafayi bulmak,sarhos olmak,cakirkeyf olmak, ,,Kachel Volslagen Zijn
kafasından çıkarıp at uit zijn hoofd zetten
Kafayi Bulmak kachel volslagen zijn,Kafayi Bulmak
kalabalık ol- ) druk zijn, (arı vb.) zwermen, krioelen, 4 (deniz, v. zee)
keelgeluid geven gicik ses çikarrnak, II g, zijn naam in de tafel adini
kendini tehlikeye atmak) zijn leven wagen om...te
kenmerkend özgü, has, zijn aan nin özelliği olmak, (y)a/e
kind ondeugend zijn, constant kattenkwaad uithalen
Kiskanmak jaloers zijn op,benijden,Kiskanmak
kıza -, een meisje) handtastelijk zijn, knijpen
kompas pusula kertesi, 5 van zijn/raken feleğini şaşirmak
kontroldan çık oncontroleerbaar zijn
kontroldan çık- ) oncontroleerbaar zijn
Korkmak Bang,bang zijn,Schrikken,Schromen,,Korkmak
kosten, waard zijn
kwijt kayip, b) (kapot) bozuk, naar de zijn a) (geld, kans, reputatie)
Laf Altinda Kalmamak Gevat Zijn,Laf Altinda Kalmamak
laf saklamamak loslippig zijn, los in de mond zijn, een losse tong hebben
lafıyla - ) zijn mond voorbijpraten
Lazim Olmak Nodig Zijn,Lazim Olmak
lijdzaam itaatli, boyun eğen, 3 zijn aan (y)a/e maruz kalmak/olmak
loslippig ağzi gevşek, sir saklamaz, uzun dilli, boşboğaz, zijn dilini
luim geçici haleti ruhiye, in een goede zijn neşesi üzerinde
Magaza Winkel,Zaak,Magazijn,Magaza
Magazijn Ambar,Depo,Magazijn
Magazijnbediende Ambar Iscisi,Magazijnbediende
Mart Kapidan Baktirir Kazma Kurek Yaktirir,Maart Roert Zijn Staart,Mart Kapidan Baktirir
maruz olmak blootstaan, openstaan 4 (insan, v. mensen) open zijn,
Mayismak Slaperig Zijn,Dommelen,Mayismak
Maymun Gozunu Acti Nu Zijn We Op De Hoogste,Maymun Gozunu Acti
Merak Etmek Ongerust,Bezorgd Zijn,benieuwd zijn,Merak Etmek
meşgul olma- ) vrij zijn, niet bezet zijn
Metelige Kursun Sikmak Straatarm Zijn,Metelige Kursun Sikmak
Milliyet Nationaal Bewustzijn,Milliyet
Modaya Uymak In De Mode Zijn,Modaya Uymak
moeilijk verkrijgbaar zijn, heel schaars zijn
muayeneden geç- ) controle ondergaan, 12 (modası vb. uit de mode zijn,
Mumla Aramak Achter Iets Aan Zijn,Mumla Aramak
Muradina Ermek Zijn Doel Bereiken,Muradina Ermek
na/e kalmiş olmak, aan de heidenen overgeleverd zijn acimasiz ellere
naar zijn vader oğlan babasina çeker, II gs, (, ) op benzemek, ayni
nazl geç- ) iemand naar zijn hand weten te zetten, in staat zijn
nehir deniz uitmonden, 5 mec./fig. uitgeput zijn, afgemat zijn, kapot
niet om geven, 17 /, (kafaya geobsedeerd zijn, niet
nieuwsgierig waar zou het kind zijn? çocuk nerede acaba? * het is erg
niyetli ol van plan zijn, zich voornemen, vastberaden zijn, (sabit
Nodig Zijn Gerekmek,Nodig Zijn
nut yarar, fayda, çikar, ieder zoekt zijn herkes kârini arar, fig/mec
officieel talep etmek, rica etmek, zijn ontslag çikişini
Olmak Zijn,Gebeuren ,Olmak
ölmek zijn leven opofferen
ölüm, zijn is een groot verlies ölümü büyük kayiptir
olumsuz tümcede, in ontkennende zin) aanwezig zijn, altijd voorkomen,
omgekeerd ters, zijn handschoenen aandoen eldivenlerini ters giymek,
onder zijn oog brengen) (göz) önüne serrnek, göstermek, nazari dikkate
Onikilik dozijn(,en),Onikilik
Onu " zijn (erkekler icin)"
Onun Daardoor,Waardoor,Zijn,Er,,Onun
Onun Tarafindan Zijnerzijds,Onun Tarafindan
Onun Yuzunden toedoen (door zijn),Onun Yuzunden
ooggetuige zijn v,) tanik olmak, ik zie haar komen geldiğini gördüm, dubbel
Op Zijn Eentje Bir Basina,Op Zijn Eentje
over iets bir şeyin altindan kalkamamak, uit zijn nek kletsen/praten
Ozur Dilemek Spijt,Zijn Excuus Maken,Ozur Dilemek
persoon adam, zijn staan (moeilijkheden) ayak diremek, (tegen personen)
Pinus sylvestris), eski çamlar bardak oldu, de hekken/bordjes zijn
Refah Calismalari welzijnwerk,Refah Calismalari
Refah Devleti welzijnstaat,Refah Devleti
Refah Hizmetleri welzijnwerk,Refah Hizmetleri
renk vb. v. kleur enz.) dominant zijn
rezil onfatsoenlijk, 5 / (delisi olma) dol/gek/gesteld (zijn op)
rüzgâr, wind gaan liggen, 7 (gücü -, zijn kracht) afnemen, verliezen,
sağlamlaştırmak versterken, 3 (ders vb.) in zijn hoofd stampen
Saglik Gezondheid,welzijn,Saglik
Sarhos Olmak kachel volslagen zijn,Sarhos Olmak
sarkıntılık et- ) handtastelijk zijn, 3 mec./fig. (kışkırtmak)
şaşırmak verbijsterd zijn, verbluft zijn
şaşırmak zeer verbaasd zijn, bedwelmd zijn, versteld zijn/staan
şaşkın ol- ) de draad kwijt zijn, de klus kwijt zijn, niet weten
schrijven, als schrijver werkzaam zijn
seviyesini koru- ) zijn niveau houden, zijn niveau handhaven
Sifa Bulmak Zijn Genezen,Sifa Bulmak
Sihhat welzijn,Sihhat
Sinavini Gecmek Zijn Examen,Sinavini Gecmek
sırtına - ) over zijn schouder slingeren, omdoen, 43 (uzanmak) bereiken, 44
Sosyal Hizmetler Sekteru welzijnsector,Sosyal Hizmetler Sekteru
Sosyal Isleri welzijnwerk,Sosyal Isleri
Sosyal Yardim Elemani welzijnswerker,Sosyal Yardim Elemani
Sosyal Yardim Memuru welzijnswerker,Sosyal Yardim Memuru
sp. (v. bal enz.) uit zijn, buiten de lijn enz. zijn
stellen bir şeyi birinin gözleri önüne sermek, zijn ogen zijn groter dan
stof yün kumaş, yün dokurna, door de geverfd zijn tamamen arsiz olmak,
stuk hout payanda, de zijn kurban gitmek/olmak
sunmak indienen, 4 (bağışlamak) schenken, 5 (kız -, zijn dochter)
süt vb. overkoken, overlopen, 3 (sabır opraken, zijn geduld
tereddüt et- ) aarzelen, schromen, 3 (utanmak) verlegen zijn
tijdperk devir, çağ, dönem, in zijn jonge gençliğinde, ouden van
tipsizlik het lelijk zijn, het niet knap/mooi zijn
Toedoen (Door Zijn) onun yuzunden ,Toedoen (Door Zijn)
Toegedaan (Iemand~Zijn ) birinden hoslanmak,birini sevmek ,Toegedaan (Iemand~Zijn )
toereikend zijn yetişmek, yetmek, II g, 1 germek, uzatmak, yaymak, de
Topvorm D (In~Zijn) formunun dorugunda olmak ,Topvorm D (In~Zijn)
Tuk~Op Iets Zijn bir seye duskun olmak ,Tuk~Op Iets Zijn
tükenmek op zijn, 4 (satılıp tüken uitverkocht zijn, 5 (çok yorul
TZTAfk Te Zijner Tijd zamani gelince ,TZTAfk Te Zijner Tijd
uitputten çaliştrip çok yormak, afgewerkt zijn çalişmaktan
Üstleri ona görev vermedi, Zijn meerderen hebben hem geen
v, zijn
v, roest enz,) çözeltip yok etmek, fig/mec hij kon zijn tong wel
v, vogel boyun, boğaz, 3 een stuk in zijn hebben sarhoş olmak, zurna
vacant zijn boş durmak, boş olmak
van zijn plaats raken) yerinden düşmek, 3 (niet meer aanwezig zijn) artik
var ol- ) bestaan, (hiç eksilmemek) aanwezig zijn, altijd voorkomen, zich
verstand akil, zekâ 3 zihin, kabiliyet, yetenek, eğilim, anlayiş, zijn
verwezenlijken gerçekleştirmek, yerine getirmek, hayata geçirmek, zijn
voldoen yapmak, yerine getirmek, zijn belofte sözünü tutmak, 5
waarschijnlijk dat zal Ayşe zijn muhtemelen Ayşe olacak, Ayşe olsa gerek,
Welzijn saglik,sihhat,iyilik, ,,Welzijn
Welzijnsector sosyal hizmetler sekteru, ,Welzijnsector
Welzijnstaat refah devleti,gonenc devleti,,Welzijnstaat
Welzijnswerker sosyal yardim elemani,sosyal yardim memuru,gorevli, ,,Welzijnswerker
Welzijnwerk sosyal isleri,refah calismalari,refah hizmetleri, ,,Welzijnwerk
xxx (sağlık) gezondheid d. welzijn 4 (fayda) nut voordeel
xxx het ijzervreter zijn
ya/e hayran, zij zijn s van Ayşe Ayşeye hayranlar, Ayşenin
ya/e vermek, adamak, hasretmek, hij wijdt zijn leven aan zijn studie
yaşına - ) jarig worden/zijn, een bepaalde leeftijd bereiken, 13 (karanlık
yatalak ol- ) bedlegerig zijn, 7 / (cinsel birleş met
yemek droogkoken, uitkoken, 4 (argo/plat, para bit op zijn,
yıkılmak ergens kapot van zijn
yla, -yle 1 met, arabayla geldiler, ze zijn met de auto gekomen. 2 en,
yönetim bestuur management d. leiding d. 3 het bestuurder zijn,
Zamani Gelince tztafk te zijner tijd,Zamani Gelince
Zeer Hongerig Zijn Cok Cok Ac Olmak,Zeer Hongerig Zijn
Zijn Onun,Olmak,Zijn
zijn geven görüş belirtmek, düşünce söylemek, bij (zijn) blijven ayni
zijn pen bijten dudağini isirmak, aan iemands pen hangen birinin ağzina
zijn (erkekler icin) Onu
Zijn Examen Sinavini Gecmek,Zijn Examen
Zijn Excuses Aanbieden Af Dilemek,Zijn Excuses Aanbieden
Zijn Excuus Maken Ozur Dilemek,Zijn Excuus Maken
Zijn Genezen Sifa Bulmak,Zijn Genezen
Zijne Zijn,Zijne
Zijnerzijds Onun Tarafindan,Zijnerzijds
zwanger zijn gebe olmak, yavru taşimak, yavrulu olmak, 6

Ana Sayfaya Dön