| aan de | zijn hastalikli olmak |
| aan ergeren, | zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben, het op |
| aan het | brengen birine bir şeyi kavratmak, zijn gebruiken aklini |
| aan zijn | birini sesinden tanimak, zijn kwijt zijn sesini kaybetmek, sesi |
| aan zijn | hartstochten hirsina boyun eğmek, iradesine hakim olamamak |
| aan zijn | pijp pipodan çekmek, die jurk trekt op de schouders elbise |
| aan zijn | verwachting beklentisine uygun olmak, beklentisine göre |
| AANGEBONDEN | kort zijn kestirmeci olmak, sert olmak |
| AANGEBRAND gauw | aangebrand zijn çabuk tepesi atmak, |
| AANGESLAGEN | dengesi bozulmuş, dengesini kaybetmiş, zijn ruhsal |
| aangesloten worden, | 3 (yakınlık duymak) toegewijd zijn aan, 4 (üstlenmek, |
| AANGEWEZEN | op iets zijn bir şeyle yetinmek zorunda olmak, |
| aanhangen, opportunistisch | zijn |
| aankijken birine | sirt dönmek, tenezzül edip selamlamamak, zijn breken |
| aankleden, | (mali) zijn financiele situatie verbeteren |
| aankomen, arriveren, | 7 cezasını bulmak zijn verdiende straf krijgen, suçlu |
| AANMERKING | ( en) 1 göz önüne alma, dikkate alma, zijn leeftijd |
| aanspraak maken | op, opeisen, 3 (diretmek) op zijn stuk staan, niet toegeven |
| aanstoot geven, | 3 (- den ağır ol zwaar zijn dan |
| aantal zijn, | een paar zijn, niet veel zijn |
| AANTOCHT | ( en) yaklaşma, yolda olma, ilerleme, in zijn |
| aantrekkelijk/leuk om | te zien, hij/zij mag er zijn. |
| aardr/coğr boylam, | in zijn volle boylamasina, uzunlamasina, boydan boya, |
| aardt naar | zijn vader babasina çekmiş, 2 (goed groeien) büyümek, |
| abanoz kesilmek | 1 hard worden, 2 (rengini at verkleuren, zijn kleur |
| abayı yakmak | / verkikkerd zijn op, verliefd zijn op, verzot |
| abayı yakmak | / verkikkerd zijn op, verliefd zijn op, verzot zijn op, |
| abazan olmak | (argo/plat) hongerig naar seks zijn, geen nonnenvlees hebben, |
| abes kaçmak | ongepast zijn, onfatsoenlijk zijn. |
| abıhayat - | tı ambrozijn godendrank d. levenselixir nectar d. |
| abilmek, -ebilmek | kunnen, in staat zijn. |
| abuk sabuk | konuşmak onzin uitkramen, bazelen, raaskallen, uit zijn nek |
| aç durmak | 1 arm zijn, 2 (bir şey yememiş olmak) nuchter blijven, niets eten |
| aç kalmak | 1 (doymamak) zijn honger niet kunnen stillen, 2 (fakirleşmek) arm |
| aç olmak | 1 honger hebben, 2 (fakir olmak) arm zijn, 3 (çok istekli olmak) |
| aç susuz | kalmak op een houtje bijten, niets te eten hebben, straatarm zijn |
| aceleye gelmek | haastig gedaan/gemaakt zijn |
| acemi yeğdir, | gauw op zijn zijn çok çabuk tepesi atmak, kizmak, honger |
| acemilik çekmek | /- de/ lijden onder zijn onervarenheid |
| açgözlülük etmek | zich gulzig gedragen, hebzuchtig zijn |
| achten, denken | dat het te doen is, overtuigd zijn van (de haalbaarheid), |
| achter het | net vissen, aan zijn neus voorbij zien gaan, |
| ACHTERPOOT | (...poten) arka ayak, op zijn achterpoten gaan staan |
| ACHTERST | en arkadaki, arkaya konmuş fig/mec op zijn e poten |
| açığa almak | / iemand zijn ontslag geven, iemand de laan uitsturen, |
| açiğa vermek, | birinden şikâyetlenmek, buiten zijn gaan haddini |
| açık kalmak | 1 (radyo vb.) aanstaan, 2 (ışık) aan zijn |
| açık kalpli | olmak het hart op de tong hebben, rondborstig zijn |
| açık olmak | 1 (radyo vb.) aan zijn, 2 (kapı, v. deur) open zijn, 3 / |
| açik, aşina, | zijn met ile aşina olmak, het is wie de dader is |
| açıkgöz olmak | bij de pinken zijn, uitgekookt zijn, bij de hand zijn. |
| açıklama gerektirmemek | voor zich(zelf) spreken, overduidelijk zijn |
| açikyürekli, | (klaar) zijn bitmek, sona ermek, dat gerucht doet de ronde |
| açildi, fig/mec | zijn gelaat helderde op yüzü neşelendi |
| acımak medelijden | hebben met, begaan zijn met, 12 (ağrısı ol |
| acımasız olmak | / meedogenloos zijn (tegen), hard/streng zijn (tegen) |
| acından ölmek | 1 (çok Aç olmak) knagende honger hebben, erg hongerig zijn, 2 |
| acınmak | (acınacak hali olmak) beklagen, beklagenswaardig zijn, 2 / |
| acısına son | vermek / n/ iemand uit zijn lijden helpen |
| aciz kalmak | /- den/ iets niet kunnen doen, niet in staat zijn aan een |
| açlığını bastırmak | zijn honger stillen |
| açlıktan kırılmak | 1 hongersnood lijden, 2 (çok aç olmak) zeer hongerig zijn |
| açmak, inceltmek, | 2 gespitst zijn op/zich op iets merakli olmak, istekli |
| açmak, zijn | hart bij iemand birine içini dökmek, birine dert yanmak |
| adamına düşmek | 1 in goede handen zijn, 2 (olumsuz anlamda) aan het goede |
| aday listesinde | olmak op de nominatie staan, voorgedragen zijn |
| adet görmek | ongesteld zijn, menstruatie hebben, menstrueren, vloeien |
| adet olmak | 1 (alışa gel gebruikelijk zijn, de gewoonte zijn, 2 (kanaması |
| Adetten Kesilme | Inde Overgang Zijn ,Adetten Kesilme |
| adetten kesilmek | in de overgang zijn |
| adı batası | Verrek! Moge hij vervloekt zijn! |
| adı batsın | Verrek! Moge hij vervloekt zijn! |
| adı dillere | destan olmak / n/ op aller lippen zijn, alom bekend zijn |
| adı geçmek | 1 /n, - de/ onderwerp van gesprek zijn, over de tong gaan, de |
| adı kalmak | / n/ bekend blijven, in de herinnering blijven (na zijn |
| adı kotüye | çıkmak / n/ ongunstig bekend staan, zijn goede naam |
| adı lekeli | olmak / n/ een vlek/smet op zijn naam hebben |
| adı lekeli | olmak een smet op zijn naam hebben |
| adı okunmamak | / n/ in vergetelheid raken, helemaal vergeten zijn |
| adı olmak | / n/ een goede naam hebben, bekend zijn, een goede reputatie |
| adı üstünde | zoals zijn naam al aangeeft, de naam spreekt voor zich |
| adım atacak | hali kalmamak / n/ op zijn laatste benen lopen, |
| adımını denk | almak iets met beleid doen , uitkijken, op zijn hoede zijn, |
| adımını denk | atmak iets met beleid doen , uitkijken, op zijn hoede zijn, |
| adını sildirmek | zich laten uitschrijven, zijn naam laten uitschrijven |
| Adres Birakmak | Zijn/Haar Adres Door Geven ,Achter Laten,Adres Birakmak |
| adres bırakmak | / zijn Adres doorgeven/achterlaten |
| adres zijn, | aan het verkeerde adres zijn Adamına göre, gelet op de persoon |
| af | zijn |
| Af Dilemek | Zijn Excuses Aanbieden ,Af Dilemek |
| af dilemek | /- den/ zijn excuses aanbieden, zich verontschuldigen, zijn |
| af zijn | birinden elini çabuk tutmak, birinden erken davranmak, 2 (modern) |
| af zijn | birinden oldukça kurnaz davranmak |
| afallamak - | ır verbluft zijn, overdonderd zijn, van zijn stuk gebracht zijn |
| afallaşmak - | r verbluft zijn, overdonderd zijn, van zijn stuk gebracht zijn |
| AFHANKELIJK | l van (y)a/e bağli, muhtaç, zijn van |
| AFKERIG | niet zijn van dan/den hoşlanmak, |
| aflopen, | (modası geç uit de mode zijn, uit de tijd zijn, 3 niet |
| afpoeieren, zorgen | kwijt raken, kwijt zijn, af zijn van, af komen van, 11 / |
| AFROEPEN | g, (riep af, h, afgeroepen) 1 iemand van zijn werk |
| afstand doen, | zijn rechten opgeven en gunnen |
| aftands/oud zijn, | ouderwets zijn |
| AFTREDEN I | f, gs, (trad af, is afgetreden) (zijn functie |
| AFWEZIG | 1 zijn (bir yerde) olmamak, bulunmamak, de en |
| afzijn birinden | erken davranmak, elini birinden çabuk tutmak, iemand slim |
| ağabeylik het | oudere broer zijn |
| ağaca çıksa | pabucu yerde kalmamak een geluksvogel zijn, een zondagskind |
| ağaçboom | bir dikili ağacı olmamak / n/ geen nagel hebben om zijn gat |
| ağır basmak | 1 (Ağır gel zwaar zijn, 2 / (durum önemli olmak) zwaar |
| ağır gelmek | / 1 (zor gel moeilijk zijn/vinden, moeilijk vallen, 2 |
| ağır işitmek | slecht horen, hardhorig zijn |
| ağirlaştirici nedenler, | zijn financiéle omstandigheden onun mali durumu, |
| ağırlığınca altın | etmek zijn gewicht in goud waard zijn, goud waard zijn |
| ağırlığında olmak | zo veel kilo wegen, zo veel kilo zwaar zijn |
| ağırlığını koymak | / zijn gewicht in de schaal werpen/leggen |
| ağırlık olmak | / 1 (ağırlık yap zwaarder zijn dan, 2 (birine yük ol- |
| ağırlık yapmak | zwaarder zijn dan |
| ağız açmamak | niet praten, zijn mond houden, geen mond opendoen, geen kik |
| ağız alışkanlığından | Dat is zijn zegswijze. Zo zegt hij dat nu eenmaal. Zo |
| ağızlara sakız | olmak van mond tot mond gaan, op aller lippen zijn |
| ağlayası gelmek | /n, tot tranen bewogen zijn, diep geroerd zijn |
| ağrıt- | aan de kop zeiken, iemand aan zijn hoofd zeuren, (konuşarak |
| ağzı bir | karış açık kalmak / n/ perplex staan, verbijsterd zijn, uit het |
| ağzı bir | karış havada onthutst, van zijn stuk gebracht |
| ağzı dört | köşe olmak in zijn nopjes zijn, dolblij zijn, een gat in de lucht |
| ağzı havada | onthutst, van zijn stuk gebracht |
| ağzı kulaklarına | varmak / n/ heel erg blij zijn, dolblij zijn, een gat |
| ağzı sulanmak | /n, staan te watertanden, zijn lippen aflikken |
| ağzı süt | kokmak / n/ nog niet droog achter de oren zijn, onervaren zijn, |
| ağzı yanmak | /n, - den/ 1 (biberden vb.) zijn mond verbranden, 2 |
| ağzına atmak | / in zijn mond stoppen/doen |
| ağzına bakakalmak | / n/ gefascineerd zijn door iemands woorden, aan |
| ağzına sürmemek | / niets eten, zijn eten niet aanraken |
| ağzına yakışmamak | (v. woorden) onbehoorlijk/ onfatsoenlijk/ongepast zijn |
| ağzında bakla | ıslanmamak / n/ geen geheim kunnen bewaren, zijn mond niet |
| ağzından baklayı | çıkarmak zijn ei kwijt kunnen, ermee voor de draad komen, |
| ağzından çıkanı | kulağı duymamak niet op zijn woorden letten |
| ağzından çıkmak | / n/ zijn mond/neus voorbijpraten, zich iets ontvallen |
| ağzından düşürmemek | / altijd op hetzelfde aambeeld slaan, op zijn |
| ağzından kaçırmak | / zijn mond /neus voorbijpraten, zich iets laten |
| ağzından kaçmak | / n/ zijn mond/neus voorbijpraten, zich iets ontvallen |
| ağzından uit | zijn mond, bij monde van |
| ağzını açıp | gözünü yummak / zeggen wat hem voor zijn mond komt, |
| ağzını kapatmak | zijn mond houden |
| ağzını topla | Houd je bek! Wees niet brutaal! Niet brutaal zijn! Hou je |
| ağzını tutmak | zijn mond houden, bewust zwijgen |
| ağzının içine | bakmak / n/ gefascineerd zijn door iemands woorden, aan |
| ağzının tadını | bilmek een fijnproever/lekkerbek zijn |
| ağzıyla çıkmaza | girmek zich vastpraten, verstrikt raken in zijn eigen |
| ağziyla yakalamak, | iemand in zijn eigen woorden birini kendi sözleriyle |
| ağzıyla yakalanmak | zich vastpraten, verstrikt raken in zijn eigen |
| ahbap çavuş | olmak maatjes zijn/worden, bevriend zijn/worden |
| ahengi bozulmak | / n/ (v. sfeer, harmonie) verstoord zijn |
| ahı çıkmak | / n/ vervloekt zijn/worden |
| ahını çekmek | / n/ boeten voor, vervloekt zijn/worden |
| ahkam kesmek | zijn mening klaar hebben |
| ahlâk ve | adetler, rein van n zijn temiz ahlâkli olmak |
| ak eerzaam, | deugdzaam, eervol, gerçek yüzünü göstermek zijn ware |
| akan sular | durmak als een paal boven water staan, onbetwistbaar zijn, zo |
| akıl ermek | begrijpelijk zijn, logisch zijn |
| akıl hocalığı | etmek zich als schoolmeester gedragen, betweter zijn |
| akıl kişiye | sermayedir Wie niet sterk is, moet slim zijn. |
| akıl satmak | mec/fig zich als schoolmeester gedragen, betweter zijn, wijze |
| akıl zayıflığı | zwakbegaafd zijn zwakzinnigheid d. |
| akıldan çıkarmak | / uit zijn hoofd zetten, vergeten |
| akıllanmak zijn | lesje geleerd hebben |
| akıllara durgunluk | vermek ongewoon zijn, verbazingwekkend zijn, |
| akılsız başın | taban çeker cezasını Wie zijn hoofd vergeet moet zijn benen |
| akışına bırakmak | / iets op zijn beloop laten, de boel de boel laten, |
| AKKER | (s) tarla, de ploegen tarla sürmek, op zijn dooie tje |
| akla gelmeyen | başa gelir Men kan niet overal op bedacht zijn. |
| aklı başına | gelmek / n/ 1 (ayıkmak) tot bewustzijn komen, weer bij |
| aklı başında | olmak / n/ 1 (Akıllı olmak) verstandig zijn, 2 (ayık olmak) |
| aklı başında | olmamak / n/ 1 (dalgın olmak) afwezig zijn, er niet met |
| aklı başından | gitmek / n/ 1 buiten westen raken, het bewustzijn |
| aklı başka | yerde olmak / n/ afwezig zijn, er niet met zijn hoofd bij |
| aklı durmak | / n/ perplex staan, verbluft zijn |
| aklı karışmak | / n/ de kluts kwijt zijn, in de war zijn/ raken, verward |
| aklı sıra | als je hem moet geloven, volgens hem, naar zijn mening |
| aklı yerinde | olmamak / n/ afwezig zijn, er niet met zijn hoofd bij zijn, |
| aklı yerinden | oynamak / n/ 1 doodsbang zijn, 2 (şaşırmak) erg verbaasd |
| aklınca als | je hem moet geloven, volgens hem, naar zijn mening |
| aklından zoru | olmak / n/ niet goed bij zijn hoofd zijn, niet goed wijs |
| aklını bozmak | / geobsedeerd zijn door, in de ban zijn van |
| aklını kullanmak | zijn hoofd gebruiken, zijn verstand gebruiken |
| aklını oynatmak | zijn verstand verliezen, gek worden, uit zijn dak gaan |
| aklını yitirmek | 1 zijn hoofd/verstand verliezen, 2 (deli ol krankzinnig |
| akraba, aan | iemand zijn birine akraba olmak, II d, ( en) (erkek) akraba |
| aksama | (topallık) mankheid d. het kreupel zijn, 2 (işler, van zaken) het |
| aksiliği tutmak | / n/ 1 (inatlaşmak) koppig worden, zijn poot stijf |
| aktiflik activiteit | d. het actief zijn, bedrijvigheid d. |
| al- | zijn woede koelen (op) |
| al birini | vur ötekine Het is een pot nat, zij zijn met hetzelfde sop |
| alacağı şahin | vereceği karga gierig/vrekkig iemand, voor zijn geld is hij |
| alaka göstermek | / geïnteresseerd zijn in, interesse hebben voor, |
| alakadar olmak | geïnteresseerd zijn in, interesse hebben voor, interesse |
| alakalanmak | 1 (ilgi göster geïnteresseerd zijn in, interesse |
| alan razı | veren razı Als beide partijen tevreden zijn, moet een derde |
| alarga durmak | (argo/plat) gereserveerd zijn, Afstandelijk blijven |
| alavere dalvere | çevirmek streken uithalen, met list en bedrog zijn doel |
| alavere dalvere | yapmak streken uithalen, met list en bedrog zijn doel |
| aldırışsızlık onverschilligheid | d. nonchalance d. het ongeïnteresseerd zijn |
| aldırmak | / geven om, gesteld zijn op, (ilgi göster aandacht |
| aldirmaz, artik | kimsenin dikkatini çekmez, de kraait het hardst op zijn |
| aleyhe dönmek | tegen zijn eigen voordelen keren (van kans enz.) |
| aleyhine olmak | / n/ voor iemand nadelig zijn |
| aleyhte olmak | / n/ tegen zijn, de tegenpartij kiezen |
| Alimler ümmetimin güvenliğidir. | De geleerden zijn de veiligheid van mijn Ummah (volgeling van profeet Muhammed vrede zij met hem) |
| Alimler, halk içinde, Allah’ın en güvendiği kimselerdir. | Onder de natie, geleerden zijn het meest trustable mensen in de aanwezigheid van Allah |
| alın yazısı | değişmez Men kan zijn lot niet ontlopen. Het is onontkoombaar. |
| alip Veliye | vermek, een in zijn hand hebben cebi delik olmak, cebinde para |
| alirsin, ik | zal het morgen brengen yarin getiririm, 4 als ik rijk zou zijn, |
| alışagelmek | ergens aan gewend zijn, gewoon zijn, gebruikelijk zijn |
| alışık olmak | / ergens aan gewend/gewoon zijn |
| alışılagelmek gewend | zijn aan, gewoon zijn, gebruikelijk zijn |
| alışkanlığı olmak | / plegen (te), gewoon zijn |
| alışkın olmak | / aan iets gewend zijn, aan iets gewoon zijn, vertrouwd |
| aliştirmasi yapmak, | 2 zijn spieren adale çalişmasi yapmak, toneelstuk |
| Alla bir kulu idareci yapmak istediği zaman ona yardım elini uzatır | Als Allah wil om een van Zijn dienaren een beheerder, Hij geeft hem een hand (hulp) |
| Alla dilini Islah eden kişiye merhamet etsin | Oo Allah mededogen voor hen die geneest zijn / haar tong. |
| Allah ‘in dostaları, görüldüklerinde Allah’ın hatırlandığı kimselerdir | De vrienden van Allah zijn degenen die Allah te herinneren aan mensen wanneer ze verschijnen |
| allah var | om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn |
| allah yürü | kulum demiş Hij is ongelofelijk rijk. zijn zaken gaan erg goed. |
| allah ziyade | etsin Moge het overvloedig zijn! |
| allaha havale | etmek /i/ aan zijn lot overlaten |
| allaha kalmak | (işi vb.) aan de God overgeleverd zijn |
| allahı var | om de waarheid te zeggen, oneerlijk te zijn |
| allahtan bulmak | zijn verdiende straf van God krijgen |
| allak bullak | olmak 1 op de kop staan, een rommelig/zooitje zijn, 2 (kafa) |
| alle risico's | nemen om zijn doel te bereiken |
| ALLEMAAL z, | hepsi, tamami, bütün, de gasten zijn gekomen |
| ALLERHANDE I | s, 1 çeşitli, değişik, farkli, hier zijn hoeden te |
| ALLERMEEST | fazlasi, en çoğu, op zijn en fazla |
| ALLERMEEST | fazlasi, en çoğu, op zijn en fazla |
| Alles gaat | naar zijn wens. |
| allık | rood zijn 2 (ruj) rouge d. grime d. schmink d. |
| almak, | fig/mec tekrar kazanmak, yeniden sahip olmak, zijn rechten |
| almak, çekip | çikarmak, de machine heeft zijn hand afgerukt elini |
| almak, een | in zijn gezicht yüze bir şamar, hayal kirikliği, pen krijgen |
| almak, zijn | toekomst is verzekerd geleceği garantili, zich van iemands hulp |
| alnında yazılı | olmak / n/ voorbestemd zijn |
| alnından öpmek | / iemands voorhoofd kussen (om zijn bewondering te |
| alnının akı | ile çıkmak 1 zijn deugdelijkheid bewijzen, 2 /- den/ iets |
| als een | kaars dimdik, ok gibi, een e hoek dik açi, evenredig zijn doğru |
| als je | over de spreekt, trap je op zijn staart iyi adam lafinin |
| als schoolmeester | gedragen, betweter zijn, wijze lessen geven |
| altbilinç | onderbewustzijn |
| altı yaş | olmak (van zaken) onzeker en riskant zijn, een wankele basis |
| altijd een | ezel zijn. |
| altın adını | bakır etmek zijn goede naam verspelen, zijn reputatie |
| altın değerinde | olmak goud waard zijn |
| altına etmek | 1 (Altına kağır in zijn broek/bed plassen, 2 mec/fig |
| altına imza | koymak / n/ ondertekenen, zijn handtekening zetten |
| altına işemek | 1 (Altına kağır in zijn broek/bed plassen, 2 mec/fig |
| altına yapmak | 1 (altına kağır in zijn broek/bed plassen, 2 mec/fig |
| altinda olmak, | laten birakmak, dokunmamak, zijn baard laten sakalini |
| altinda satmak, | piyasadan düşük almak, goed in de zijn revaçta olrnak, iyi |
| altını ıslatmak | in zijn broek/bed plassen |
| altiya bağlamak, | uit zijn sparen boğazindan kesmek, üstünden sikip |
| altüst olmak | 1 (karmakarışık ol) rommelig worden/zijn, door elkaar liggen, |
| ama maar, | aan de andere kant, doch, 5 (en erken) op zijn vroegst, niet |
| amacına erişmek | zijn doel bereiken |
| ambar | (depo) magazijn opslagplaats d. pakhuis depot 2 (küçük |
| ambar memuru | magazijnmeester d. |
| ambara yığmak | / in een magazijn/schuur opslaan |
| ambarcı depothouder | d. (ambar işçisi) magazijnbediende d. |
| AMBROZIJN | abihayat, bengisu, |
| amcalık het | oom zijn |
| Ameliyat oldu. | Hij heeft een operatie ondergaan. 13 / van nut zijn, |
| amorti etmek | / zijn inleggeld terugkrijgen |
| analık etmek | / zich als moeder gedragen, als een moeder zijn voor |
| anası kadir | gecesinde doğurmak onder een gelukkig gesternte geboren zijn, |
| anasından kadir | gecesi doğmak nder een gelukkig gesternte geboren zijn, een |
| anasından şanssız | doğmak voor het ongeluk geboren zijn |
| anasının karnında | nasıl durmuş? Hij heeft geen rust in zijn kont. Hij kent |
| ancak | (sadece) slechts, alleen, 2 (olsa olsa) op zijn hoogst, ten |
| andermans oog | zien, maar niet de balk in zijn eigen. |
| anders gelukkig | zien, 2 (cezasını görmek) zijn verdiende loon/straf krijgen |
| angaje etmek | / engageren, verbinden, gebonden zijn aan |
| ANGSTIG | 1 korkak, ürkek, yüreksiz, tabansiz, zijn korkak |
| Ankara'da ki | die van/in Ankara, Onun ki de/het zijne/hare, die/dat van |
| anladiği dilden | konuşmak, hoog/groots in zijn zijn (geçmişi ile) övünmek, |
| anlamak zijn | vak goed işini iyi bilmek, mesleğini iyi bilmek, 4 ze |
| anlat! iets | naar zijn helpen canina okumak, bir şeyi bozmak, mahvetmek, |
| anlayiş, kavrayiş, | niet goed bij zijn zijn kafasinda biraz olmak, kafadan |
| antenleri uzatmak | zijn voelhoorns uitsteken |
| antikalık | Antiek zijn 2 mec/fig (eksantrik) excentriciteit d. |
| antrepo magazijn | pakhuis stapelplaats d. |
| apışıp kalmak | verbluft zijn, zeer verbaasd staan te kijken |
| aptalın biri | olmak niet tot drie, tien kunnen tellen, stom zijn |
| ar damarı | çatlamak / n/ zeer onbeschaamd zijn, hondsbrutaal zijn |
| arabasını düze | çıkarmak de bergen over zijn, het moeilijkste/zwaarste gehad |
| arada dağlar | kadar fark var Er zijn ongelofelijk grote verschillen tussen |
| aradan çıkmak | (v. werk) tussendoor afgemaakt zijn |
| araları bozulmak | / n/ niet meer bevriend zijn, verbreken van de |
| araları iyi | olmak op goede voet staan, goede vrienden met elkaar zijn |
| araları yağlı | ballı olmak / n/ dikke vrienden zijn. |
| aralarında dağlar | kadar fark var Ze zijn zo verschillend als dag en nacht. |
| aralarında görüş | farkı olmak / n/ het oneens zijn |
| aralarından su | sızmamak / n/ dik met elkaar zijn, dikke vrienden |
| aralarından su | sızmamak / n/ dik met elkaar zijn, dikke vrienden zijn, |
| aramak | 1 zoeken, opzoeken, op zoek zijn naar (iets), 2 (ev vb.) |
| aranılmak | gezocht worden, 2 (revaç bulmak) in trek zijn, in de mode zijn, |
| arasinda saymak, | zijn geld parasini saymak, zijn dagen zijn geteld günleri |
| araştirma komisyonu, | in zijn araştiriliyor olmak |
| araya toplamak, | merkezileştirmek, zijn aandacht op (y)a/e |
| arayıp da | bulamadığı olmak / n/ zeldzaam en waardevol zijn voor iemand, |
| arayıp da | bulamamak / zeldzaam en waardevol zijn voor iemand, een |
| arayıp sormak | 1 informeren naar het welzijn (van iemand), 2 (ziyaret et |
| ardı arkası | kesilmemek / n/ eindeloos zijn, niet meer ophouden |
| ardiye memuru | magazijnmeester d. depotmeester d. |
| ardiye pakhuis | depot magazijn loods d. opslagruimte d. schuur d. |
| argo./plat | (borçlu ol iemand iets verschuldigd zijn |
| argo/plat | aan de kop zeiken, iemand aan zijn hoofd zeuren, |
| argo/plat verneuken, | 3 (yalan söyle liegen, zijn woord niet houden, 4 |
| arı kovanı | gibi işlemek (v. winkel enz.) te druk zijn, veel klanten/aanloop |
| arkadaşlık etmek | / 1 (arkadaşlık et bevriend zijn met, omgaan met |
| arkası kesilmek | / n/ 1 (bitmek) op zijn, 2 (sel vb.) ophouden, stoppen |
| armen | kollarini uzatmak, zijn tong dilini uzatmak, dilini çikarmak, 2 |
| arresteren, | / (işgal et bezetten, 6 / (söz vb. zijn |
| arsız olmak | onbeschaamd zijn, een plank voor z'n kop hebben, zich niet |
| artakalmak | (bitmemek) overblijven, over zijn, resteren, 2 /- den/ |
| arzusunda olmak | / n/ van plan zijn, zich voornemen |
| aşağı kalır | yeri olmamak /n, - den/ een pot nat zijn, precies hetzelfde |
| aşağı kalmamak | /- den/ niet minder zijn dan, een pot nat zijn, precies |
| asetik asit | azijnzuur |
| aşık olmak | / verliefd zijn/worden |
| aşınmak verslijten, | 3 mec./fıg. zijn levenskracht verliezen, 4 (eskimiş) |
| aşiri, şiddetli, | fena, çok, een e pijn şiddetli aci, op iemand zijn |
| asit, | (azijn) sirke |
| ask./mil. kantonneren, | het kamp opslaan, 3 biyo./biol. gastheer zijn |
| askıda kalmak | / onaf zijn, onopgelost blijven |
| aslanın ağzında | olmak / moeilijk te krijgen/vinden zijn, moeilijk |
| aslı astarı | olmamak / n/ op geen grond berusten, verzonnen zijn, uit de |
| aslı astarı | olmamak / n/ verzonnen zijn, uit de lucht gegrepen zijn |
| astığı astık | kestiği kestik olmak / n/ een tiran zijn, despotisch |
| at koşturmak | zijn eigen zin volgen, zich gedragen zoals hij wil, |
| atar tutar | ama ödleğin biridir, een grote hebben büyük konuşmak, de (zijn) |
| ateşe atmak | / zijn leven in de waagschaal stellen, zijn leven |
| atına binip | altındaki atı aramak zijn bril ophebben en ernaar zoeken, naar |
| atmak, zijn | kleren elbisesini çabucak çikarip atmak, 2 iemand de deur |
| avanaklık lichtgelovigheid | d. ’t makkelijk beet te nemen zijn |
| avare kalmak | werkloos worden, zijn baan verliezen |
| avcunu yalamak | naar iets kunnen fluiten, op zijn buik kunnen schrijven, |
| avcunun içi | gibi bilmek / (plek, stad) kennen als zijn broekzak, als |
| avcunun içi | gibi tanımak / (plek, stad) kennen als zijn broekzak, als |
| avcunun içinde | olmak iemand naar zijn pijpen laten dansen, iemand bespelen, |
| avrat boşamak | breken met een vrouw, scheiden van zijn vrouw |
| avukatlık yapmak | als advocaat werkzaam zijn |
| avurdu avurduna | geçmek / n/ zeer mager worden, vel over been zijn, sterk |
| ay | maand d. 2 (uydu) maan d. Mart ayı, dert ayı Maart roert zijn staart. |
| ay bacayı | açmak de boot/trein missen, te laat zijn, te veel tijd verlopen |
| ayağı bağlı | olmak / n/ aan handen en voeten gebonden zijn, verhinderd |
| ayağı ile | gelmek een makkie zijn, in de schoot geworpen krijgen |
| ayağı suya | ermek / n/ zijn lesje krijgen |
| ayağına bağ | olmak / n/ een blok aan iemands been zijn, iemand |
| ayağına kara | su inmek / n/ erg moe zijn, uitgeput zijn (door het lopen) |
| ayağına su | dökememek / n/ verreweg d mindere van iemand zijn, niet in |
| ayağına su | dökememek / n/ verreweg de mindere van iemand zijn, |
| ayağını denk | almak uitkijken, op zijn hoede zijn, oppassen, bedacht zijn |
| ayağını sürümek | 1 (ölmek üzere olmak) op sterven na dood zijn, erg ziek |
| ayağının tozu | ile direkt na zijn thuiskomst |
| ayak diremek | / zijn poot/been stijf houden, erop staan, niet toegeven, |
| ayakları birbirine | dolaşmak / n/ over zijn eigen been/voeten struikelen |
| ayakları yere | değmemek / n/ heel blij zijn, uitgelaten zijn, in de |
| ayaklarına kara | su inmek / n/ uitgeput zijn (door het lopen) |
| ayakta duracak | hali kalmamak op zijn laatste benen lopen, uitgeput zijn, |
| ayakta uyumak | verstrooid zijn, suffen, afwezig zijn |
| aybaşı olmak | ongesteld zijn, menstruatie hebben |
| ayıbını yüzüne | vurmak iemand zijn fout onder de neus wrijven |
| ayıkla pirincin | taşını Wat een pech! Nu zijn we in de aap gelogeerd! |
| ayıkmak bij | bewustzijn komen, bijkomen, tot zichzelf komen, nuchter worden |
| ayılıp bayılmak | 1 iets ontzettend mooi vinden, gefascineerd zijn door, 2 |
| ayının kırk | türküsü var, kırkı da ahlat üstüne Hij berijdt altijd zijn |
| ayıplanmak afgekeurd | worden (voor zijn gedrag), veroordeeld worden |
| ayır- | veel aandacht besteden aan, veel bezig zijn met |
| aymak - | ar weer bijkomen, tot bewustzijn komen, nuchter worden |
| aynı bokun | soyu (k/vulg) Dat is een pot nat. Ze zijn van/uit dezelfde klei |
| aynı büyüklükte | olmak / van dezelfde grootte zijn, gelijk zijn in |
| aynı deliğe | işemek / k/vulg een pot nat zijn, in een pot pissen, twee |
| aynı düşünmemek | / het oneens zijn, het niet eens zijn |
| aynı görüşte | olmak / het eens zijn |
| aynı görüşü | paylaşmak / het eens zijn met, eenzelfde mening delen |
| aynı kafada | olmak / twee handen op een buik zijn |
| aynı kanıda | olmak het eens zijn, eenzelfde mening delen |
| ayranı duru, | ekmeği kuru olmak zijn kostje gekocht hebben, zijn schaapjes |
| ayranım ekşi | diyen olmaz Niemand ziet zijn eigen gebreken. |
| ayrı baş | çekmek 1 (bildiğinden şaşma uit de pas lopen, zijn eigen weg |
| ayrıksılık afwijking | d. uitzonderlijk zijn |
| ayrilmak, çikmak, | van het personeel zijn 200 mensen afgevloeid |
| ayrilmak, devam | edememek, iptal olmak, (sakata, çürüğe) ayrilmak, er zijn |
| ayrilmayin, hij | is blijven oturup kaldi, zijn kinderen blijven zitten |
| ayrısı gayrısı | olmamak / dikke vrienden zijn en elkaar alles gunnen |
| ayvayı yemek | in de aap gelogeerd zijn, in de puree zitten |
| ayyaş olmak | aan de drank zijn |
| ayyuka çıkmak | overal bekend zijn, overal besproken worden, overal onderwerp |
| az gelmek | / 1 (yetmemek) tekort schieten, niet genoeg zijn, 2 |
| az, | zijn kusurlu olmak, de en fakirler, yoksullar |
| azara müstahak | olmak, dank teşekkürü hak etmek, zijn verdiende loon |
| azarlamak, een | pak slaag geven) birine tokat atmak, op zijn krijgen |
| AZIJN | sirke, men vangt meer vliegen met een lepel stroop |
| azijn en | olie |
| AZIJNZUUR | asetik asit, |
| azınlıkta kalmak | in de minderheid zijn |
| azmetmek - | der / vastberaden, vastbesloten zijn om iets te doen |
| azraile bir | can borcu olmak aan niemand iets schuldig zijn, aan nieman iets |
| b te | laat zijn) geç kalmak, yetişememek, buiten het je pissen zina |
| b yok | et naar zijn grootje helpen, vernietigen, vernielen, kapotmaken, |
| baantje, zaak, | winkel enz.) de plaats waar iemand zijn kost verdient |
| BAARD | ( en) 1 sakal, zijn laten staan sakal birakmak, de in |
| baasje, het | erg druk hebben, ergens druk mee bezig zijn |
| babaları tutmak | / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn |
| baban nasil? | hoe gaat het met u? nasilsiniz? 6 (lukken, mogelijk zijn) |
| babası tutmak | / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn |
| babasına çekmek | een aardje naar zijn vaartje hebben |
| babasini kaybetmek, | öksüz kalmak, zijn leven hayatini yitirmek, de oorlog |
| babasının oğlu | Hij heeft een aardje naar zijn vaartje, Zo vader zo zoon. |
| Babasnın onun | üstünde oldukça etkisi var, Zijn vader heeft een grote |
| bacakları kopmak | / n/ geen been meer kunnen verzetten, uitgeput zijn, |
| bacakları tutmamak | / n/ geen been meer kunnen verzetten, uitgeput zijn, |
| bağdaşmamak | indruisen tegen, in strijd zijn met, onverenigbaar zijn |
| bağımsızlaşmak | op zijn eigen benen staan, vrij worden, 2 (land) |
| bağlamak, | (blik, oog) dikmek, zijn ogen op iets gözlerini bir şeye |
| bağlamak, op | zijn fortuin talihine güvenmek III h, güven, itimat, inanç, |
| bağlaşıklık het | geallieerd zijn, bondgenootschap alliantie d. |
| bağlaşma het | geallieerd zijn, bondgenootschap alliantie d. |
| bağlı olmak | gebonden zijn aan. |
| bahçelik | plaats waar veel tuinen zijn d. 2 (Bahçeye uygun) geschikt voor |
| bahtı açık | olmak een zondagskind zijn, onder een gunstig gestemde geboren |
| bahtı kara | olmak voor het ongeluk geboren zijn, een ongeluksvogel zijn, een |
| bahtsızlık ongelukkig | zijn |
| bakakalmak, het | hart op zijn pen hebben çok açik kalpli olmak, hij heeft |
| bakar kör | olmak ziende blind zijn |
| bakarsın | (belki) misschien, wie weet, 2 (eğer) mocht het het geval zijn, |
| bakim, onder | zijn tedavi altinda olmak, 3 (v, onderwerp) işlem, |
| bakımsızlık | slecht onderhouden verwaarloosd zijn, verkommerd zijn, 2 |
| bakişlar, | zijn hasetçi olmak, |
| bakmak, zijn | plicht görevini yerine getirmek, een les voor iemand biri |
| BALEIN | ( en) çubuk, sirik, de en van deze paraplu zijn van |
| Bang | Zijn |
| Bang Zijn | korkmak,Bang Zijn |
| bardağini devirmek, | zijn stoel sandalyeyi/sandalyesini devirmek |
| baş koymak | / bereid zijn zijn leven te wagen voor |
| basamak yapmak | / (birini) iemand voor zijn karretje spannen, iemand |
| başarılı olmak | /- de/ goed in iets zijn, succesvol zijn, succes hebben |
| başı bağlı | olmak / n/ 1 een blok aan het been zijn, 2 (evli, nişanlı ol- |
| başı boş | kalmak / n/ ongehinderd zijn gang gaan, vrij spel hebben |
| başı boş | kalmak 1 vrijgelaten zijn, 2 (korunmamak) niet bewaakt worden |
| başı dönmek | / n/ duizelig zijn, zich duizelig voelen, sterretjes zien, |
| başı göğe | değmek / n/ in de zevende hemel zijn, erg gelukkig zijn |
| başı göğe | ermek / n/ in de zevende hemel zijn, erg gelukkig zijn |
| başı göl, | ayağı sel Laat hem maar zijn gang gaan! |
| başı kalabalık | olmak / n/ 1 (işi çok ol geen tijd hebben om op zijn |
| başı kazan | gibi olmak helemaal gaar zijn, geestelijk uitgeput zijn, |
| başı sıkışmak | / n/ veel werk omhanden hebben, zijn handen vol hebben, |
| basıklık laag | zijn |
| başına bitmek | / n/ 1 lastig vallen, lastig/vervelend zijn, 2 |
| başına devlet | kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een |
| başına devlet | kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, veel |
| başına eşkimek | / n/ iemand tot last zijn, iemand voortdurend lastig |
| başına karalar | bağlamak rouwen, zeer verdrietig zijn, treuren |
| başına sarmak | /, n/ 1 (başını örtmek, met iets) zijn hoofd bedekken, |
| başına talih | kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een |
| başına vurmak | / n/ 1 op zijn kop slaan, 2 (içki) een kater hebben, een |
| başında ekşimek | / n/ iemand tot last zijn, iemand voortdurend lastig |
| başında yazılı | olmak door het lot bepaald zijn, voorgeschreven zijn |
| başından aşmak | / n/ overstelpt zijn met, te veel zijn (voor iemand) |
| başından büyük | işlere girişmek te veel hooi op zijn vork nemen |
| başından büyük | işlere kalkışmak te veel hooi op zijn vork nemen |
| başından büyük | işlere karışmak te veel hooi op zijn vork nemen |
| başını kaşımaya | eli değmemek / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn |
| başını kaşımaya | vakti olmamak / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn |
| başını koltuğunun | altına almak zijn leven op het spel zetten, zijn leven |
| başını ortaya | koymak zijn leven riskeren, zijn leven wagen |
| başının dikine | gitmek niet naar iemand luisteren, zijn eigen weg gaan |
| basıp gitmek | de hort op zijn/gaan |
| baskın olmak | overheersen, dominant zijn |
| başlamak ingaan, | beginnen, van kracht zijn, 8 / (metal graveren, |
| başlamak, zij | zijn begonnen! onlar başladilar! 2 (openen) het |
| başlayip gelişmek, | aan de zijn işlemde/muamelede olmak, |
| başta gelmek | vooropgaan, voorgaan, het voornaamste zijn |
| baştan aşmak | overstelpt worden, te veel zijn (voor iemand), overmand |
| bastığı yeri | bilmemek mec./fıg. 1 zijn plaats niet weten, 2 (çok sevinçli |
| bastirildi, zijn | boosheid overstemde zijn gevoel van medelijden kizginliği |
| bastirmak, | zich kendine kendini tutmak, hakim olmak, zijn tranen |
| batakçı | (borcunu ödemeyen) iemand die zijn schulden niet betaalt, 2 |
| batıcılık het | westers zijn, het aannemen van westerse levenswijze |
| bayatlık | (eskimişlik) het bedorven zijn, het niet vers zijn, verrot zijn, |
| baygın düşmek | flauwvallen, in zwijm vallen van zijn stokje gaan/vallen |
| bayılmak | flauwvallen, (narkozla) het bewustzijn verliezen, buiten kennis |
| bayilmak, | zijn op iemand birini çok beğenmek, door het te heen |
| bebek beklemek | in verwachting zijn, zwanger zijn, een kind verwachten |
| BEBLOED | kanli, kan lekeli, kanla kapli, zijn gezicht was geheel |
| becerikli olmak | /- de/ handig zijn, bekwaam zijn |
| beceriksiz olmak | /- de/ onhandig zijn, twee linkerhanden hebben |
| bedient, moet | van het altaar leven. Ieder vist op zijn getij. |
| bedoeling | plan, niyet, maksat, van zijn niyetinde olmak, van zijn om |
| bedriegen, niet | ontrouw zijn |
| BEDUCHT | korkmuş, zijn voor iets/iemand bir şeyden/birinden |
| been | zijn |
| BEEN | (benen) 1 bacak, zijn breken bacağini kirmak, met het |
| begerig zijn, | gretig zijn, 4 (yememiş olmak) nuchter zijn |
| behalve | dan/den başka, zijn vader had hij niemand babasindan |
| BEHEPT | zijn met ...ile saplantili, ile dolu, hij is met |
| behoort iemand | met zijn verjaardag te feliciteren birinin doğum |
| BEHUISD klein | zijn küçük evde oturmak, küçük evi olmak, ruim |
| BEKAF | çok yorgun, mecalsiz, bitkin, zijn ölesiye yorgun olmak, |
| bekend staan, | zijn goede naam verliezen, een slechte reputatie krijgen |
| BEKLAG | şikayet, zijn doen over iets bir şeyden şikayet etmek, |
| beklentinin ötesinde, | in zijn hamile olmak, bebek beklemek, ze is in |
| BEKNELLEN | g, (beknelde, h, bekneld) sikiştirmak, bekneld zijn |
| BEKOELEN | gs, (bekoelde, is bekoeld) soğumak, zijn ijver bekoelt |
| BEKOMMERD | (om, over) endişeli, tasali, kaygili, zijn over de |
| bekomst zijn | van iets, hebben bir şeyden gina getirmek/bikmak, |
| belang zijn, | prioriteit hebben, 3 / (insan, etkisi olmak) grote invloed |
| belang zijn, | prioriteit hebben, c) / (insan) grote invloed hebben, |
| belasını bulmak | zijn verdiende straf krijgen, zijn verdiende loon krijgen, |
| beline kazmayi, | saçma, hiç ilgisi yok, met geen aan te pakken zijn |
| belini doğrultmak | zijn rug rechten, overeind krabbelen, (iyileş beter |
| belirlemek, | kiezen tegen karşi cephe almak, van de zijn katilmak, |
| belirlemek, fig/mec | zijn woorden sözlerini tartmak, II gs, ağirliği olmak, |
| belli olmak | duidelijk worden, blijken te zijn, blijken |
| BELOFTE | (n) söz, vaat, zijn breken sözünü tutmamak, zijn |
| BELOOP | (gang) akiş, gidişat, gidiş, iets op zijn laten bir |
| BELUST | (er, meest ) zijn op (y)a/e düşkün olmak, (y)a/e |
| bemoeien, | (iş vb.) op zijn beloop laten, de boel de boel laten |
| BEMOEIENIS | ( sen) karişma, müdahale, door zijn onun |
| ben ben | demek zeer egoistisch zijn, egocentrisch handelen, alleen maar om |
| ben buraya | geleli daha iyiyim, II ilg, dan/den beri, dan/den sonra, zijn |
| ben buraya | geleli daha iyiyim, II ilg, dan/den beri, dan/den sonra, zijn |
| ben hier | al buraya aliştim, met iemand worden (zijn) biri ile |
| bencil olmak | egoïstisch/egoïst zijn |
| bengisu - | yu godendrank d. ambrozijn levenselixer |
| Benieuwd | Zijn |
| BENIEUWD | merakli, naar iets zijn bir şeye merakli olmak, bir |
| Benieuwd Zijn | merak etmek,Benieuwd Zijn |
| benijden, jaloers | zijn op, 3 (katlanamamak) niet kunnen uitstaan |
| benim, sirada | benim, zijn afwachten sirasmi beklemek, wie is aan |
| benimsenmek geaccepteerd | worden, aanvaardbaar zijn, aannemelijk zijn, |
| benliğinden çıkmak | zichzelf verliezen, niet meer zichzelf zijn |
| benutten, zijn | laatste hulpmiddel inzetten |
| benutten, zijn | laatste hulpmiddel inzetten |
| beraber olmak | / met iemand samen zijn |
| bereid zijn | om, ingaan op, 5 / (birine zich inlaten met, |
| bereiken, yarısı | bit voor de helft op zijn |
| bereketli olsun | Moge het overvloedig zijn |
| berhudar olmak | blij zijn, gelukkig zijn, |
| berijdt altijd | zijn stokpaardje. Hij slaat altijd op hetzelfde aambeeld. |
| beroep van | teler, fabrikant zijn, beroep van teler, kweker, beroep |
| beş kuruşun | ardına bakmak dood blijven op een halve cent, op de centen zijn |
| beş para | etmemek geen stuiver waard zijn, geen schot kruit waard zijn, |
| beş paralık | olmak zijn goede naam verliezen, te schande gebracht worden |
| beschikbaar zijn, | niet bezet zijn, 5 ( - ol werkloos zijn, 6 (bilgisiz |
| BESTAAN I | f, gs,(bestond, h, bestaan) 1 (in wezen zijn) mevcut |
| BESTAND I | s, dirençli, dayanikli, zijn tegen ...karşi dayanikli |
| besteden aan | zijn uiterlijk, 2 (kendini kontrol etme alle remmen |
| betalen, | (cezasını bul zijn verdiende loon krijgen |
| beter dan | Kendi dalında, onun üstüne yok, Hij is de beste in zijn |
| beter worden, | niet meer bedlegerig zijn, 11 (kalkışmak) (gitmeye/yapmaya |
| beterde, | gebeterd) zijn leven yaşamini düzeltmek, hayatina |
| BETERHAND aan | de zijn (hasta) iyileşiyor olmak, |
| BEU | (van) iets zijn bir şeyden usanmak, bikmak, ik ben het |
| BEURT | ( en) sira, saf, aan de zijn sirada olmak, ik ben aan |
| BEVEN | gs, (beefde, h, gebeefd) 1 titremek, sarsilmak, zijn stem |
| BEVREESD | z, ( er, meest ) korkmuş, (bezorgd) endişeli, zijn |
| BEVRIEND | içli dişli, samimi, senli benli, dostça, ze zijn |
| bevroren donmuş | et, zijn eigen en bloed çoluğu çoçuğu, weten wat voor |
| BEWUST | z, 1 (bewustzijn hebbende) bilinçli, şuurlu, zich zijn |
| bewust zijn | van wat er speelt in de wereld, 3 (şehir, v. stad) in |
| BEWUSTZIJN | şuur, bilinç, het nationale ulusal bilinç, het |
| bewustzijn raken, | buiten zichzelf zijn, in trance raken, in extase raken, in |
| bewustzijn zijn, | bewusteloos zijn, het bewustzijn verliezen, niet helder |
| BEWUSTZIJNSVERRUIMEND | anormal şuur oluşturan, şuur |
| beyni patlamak | / n/ geestelijk uitgeput zijn, helemaal gaar zijn |
| beyni sulanmak | seniel worden, geestelijk uitgeput zijn, dement worden |
| beyninden vurulmuşa | dönmek van streek zijn, verbluft staan, staan te kijken |
| BEZEREN | g, (bezeerde, h, bezeerd) incitmek, yaralamak, zijn hand |
| BEZETEN | düşkün, deli, van iets zijn bir şeyin delisi olmak, |
| BEZIG | z, 1 meşgul, dolu, zijn met ...ile meşgul olmak, met |
| bezirganlık sjacheraar | zijn |
| BEZWEET | terli, ter içinde, geheel zijn tamamen terli olmak, |
| biber, in | de mond) branden, bitter zijn, 5 (ışık aandoen, 6 |
| bıçak -, | zijn mes) trekken, 31 / (diş -, tand) trekken, 32 / |
| biçilmiş kaftan | olmak / ergens geknipt voor zijn, ergens zeer geschikt |
| biçimlenmek, zijn | leven op het spel hayatini tehlikeye atmak, zich iets |
| BIES I | d, (biezen) bot, saz II d, (biezen) şerit, bağ, kaytan, zijn |
| bij een | verjaardag een cadeautje te geven. patron olmak de baas zijn, 4 |
| bij iemand | birinin gözünden düşmek, in zijn gözden düşmüş olmak |
| bij zijn | zijn/komen kendine gelmek |
| BIJEENZIJN | gs, (was bijeen, is bijeengeweest) birlikte olmak, |
| BIJSTER I | s, het spoor zijn yolunu kaybetmiş olmak, II z, |
| BIJZIJN | huzur, in het van önünde, karşisinda, huzurunda, |
| bıkkınlık gelmek | /- e, - den/ iets beu zijn, er tabak van hebben, er schoon |
| BIL | ( len) kalça, kaba etlerden biri, wie zijn len brandt, |
| bildiğinden şaşmamak | het been stijf houden, zo koppig als een ezel zijn |
| bildiğini okumak | voet bij stuk houden, op z'n stuk blijven staan, zijn |
| bildirmek, gümrüğe | bildirmek, zijn onkosten giderlerini bildirmek |
| bileğine güvenmek | op zijn vuist/kracht vertrouwen |
| bilgisi dışında | / n/ buiten zijn medeweten |
| bilinç | bewustzijn sınıfbilinci klassenbewustzijn 2 mec./fıg. besef |
| bilinçaltı - | nı onderbewustzijn onderbewuste |
| bilinmek | (tanınmak) bekend zijn, 2 (açığa çıkmak) aan het licht komen, |
| bilinmezlik mysterie | het onbekend zijn |
| bilir een | slimme persoon weet waar zijn kansen liggen. |
| bilirim, | (mogelijk zijn) mümkün olmak, olabilir olmak, belki olmak, dat |
| bin kalıba | girmek verschillende banen uitproberen, constant zijn mening |
| bin pişman | olmak spijt als haren op zijn hoofd hebben, erg berouwvol zijn |
| bindiği dali | kesmek, noch vis zijn hiçbir kaliba uymamak, (politikada) |
| binmek, hirsindan | köpürmek, barut gibi olmak, zijn op iemand (over iets) |
| BINNENSTE | en iç kisim, in zijn yüreginde, kalbinde, |
| bir | yerde het naar zijn zin hebben, zich thuis voelen, zich |
| Bir Basina | Op Zijn Eentje,Bir Basina |
| bir boka | yaramamak k./vulg. totaal nutteloos zijn, geen enkel nut hebben |
| bir bütün | olmak een zijn/worden, verenigd zijn, zich verenigen |
| bir dediğini | iki etmemek / n/ iemand op zijn wenken bedienen, iemands |
| bir dere | dolar, als de voor iets zijn bir şeyden ölesiye korkmak, |
| bir deri | bir kemik kalmak vel over been zijn, broodmager zijn |
| bir dikili | ağacı olmamak / n/ geen nagel hebben om zijn gat te krabben, |
| bir dine | salik olmak, 3 zijn geloof inanci ikrar etmek, bir dine |
| bir eli | yağda bir eli balda olmak welgesteld zijn, bemiddeld zijn, gegoed |
| bir fincan | kahvenin kırk yıl hatırı vardır Het zijn de kleine dingen die 'm |
| bir görüşte | olmak / het eens zijn |
| bir işe | yaramamak van nul en gener waarde zijn, nergens toe dienen |
| bir kaba | işemek een pot nat zijn, twee handen op een buik zijn |
| bir kalıptan | çıkmak op dezelfde leest geschoeid zijn |
| bir keklik | kirdaki on kekliğe bedeldir, men kent de aan zijn veren diş |
| bir kuruşun | ardına bakmak zeer gierig zijn, op een cent kijken |
| bir olmak | een zijn, een eenheid vormen, de krachten bundelen |
| bir şeyde | parmağı olmak / n/ in iets betrokken zijn, de hand,in iets |
| bir şeye | benzememek geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben |
| Bir Seye Duskun Olmak | tuk~op iets zijn,Bir Seye Duskun Olmak |
| bir sıkımlık | canı olmak / n/ zeer mager zijn, erg zwak zijn, vel over |
| bir tepe | yıkılır, bir dere dolar De een zijn dood is de ander zijn brood. |
| bir yararı | olmamak / n/ geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben |
| bir yeri | als zijn broekzak kennen |
| bırakmak | / (koyuvermek, elinden loslaten, 2 (düşürmek) uit zijn |
| birakmak, het | er/daarbij bir şeyi bitmiş kabul etmek, zijn/iemands doen en |
| birakmak, iemand | zijn kamer birine odasini vermek |
| biraz daha | ucuz, een of tien aşaği yukari on, een in zijn kraag hebben |
| birbirine bağlı | olmak (düşkün ol aan elkaar gehecht zijn |
| birebir gelmek | / meest effectief zijn tegen, het enige/beste middel |
| biri ile | yatmak, zijn je is gespreid geleceği garantili, in een |
| birinci | ol de eerste zijn |
| Birinden Hoslanmak | toegedaan (iemand~zijn ),Birinden Hoslanmak |
| birine kendisiyle | konuşma imkani vermek, over zijn en struikelen |
| birini işten | atmak, dat past precies in zijn je tam onun istediği gibi, |
| birini öldürmek, | iemand van zijn vrijheid birine özgürlüğünü |
| birini ölümle | tehdit etmek, birinin hayatina kastetmek, zijn op het spel |
| birini serbest | birakmak, zijn hond köpeği serbest birakmak, köpeği başi |
| Birini Sevmek | toegedaan (iemand~zijn ),Birini Sevmek |
| birinin - | ) iemand gelukwensen met zijn/haar verjaardag, iemand |
| birinin dersini | vermek, laat hem in zijn eigen gaar koken (smoren) birak |
| birinin kurtuluşu | için dua etmek, ziek zijn met van loon maaşi |
| birlikte olmak | / samen zijn, bijeen zijn |
| bıtırak gibi | yapışmak / opdringerig zijn, voortdurend lastig vallen |
| bitirilmiş olmak, | het werk is iş hazir, bitti, b) (afgemat zijn) |
| bitirmek, sarf | etmek, (hepsini) yemek, zijn geld parasini harcayip |
| bitirmek, zijn | zorgen endişeleri atmak, 2 zich dinlenmek, kafa dinlemek, |
| bitirmiş olmak | met iets klaar zijn |
| bitkin düşmek | op zijn tandvlees lopen, doodmoe/afgemat/uitgeput zijn |
| bitmek tükenmek | bilmemek overvloedig zijn, rijk zijn aan) |
| bitmek, tamamlanmak, | met zijn werk işini bitirmek, de zaak komt op tijd |
| bitmiş, hazır | ol klaar zijn, gereed zijn, gereedstaan |
| bıyık altından | gülmek in zijn vuistje lachen |
| bıyık burmak | 1 zijn snor opdraaien, 2 mec./fıg. zich airs geven, pedant |
| blij zijn, | een gat in de lucht springen van blijdschap, eski kulağı kesik |
| blijdschap, door | het dolle heen zijn |
| blijken te | zijn |
| blijven staan, | zijn zin doordrijven |
| bloed akmak, | het bloed loopt uit zijn neus burnundan kan akiyor, 5 (v, |
| BLOOTJE z, | in zijn çiril çiplak, anadan doğma, |
| blozen kizartmak, | renk vermek, allamak, al yapmak, schaamte kleurt zijn |
| blussen, | mec./fig. (birini bir şeyden iemand zijn interesse |
| BLUT | zijn a) oyunda her şeyini kaybetmiş olmak, b) (zonder |
| BOD | hand/tic teklif, een doen teklif yapmak, zijn verhogen |
| boeken zijn | er? kaç kitab var? |
| BOELTJE | (s) pili pirti, ufak tefek eşya, ivir zivir, zijn |
| BOEMEL | aan de zijn dişari eğlenceye gitmek, |
| BOERENFLUITJES op | zijn dağinik düzensiz, iyi hazirlanmadan, |
| boğaz derdine | düşmek aan de kost zien te komen, in zijn onderhoud moeten |
| boğaz derdine | düşmek aan de kost zien te komen, in zijn onderhoud moeten |
| boğazı gıcıklanmak | / n/ een kikker in zijn keel hebben |
| Bogazi Tikanma | Stikken (Zijn) ,Bogazi Tikanma |
| boğazına düşkün | olmak smulpaap/slokop zijn, geen maaltijd missen |
| boğazına kadar | borç içinde olmak tot aan zijn nek in de schuld zitten, tot |
| boğazına kadar | tot aan zijn nek |
| boğazlamak, işini | bitirmek, birini öldürmek, over zijn gaan (van iets) a) |
| boğuşmak, aan | het slaan itişmeye başlamak, ze zijn aan het |
| bohçası hazır | olmak / n/ bepakt en bezakt zijn |
| bohçasını toplamak | zijn boeltje pakken, bepakt en bezakt zijn |
| bok yoluna | gitmek k./vulg. zijn leven verliezen voor niets |
| BOKKEN | gs, (bokte, h, gebokt) 1 (nors zijn) somurtmak, surat |
| boklamak, altina | kaçirmak, altina etmek, in zijn broek korkudan altina |
| bol bol | yiyen, bel bel bakar Wie zijn wittebrood vóór eet, moet zijn |
| BOMBAZIJN | kalin pamuklu kumaş, |
| BONT I | s, z, 1 renkli, rengarenk, alabele, benekli, de kleuren zijn |
| BOONTJE | (s) fasulyecik, komt om zijn loontje insan hak |
| borç gırtlağa | çıkmak tot aan zijn nek in de schulden zitten, veel schulden |
| borca batmak | stevig in de beer zitten, veel schuld hebben, tot over zijn |
| borçlu olmak, | zijn om meye zorunlu olmak, daartoe voel ik me onun için |
| borçsuzluk het | schuld vrij zijn, het schuld vrij zijn |
| borcu kapatmak | zijn schuld afbetalen/aflossen |
| borcu silmek | zijn schuld betalen/voldoen/aflossen, afbetalen, verrekenen, |
| borcunu ödemek | / 1 zijn schuld betalen/voldoen/ aflossen, verrekenen, |
| boş bulunmak | 1 (sakıncalı şeyi söyle zijn mond voorbijpraten, 2 (ağzıyla |
| boş gezmek | 1 (işsiz ol werkloos zijn, 2 (boş dolaş leeglopen, luieren |
| boş olmak | 1 (dolu olma vrij zijn, onbezet zijn, (kiralanmamış ol |
| boş oturmak | 1 (işsiz ol werkloos zijn, 2 (yapacak işi olma niets om |
| Bosama(Ayrilik) | Zijn/Haar Man Verstoten,Bosama(Ayrilik) |
| boşamak | zijn vrouw/haar man verstoten |
| boşboğazlık etmek | zijn mond voorbijpraten, een geheim prijsgeven, (per |
| boşluk kalmak, | 2 (v, tijd) gün atlamak, başka güne rastlamak, 3 zijn voet |
| boşta gezmek | leeglopen, werkloos zijn |
| boşta kalmak | werkloos zijn, geen vast werk kunnen vinden |
| bot verkleumd | zijn, het heel erg koud hebben |
| BOTVIEREN | g, (vierde bot, h, gebotvierd) zijn hartstochten |
| boven de | leer, Op oud ijs vriest het licht. Een vos verliest wel zijn haren, |
| boven gaan, | niet te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak) ongelooflijk zijn, |
| boven mijn | benim gücümü aşar, in zijn hebben om... ye gücü olmak, met |
| boven zijn | zijn zilzurna sarhoş olmak, pilot olmak, leyla olmak, kör kütük |
| bovendien, Okulun | yanı sıra birde çalışıyor. Naast zijn studie werkt |
| bovenmenselijk zijn, | bijzonderheid d. uitzonderlijkheid d. |
| boya tutmak | kleurecht zijn |
| boydan kaybetmek | kd./spreekt. klein zijn (v. gestalte) |
| boylamak, ulaşmak, | ik kom eraan (oraya) geliyorum, 2 aanstaande zijn) yolda |
| boynu kıldan | ince olmak bereid zijn zijn straf te accepteren, bereid zijn |
| boynuz kulağı | geçmek zijn oudere overtreffen, zijn oudere te boven gaan |
| boynuz takmak | / iemand horens opzetten, ontrouw zijn, overspel plegen |
| boyundan büyük | işlere girişmek te veel hooi op zijn vork nemen |
| boyunduruk altına | girmek zijn vrijheid verliezen en zich onderwerpen, onder |
| boyunun ölçüsünü | almak 1 (beceriksizliğini anla pijn lijden aan zijn |
| bozuk çalmak | mokken, bokken, (door ergernis) ergens boos om zijn, op iemand |
| bozuk olmak | defect zijn, kapot zijn |
| bozulmak, sinirleri | zayif olmak, op zijn en werken birinin sinirine |
| bozuntuya vermemek | zijn ontevredenheid verbergen/niet laten merken, zijn |
| bozuşmak | niet meer bevriend zijn, de vriendschap verbreken, uit |
| brengen, van | zijn stuk brengen, 11 (araştırarak doorzoeken, |
| BROEKZAK | ( ken) pantolon cebi, iets kennen als zijn bir şeyi |
| brug zoeken, | steken de dommen de beek over. De dommen zijn de wijzen te slim |
| Bu | kadar kusur kadı kızında da bulunur, Niets kan volmaakt zijn. Overal |
| Bu işi | yapmak için birkaç adam gerek. Er zijn een paar mensen nodig om dit |
| bu kadar | kusur kadı kızında da bulunur Elke gek heeft zijn gebrek. Niets |
| Bu ümmetten ilk önce kaldırılacak olan haya ve emanettir. | De eerste dingen die zullen worden verwijderd onder de Ummah (opvolger van de profeet Mohammed vrede zij met hem) zijn de verlegenheid en het vertrouwen (escrow) |
| bucak | hoek d. hoekje ucu bucağı olmamak / n/ eindeloos zijn, 2 |
| bücürlük het | klein zijn (v. postuur) |
| buiten gaan | siniri aşmak, ileri gitmek, alles heeft zijn her şeyin bir |
| buldukça bunamak | altijd meer willen hebben, nooit tevreden zijn, |
| bulmak, düzelmek, | kurtulmak, fig/mec van zijn luiheid is hij nog niet |
| bulmak, veel | fouten çok yanliş bulmak, 3 (van mening zijn) görüşünde |
| bulunmak | gevonden worden, 2 /- de/ (bir yerde) zich bevinden, zijn, 3 |
| bulunmak, een | boek bir kitabi degerlendirmek, iemand naar zijn |
| bulunmamak | /- de/ afwezig zijn, 2 (eksik ol ontbreken, missen, derven, |
| bulur, eden | bulur dünyasi, zijn eigen s doppen kendi işini kendi |
| buluttan nem | kapmak lange tenen hebben, gauw op zijn tenen getrapt zijn, |
| burama kadar | geldi, ! yeter! bu kadari fazla! Zichzelf zijn kendi kendine |
| burnu büyümek | / n/ zijn neus in de wind steken, naast zijn schoenen |
| burnu havada | olmak / n/ zijn neus in de wind steken, zich hoogmoedig |
| burnu kaf | dağında olmak / n/ het hoog in zijn bol hebben, verwaand zijn, |
| burnu kanamak | / n/ een bloedneus krijgen, uit zijn neus bloeden |
| burnu kitaptan | kalkmamak / n/ met zijn neus in de boeken zitten |
| burnundan kıl | aldırmamak lange tenen hebben, (verwaand zijn en) niet tegen |
| burnunu sokmak | / zich bemoeien met, zich ergens inmengen, ergens zijn |
| burnunun dikine | gitmek zijn eigen gang gaan, halsstarrig optreden |
| burnunun ucundakini | aramak zijn fiets/paard zoeken en erop zitten |
| burnunun ucundakini | görmemek zijn fiets/paard zoeken en erop zitten |
| burnunun ucunu | görmemek 1 (dar kafalı ol niet verder kijken dan zijn |
| burnunun ucunu | görmemek kortzichtig zijn, niet verder kijken dan zijn neus |
| burnunun ucunun | ötesini görmemek kortzichtig zijn, niet verder kijken dan |
| bürosunda op | zijn kantoor |
| burun bükmek | / zijn neus ophalend optrekken voor iets |
| burun karıştırmak | in zijn neus peuteren |
| burun kıvırmak | / zijn neus ophalend optrekken voor iets, zijn neus |
| burun sokmak | / (her şeye) zijn neus overal insteken, zich overal mee |
| burun temizlemek | zijn neus snuiten |
| burup kaldirmak, | zijn paraplu şemsiye açmak, II gs, ( , is ) esmeye |
| but dijbeen | (hayvan - u) bout d. eti budu yerinde olmak goed in zijn |
| bütün bütün | 1 (parçalamadan) in zijn geheel, 2 (büsbütün) helemaal, |
| bütünüyle geheel, | in zijn geheel, (hepsi) alles |
| büyük aptesi | gelmek / n/ nodig moeten, aandrang hebben, zijn behoefte |
| büyük başari | göstermek, heen zijn sarhoş ya da ruhsal hasta olmak, re van |
| büyük etkisi | olmak, kaderini belirlemek, zijn leven op het zetten hayatini |
| buyurun cenaze | namazına Nou zijn we in de aap gelogeerd! |
| büyütmek,genişletmek, geliştirmek, | zijn zaken işini büyütmek, zijn kennis |
| çaba sarf | etmek / zich inspannen, zich volledig inzetten, zijn best |
| çabuk kızmak | gauw boos worden, snel op zijn teentjes getrapt zijn, gauw op |
| çabuk öfkelenmek | gauw boos worden, snel op zijn teentjes getrapt zijn, gauw |
| çabuk tepesi | atmak / n/ gauw boos worden, gauw op zijn paard zitten, |
| cadalozluk twistziek | zijn |
| cadılaşmak ruzieachtig/ruzielustig | worden, chagrijnig worden, uit zijn |
| çağdaşlık het | eigentıjds zijn, het modern zijn |
| çağdışı olmak | ouderwets zijn, uit de tijd zijn, niet modern zijn, (çürümüş, |
| çağın gerisinde | kalmak ouderwets zijn, niet met zijn tijd meegaan |
| cahil - | ) ongeletterd blijven, l3 (namuslu -, zijn eer) behouden, 14 (fakir |
| caiz olmak | geoorloofd zijn, toelaatbaar zijn, toegelaten zijn |
| caizlik toelaatbaarheid | d. het geoorloofd zijn |
| Cakirkeyf Olmak | kachel volslagen zijn,Cakirkeyf Olmak |
| çakırkeyf olmak | aangeschoten zijn. |
| çalışıp çabalamak | zijn (uiterste) best doen |
| çalişmak, zijn | verdriet üzüntüsünü canli tutmak |
| çalkalanmak | (ülke) in beroering raken, in oproer zijn, 2 (deniz, van zee) |
| çalkanmak | (ülke) in beroering raken, in oproer zijn, 2 (ağızlarda dolaş- |
| çalmadan oynamak | springen van vreugde, opgewonden zijn, zeer blij zijn, |
| cam, de | glazen wassen pencereleri yikamak, zijn eigen glazen ingooien |
| çamura bulaşmak | bij een laakbare daad betrokken zijn |
| çamura yatmak | (argo/plat) zijn beloften niet nakomen, zijn woord niet |
| can damarına | basmak / n/ iemand in zijn zwak tasten, iemand tegen het |
| can derdine | düşmek strijden voor zijn eigen leven of bestaan |
| can evinden | vurmak / iemand in zijn zwak tasten, iemand op zijn zwakke |
| can havliyle | in een wanhopige poging zijn leven redden |
| can kalmamak | bekaf zijn, doodmoe zijn, uitgeput zijn, kapot zijn |
| can kulağı | ile dinlemek / gekluisterd zijn aan, zeer aandachtig |
| can pahasına | ten koste van zijn leven |
| canı pahasına | ten koste van zijn leven |
| canı tatlı | olmak / n/ gesteld op gemak zijn, gemakzuchtig zijn |
| canından bezmek | levensmoe zijn |
| canından bıkmak | levensmoe zijn |
| canından usanmak | levensmoe zijn |
| canının derdine | düşmek strijden voor zijn eigen leven of bestaan |
| canının kıymetini | bilmek zijn comfort/gemak zoeken |
| canıyla ödemek | / met de dood moeten bekopen, zijn leven kosten |
| cansız düşmek | op zijn tandvlees lopen, doodmoe/afgemat/uitgeput zijn (door |
| capaciteiten zijn, | niet kunnen, niet kunnen, boven iemands pet gaan, Bu iş |
| çaptan düşmek | 1 (insan, v. mensen) oud worden, afgetakeld zijn, 2 (modası |
| çarpınmak | (elinden geleni yap zijn beste beentje voorzetten, zijn best |
| cascavlak kalmak | alle mogelijkheden verliezen, berooid zijn/achterblijven |
| çatılacak, eleştirilecek | kişi vb. v. kritiek/spot) mikpunt zijn |
| çatişma, | (onderwerp) konu, in het zijn tartişma konusu olmak |
| çatışmak | 1 (çelişmek) indruisen tegen, strijdig zijn met, 2 |
| çatlasa da | al knalt hij uit elkaar, al staat hij op zijn kop, of hij nu |
| causeur zijn, | klessebessen |
| çay içmek, | ze zijn aan het drinken onlar çay içiyorlar, zetten çay |
| çaylak olmak | nog niet droog achter de oren zijn, een groentje zijn, |
| caymak - | ar/- den/ zijn belofte intrekken, zich terugtrekken, opgeven, |
| cebi boş | olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen |
| cebi delik | olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen |
| cebinde akrep | olmak / n/ hand op de knip houden, gierig zijn, op de |
| cebinden çıkarmak | / iemand in de schaduw stellen, iemand in zijn zak |
| cebinin içi | gibi bilmek / als zijn broekzak kennen |
| çekilmemek niet | verdragen, onverdraaglijk zijn |
| çekinmek | /- den/ (cesaret edeme bang zijn voor, niet durven, 2 |
| çekinmek, yapmaktan | korkmak, zijn dat iets gebeurt bir şeyin |
| çekmek, bir | şeyi dikkate almamak, op zijn strepen staan çizgisini sürdürmek, |
| çekmek, hij | telde de dagen af tot het einde van zijn militaire |
| çelebilik hoffelijkheid | d. gentleman zijn |
| çelişmek | 1 (çelişik ol tegenstrijdig zijn, indruisen tegen, 2 |
| çelişmezlik eenduidigheid | d. het niet tegenstrijdig zijn |
| cenaze dode | d. lijk Buyurun cenaze namazına! Nou zijn we in de aap |
| çenebazlık gebabbel | geleuter geklets gekakel het praatziek zijn |
| çeneni! zijn | gebruiken saksiyi çaliştirmak, kafayi kullanmak, iemand op |
| çenesini tutmak | zijn mond houden, zwijgen |
| cesaretlilik het | moedig zijn, onbevreesd zijn |
| cevabı yapıştırmak | met een antwoord klaar staan, ad rem zijn |
| çevirmek, zwaar | op de zijn kötümser olmak, als de ene de andere wast, |
| cezasını bul- | ) zijn verdiende straf krijgen |
| cezasını bulmak | zijn verdiende loon krijgen, loon naar werken krijgen, zijn |
| cezasını çek- | ) het kind van de rekening worden, de dupe/pisang zijn |
| cezasını çek- | ) het kind van de rekening worden, de dupe/pisang zijn, 3 |
| cıcığı çıkmak | versleten zijn, afgemat zijn, uitgeput zijn |
| çikari olmak, | 2 (belangrijkheid) önem, ehemmiyet, van zijn önemli |
| çıkarına bakmak | op zijn eigen voordeel uit zijn |
| çikip temiz | hava almak, overal zijn insteken her şeye burnunu sokmak, het |
| çikiş, kovma, | iemand zijn geven birine çikişini vermek, indienen |
| çileden çıkmak | getergd zijn, woest zijn, razend worden |
| çılgınca yaşamak | aan de rol zijn, een losbandig leven leiden |
| cılız olmak | vel over been zijn, broodmager zijn |
| cılk çıkmak | 1 (yumurta, v. eieren) bedorven zijn, 2 (bozuk çık |
| cimri olmak | gierig zijn, op de centen zijn, een cent doormidden bijten |
| cimri, pinti, | zijn tutumlu olmak, een e auto ekonomik bir araba, en niet |
| cin çarpmak | / door de duivel bezeten zijn, krankzinnig zijn |
| cin tutmak | door de duivel bezeten zijn, krankzinnig worden, gek worden. |
| çingenelik | zigeuner zijn 2 mec./fıg. gierigheid d. 3 (arsızlık) |
| cini tepesine | çıkmak / n/ des duivels zijn, de duivel in het lijf |
| cini tutmak | / n/ 1 (kızgın) des duivels zijn, de duivel in het lijf |
| cinler cirit | oynamak /- de/ helemaal verlaten zijn, moederziel alleen zijn |
| cinler top | oynamak /- de/ helemaal verlaten zijn, moederziel alleen zijn |
| cinleri ayağa | kalkmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg |
| cinleri başına | çıkmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg |
| cinleri başına | toplanmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, |
| cinleri başına | üşüşmek / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg |
| çıraklık yapmak | /- de/ ergens in de leer zijn |
| çırpınma | (elinden geleni yapma) het zijn best doen, strijd d. 2 (hasta, |
| çırpınmak | (kuş) fladderen, 2 mec./fıg. zich inspannen, zijn best doen om |
| çivi gibi | olmak oergezond zijn, zo gezond als een vis zijn, kerngezond zijn |
| CLEMENT | z, yumuşak, yumuşak kalpli, merhametli, şefkatli, zijn |
| çocuklari evde | tutmak, 2 (bij zich houden) yaninda bulundurmak/tutmak, zijn |
| çok | kalabalık ol overvol zijn |
| çok | zaman ayır veel aandacht besteden aan, veel bezig zijn |
| çok aç | ol erge honger hebben, erg hongerig zijn, b) verhongeren, |
| Cok Cok Ac Olmak | Zeer Hongerig Zijn ,Cok Cok Ac Olmak |
| çok gelmek | 1 (fazla ol meer dan genoeg zijn, meer dan nodig is, 2 |
| çok hararetli | olmak, c) (verliefd zijn) sevdalanmak, sevdaya tutulmak, het |
| çok memnun | olmak /- den/ dik tevreden zijn |
| çok mutluydum! | o kadar mutluydum ki! zij zijn rijk çok zenginler, bir |
| çok şık | olmak er sjiek uitzien, tot in de puntjes verzorgd zijn |
| çok uğraş- | ) zijn uiterste best doen |
| çokkocalılık polyandrie | d. meer mannen getrouwd zijn |
| çökmek, v, | wangen) çökmek, haar wangen zijn ingevallen yanaklari çöktü, 5 |
| çoluğu çocuğu | zijn vrouw en zijn kind |
| çoluk çocuğa | kavuşmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met |
| çoluk çocuk | elinde kalmak aan onervaren mensen overgeleverd zijn, zich |
| çoluk çocuk | sahibi olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met |
| çömelip oturmak | op zijn hurken zitten |
| çömelmek hurken, | neerhurken, op zijn hurken zitten |
| cömert, eli | açik, zijn cömert olmak |
| compatibel/verenigbaar zijn | met, onderschrijven |
| compensatie dienen | karşilamak, iemand zijn veruren birinin fazla |
| CONGE | d, (s) (işten) ayrilma, çikiş, iemand ( zijn) geven |
| CONTENT | hoşnut, memnun, ergens niet mee zijn bir şeyden |
| continueren, | (depoda vb. bulunmak) in voorraad zijn, 14 (eylemsilerle) |
| CONTRAMINE | 1 zitlik, in de zijn zit olmak, karşi olmak, 2 |
| çorbada tuzu | bulunmak een steentje bijdragen, het zout in de pap zijn |
| çorbada tuzu | olmak een steentje bijdragen, het zout in de pap zijn |
| çözmek, zijn | slaat dubbel sarhoşluktan dili dolaşiyor, zijn uitsteken |
| çözüm zamani | vardir, sedert die o zamandan beri, uit de zijn modasi |
| çul içinde | arslan yatar Men kent de man niet aan zijn kleren. |
| çullanmak | opdringerig zijn, lastig vallen |
| çur etmek, | zijn tijd zamani boşa harcamak |
| cürümünü inkar | etmek zijn misdaad niet bekennen, zijn misdaad ontkennen |
| daar zijn. | cesur olmalısın. Je moet braaf zijn. Buraya geleli iki yıl oldu. |
| dağ I | berg d. arada daglar kadar fark var, er zijn ongelooflijk grote |
| dağitmak, iemand | van zijn werk birinin işinden dikkatini dağitmak, |
| dahil olmak | / 1 (katılmak) meedoen, 2 (ait ol behoren tot, lid zijn |
| DAK | ( en) 1 çati, dam, onder zijn oturacak evi olmak, onder |
| daldan dala | konmak geen blijvertje zijn, niet honkvast zijn, door |
| dalgın olmak | er met zijn gedachte niet bij zijn, afwezig zijn |
| dalgınlaşmak suffen, | verstrooid zijn, afwezig zijn |
| dalyarak, de | zijn kabak başina patlamak, hij is de kabak başina patladi |
| dam | dak overkapping d. pabuçları dama atılmak / n/ zijn |
| damarı tutmak | / n/ 1 (inatlaşmak) koppig worden, zijn poot stijf houden, |
| damgalı olmak | berucht zijn, een slechte naam hebben, slecht bekend staan |
| damgasını vurmak | 1 / (iz bırak zijn stempel drukken op iets, zijn |
| dan/den korkmak, | (bezorgd zijn over) endişeli olmak, |
| dar gelmek | / strak zijn, spannen, krap zitten |
| dara dar | yetişmek net op tijd binnen zijn, op het nippertje halen |
| dara gelmek | (door tijdgebrek) haastig gedaan/gemaakt zijn, afgeraffeld |
| dargınlık gekrenkt | zijn ergernis d. |
| darı darına | yetişmek net op tijd binnen zijn, op het nippertje halen |
| darılmak- | el gekrenkt zijn over, geraakt zijn over, kwaad zijn op |
| darlık | het nauw zijn, het strak zijn, 2 (parasal) tekort gebrek |
| dat ... | diği ölçüde, ölçüsünde, onder de blijven/zijn beklenenden ciliz |
| dat iemand | spijt krijgt, 2 (kurmaz ol iemand te slim af zijn |
| dat is | koren op zijn ekmeğine yağ sürer, het zit in de üzerinde |
| dat zijn | gezicht rood aanliep o kadar ki öfkeden yüzü kizardi |
| davadan vazgeçmek | 1 zijn klacht intrekken, 2 (gruptan çekil zich |
| davetsiz misafirler/konuklar, | (inbrekers) hirsizlar, bij iemand te zijn |
| davran- | royaal/gul zijn |
| dayanmak goed | blijven, lang houdbaar zijn, lange tijd meegaan, 9 (zaman -, |
| dayatma doorzetten | het zijn zin doordrijven, het ergens op staan |
| dayatmak- | i, 1 laten leunen op! laten zetten tegen, 2 mec./fıg. zijn |
| dayılık | het oom zijn, 2 mec./fig. (kabadayılık) heldhaftigheid d. |
| de | en in het haar zitten etekleri tutuşmak, zwaar op de zijn kötümser |
| de | spuwt, spuwt in zijn eigen aangezicht rüzgâra tüküren, yüzüne tükürür |
| de | zijn bir şeyde çiraklik yapmak, çirak olmak III h, (bereide dierenhuid) |
| de | zijn cennette olmak, in de komen cennete kavuşmak, in de zevende |
| de | zijn hurdasi çikmak, bozulmak, kullanilmaz hale gelmek, şifayi bulmak |
| de antenne | moet geaard zijn anten toprağa bağlanmali, |
| de baas | zijn, de dienst uitmaken |
| de binnenkant | van zijn hand kennen, iets op zijn duimpje kennen |
| de binnenkant | van zijn hand kennen, iets op zijn duimpje kennen |
| de hand | doen) satmak, elden çikarmak, zich van zijn auto arabasini elinden |
| de hoogte | zijn, weten hoe de vork in de steel zit, tot in de finesses |
| de kans | zich voordoet, als het lot zo zal zijn |
| de kans | zich voordoet, als het lot zo zal zijn |
| de kluts | kwijt zijn, radeloos zijn, niet weten wat te doen |
| de pet | rondgaan, 2 isk./kaartspel. zijn kaarten openleggen |
| de pisang | zijn, het kind van de rekening worden, met de gebakken peren |
| DE tanimlik, | harfi tarif, tafel masa, man adam, fietsen zijn |
| de vleugels | nemen/krijgen, onder zijn hoede nemen |
| de vleugels | nemen/krijgen, onder zijn hoede nemen |
| de war | sturen, verstoren, 5 (zihnini iemand van zijn stuk brengen, in de |
| de wolken | zijn |
| de zevende | hemel zijn, zijn geluk niet op kunnen |
| de zon | heeft zijn huid gebruind güneş onun derisini esmerleştirdi, |
| dediği dedik | olmak / n/ op zijn stuk blijven staan, niet toegeven |
| DEELACHTIG | zijn aan (y)a/e katilmak, (y)a/e ortak olmak, |
| definitief | zijn |
| defterden silmek | / uit zijn boekje schrappen, iemand als verloren |
| değildir. Zijn | plaats/functie is niet zo belangrijk. 7 (tiyatroda |
| değişmeyen filler, | II h, 1 zayiflik, zayif nokta, iemand in zijn tasten |
| değmek, | zijn |
| dekore etmek, | zijn studeerkamer çalişma odasini süslemek |
| deli divane | olmak / verzot zijn op, dol zijn op, gek zijn op, |
| deliden al, | aan huis zijn aileden/kendilerinden biri gibi olmak, hij is |
| den/ çok | gör misgunnen, benijden, 3 / (çekememek) afgunstig zijn |
| denetlemek, baski | altinda tutmak, alt etmek, tutmak, zijn woede |
| dengesini yitirmek | overstuur zijn, uit zijn evenwicht raken |
| dengi dengine | met zijn gelijke, iedereen met zijn gelijke |
| dengi olmak | / n/ de gelijke zijn van, evenaren |
| denk düşmek | /e/ toegesneden zijn |
| DENKBEELD | ( en) (mening) görüş, düşünce, fikir, zijn en |
| denken, | (sevimli ol lief en charmant zijn |
| der advocaten | baro, * (niet) aan de zijn gündemde ol(ma)mak, aan de |
| derdini açmak | / zijn problemen vertellen, zijn hart uitstorten |
| derdini depreştirmek | / n/ oude wonden openrijten/openen, iemand aan zijn |
| derdini deşmek | / n/ oude wonden openrijten/openen, iemand aan zijn |
| derdini dökmek | / zijn hart uitstorten |
| dere gelmeden | paçayı sıvamak zijn kuikens tellen voor de eieren gelegd |
| derisi kalın | olmak / n/ een dikke huid hebben, onbeschaamd zijn, een |
| derisi kemiğine | yapışmak / n/ vel over been zijn, erg mager zijn |
| derisine sığmamak | mec./fig. zeer arrogant zijn |
| derleyip - | ) opgeruimd zijn, ingezameld zijn, opgehaald zijn, 3 |
| ders olmak | / een les laten zijn, sana ders olsun! laat het een lesje |
| dert dökmek | / met iemand over zijn problemen praten |
| DERTIEN sa | on üç, les ders onüç, zo zijn (gaan) er in een |
| dertleşmek | zijn hart bij elkaar uitstorten, zijn hart luchten, met |
| dertsiz baş | olmaz Elk hart kent zijn smart. Geen hoofd zonder kopzorg. |
| destan epiek | d. epos dillere destan olmak op aller lippen zijn, alom |
| DEUK | ( en) çökük, çöküntü, girinti, oyuk, çentik, zijn |
| deveye hendek | atlatmak bijna onmogelijk zijn, iets onmogelijks willen doen |
| deveyi düze | çıkarmak over de bergen zijn, de problemen overwonnen hebben |
| devretmek, ferağetmek, | II gs,(, is ) yabancilaşmak, van zijn vaderland |
| dezelfde richting | volgen) paralel gitmek/olmak, 3 (horizontaal zijn) yatay |
| dibi görünmek | mec./fig. (bitmek üzere ol bijna op zijn (van voorraad) |
| dichtbij komen/ | zijn, 13 (gaza vb. yüklen-, veel gas enz.) veel ...geven, 14 |
| dichtdoen gözlerine | uyku girmemek, uyku tutmamak, met (zijn) eigen ogen |
| dichtgeslibd zijn | (van z'n oren) |
| Dichtstbijzijnd | en yakin olan ,Dichtstbijzijnd |
| DIEGENE işaret | za,) o/anilan kişi, (n) die jarig is (zijn) |
| dikensiz zonder | doorn Dikensiz gül olmaz. Er zijn geen rozen zonder |
| dikili ağacı | olmamak / n/ heel arm zijn, zo arm als Job zijn, niets in |
| dikili taşı | olmamak / n/ heel arm zijn, zo arm als Job zijn, niets in de |
| dikkat et! | zijn dikkatli olmak |
| dikkatli olmak | voorzichtig zijn, oplettend zijn |
| dikke vrienden | zijn |
| dikmek, zijn | aandacht op iemand dikkatini birine yöneltmek, vermek, 4 zich |
| dilbağı iyi | kesilmiş olmak / n/ goed van de tongriem gesneden zijn, goed |
| dile destan | olmak op aller lippen zijn, alom bekend zijn |
| dilencinin kapısı | bir olsa acından ölür Er zijn meer huizen dan kerken. |
| dili dolaşmak | / n/ stamelen van angst, hakkelen, niet uit zijn woorden |
| dili dönmemek | /n, niet uit zijn woorden kunnen komen, een woord of |
| dili durmamak | / n/ 1 loslippig zijn, geen geheim kunnen bewaren, zijn |
| dili düşük | olmak / n/ een losse tong hebben, los in de mond zijn |
| dili tutulmak | / n/ (şaşırmak) met stomheid geslagen zijn, met de mond |
| dili uzun | olmak brutaal/vrijpostig/schaamteloos zijn, zijn woordje klaar |
| dilinden düşürmemek | / zijn stokpaardje berijden ,ergens altijd over |
| diline sağlam | olmak 1 (sır saklayabil discreet zijn, 2 (kötü laf |
| dilini tutamamak | indiscreet zijn, geen geheim kunnen bewaren, loslippig |
| dilini tutmak | zijn mond houden, niet praten, zwijgen, een geheim bewaren |
| dilini yutmak | zijn tong verliezen, boe noch ba zeggen, met stomheid |
| dilinin cezasını | çekmek lijden aan zijn woorden (bv. omdat men anders een |
| dillerde dolaşmak | van mond tot mond gaan, op aller lippen liggen/zijn, over |
| dillerde gezmek | van mond tot mond gaan, op aller lippen liggen/zijn, over |
| dillere destan | olmak op aller lippen zijn, alom bekend zijn |
| dinç olmak | energiek worden/zijn, vitaal zijn, fit zijn |
| ding dik | durmak, (stilstaan) durmak, niet op zijn benen kunnen ayakta |
| dinlenilecek gibi | değil, ten van nin huzurunda, 2 (merkbaar zijn |
| dipnot, hij | heeft veel noten op zijn zang çok şey ister, kolay memnun olmaz |
| diremek | /, stutten, 2 /- de/ (kararında vb.) op zijn stuk blijven |
| dirençli, çelik | gibi, wie niet is, moet slim zijn akil kişiye sermayedir, |
| diretmek | voet bij stuk houden, bij zijn mening blijven, op zijn stuk |
| dirsek çürütmek | hd./volkst. veel gestudeerd en geleerd hebben, veel in zijn |
| diş bilemek | zijn kans schoon zien voor wraak, de kans afwachten om wraak te |
| diş göstermek | / zijn tanden laten zien, bedreigen |
| diş kovuğunu | doldurmamak hd./volkst. iets in zijn holle kies stoppen, |
| dişari adim | atmamak, iemand op zijn plaats birinin burnunu sürtmek, |
| dişe dokunur | olmak (de moeite) waard zijn, de moeite lonen |
| dişe gelmek | (v. eten) bijtgaar zijn |
| dişinda, | het huis evin dişinda, gebruik zijn kullanim dişi |
| dişine değmemek | weinig zijn, niet genoeg zijn, niet toereikend zijn |
| dişleri dökülmek | zijn tanden verliezen |
| diştan, diştan | bakilirsa, diş görünüş itibariyle, 2 (op zijn laatst) en çok, |
| divane krankzinni | zot, gek, deli divane olmak / verzot zijn op, dol |
| divane olmak | / dol zijn op, gek zijn op |
| divanesi olmak | / n/ dol zijn op, gek zijn op |
| diyetle yaşamak | op dieet zijn |
| diyetli olmak | op dieet zijn |
| dizini dövmek | zich voor het hoofd slaan, spijt hebben als haren op zijn |
| dode punt | ölü nokta, over het dode punt heen zijn bir |
| DOEL h | ( en) 1 erek, amaç, hedef, gaye, meram, zijn bereiken |
| doen | kendini politikaci olarak tanitti, 2 (bekend zijn) bilmek, Nederlands |
| doen işini | yarim yapmamak, onder het çalişirken, işte iken, zijn maken |
| doen van | ayrilmak, istifa etmek, birakmak, zijn ambt istifa etmek, |
| doen, met | veel zaken bezig zijn, kurulama bezi theedoek d. sargı bezi |
| doen, met | veel zaken bezig zijn, overal achter steken |
| doet die | man? o adam ne yapiyor? işi nedir? in goeden zijn zengin |
| doğma büyüme | olmak 1 (bir yerli) ergens geboren en getogen zijn, 2 (yetenek |
| doğmamış oğlana | don biçmek zijn kuikens tellen voor de eieren gelegd zijn, |
| doğru olmak | 1 kloppen, juist zijn, 2 (dürust ol eerlijk zijn |
| doğru orantılı | olmak rechtsevenredig zijn |
| doğru söze | ne denir? Dat is de waarheid. Met zijn beweringen heeft hij |
| doğrulmak zich | oprichten, in zijn normale positie terugkomen |
| doğrusu om | de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn, eerlijk gezegd |
| doğrusunu isterseniz | om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn, eerlijk |
| doğrusunu söylemek | gerekirse om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn, |
| doğum gününü | kutlamak /nl iemand feliciteren met zijn verjaardag |
| doktorluk yapmak | werkzaam zijn als arts, fungeren als arts |
| doktrin, teori, | 2 (les) ders, ibret, 3 (leerling zijn) çiraklik, ergens in |
| dokunmak, çok | para ödemek, zijn ken vullen cebini doldurmak, (elverişli |
| dokunmak, faydasi | dokunmak, van zijn yardimda bulunmak, yardimi |
| dokunulmak | 1 aankomen, aangekomen zijn, aangeraaakt zijn, 2 (konu, |
| dolap beygiri | gibi dönüp durmak gevangen zijn in een eentonig ritme, in een |
| dolma | het opgevuld zijn, 2 (tomato/paprika) met gehakt en rijst gevulde |
| dolmak - | ar 1 gevuld zijn, 2 (dolu ol overvol zijn, 3 (doymak) vol |
| dolu, civil | civil, een e Frans hoppa, tasasiz kimse, een beetje zijn |
| doluluk het | vol zijn |
| donakalmak zeer | verbaasd zijn, verbluft zijn |
| DONDER | (s) gök gürültüsü, iemand op zijn geven kulağinin |
| döndürmek, binnenste | buiten içini dişina çevirmek, 2 fig/mec zijn rokje |
| dönek, | worden van zijn geloof inancindan dönmek |
| donuna yapmak | in zijn broek doen, peultjes schijten, zeven kleuren stront |
| doodgaan, de | kraaienmars blazen, verrekken, tot zijn vader gaan |
| doodmoe zijn, | bekaf zijn |
| doodmoe zijn, | bekaf zijn |
| doodmoe zijn, | bekaf zijn |
| doodmoe/uitgeput zijn, | geen stap meer kunnen verzetten |
| doodmoe/uitgeput/afgemat zijn, | 6 mec/fıg (çok hoşlan gek/dol zijn op, |
| DOODSBANG | çok korkmuş, zijn çok korkmak, ödü patlamak |
| doodskist birinin | başbelasi, sikinti kaynaği, op zijn s bijten |
| doof zijn, | zich doof houden |
| doofzijn vurdumduymaz | olmak, van zeggen kulağina gelmek/çalmak, |
| door het | lint gaan, over de rooi zijn |
| door, komen | door, een gevolg zijn van, ontstaan uit |
| door, komen | door, een gevolg zijn van, ontstaan uit, zich vormen |
| door, komen | door, een gevolg zijn van, ontstaan uit, zich vormen uit |
| DOORDRUKKEN | g, (drukte door, h, doorgedrukt) zijn eigen mening |
| doorgaan, | (sirkeye vb. azijn enz.) inmaken, 10 (saç vb. düzlemek, |
| doormaken, onderhevig | zijn aan iets |
| doormaken, onderhevig | zijn aan iets |
| doortastend handelen, | doortastend zijn |
| DOPPEN | g, (dopte, h, gedopt) kabuğunu soymak, zijn eigen |
| dorstig zijn, | sert damak harde verhemelte yumuşak damak zachte verhemelte |
| dört ayak | üstüne düşmek met zijn neus in de boter vallen, met zijn gat in |
| dört elle | sarılmak / zijn best doen, zich ergens helemaal aan geven, |
| dört köşe | olmak (zevkinden) in zijn nopjes zijn, dolblij zijn, een gat in |
| dost kara | günde belli olur in nood leert men zijn vrienden kennen |
| doymak - | ar / 1 (kamı vol zitten, verzadigd zijn, 2 (yeterince |
| doyurmak, de | situatie bevredigt hem durum onu tatmin ediyor, zijn |
| DOZIJN | ( en) düzine, onikilik, bij het düzine ile, |
| Dozijn(,En) | duzine,onikilik,Dozijn(,En) |
| DRAAI | ( en) 1 dönme, dönüş, zijn nemen dönüş yapmak, çark |
| dragen, een | keer voor en een andere keer tegen zijn, hypocriet zijn, |
| drinken, | (soğuk kou vatten, verkouden zijn, 27 / (kız huwen |
| DROMENLAND in | zijn uykuda olmak, rüya aleminde olmak |
| DROOGJE | op een zitten içeceği olmamak, zijn natje en op |
| DRUIF | (druiven) bot üzüm, de druiven zijn zuur kedi uzanamadiği |
| DRUILEN | gs, (druilde h, gedruild) 1 (lusteloos zijn) iştahsiz |
| DRUIPEN | gs, (droop, h/is gedropen) 1 damlamak, 2 (nat zijn) |
| dubbeltje op | zijn sallantida, şüpheli, het glaasje op zijn zetten |
| dudağını ısırmak | op zijn lippen bijten |
| dudak bükmek | / een pruime mondje trekken, neerzien op, zijn neus |
| dudak sarkıtmak | chagrijnig zijn, de lippen laten hangen, de lippen |
| DUIM | ( en) 1 (v, hand) başparmak, iets uit zijn zuigen |
| DUIMPJE iets | op zijn kennen avcunun içi gibi bilmek, su gibi |
| dümenine bakmak | op zijn eigen voordelig zijn |
| dünürlük de | verwantschap van personen wiens kinderen met elkaar zijn |
| dünya başına | dar gelmek / n/ zich diep ongelukkig voelen, zijn wereld |
| dünyalar birinin | olmak de prins/de koning te rijk zijn, in de zevende hemel |
| dünyanın kaç | köşe bucak olduğunu göstermek / iemand zijn verdiende |
| DUPE | (s) kurban, aldatilmiş, faka basmiş, van iets zijn bir |
| dupe zijn, | de klappen opvangen, door het noodlot getroffen zijn, een |
| durdurmak, een | radio radyoyu kapatmak, 7 (uit zijn funktie) |
| durma- | zijn woord breken |
| durma- | zijn woord breken |
| durmaksizin, durmadan, | lid te zijn van nin üyeliğini sürdürmemek, nin |
| duruma hakim | olmak de situatie in hand hebben, de situatie meester zijn |
| düş kırıklığına | uğramak teleurgesteld worden/zijn |
| düşeyazmak, fig/mec | over zijn woorden pepelemek, dili tutuklaşmak, 2 (bij |
| düşkün olmak | 1 / (çok hoşlan dol zijn op, gek zijn op, gesteld zijn |
| düşmek, buiten | zijn körkütük sarhoş olmak, 2 bati bölgesi, het van |
| düşüklük | het laag zijn, het laten hangen, 2 (kalitesizlik) gebrek aan |
| düşüncesinde olmak | van mening zijn |
| duymak, | dan/den korkmak, voor zijn leven hayatindan endişe duymak, voor |
| duyurrnaya çalişmak, | 2 (het toegankelijk zijn) halka açiklik |
| düzeltmeye kalkmak, | örtbas etmek, zijn best doen om zijn fout goed te praten |
| düzen vermek, | zijn leven yaşamina çeki düzen vermek, ben je al ingericht? |
| Duzine | twaalftal h(,len)n,dozijn(,en),Duzine |
| düzine | een dozijn |
| düzine dozijn | twaalftal |
| düzine ile | per dozijn, per twaalf |
| düzlemek, ödemek, | kapatmak, zijn schulden borçlari ödemek |
| e/ âşık | olmak) smoorverliefd zijn op |
| e/ zijn | leven te danken hebben aan iemand, zijn leven aan iemand |
| ecel teri | dökmek doodsbang zijn, duizend angsten uitstaan/doorstaan, |
| eceli gelmek | / n/ doodgaan, gaan sterven, zijn einde naderen |
| eceline susamak | gevaarlijke dingen doen, zijn leven wagen, zijn leven op |
| ECHT I | d, evlilik, izdivaç, in de verbonden zijn evli olmak, |
| echt verbonden | zijn, in het huwelijksbootje stappen met, mal ortaklığı |
| echte Jonas | zijn |
| Echte vrienden | zijn als sterren je ziet ze niet altijd, maar je weet dat ze er zijngerçek arkadaşlar yılzdızlar gibidirler, onları her zaman göremezsin ama onların var olduklarını bilirsin |
| Echte vrienden | zijn als sterren je ziet ze niet altijd, maar je weet dat ze er zijngercek arkadaslar yilzdizlar gibidirler, onlari her zaman goremezsin ama onlarin var olduklarini bilirsin..! |
| Echte vrienden zijn aIs sterren | je ziet ze niet aItijd, maar je weet dat ze er zijn |
| Echte vrienden zijn als sterren je ziet ze niet altij maar je weet dat ze er zijn | gercek arkadaslar yilzdizlar gibidirler, onlari her zaman goremezsin ama onlarin var olduklarini bilirsin..! |
| eda etmek | / 1 zijn schuld betalen, 2 (namaz kıl een gebed doen |
| edin- | doorkneed zijn in iets |
| een | aan iemands been zijn birine ayakbaği olmak, iemand voor het |
| een | tje lichten birine çelme takrnak, op zijn laatste benen lopen |
| één | zijn |
| een beslissing | nemen, ergens haastig zijn mening over geven |
| een bezoek | bir ziyaretin olmayacağini bildirmek, zijn meisje |
| een dikke | huid hebben, onbeschaamd zijn, zich niets aantrekken van |
| een gelukkige | vondst zijn, van iemands gading zijn |
| een gemeen | en kwaadaardig iemand zijn |
| een glimlach | op zijn gezicht yüzünde bir tebessüm var, 4 durmak, de krant |
| een groentje | zijn, nog jong zijn |
| een kanon | zijn |
| een kanon | zijn, lam zijn |
| een kanon | zijn, lam zijn |
| een kanon | zijn, lam zijn |
| een kanon | zijn, lam zijn |
| een lepel | honing dan met een vat azijn. |
| een normale/verstandige | manier zijn, de enige oplossing zijn |
| een pak | slaag krijgen, gefrustreerd worden, zijn lesje trekken/leren, |
| een straf | cezayi değiştirmek, cezayi çevirmek, zijn gedrag davraniş |
| een stuk | in zijn kraag hebben, lazarus zijn |
| een tijdje | kisa bir süre için, geçici olarak, voor zijn vaktinden önce, |
| een valk, | voor zijn schuld is hij een kraai. |
| een verplichting | birini bir yükümden kurtarrnak, iemand uit zijn ambt |
| een zondagskind | zijn |
| EENHEID | (...heden) 1 (het niet verdeeld zijn) birlik, van |
| eet het | en az o yer, ten e en azindan, op zijn a) hiç değilse, en |
| efkar dağıtmak | zijn verdriet verdrinken |
| eğretilik | (geçicilik) het tijdelijk zijn, het niet- duurzaam zijn, 2 |
| eğrilik scheefheid | d. het scheef zijn |
| eigen | en drijven fig/mec kendi yagiyla kavrulmak, in zijn geschoten zijn |
| eigen sop | gaar laten koken, aan zijn lot overlaten, zich niet met iemand |
| eigen zin | doordrijven, zijn eigen weg gaan |
| eklemden çikarmak, | zijn voet ayaği burkmak |
| eklemek, | verversen yağ değiştirmek, in de zijn zilzurna sarhoş olmak, |
| ekmeğe el | basmak zweren bij alles wat heilig is, met de hand op zijn hart |
| ekmeğinden olmak | zijn baan verliezen, ontslagen worden, zijn broodwinning |
| ekmeğine yağ | sürer Dat is koren op zijn molen. |
| ekmeğine yağ | sürmek / n/ koren op zijn molen zijn |
| ekmeğini -, | zijn brood) verdienen, 14 /- den/ (anlam vb. begrijpen, 15/ |
| ekmeğini çıkarmak | zijn brood verdienen |
| ekmeğini kazanmak | de kost verdienen /winnen, zijn brood verdienen |
| ekmeğini yemek | / n/ iemands brood eten, bij iemand in dienst zijn |
| eksen etrafında | dönmek ronddraaien, om zijn as draaien |
| eksik gelmek | ontbreken, tekort komen, mankeren, schelen, onvoldoende zijn |
| el uzatmak | (birine) / 1 iemand van zijn recht proberen te beroven, 2 |
| elbise dükkanı | kledingwinkel d. kledingmagazijn |
| elde olmamak | machteloos zijn tegen, niet bestand zijn tegen |
| ele avuca | sığmamak ondeugend zijn, naar niemand luisteren (gezegd van |
| ELFENDERTIGST op | zijn çok yavaş, uyuşuk mu uyuşuk |
| eli ağzında | kalmak / n/ stomverbaasd zijn/staan |
| eli ayaği | dolaşmak, şaşkin olmak, zijn slaan firsattan yararlanmak, zonder |
| eli ayağı | bağlı olmak / n/ niet vrij zijn, aan handen en voeten gebonden |
| eli ayağı | dolaşmak / n/ zenuwachtig zijn en niets goed kunnen doen |
| eli balda | olmak welgesteld zijn, bemiddeld zijn, gegoed zijn, welgesteld |
| eli dar | olmak / n/ krap zitten, om geld verlegen zijn, gebrek aan geld |
| eli dursa | ayağı durmamak / n/ 1 ijverig zijn, het altijd druk hebben, 2 |
| eli işe | yatmak / n/ handig zijn, doorkneed zijn, behendig zijn |
| eli kolu | bağlı olmak / n/ aan handen en voeten gebonden zijn, niet vrij |
| eli koynunda | kalmak / n/ 1 geen hulp krijgen, zonder hulp zijn, 2 |
| eli kulağında | olmak / n/ dreigen, in aantocht zijn, ophanden zijn |
| eli olmak | /n, - de/ in iets betrokken zijn, de hand in iets hebben |
| eli uzun | olmak / n/ lange vingers hebben, diefachtig zijn, kromme |
| eliaçık olmak | / n/ royaal zijn, genereus zijn |
| elinden geldiği | kadar zoveel als hij kan, naar zijn capaciteit, binnen zijn |
| elinden geleni | yapmak zijn best doen, zich inspannen, doen wat in zijn |
| elinden hiçbir | şey kurtulmamak / n/ van alle markten thuis zijn, heel |
| elinden iş | gelmek / n/ handig/produktief zijn |
| eline bakmak | / n/ afhankelijk zijn van (financieel), niet in zijn |
| elini çekmek | /- den/ zijn handen er vanaf trekken, afblijven, zich er niet |
| elini kana | bulamak zijn handen met bloed bevlekken, iemand vermoorden |
| elini kana | bulaştırmak zijn handen met bloed bevlekken, iemand vermoorden |
| elini vicdanina | koymak het zijn twee en op een buik ayni kafadalar, vulg/k |
| elini yıkamak | 1 handen wassen, 2 mec./fig. (bir şeyden elini çek zijn |
| elkaar omgaan, | 2 (görüş birliğine var het eens zijn, |
| elkaar raken, | 3 (anarşi meydana gel in oproer zijn, in anarchie zijn, in |
| ellerini yıkamak | zijn handen wassen |
| elmadan isirip | almak, (op) zijn nagels tirnaklarini isirmak, op |
| elverişli olmak | / geschikt zijn |
| elvermek | 1 (yeterli ol toereikend zijn, genoeg zijn, 2 (uygun ol- |
| elvermemek | 1 (uygun olma ongeschikt zijn, ontoereikend zijn, niet |
| eme seme | gelmemek niet gebruikelijk zijn, niet doelmatig zijn, nutteloos |
| emekliye ayrılmak | zijn pensioen bereiken, gepensioneerd zijn |
| emin ellerde | olmak in vertrouwde handen zijn |
| emin olmak | /- den/ zeker zijn van |
| emrine amade | olmak / n/ iemand op zijn wenken bedienen |
| En Yakin Olan | dichtstbijzijnd,En Yakin Olan |
| enz. schenken, | inschenken, overschenken, 6 /, (içini -, zijn hart) |
| enz. stoppen, | ophouden, 5 (su - water) niet meer stromen, op zijn, 6 |
| enz. van | zijn gezicht af te lezen zijn |
| er er | kan er maar een baas zijn. |
| er kunnen | geen twee s op een schip zijn iki kaptan bir gemiyi batirir |
| er maar | een de baas zijn. Geen twee kapiteins op een schip. |
| Er zijn | ongeloofelijk grote verschillen tussen hen. Ze zijn onvergelijkbaar. |
| er zijn | verschillende n van hetzelfde woordenboek ayni sözlüğün farkli |
| eraan | postu pazara çikarmak, kelleyi koltuğa almak, zijn leven hayatini |
| ERBIJ z, | zijn a) yakayi ele vermek, b) (biryerde, aanwezig) |
| EREWOORD | şeref sözü, iemand zijn geven birine şeref sözü |
| erg druk | zijn, |
| erg verbaasd | zijn, ontsteld zijn, 3 (çok korkmak) doodsbang zijn |
| ergenlik | (erginlik) mondigheid d. puberteit d. het volwassen zijn, 2 |
| ergens | zijn |
| ergens aan | ergeren, zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben, |
| ergens gezellig | mee bezig zijn, 3 (bir yerde çok kal ergens blijven |
| ergens makkelijk | mee omgaan, handig zijn met |
| ergens niet | tegen opgewassen zijn |
| ergens niet | toe te zijn ikna edilmemek, ikna edilememek, 5 zich |
| ergens om | verlegen zitten/zijn |
| ergens schoon | genoeg van hebben, 4 (suya) zijn dorst lessen |
| erginlik mondigheid | d. puberteit d. het volwassen zijn, 2 (olgunluk) |
| erinmek te | lui zijn om iets te doen, sloom zijn |
| erkeklenmek zich | als een macho gedragen, zijn mannelijkheid laten zien |
| erken öten | horozun başını keserler Vogeltjes die vroeg zingen, zijn voor de |
| erlik | manmoedigheid d. 2 ask./mil. het soldaat zijn |
| ernstig zijn, | geen fouten dulden, Bu iş şaka götürmez, Deze zaak is |
| erom heen | winden, recht voor zijn raap zeggen, klare wijn schenken, rechtuit |
| esası yok | op geen grond berusten, verzonnen zijn, ongegrond zijn, uit de |
| eşeğin ölümü | köpeğe düğündür De een zijn dood is de ander zijn brood. |
| eski çamlar | bardak oldu De hekken /bordjes zijn verhangen. |
| eski çamlar | bardak oldu, de hekken/bordjes zijn verhangen. |
| eskitmek, de | zolen van zijn schoenen ayakkabisinin pençelerini |
| eşsizlik uniciteit | d. het uniek zijn |
| eşya ambarı | magazijn goederenloods d. depot |
| eşya deposu | magazijn goederenloods d. depot |
| eşyalarin yasal | ortakliği, in van goederen getrouwd zijn mal ortakliği |
| et | vb. v. vlees) het bestorven zijn |
| et- | naar zijn grootje helpen, vernietigen, vernielen, kapotmaken, |
| et- | zich zorgen maken over, 6 / (tasarlamak) van plan zijn, beogen |
| et! gözünün | önüne bak! II g, zijn ogen göz kesilmek, |
| et! niet | kijken dan zijn neus lang is burnunun ucundan daha ötesini |
| eteğine düşkün | olmak geil zijn, een rokkenjager zijn |
| etekleri tutuşmak | / n/ met de handen in het haar zitten, radeloos zijn |
| etekleri zil | çalmak / n/ erg blij zijn, een gat in de lucht springen, in |
| eten ? | yemek hazir mi? met tets zijn bir şeyi bitirmiş olmak, tamamlamiş |
| eten az | yemek, 2 nadiren, seyrek, thuis zijn nadiren evde bulunmak |
| eten zijn | yemek seçmek, yemeğe titizlik göstermek, ik ben er van ondan |
| eti budu | yerinde olmak / n/ goed in zijn vlees zitten |
| etkilemek, dokunmak, | zout tast ijzer aan tuz demiri etkiler, 2 zijn |
| etkilenmek- | den/ 1 beïnvloed worden zijn van |
| etkisi altında | kalmak / n/ onder de indruk zijn van |
| etkisi altında | olmak / n/ onder de indruk zijn van |
| etlenmiş başak, | maiskolven misir koçanlari, dat is een je naar zijn hand |
| etliye sütlüye | karışmamak helemaal onverschillig zijn, zich nergens mee |
| etmek iemand | met zijn verjaardag birinin doğum gününü kutlamak |
| etmek, | (hervatten) (yeniden) başlamak, girişmek, işe koyulmak, zijn |
| etmek, | (v, kleur) karişmak, II g, (, h, ) zijn voeten yürüye |
| etmek, | (verhalen enz,) nesilden nesile aktarmak, 4 overgeleverd zijn aan |
| etmek, aan | zijn stem heb ik hem herkend onu sesinden tanidim |
| etmek, hakim | olmak, zijn ongeduld sabirsizliğini bastirmak, |
| etmek, işlemek, | zijn werk işini yapmak, işini görrnek |
| etmek, met | zijn in de boter vallen dört ayağinin üstüne düşmek, wie zn |
| etmek, op | zijn zaken işlerine ehemmiyet vermek, fig/mec het weten te |
| etmek, sürdürmek, | zijn weg yola devam etmek, zijn werk işine devam |
| etmek, tazmin | etmek, karşiliğini ödemek, zijn onvoldoendes |
| etmek, viran | etmek, zijn gezondheid sağliğini mahvetmek |
| etmek, zijn | gedachten düşüncelerini ifade etmek |
| etmek, zijn | school okulu ihmal etmek, okula gitmemek, hij verzuimt nooit |
| etmek, zijn | studie dersi asmak, geçiştirmek, önemsememek |
| etmek, zijn | woorden sözlerini geri almak, (geld, wissel) tedavülden |
| etoburluk het | carnivoor zijn |
| ettiğini bulmak | zijn verdiende loon krijgen, loon naar werken krijgen, zijn |
| ettiğini çekmek | zijn verdiende loon krijgen, loon naar werken krijgen, zijn |
| ettirmemek, zijn | gevoelens hislerini gizlemek, duygularini belli etmemek |
| eve bağlanmak | aan huis gebonden zijn |
| EVENKNIE | ( en) denk, denkteş, iemands zijn birinin dengi |
| EVENZO z, | groot als kadar büyük, en zijn vader ve hem de |
| evet efendimci | olmak jabroer/jaknikker zijn, op alles ja en amen zeggen |
| evli barklı | olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met kinderen |
| evli olmak | getrouwd zijn, in de echt verbonden zijn |
| examen | birini sinava tabi tutmak, sinavdan geçirmek, 3 zich aan zijn lot |
| EXCUUS | (...cuses) özür, af, zijn maken özür dilemek |
| ezberden okumak | / 1 uit het hoofd opzeggen, 2 (saçmalamak) uit zijn |
| ezel in | satijn, 't zal toch altijd een ezel zijn. |
| ezip suyunu | içmek / n/ mec./fig. nergens goed voor zijn, geheel |
| fabrikatörlük het | fabrikant zijn |
| FAILLIET I | s, batik, batmiş, iflas etmiş, zijn batmiş olmak, e massa |
| FAILLISSEMENT | ( en) batki, iflas, batkinlik, (zijn) aanvragen tasfiye |
| faizden geçinmek | rentenieren, van zijn rente leven |
| faize yatmak | rentenieren, van zijn rente leven |
| fal taşı | gibi açmak zijn ogen opensperren |
| fal taşı | gibi gözünü açmak zijn ogen opensperren |
| FALIE | (s) kapşon, kukuleta, iemand op zijn geven birini paylamak, |
| familie gelieerd | zijn bir aileye akraba olmak |
| familie zijn, | het huis uitgaan |
| fareler cirit | atmak /- de/ verlaten zijn |
| fareler cirit | atmak /- de/ verlaten zijn |
| farketmek, | dokunmak, iemand in zijn eer birinin şerefine dokunmak, II |
| farkında olmak | / n/ zich bewust zijn van, merken |
| farkında olmamak | / n/ zich niet bewust zijn van iets |
| farklı görüşte | olmak / het oneens zijn, het niet eens zijn |
| farklı olmak | /- den/ verschillend zijn, verschillen, zich onderscheiden |
| farklılık göstermek | /- den/ verschillend zijn, verschillen, zich |
| faşistlik fascisme | het fascist zijn |
| fayda etmemek | / niet helpen, niet genezen, niet heilzaam zijn |
| faydalanmak, almak, | de vrucht van zijn arbeid işinin meyvesini almak, een |
| faydalı olmak | / 1 van nut zijn, 2 (ilaç) heilzaam zijn, helpen, beter |
| faydası olmak | / helpen, van nut zijn |
| fazla gecikmek | te laat zijn |
| fazla gelmek | 1 (fazla ol meer dan genoeg zijn, meer dan nodig is, 2 |
| feleğin sillesini | yemek door het noodlot geraakt zijn, een harde slag van |
| feleğini şaşırmak | perplex zijn, verbijsterd zijn, uit de boom vallen, uit |
| FIAT | onay, müsaade, izin, zijn geven onaylamak |
| fıer gedragen, | trots zijn als een pauw, apetrots zijn |
| fig/mec | baglamak, zijn hoop op iemand (iets) umudunu birine (bir şeye) |
| fig/mec de | boot işi savsaklamak, kaytarmak, hij kon zijn ogen niet |
| fig/mec over | zijn en zijn dengesizleşmiş olmak, sinirleri rayindan çikmak, |
| fig/mec uğuldamak, | mijn oren van zijn geluid sesten kulaklarim uğulduyor |
| fig/mec vastgeroest | zijn bir şeye saplanip kalmak |
| fig/mec zijn | geld in het water parasini suya atmak, iets in het vuur bir |
| fig/mec zijn | invloed nüfuzunu kullanmak, zijn gezag yetkisini |
| fiki, senli | benli, içli dişli, ke vrienden met iemand zijn biri |
| fikrinden geçirmek | / overdenken, plannen maken, van plan zijn, |
| FILISTIJNEN naar | de gaan (zijn) bozulmak, kullanilmaz hale gelmek, naar |
| fırça atmak | / een standje geven, op zijn falie geven, iemand de mantel |
| fırça çekmek | / een standje geven, op zijn falie geven, iemand de |
| fırça yemek | /- den/ een standje/berisping krijgen, op zijn falie krijgen, |
| firlamak, atilmak, | in zijn jas pardesüyü çabucak giymek, (te binnen ) |
| fişek yatağı | magazijn |
| fit olmak | /- lel quitte zijn |
| fitil olmak | stomdronken zijn, een stuk in zijn kraag hebben, lazarus zijn, |
| fitnelik opruien | opstoken het opruier zijn, het opstoker zijn |
| fıttırmak gek | worden, zijn verstand verliezen |
| fiyatlari kirma, | op hemen, birden, op vuruş üstüne vuruş, van zijn |
| FLES | ( sen) şişe, een melk bir şişe süt, fig/mec op de zijn/gaan |
| FLEUR | canlilik, in de van zijn leven hayatin baharinda, in volle |
| flitst door | zijn hoofd kafasinda bir düşünce şimşek gibi çakti, aklina |
| fluiten, op | zijn buik kunnen schrijven, achter het net vissen, aan |
| formsuz olmak | niet in vorm zijn, niet in conditie zijn |
| formunda olmak | in goede vorm zijn, in beste conditie zijn |
| Formunun Dorugunda Olmak | topvorm d (in~zijn),Formunun Dorugunda Olmak |
| FORTUIN | 1 talih, kismet, şans, zijn zoeken kismetini aramak, 2 (grote |
| fos çıkmak | tevergeefs zijn, mislukken, niet voldoen aan de verwachtingen) |
| foyası meydana | çıkmak zijn ware gezicht tonen, zijn ware aard tonen |
| gaan gedragen, | het hoog in de bol krijgen, verwaand zijn |
| gaan, | (kendini alama zich geven aan, verslaafd zijn aan, zich |
| gaan, | (yıpranmak) verslijten, 5 (cinselliğini yitir impotent zijn. |
| gaan, niet | te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak) |
| gaan, niet | te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak) ongelofelijk zijn, |
| gaan, onvoorstelbaar | zijn |
| gaan, zijn | eer te na zijn |
| gaan/zijn eğlenmeye | gitmek, |
| gaddar olmak | meedogenloos zijn, zich ongenadig gedragen, hardvochtig |
| GADE | (gaden) eş, kari veya koca, zijn en kroost çoluk çocuk, eşi ve |
| GADING | beğeni, zevk, istek, tat van iemand zijn birinin tam aradigi |
| gafil avlamak, | zijn voorstel overrompelde mij teklifi beni şaşirtti |
| gaflet basmak | / 1 afwezig zijn, 2 (uykusu gel slaap krijgen |
| gangsterlik gangsterdom | onderwereld d. het gangster zijn |
| garanti vermek, | garanti altina almak, zijn positie durumunu garantiye |
| gariplik | eenzaamheid d. alleenzijn 2 (zavalılık) armzaligheid d. 3 |
| gat in | de lucht springen van blijdschap, dolblij zijn |
| gauw op | de kast zitten, snel op zijn teentjes getrapt zijn |
| gayretli olmak | ijverig zijn |
| gayri iradi | yapmak, 3 zich niet zijn van iets bir şeyin farkinda olmamak |
| gaza gelmek | opgehitst zijn, opgestookt zijn |
| gazel I | edeb./lit. ode d. hariçten gazel okumak uit zijn nek |
| gazel okumak | mec./fig. liegen, uit zijn nek kletsen, onzin uitkramen |
| gazilik het | oorlogsheld zijn |
| gebakken. Het | zijn twee handen op een buik. |
| gebe kalmak | zwanger worden, in verwachting zijn |
| gebe olmak | / 1 in verwachting zijn, een kind verwachten, zwanger zijn, |
| GEBED | ( en) dua, yakariş, ibadet, namaz, zijn doen ibadetini yapmak, |
| GEBEKT goed | zijn lafi bilmek, çenesi kuvvetli olmak, ağzi laf yapmak, |
| gebermek argo/plat | creperen, het hoekje omgaan, tot zijn vader gaan, de |
| GEBETEN | zijn op iemand/iets birine/bir şeye diş bilemek, birine/bir |
| geboorteregister h. | kör kütük sarhoş olmak boven zijn theewater zijn, in de |
| geborgen zijn | gelecek korkusu olmamak, |
| gebruik zijn | herkesçe kullanilmak, II z, genellikle, III h, in het |
| gebruik zijn, | verouderd zijn |
| gebruiken kullanmak, | zijn kanonnen silahlarini denemek, |
| gebruiken, | (para kosten, (zoveel) waard zijn, 4 /, - den/ (yoksun |
| gebruiken. Wie | zijn hersens niet gebruikt, moet zijn benen gebruiken. |
| geç- | uit de mode zijn, 3 (bozulmak) kapotgaan, stukgaan, bergafwaarts |
| geç kalmak | / 1 laat zijn, 2 mec./fig. (fırsatı kaçır achter het net |
| geçerli olmak | gelden, geldig zijn, van kracht zijn |
| geçersiz olmak | ongeldig zijn, niet van kracht zijn |
| geçersiz vb. | aftands zijn |
| GECHARMEERD | zijn van dan/ den çok etkilenmek, büyülenmek, nin |
| gecikmek | verlaat zijn, te laat komen, 2 (tren vb.) vertragen, 3 (bir yere |
| geçilmemek- | den/ overvloedig zijn, te veel zijn, knoelen, vol zijn van |
| geçindirmek | iemand/een gezin in zijn levensonderhoud voorzien |
| geçinmek, ucunu | kulağina getirmek, idare etmek, niet met zijn salaris |
| geçirmek, iets | zijn bir şeyin ustasi olmak |
| geçirmek, zijn | geld parasini çarçur etmek |
| geçirmiş olmak, | weer de e zijn tamamen eski haline gelmiş olmak, eski |
| geçkinlik | het niet jong meer zijn, 2 (meyve vb., v. fruit) overrijpheid |
| GEDACHTE | (n) 1 düşünce, fikir, n zijn vrij düşünce özgürdür, ik zal |
| gedachte uit | zijn hoofd zetten, 5 (kaçmak) ontsnappen, loskomen, 6 (ip vb. |
| gedragen, trots | zijn als een pauw, apetrots zijn |
| geduld bereikt | men zijn doel. |
| geen | bij tehlike yok, buiten (zijn) tehlikeden uzak (olmak), in |
| geen | meer zijn insanlik hali kalmamak, bitkin olmak, kendine gelmemek, |
| geen | zonder schuim bu kadar kusur kadi kizinda da olur, waard zijn |
| geen been | meer kunnen verzetten, geen pap meer kunnen zeggen, uitgeput zijn, |
| geen dikke | vrienden meer zijn, 2 (hoşlanmamak) ergens niet van houden, niet |
| geen pap | meer kunnen zeggen, uitgeput zijn, doodmoe zijn, bekaf zijn |
| geen raad | meer weten met, ergens mee in zijn maag zitten, 2 (hastalığa) niet |
| geen schaamtegevoel. | Hij heeft een plank voor zijn hoofd. Hij heeft |
| GEESTELIJK | z, 1 tinsel, ruhi, ruhsal, manevi, blind zijn ruhsal |
| geestelijk afgemat | zijn |
| gegeten hebben, | veel in zijn mandje hebben |
| gegrond zijn | op, gebaseerd zijn op, berusten op, 5 (bozulmamak) houdbaar |
| GEHECHT | tutkun, bağli, aan iemand/iets zijn birine/bir şeye |
| geholpen. | (argo/plat) dronken zijn Sen bayağı sarhoş oldun. Je bent |
| GEHOUDEN | (yasal) zorunlu, zijn om (tot) iets bir şeyi (yapmaya) |
| GEKANT | zijn tegen iets bir şeye cidd itirazi olmak, bir şeye karşi |
| gekeerd zijn | içe kapanik olmak, de wind is gekeerd rüzgâr döndü |
| GEKNIPT | voor iets zijn bir şeye biçilmiş kaftan olmak, çok münasip |
| gel- | geschikt zijn, 3 (iyi biri ol goedhartig zijn, een goed iemand |
| gel- | voldoende zijn, genoeg zijn, toereikend zijn, 3 / |
| geld | zijn eli dar olmak, paraya muhtaç olmak, beter mee dan om fazla |
| GELDEN | gs, (gold, h, gegolden) 1 (v, kracht zijn) geçmek, geçerli |
| geldi, zijn | ontslag is hard aangekomen çikişi onu sarsti, 7 het komt |
| geldig zijn, | gelden, in omloop zijn, 13 (tarla vb. bebouwen, bewerken, |
| geldig zijn, | verlopen |
| geldiğince, aanpassings | uyum yeteneği, zijn s (zihinsel) yetenekler, |
| geleceği garantili | olmak / n/ van zijn toekomst verzekerd zijn |
| gelegenheid | imkandan yararlanmak, imkani değerlendirmek, zijn tijd |
| gelen huya | gider, zijn brood ekmeğini kazanmak |
| GELIJK I | s, 1 (meer , meest ) eşit, voor de wet zijn alle burgers |
| gelmek | a) moeilijk zijn/ vinden, moeilijk vallen, b) (sarsmak) hard |
| gelmek, | (met zijn geld) ucunu kulağina getirmek, geçinmek, idare etmek, |
| gelmek, met | de handen in het zitten ne yapacağini bilmemek, zijn wilde |
| gelmemek, baş | edememek, (y)a/e karşi boy ölçüşememek, zijn geluk niet |
| gelogeerd | zijn |
| gelovig zijn | iman etmek, inanmak, itikat etmek, in spoken hayaletlere |
| gelukkig gestemde | geboren zijn, een zondagskind zijn |
| gelukkig zijn, | tot aan de balken springen, juichen van vreugde |
| gelukkige vondst | zijn, van iemands gading zijn |
| geluksvogel zijn, | veel geluk hebben, een grote kans krijgen |
| geluncht, en | zijn meteen daarna naar Bursa gegaan. |
| gemi azıya | almak het bit op de tanden nemen, koppig zijn zin doordrijven, |
| gemisini yürüten | kaptandır Hij is de man die zijn slag slaat. Hij is de |
| GEMOEID | ergens mee zijn bir şey için gerekli olmak, gerekmek, er is |
| GEMUTSTS goed | zijn keyfi/neşesi yerinde olmak, slecht zijn tersliği |
| GENAKEN | gs, (genaakte, is genaakt) (naderen) yaklaşmak, niet te zijn |
| gençliğinde in | zijn jeugd |
| GENEGEN | 1 meyilli, eğilimli, yönelimli, istekli, 2 iemand zijn birine |
| genezen zijn, | niet herstellen, niet beter worden |
| genieten, geacht | zijn |
| genişlik, om | dezelfde zijn ayni büyüklükte olmak |
| GEOCCUPEERD | meşgul, dolu, zijn meşgul olmak, ik ben zeer a) çok |
| GEPENSIONEERD | emekli, zijn emekli olmak |
| GEPORTEERD | zijn voor iemand/iets biri /bir şey hoşuna gitmek, |
| GERAAKT | gücenik, dargin, kirgin, kizmiş, gücenmiş, gauw zijn limoni |
| gerçeği söylemek | gerekirse om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn |
| gerçek değilse | iki büklüm olayim, in de bonen zijn ne yapacağini |
| gerçek yüzünü | göstermek zijn ware gelaat tonen, zijn ware gezicht laten |
| gerekli olmak | hoeven, nodig zijn |
| Gerekmek | Nodig Zijn,Nodig Hebben,Gerekmek |
| gerekmemek niet | nodig zijn, niet hoeven, 4 (geri çevir weigeren |
| gereksinimi olmak, | bir şeye ihtiyaç duymak, b) (rijp zijn) hazir |
| gerektiğinde zo | nodig, mocht het nodig zijn, in het geval dat..., mocht het |
| geri adım | atmak mec./fig. zich terugtrekken, terugtreden, op zijn schreden |
| geri çark | etmek op zijn retour zijn |
| GESCHAPEN | uygun, vasifli voor iets zijn bir şeye çok uygun olmak |
| geschikt | zijn, van nut zijn |
| geslagen zijn, | niet kunnen spreken (van verbazing, vreugde), als door de |
| GESPEEND | zijn van dan/den yoksun olmak, siz olmak, |
| GESPITST | zijn op (y)a/e pür dikkat olmak, dikkat kesilmek |
| GESTAND zijn | belofte doen vaadini tutmak, zijn woord doen sözünde |
| GESTEMD | goed zijn keyfi/neşesi yerinde olmak |
| GETAPT | popüler, sevilen, zijn popüler olmak |
| getinnek, zijn | beproeven şansini denemek, het hebben şansi o1mak, |
| getirmek, aan | een voorwaarde bir koşulu yerine getirmek, aan zijn plicht |
| getirmek, birini | komt altijd op zijn poten terecht kedi her zaman dört |
| getirmek, op | zijn en passen sözlerine dikkat etmek, iemand te staan |
| getirmek, zijn | plicht görevini yapmak, görevini yerine getirmek, |
| getogen zijn | doğma büyüme bir yerli olmak, in Turkije Türkiye doğumlu, een |
| getrouwd/verloofd | zijn |
| getuige zijn | van, (kesin bil zeker weten |
| GEUR | ( en) (hoş) koku, itir, iets in (al zijn) en en kleuren vertellen |
| gevallen zijn | her şeyi anlamak, her şeyi anlayacak kadar uyanik |
| gevangenis zijn, | gevangen zitten |
| geven işaret | etmek, göstermek, moed cesaret göstermek, zijn hoofd dik |
| geven, zijn | zegel aan iets hechten, het zeker weten |
| GEVOEG | zijn doen çişini etmek |
| gevraagd zijn, | goed verkocht worden |
| gevşeklik | het los zijn, 2 (tembellik) luiheid d. indolentie d. slapheid |
| geweest? Türkiyede | bulundunuz mu? wij zijn gezakt sinifta kaldik, |
| GEWEND | aan (y)a/e alişik, alişkin zijn om meye alişkin olmak, |
| gewend alişik, | alişkin, alişmiş, aan iets zijn bir şeye alişkin olmak, |
| gewend raken | alişmak, die woorden zijn (hebben zich) ingeburgerd o |
| GEWETEN | (s) vicdan, bulunç, iets op zijn hebben bir şeye vicdani |
| GEWIJSDE | jur/huk kesin karar, in kracht van zijn kesin olmak |
| GEWORDEN | gs, (gewerd, is geworden) wat zal er van haar zijn? gelecekte |
| gezegend zijn | bir şeye sahip olmaktan mutlu olmak |
| GEZIEN I | s, saygin, zeer zijn çok saygin olmak, çok sayilmak, II ilg, |
| GEZIN | ( nen) 1 aile, 2 volkst/ hd çoluk çocuk, hij gaat met zijn op |
| gezmek, | (op een verkeerde weg zijn) yanliş yolda olmak |
| gezondheid | sağliğina dikkat etmemek, zijn werk işine özen göstermemek, |
| gidemem, zover | zijn we nog niet o kadar ilerlemedik, voor zover ik weet |
| gidemem, zover | zijn we nog niet o kadar ilerlemedik, voor zover ik weet |
| giderleri, studie | n okul masraflari, ten van zijn gezondheid sağliği |
| gidermek, boşaltmak, | atmak, zijn woede op iemand (op iets) |
| gidermek, yerine | getirmek, tamamlamak, in de behoefte van zijn jamilie |
| gieter, stomdronken | zijn |
| GIPS | ( en) alçi, zijn arm zit in het kolu alçida |
| girilir hale | getirmek, 3 fig/mec zijn hart voor iemand birine içini açmak |
| girişmek, bir | şeyi organize etmek, başlatmak, in zijn çok meşgul olmak, |
| girişmek, zijn | studie weer dersine yeniden başlamak, liefde voor iemand |
| girmek een | baantje vinden, 2 (okulunu bitir zijn studie/opleiding |
| girtlağina kadar | borçlu olmak, tot over de oren verliefd zijn karasevda |
| gırtlağına kadar | borç içinde olmak tot aan zijn nek in de schuld zitten, |
| gırtlağına kadar | borç içinde olmak tot over zijn oren in de schulden zitten, |
| gırtlağından kesmek | / mec./fig. uit zijn mond sparen |
| gitmek, | (voordelig zijn voor) fig/mec yaver gitmek |
| gitmek, op | zijn schreden adimlarinin izinden geri dönmek |
| gitmek, uçmak, | b) (kapot) bozulmak, al zijn geld is naar de bütün parasi |
| gizlememek/saklamamak, apaçik | sergilemek, op het puntje van zijn zitten |
| glashelder zijn, | zo klaar als een klontje zijn, Bu, gün gibi ortada. Dat |
| glashelder zijn, | zo klaar als een klontje zijn, Bu, gün gibi ortada. Dat |
| goed bij | zijn hoofd zijn, niet goed snik zijn, van lotje getikt zijn, een |
| goed bij | zijn hoofd zijn, niet goed snik zijn, van lotje getikt zijn, een |
| goed bij | zijn verstand. Er scheelt hem iets in de bovenkamer. Er zit bij hem |
| goed gekleed | zijn |
| goede/slechte | achterlaten iyi/kötü tesir birakrnak, onder de zijn nin |
| GOEDGEZIND | hüsnüniyetli, iyi yürekli, iyicil, iemand zijn birine |
| goedmaken düzeltmek, | telafi etmek, gidermek, vuur iets met zijn |
| göğsü kabarmak | hots zijn op, prat gaan op |
| gökten zembille | inmek 1 (kusursuz ol perfect zijn, volmaakt zijn, 2 |
| göl olur, | voor geen vervaard zijn gürültüye pabuç birakmamak |
| gölgede bırakmak | / overschaduwen, overtreffen, uitblinken, beter zijn |
| gölgesinden korkmak | bang zijn voor iemands schaduw, (erge) angst hebben |
| Gonenc Devleti | welzijnstaat,Gonenc Devleti |
| gönenç welvaart | d. welzijn |
| gönene devleti | welzijnsstaat d. |
| gönenmek gelukkig | zijn, een gelukkig leven leiden |
| gönlünü kırmak | / n/ iemand in zijn gevoelens krenken/treffen, iemands |
| gönül kaptırmak | / verliefd zijn/worden op |
| gönül okşamak | iemand complimenteren, iemand over zijn bol aaien |
| gönül vermek | / 1 verliefd zijn/worden op, 2 (işe) hart voor iets |
| gönülden çikarmak, | zijn adres adresi unutmak, vergeet het maar! olmaz! sen |
| gooien, zijn | geld in het water gooien |
| gooien, zijn | geld in het water gooien |
| göre olmak | / geschikt zijn, voldoen |
| göremeyecek miyiz? | tot het (toe) sonuna kadar, wij zijn nog niet |
| göremeyecek miyiz? | tot het (toe) sonuna kadar, wij zijn nog niet |
| göremeyen, kisa | görüşlü, zijn burnunun ucundan ötesini görmemek |
| görev yapmak | /- de/ 1 ergens werkzaam zijn, functioneren, 2 (olarak |
| görevden uzaklaştirmak, | yetkisini elinden almak, iemand uit zijn ambt |
| görevi kötüye | kullanmak zijn functie misbruiken |
| görevi savsaklamak | zijn plicht verzuimen/ verzaken |
| görevini ihmal | etmek zijn plicht verzuimen/verzaken |
| görevini savsaklamak | zijn plicht verzuimen/verzaken |
| Gorevli | welzijnswerker,werkzam,werker,Gorevli |
| görgüsüz, | zijn tegen de vrouwen kadinlara karşi nezaketsiz olmak, huisje |
| görmek, niet | te zijn çok büyük olmak, hesaplanamaz olmak, 2 (zich |
| görücü iemand | die een meisje ten huwelijk vraagt (voor zijn zoon) |
| görürsün, | mide, işkembe, van zijn een afgod maken midesinden |
| görüş şartlari | kötü, in zijn görülmek, görülebilmek, 2 iets op zenden |
| görüşe het | met iemand eens zijn |
| görüşte olmak, | het ergens mee zijn bir şeyi tasdik etmek, iyi |
| göstermek, ana | sesi vermek, (leider enz zijn) lider/önder olmak, yol |
| göstermemck, zijn | gezondheid sağliğina özen göstermemek, sağliğini ihmal |
| göt üstü | oturtmak / k./vulg. iemand op zijn nummer zetten, iemand zijn |
| götü trampet | çalmak / n/ k./vulg. opgetogen zijn, een gat in de lucht |
| gövde gösterisi | massale demonstratie (om zijn macht te tonen) d. |
| gövde göstermek | demonstreren (om zijn macht te tonen) |
| göz bebeği | gibi sevmek / iemand/iets lief hebben als zijn oogappel, |
| göz süzül- | ) een verliefde blik in zijn ogen hebben |
| gözde olmak | in de gunst zijn (bij iemand), hoog te boek staan (bij iemand) |
| gözden düşmek | (bij iemand) uit de gunst zijn, in ongenade vallen, eruit |
| gözleri yaş | dolmak / n/ zijn ogen staan vol tranen |
| gözlerine inanamamak | zijn ogen niet kunnen geloven |
| gözlerini dikmek | / aanstaren, zijn ogen op iets vestigen |
| gözlerinin içi | gülmek schitteren/blinken (van zijn ogen) van |
| gözlerinin içi | gülüyor Zijn ogen lachen. |
| gözlük - | i) montuur 3 (pencere kozijn raamwerk camı çerçeveyi |
| gözü doymaz | Zijn ogen zijn groter dan zijn maag, Zijn ogen zijn groter dan |
| gözü kalmak | /n, - de/ ergens naar verlangen, jaloers zijn op, (iets) een |
| gözü korkmak | /- den/ 1 bang zijn voor, 2 (gözünde büyüt tegen opkijken |
| gözü seğirtmek | / n/ zijn ogen trillen/knipperen |
| gözünde büyümek | / n/ niet haalbaar zijn, niet binnen bereik zijn |
| gözünde olmamak | / n/ niet geïnteresseerd zijn |
| gözüne batmak | / n/ iemand een doom in het oog zijn |
| gözünü almak | / n/ verblinden, oogverblindend zijn |
| gözünü dört | açmak uitkijken, opletten, heel voorzichtig zijn |
| gözüyle görmek | / met zijn eigen ogen zien, ooggetuige van iets zijn, |
| GRABBEL zijn | geld te gooien parasini çarçur etmek |
| GRAM | ( men) gram, zijn halen öfkesini almak, hincini almak, |
| GRATIE | 1 eda, zarafet, incelik, haar bewegingen zijn vol hareketleri |
| GRAVEN | g, (groef, h, gegraven) kazmak, oymak, (oyuk, kuyu) açmak, zijn |
| grevi, solidariteits | dayanişma grevi, in gaan greve gitmek, in zijn |
| GROEI | büyüme, (innerlijk) gelişme, in de zijn büyüyor olmak |
| grootte, even | groot zijn |
| groter dan | zijn maag. kaşla göz arasında in een handomdraai, in een |
| güç, | zor, hemen hemen, neredeyse, rondkomen met zijn salaris maaşiyla |
| gücenmek, incinmek, | op zijn tenen lopen birçok zahmetle ayak uydurmak, |
| güçlü kuvvetli | olmak merg in de botten hebben, zeer sterk zijn |
| güçlükler, pürüzler, | niet in de zijn pürüzlü olmak, şüpheli bir yani |
| gücü yetmek | / sterk genoeg zijn om te, aankunnen |
| gücü yettiği | kadar zoveel als hij kan, naar zijn capaciteit, binnen zijn |
| gücüyle Met | de macht/door toedoen van zijn geld ..., 5 iş güç dagelijkse |
| güdük kalmak | 1 onaf zijn, niet af zijn, 2 (büyümemek) niet genoeg groeien |
| güldürmek | doen lachen, aan het lachen brengen/maken, op zijn |
| gün gibi | açık olmak als een paal boven water staan, overduidelijk zijn, |
| gün gibi | ortada olmak als een paal boven water staan, overduidelijk zijn, |
| günah keçisi | olmak als kop van jut dienen, zondebok zijn |
| günahı üzerinden | atmak niet meer verantwoordelijk zijn |
| günleri sayılı | olmak / n/ zijn dagen zijn geteld |
| günü dolmak | / n/ 1 zijn dagen zijn geteld, 2 (süre vb.) verlopen, |
| günü gününe | uymamak / n/ wispelturig zijn, veranderlijk zijn, niet |
| günü yetmek | / n/ 1 zijn dagen zijn geteld, 2 (süre vb.) verlopen, |
| gürültüye pabuç | bırakmamak voor geen kleintje vervaard zijn, niet gauw bang |
| gurur duymak | / trots op iets zijn |
| gururlanmak | trots zijn op, bogen op, beroemen, prat gaan op |
| gutste langs | zijn gezicht yüzünden ter boşandi |
| güvendiği dağlara | kar yağmak / n/ in zijn vertrouwen beschaamd worden, |
| güveni sarsılmak | /n, zijn vertrouwen in iemand verliezen, geen |
| güvenilmez, ipiyle | kuyuya inilmez, iemand op zijn geven birine ebesini |
| güvenini yitirmek | zijn vertrouwen verliezen, niet meer vertrouwen |
| güvenmek, iemand | op zijn woorden birine sözlerinden dolayi güvenmek, 2 |
| h/volskt. çalışmamak | werkloos zijn, niet werken, 15 (çalışma-, |
| haar mondje | gevallen zijn, niet om een antwoord verlegen zijn |
| haar van | onu uzaktan taniyorum, zijn ware tonen gerçek yüzünü göstermek, |
| HAATDRAGEND | kinli, kinci, garazci, hinçli, zijn kinli olmak |
| haberi | ol ergens van op de hoogte zijn, zich bewust zijn van iets, 5 |
| haberi olmak | /- den/ ergens van weten, (ergens van) op de hoogte zijn |
| haberi yok, | op de zijn bilgisi dahilinde olmak, haberi olmak, hij is van |
| hacet kalmamak | 1 / niet meer nodig zijn, 2 / n/ niet meer nodig |
| HACHJE | (s) bang zijn voor zijn postundan korkmak, alleen maar aan |
| had de | kraag van zijn jas op pardesüsünün yakasini dikti, 3 zijn hoed |
| haddine mi | düşmüş? Dat gaat zijn kunnen te boven! |
| haddine mi? | Dat gaat zijn kunnen te boven! |
| haddini aşmak | 1 (ileri git te ver gaan, buiten zijn grenzen gaan, buiten |
| haddini bildirmek | / n/ iemand op zijn plaats zetten, iemand zijn |
| haddini bilmek | weten hoever je kunt gaan, zijn grenzen kennen |
| hafız iemand | die de Koran uit zijn hoofd opzegt. |
| hak iddia | etmek /- de/ aanspraak maken op, claimen, zijn recht |
| hak vermek | / 1 gelijk geven, overstag gaan, 2 (pay ver zijn deel |
| hakça | rechtvaardig, 2 om de waarheid te zeggen, om eerlijk te zijn |
| hakkindan gelmek, | iemand over de leggen birini dövmek, op zijn schrijven |
| hakkından vazgeçmek | zijn rechten prijsgeven, afstand doen van zijn rechten |
| hakkını aramak | voor zijn rechten opkomen, op zijn recht staan |
| hakkını helal | etmek / (dini, religieus) gaarne van zijn rechten |
| hakkını vermek | 1 / n/ aan de vereisten/voorwaarden voldoen, zijn best |
| haksiz olduğun | kanisindayim, 3 bij zijn werk işine devam etmek, |
| hal hatır | sormak / informeren naar het welzijn (van iemand) |
| halden anlamak | vol begrip zijn, begrip hebben voor iemands problemen |
| hali harap | olmak / 1 (çok hasta ol erg ziek zijn, 2 (hali duman ol- |
| hali kalmamak | /n, uitgeput zijn, doodmoe zijn, bekaf zijn, afgemat |
| hali olmamak | /n, uitgeput zijn, afgemat zijn |
| hali vakti | yerinde olmak / n/ bemiddeld/vermogend/gegoed zijn, |
| halinde in | geval dat ..., mocht het het geval zijn |
| halinde, in | leert men zijn vrienden kennen dost kara günde belli olur, 3 |
| halinde, in | treurige acinacak halde, 2 in zijn (om) te ... ...meye uygun |
| haline bakmamak | zijn capaciteit te boven gaan, boven zijn kunnen gaan |
| halini sormak | / n/ naar iemands welzijn informeren |
| halsiz düşmek | uitgeput zijn, afgemat zijn, kapot zijn, doodmoe zijn |
| halsizleşmek uitgeput | zijn, afgemat zijn, kapot zijn, doodmoe zijn |
| hamile olmak | zwanger zijn, in verwachting zijn, een kind verwachten |
| hamlaşmak zijn | conditie verliezen, verslappen, slap worden, verzwakken |
| handelen, in | de war zijn, 3 hd./volkt. (çok uğraş zich inspannen, veel |
| handen op | een buik zijn |
| handig zijn, | overal iets van(af) weten |
| hanımefendilik het | deftig zijn, tact d. (v.vrouwen) |
| hapi yutmak, | nu zijn wij in de gelogeerd hapi yuttuk, yandik, |
| hapı yuttuğumuzun | resmidir Dat is een bittere pil. Daar zijn we mooi klaar |
| hapı yuttuk | Nu zijn we in de aap gelogeerd! Daar heb je het gedonder! |
| hapı yuttuk | Nu zijn we in de aap gelogeerd! Daar heb je het gedonder! |
| HAPPIG | düşkün, istekli, arzulu, op iets zijn bir şeye istekli olmak |
| haram olmak | / verboden zijn (door godsdienst) |
| harcamak, israf | etmek, har vurup harman savurmak, zijn geld parasini çar |
| harcamaz. Hij | heeft al zijn geld uitgegeven. |
| harcı olmak | binnen zijn mogelijkheden liggen, binnen zijn capaciteiten zijn |
| harcı olmamak | / n/ buiten zijn mogelijkheden liggen, boven zijn |
| harder praten, | zijn stem verheffen |
| HARDLOPER | (s) koşucu, sürat koşucusu s zijn doodlopers hizli başlayan |
| hareket etmek, | 2 gezinmek, dolaşmak, zijn ogen laten göz gezdirmek, huis |
| hareketlilik | (canlılık) het actief zijn, levendigheid d. 2 (kalabalık) |
| haren nog | niet kwijt zijn gençlik havaliliğini henüz üzerinden atamamak, |
| haren op | zijn hoofd |
| hariç olmak | 1 exclusief zijn, 2 (kapsamamak) niet bevatten, niet inhouden, |
| hariçten gazel | okumak uit zijn nek kletsen/praten, zwammen, onzin |
| harıl harıl | çalışmak zeer ijverig werken, druk bezig zijn |
| HART | ( en) 1 anat, kalp, yürek, 2 fig/mec gönül, zijn verliezen aan |
| hartstochtelijk verliefd | zijn, |
| haşır neşir | olmak / ergens druk mee bezig zijn, het druk hebben met |
| haşmetli eski./vero. | 1 statig, 2 Zijne/Hare Majesteit |
| hasta yatmak | ziek zijn, ziek op bed liggen |
| hastalığa ayrılmak | met ziekteverlof zijn |
| hastalik, het | boze oog kem göz, zijn (worden) om... (y)a/e (için) |
| hastalıktan kurtulamamak | altijd ziek zijn, sukkelen |
| hastası olmak | / n/ gek/dol op zijn |
| hastasi, titiz, | kural hastasi, kati, sert, zalim, amansiz, zijn voor |
| hatasını kabul | etmek zijn fouten toegeven/bekennen |
| hatasız kul | olmaz Elke gek heeft zijn gebrek. Het beste paard struikelt wel |
| hatır sormak | / naar iemands welzijn informeren |
| hatıra gönüle | bakmamak onpartijdig zijn, onbevooroordeeld zijn |
| hatırı kalmak | /n, gekrenkt zijn, gekwetst zijn |
| hatırından çıkarmamak | / onthouden, niet vergeten, iets in zijn oren |
| hatti, | (lust) istek, (eetlust) iştah, hand/tic revaç, in trek zijn revaçta |
| havadan nem | kapmak 1 (çok hassas ol overgevoelig zijn. |
| havadarlık het | lekker fris zijn, veel frisse lucht hebbend, een lekker |
| havalara girmek | zich een houding geven, zich een air geven, zijn neus in de |
| havalarda uçmak | in de wolken zijn, tot aan de balken springen, een gat in |
| havani alirsin, | doen of zijn neus bloedt fark ettiğini çaktirmamak, fark |
| havasını almak | /- den/ achter het net vissen, aan zijn neus voorbij gaan, |
| havasızlık | luchtledigheid d. vacuüm zijn 2 (kötü hava) bedomptheid d. |
| havaya gitmek | vergeefs zijn, |
| havaya kaldirmak, | yukari kaldirmak, zijn vinger parmağini kaldirmak, de |
| HAVER | (s) 1 bot, yulaf, 2 yulaf tanesi, de niet meer waard zijn pek |
| havsala almamak | / onvoorstelbaar zijn, onbegrijpelijk zijn, |
| havsala sığmamak | / onvoorstelbaar zijn, onbegrijpelijk zijn, |
| havyar kesmek | (argo/plat) zijn tijd doden/ verspillen, luieren, niets |
| hayal kırıklığına | uğramak teleurgesteld worden, een klap in zijn gezicht |
| hayalperestlik het | dagdromer/fantast zijn |
| hayata atılmak | met zijn eerste baan beginnen, beginnen te werken |
| hayata küsmek | zwaarmoedig worden, zijn levenslust verliezen |
| hayatı pahasına | ten koste van zijn leven |
| hayatın tadını | çıkarmak genieten van zijn leven, de dag plukken |
| hayatına mal | olmak / zijn leven kosten |
| hayatından bezmek | levensmoe zijn |
| hayatını borçlu | olmak / zijn leven aan iemand verschuldigd zijn, zijn |
| hayatını kazanmak | de kost verdienen, zijn brood verdienen, in zijn |
| hayatini öğrenimine | adiyor, zijn tijd aan ... (y)a/e zamanini vermek, |
| hayatını tehlikeye | atmak zijn leven wagen/riskeren, zijn leven in de |
| hayatını vermek | / 1 zijn leven geven voor iets, zich wijden aan, 2 |
| hayatını yazmak | zijn autobiografie schrijven |
| hayatını yitirmek | /- de/ om het leven komen, omkomen, zijn leven verliezen, |
| hayatıyla ödemek | / met de dood moeten bekopen, zijn leven kosten |
| hayatıyla oynamak | 1 (kendi hayatıyla) zijn leven op het spel zetten, zijn |
| hayret etmek | / verbaasd zijn, verwonderd zijn |
| hayrette kalmak | zich verbazen, verbaasd zijn, verwonderd zijn |
| hazır bulunmak | 1 (toplantıda ve bv) bijwonen, aanwezig zijn (bij), 2 |
| hazır olmak | 1 (bulunmak) aanwezig zijn, 2 (bitmiş ol gereed zijn, klaar |
| hazır yiyici | rentenierend, van zijn bezit levend |
| hazırcevaplık gevatheid | d. ad rem zijn |
| hazırdan yemek | rentenieren, van zijn/andermans bezit leven |
| hazirlamak, hij | kan zijn wel maken vasiyetini yazsa iyi olur, 2 het Oude |
| hazirlanmak, yi | karşilamak, b) alişmak, zij zijn op elkaar ingespeeld |
| hebben içinde | (söyleyecek) bir şeyi olmak, iets niet over zijn kunnen |
| hebben korkak/ | yüreksiz/tabansiz olmak, cesaretsiz olmak, van zijn geen |
| hebben met | iemand, geroerd zijn, getroffen zijn |
| hebben, | (hali vakti yerinde ol goed bemiddeld zijn, geen geldprobleem |
| hebben, | (modası geç ouderwets zijn, uit de mode zijn, niet meer |
| hebben, bir | kimsenin, van persoon) de baas zijn, onder de duim hebben |
| hebben, erg | dorstig zijn, een kurkdroge mond hebben |
| hebben, erg | kwaad zijn, woest/woedend zijn |
| hebben, erg | kwaad zijn, woest/woedend zijn, 2 (deli) door de duivel bezeten |
| hebben, ergens | druk mee bezig zijn, 2 wanneer, (geçmiş zamanla) |
| hebben, genegen | zijn |
| hebben, gezien | het feit dat de straten nat zijn. 5 wat Eğer onu yapsa, ki |
| hebben, hulpeloos | zijn |
| hebben, iets | beu zijn, balen van, tabak hebben van iets, iets zat zijn |
| hebben, in | een slechte bui zijn, slechte zin hebben |
| hebben, invloedrijk | zijn |
| hebben, tot | over zijn oren in de schulden zitten |
| hebben, uitverkocht | zijn |
| hebben, zijn | schaapjes op het droge hebben. |
| hedef olmak | een mikpunt zijn van |
| heeft een | aardje naar zijn hik demiş babasinin burnundan düşmüş, tipki |
| heeft zijn | eigenschappen (zoals de grond verschillende aders heeft). Mensen |
| heeft zijn | her şeyin zamani var, bijde zijn a) (modern zijn) modern |
| heeft, | (içindekini söyle zijn hart uitstorten |
| heel gecompliceerd | zijn, ingewikkeld zijn |
| HEERTJE | (s) hanimevladi, het zijn kendini bey sanmak, efendilik |
| HEIL | 1 refah, selamet, sağlik, 2 (redding) kurtuluş, zijn bij God |
| 'heilig" zijn, | zijn handen in onschuld wassen |
| hele | geld bir yiğin para, bir tomar para, uit de en gewassen zijn |
| helemaal zeker | zijn, niet helemaal vast staan, Bu iş bana yaş |
| helpen zijn | helpen (insan olarak) soydaşina yardim etmek |
| hem zijn | leven lang te kadin onu hayati boyunca kendine bağlamayi |
| hemcin zijn | helpen insan olarak yardim etmek |
| hemfikir olmak | / het eens zijn (met iemand) |
| hen. Ze | zijn onvergelijkbaar. |
| henüz sonuna | gelmedik, zijn voelen naderen sonunun geldiğini |
| henüz sonuna | gelmedik, zijn voelen naderen sonunun geldiğini |
| her başın | bir derdi vardır Geen kop zonder zorg. Elk hart kent zijn smart. |
| her gönülde | bir aslan yatar Iedereen heeft zijn eigen verwachtingen. |
| her gördüğün | sakallıyı deden sanma Het zijn niet allen koks die lange |
| her havadan | çalmak van alle markten thuis zijn |
| her horoz | kendi çöplüğünde öter De haan kraait het hardst op zijn eigen |
| her işe | burnunu sokmak overal zijn neus insteken, zich overal mee bemoeien |
| her koyun | kendi bacağından asılır Ieder moet zijn eigen kruis dragen. |
| her sakallıyı | deden sanma Het zijn niet allen koks die lange messen dragen. |
| her şeye | burnunu sokmak zijn neus overal insteken, zich overal mee bemoeien |
| her şeyin | bir sınırı var Alles heeft zijn grens. Alles met mate. |
| her şeyin | bir zamanı var Alles op z'n tijd. Keulen en Aken zijn niet op een |
| her telden | çakmak van alle markten thuis zijn |
| her yerde | bilinmek overal bekend zijn, heel beroemd zijn |
| her yiğidin | gönlünde bir aslan yatar Iedereen heeft zijn eigen |
| herkes başina | buyruk, hababam sinifi, de k zijn verhangen eski çamlar |
| herkes kendi | gözüyle değerlendirir Ieder ziet door zijn eigen bril. |
| herkes kendi | gözüyle görür Ieder ziet door zijn eigen bril. |
| herkesin bir | kusuru vardır Elke gek heeft zijn gebrek. Het beste paard |
| herkesin gönlünde | bir aslan yatar Iedereen heeft zijn eigen verwachtingen. |
| HERSENEN | mv/çoğ anat, 1 beyin, de kleine beyincik, 2 akil, zekâ, zijn |
| hesabına gelmek | 1 (ucuz bul goedkoop vinden, 2 (işine gel in zijn |
| hesabına gelmemek | / n/ niet in zijn kraam te pas komen |
| hesabını bilmek | zuinig zijn (van mensen), economisch omspringen met geld, |
| het | van zijn (haar) roem ününün doruğunda, 2 astr, yücelim, |
| het baantje | beantwoordde aan zijn verwachtingen iş tam |
| het been | zijn, b) (evli, nişanlı ol getrouwd/verloofd zijn |
| het eens | zijn, farklı görüşte olmak het oneens zijn, het niet eens zijn, 2 |
| het er | (gewoon) om kasitli yapmak, bilerek yapmak, het in zijn |
| het erg | koud hebben, b) (şaşırmak) van de kaart zijn, versteld staan |
| het gel | zeer rijk zijn |
| het geval | zijn dat ... |
| het hart | op zijn pen içinde ne varsa dilinde de o vardir |
| het hoge | kwam eruit ağzindan baklayi çikartti, itiraf etti, zijn houden |
| het honderd | sturen, iets naar zijn grootje helpen, naar de knoppen helpen, |
| het kan | dooien. Niemand kan zijn lot ontlopen. God beslist wie wat krijgt. |
| het lood | geslagen zijn, van zijn stoel vallen van verbazing, door iets |
| het ongeluk | geboren zijn, een ongeluksvogel zijn II 1 (toprak parçası) land |
| het oo | uit het hart. Her gönülde bir aslan yatar. Iedereen heeft zijn |
| het slechte | pad opgaan, 2 (kendini denetleyeme zijn |
| het week | zijn |
| het werk | serieus nemen, 3 (ağzını -, zijn mond) houden |
| Het zijn | niet alle monniken, die zwarte kappen dragen. Het zijn niet allen |
| het zwarte | zijn istenmeyen olmak, |
| hetzelfde neerkomen, | Dilencinin kapısı bir olsa acından ölür. Er zijn meer |
| hetzelfde zijn, | niet onderdoen, (diğeri kadar iyi olmak) net zo goed zijn |
| hevesi kursağında | kalmak / n/ zijn verwachtingen niet kunnen realiseren |
| hevesli olmak | / enthousiast zijn, geïnteresseerd zijn |
| heyecanla/merakla beklemek, | van zijn vallen van verbazing felegini |
| hiç asmaz, | hiç ihmal etmez, 2 (veronachtzamen) kaçirmak, kaybetmek, zijn |
| hiç değilse | 1 (en azından) tenminste, althans, minstens, op zijn minst, 2 |
| hiç kimse | kendi memleketinde peygamber olmaz Geen profeet is in zijn eigen |
| hiç olmazsa | althans, minstens, tenminste, op zijn minst |
| hiçbir işe | yaramamak nergens goed \ zijn, nutteloos zijn, onbruikbaar zijn |
| hiddetli, | zijn op iemand birine kizmak, worden kizmak, zich maken |
| hier om | de s burada para söker, para konuşur, iemand zijn laatste |
| hij bedriegt | zijn vrouw kansini aldatiyor, 2 yaniltmak als mijn |
| hij drie | kopjes koffie ferahça üç fincan kahve içiyor, op zijn zijn sakin |
| hij een | dief is. Het is van zijn gezicht af te lezen dat hij een |
| Hij heeft | zijn dochter met zich meegenomen, 2 (... başka) naast, |
| hij is | gauw op zijn tenen getrapt çabuk alinir, çok alingandir, daar gaan |
| hij schudde | zijn achtervolgers van zich af peşindekileri ekti, hij |
| hij vervloekt | zijn! |
| hij zal | ervoor cezasini çekecek, hij moet met zijn leven |
| hij zal | met zijn liedjes ons feest şarkilariyla eğlencemize renk katacak |
| hij zal | ziek zijn hasta olmali, 3 (belofte) je zult het morgen hebben yarin |
| hij zit | altijd met zijn in de boeken burnu kitaptan kalkmaz, hij moet |
| hindi gibi | kabarmak trots als een pauw zijn, apetrots zijn |
| hippilik het | hippie zijn, de hippie levensstijl |
| hırçınlaşmak uit | zijn humeur raken, boos worden |
| hırsına hakim | olmak zichzelf in de hand hebben, zich beheersen, zijn woede |
| hırsını almak | /- den/ zijn woede koelen |
| hırsını çıkarmak | /- den/ zijn woede koelen |
| hırsız olmak | een dief zijn, (eli uzun ol lange vingers hebben |
| hısım çıkmak | / bloedverwant blijken te zijn |
| hislerine kapılmak | zich overgeven aan zijn gevoelens, zich laten gaan |
| hissizlik verdoving | d. het verdoofd zijn |
| hizaya getirmek, | siraya koymak, een vraag aan (y)a/e soru yöneltmek, zijn |
| hızlı koşan | çabuk yorulur Hardlopers zijn doodlopers. |
| hoedanigheid of | toestand aan) zijn Bugün orada olmalıyım. Vandaag moet ik |
| HOEDE | 1 (bescherming) koruma, iemand/iets onder zijn nemen birini/bir |
| HOERASTEMMING | neşe, in zijn çok neşeli olmak |
| hoger sferen | zijn a) burnu havada olmak, b) (zitten te soezen) hayal |
| homo olmak | homo(fıel) zijn |
| hond enz. | zijn tanden laten zien, een hoge rug opzetten, zijn haren |
| honger sterven, | 2 (vadesi geç ongeldig zijn, versterven, |
| honing dan | met een vat azijn. |
| HONK | kale, ev, yuva, bij blijven evde kalmak, van zijn evden uzak |
| HOOI | saman, kuru ot, te veel op zijn vork nemen boyundan büyük işe |
| hooi op | zijn vork nemen, bir işe yaramamak van nul en gener waarde zijn, |
| HOREN I | g, (hoorde, h, gehoord) 1 (niet doof zijn) işitmek, duymak, , |
| horens opzetten, | ontrouw zijn |
| hoş gelmek | (kulağa goed klinken, aangenaam zijn/lijken |
| houden, te | laat zijn om er iets aan te doen, 2 (aşık olmuş) zeer |
| houden, telkens | zijn plannen ter sprake brengen |
| houten kop | hebben, een spijker in zijn kop hebben |
| HOUTJE | (s) odun, tahta parçasi, kereste parçasi, op (zijn) eigen |
| huid hebben, | onbeschaamd zijn |
| huis hebben, | een veelgevraagd beroep hebben, ergens goed in zijn, 2 |
| HUIVERIG | voor iets zijn bir şeyden çekinmek |
| hükmü olmak | / n/ gelden, geldig zijn, van kracht zijn |
| Hüküm sahibi olanlar, Allah’ın korudukları hariç meşakkat kapısındadır | De vorsten zijn over het algemeen in moeilijkheden, behalve degenen die worden beschermd door Allah |
| hükümsüz olmak | ongeldig zijn, niet meer van kracht zijn |
| HUMEUR | ( en) huy, mizaç, tabiat, in een goed (slecht) zijn iyi (kötü) |
| humeur hebben, | in een slechte bui zijn |
| HURKEN I | op zijn zitten çömelmek, çömelip oturmak II f, gs, (hurkte, h, |
| hüsrana uğramak | teleurgesteld worden/zijn |
| içini aç- | ) zijn hart uitstorten, zich uitspreken, 12 /- den/ (gemi) |
| iemand | tot last zijn |
| iemand | zijn gang laten gaan, iemand vrij spel geven |
| ilgilenmek | passen op, onder zijn hoede nemen, Köpeğine sahip |
| ilişkide - | ) omgaan met, verkeren met, 6 /- de/ (elde voorradig zijn, |
| in zijn | bezit krijgen) almak, kazanmak, elde etmek, çabayla kazanmak, iets |
| Inde Overgang Zijn | Adetten Kesilme,Inde Overgang Zijn |
| insan verachtelijk | zijn, gemeen/schurkachtig zijn, geen knip voor de neus |
| İnsanın en değerlisi, en çok takva sahibi olanlardır. | De meest waardevolle mensen zijn degenen die meer takwa (vrees van God) |
| irade, | zijn eigen volgen kendi iradesine uymak, iradesini izlemek, 4 |
| işine dalmış | Hij is verdiept in zijn werk (waardoor hij niets hoort) |
| Iyilik | welzijn,weldaad,Iyilik |
| Jaloers Zijn Op | kiskanmak,Jaloers Zijn Op |
| Je moet snel zijn. | Hızlı olmalısın. |
| Kachel Volslagen Zijn | kafayi bulmak,sarhos olmak,cakirkeyf olmak, ,,Kachel Volslagen Zijn |
| kafasından çıkarıp | at uit zijn hoofd zetten |
| Kafayi Bulmak | kachel volslagen zijn,Kafayi Bulmak |
| kalabalık ol- | ) druk zijn, (arı vb.) zwermen, krioelen, 4 (deniz, v. zee) |
| keelgeluid geven | gicik ses çikarrnak, II g, zijn naam in de tafel adini |
| kendini tehlikeye | atmak) zijn leven wagen om...te |
| kenmerkend özgü, | has, zijn aan nin özelliği olmak, (y)a/e |
| kind ondeugend | zijn, constant kattenkwaad uithalen |
| Kiskanmak | jaloers zijn op,benijden,Kiskanmak |
| kıza | -, een meisje) handtastelijk zijn, knijpen |
| kompas pusula | kertesi, 5 van zijn/raken feleğini şaşirmak |
| kontroldan | çık oncontroleerbaar zijn |
| kontroldan çık- | ) oncontroleerbaar zijn |
| Korkmak | Bang,bang zijn,Schrikken,Schromen,,Korkmak |
| kosten, | waard zijn |
| kwijt kayip, | b) (kapot) bozuk, naar de zijn a) (geld, kans, reputatie) |
| Laf Altinda Kalmamak | Gevat Zijn,Laf Altinda Kalmamak |
| laf saklamamak | loslippig zijn, los in de mond zijn, een losse tong hebben |
| lafıyla - | ) zijn mond voorbijpraten |
| Lazim Olmak | Nodig Zijn,Lazim Olmak |
| lijdzaam itaatli, | boyun eğen, 3 zijn aan (y)a/e maruz kalmak/olmak |
| loslippig ağzi | gevşek, sir saklamaz, uzun dilli, boşboğaz, zijn dilini |
| luim geçici | haleti ruhiye, in een goede zijn neşesi üzerinde |
| Magaza | Winkel,Zaak,Magazijn,Magaza |
| Magazijn | Ambar,Depo,Magazijn |
| Magazijnbediende | Ambar Iscisi,Magazijnbediende |
| Mart Kapidan Baktirir | Kazma Kurek Yaktirir,Maart Roert Zijn Staart,Mart Kapidan Baktirir |
| maruz olmak | blootstaan, openstaan 4 (insan, v. mensen) open zijn, |
| Mayismak | Slaperig Zijn,Dommelen,Mayismak |
| Maymun Gozunu Acti | Nu Zijn We Op De Hoogste,Maymun Gozunu Acti |
| Merak Etmek | Ongerust,Bezorgd Zijn,benieuwd zijn,Merak Etmek |
| meşgul olma- | ) vrij zijn, niet bezet zijn |
| Metelige Kursun Sikmak | Straatarm Zijn,Metelige Kursun Sikmak |
| Milliyet | Nationaal Bewustzijn,Milliyet |
| Modaya Uymak | In De Mode Zijn,Modaya Uymak |
| moeilijk | verkrijgbaar zijn, heel schaars zijn |
| muayeneden geç- | ) controle ondergaan, 12 (modası vb. uit de mode zijn, |
| Mumla Aramak | Achter Iets Aan Zijn,Mumla Aramak |
| Muradina Ermek | Zijn Doel Bereiken,Muradina Ermek |
| na/e kalmiş | olmak, aan de heidenen overgeleverd zijn acimasiz ellere |
| naar zijn | vader oğlan babasina çeker, II gs, (, ) op benzemek, ayni |
| nazl geç- | ) iemand naar zijn hand weten te zetten, in staat zijn |
| nehir | deniz uitmonden, 5 mec./fig. uitgeput zijn, afgemat zijn, kapot |
| niet | om geven, 17 /, (kafaya geobsedeerd zijn, niet |
| nieuwsgierig waar | zou het kind zijn? çocuk nerede acaba? * het is erg |
| niyetli | ol van plan zijn, zich voornemen, vastberaden zijn, (sabit |
| Nodig Zijn | Gerekmek,Nodig Zijn |
| nut yarar, | fayda, çikar, ieder zoekt zijn herkes kârini arar, fig/mec |
| officieel talep | etmek, rica etmek, zijn ontslag çikişini |
| Olmak | Zijn,Gebeuren ,Olmak |
| ölmek zijn | leven opofferen |
| ölüm, | zijn is een groot verlies ölümü büyük kayiptir |
| olumsuz tümcede, | in ontkennende zin) aanwezig zijn, altijd voorkomen, |
| omgekeerd | ters, zijn handschoenen aandoen eldivenlerini ters giymek, |
| onder | zijn oog brengen) (göz) önüne serrnek, göstermek, nazari dikkate |
| Onikilik | dozijn(,en),Onikilik |
| Onu | " zijn (erkekler icin)" |
| Onun | Daardoor,Waardoor,Zijn,Er,,Onun |
| Onun Tarafindan | Zijnerzijds,Onun Tarafindan |
| Onun Yuzunden | toedoen (door zijn),Onun Yuzunden |
| ooggetuige zijn | v,) tanik olmak, ik zie haar komen geldiğini gördüm, dubbel |
| Op Zijn Eentje | Bir Basina,Op Zijn Eentje |
| over iets | bir şeyin altindan kalkamamak, uit zijn nek kletsen/praten |
| Ozur Dilemek | Spijt,Zijn Excuus Maken,Ozur Dilemek |
| persoon adam, | zijn staan (moeilijkheden) ayak diremek, (tegen personen) |
| Pinus | sylvestris), eski çamlar bardak oldu, de hekken/bordjes zijn |
| Refah Calismalari | welzijnwerk,Refah Calismalari |
| Refah Devleti | welzijnstaat,Refah Devleti |
| Refah Hizmetleri | welzijnwerk,Refah Hizmetleri |
| renk vb. | v. kleur enz.) dominant zijn |
| rezil | onfatsoenlijk, 5 / (delisi olma) dol/gek/gesteld (zijn op) |
| rüzgâr, wind | gaan liggen, 7 (gücü -, zijn kracht) afnemen, verliezen, |
| sağlamlaştırmak versterken, | 3 (ders vb.) in zijn hoofd stampen |
| Saglik | Gezondheid,welzijn,Saglik |
| Sarhos Olmak | kachel volslagen zijn,Sarhos Olmak |
| sarkıntılık et- | ) handtastelijk zijn, 3 mec./fig. (kışkırtmak) |
| şaşırmak verbijsterd | zijn, verbluft zijn |
| şaşırmak zeer | verbaasd zijn, bedwelmd zijn, versteld zijn/staan |
| şaşkın ol- | ) de draad kwijt zijn, de klus kwijt zijn, niet weten |
| schrijven, | als schrijver werkzaam zijn |
| seviyesini koru- | ) zijn niveau houden, zijn niveau handhaven |
| Sifa Bulmak | Zijn Genezen,Sifa Bulmak |
| Sihhat | welzijn,Sihhat |
| Sinavini Gecmek | Zijn Examen,Sinavini Gecmek |
| sırtına - | ) over zijn schouder slingeren, omdoen, 43 (uzanmak) bereiken, 44 |
| Sosyal Hizmetler Sekteru | welzijnsector,Sosyal Hizmetler Sekteru |
| Sosyal Isleri | welzijnwerk,Sosyal Isleri |
| Sosyal Yardim Elemani | welzijnswerker,Sosyal Yardim Elemani |
| Sosyal Yardim Memuru | welzijnswerker,Sosyal Yardim Memuru |
| sp. | (v. bal enz.) uit zijn, buiten de lijn enz. zijn |
| stellen bir | şeyi birinin gözleri önüne sermek, zijn ogen zijn groter dan |
| stof yün | kumaş, yün dokurna, door de geverfd zijn tamamen arsiz olmak, |
| stuk hout | payanda, de zijn kurban gitmek/olmak |
| sunmak indienen, | 4 (bağışlamak) schenken, 5 (kız -, zijn dochter) |
| süt vb. | overkoken, overlopen, 3 (sabır opraken, zijn geduld |
| tereddüt et- | ) aarzelen, schromen, 3 (utanmak) verlegen zijn |
| tijdperk devir, | çağ, dönem, in zijn jonge gençliğinde, ouden van |
| tipsizlik het | lelijk zijn, het niet knap/mooi zijn |
| Toedoen (Door Zijn) | onun yuzunden ,Toedoen (Door Zijn) |
| Toegedaan (Iemand~Zijn ) | birinden hoslanmak,birini sevmek ,Toegedaan (Iemand~Zijn ) |
| toereikend zijn | yetişmek, yetmek, II g, 1 germek, uzatmak, yaymak, de |
| Topvorm D (In~Zijn) | formunun dorugunda olmak ,Topvorm D (In~Zijn) |
| Tuk~Op Iets Zijn | bir seye duskun olmak ,Tuk~Op Iets Zijn |
| tükenmek op | zijn, 4 (satılıp tüken uitverkocht zijn, 5 (çok yorul |
| TZTAfk Te Zijner Tijd | zamani gelince ,TZTAfk Te Zijner Tijd |
| uitputten | çaliştrip çok yormak, afgewerkt zijn çalişmaktan |
| Üstleri | ona görev vermedi, Zijn meerderen hebben hem geen |
| v, | zijn |
| v, roest | enz,) çözeltip yok etmek, fig/mec hij kon zijn tong wel |
| v, vogel | boyun, boğaz, 3 een stuk in zijn hebben sarhoş olmak, zurna |
| vacant zijn | boş durmak, boş olmak |
| van | zijn plaats raken) yerinden düşmek, 3 (niet meer aanwezig zijn) artik |
| var ol- | ) bestaan, (hiç eksilmemek) aanwezig zijn, altijd voorkomen, zich |
| verstand | akil, zekâ 3 zihin, kabiliyet, yetenek, eğilim, anlayiş, zijn |
| verwezenlijken gerçekleştirmek, | yerine getirmek, hayata geçirmek, zijn |
| voldoen yapmak, | yerine getirmek, zijn belofte sözünü tutmak, 5 |
| waarschijnlijk dat | zal Ayşe zijn muhtemelen Ayşe olacak, Ayşe olsa gerek, |
| Welzijn | saglik,sihhat,iyilik, ,,Welzijn |
| Welzijnsector | sosyal hizmetler sekteru, ,Welzijnsector |
| Welzijnstaat | refah devleti,gonenc devleti,,Welzijnstaat |
| Welzijnswerker | sosyal yardim elemani,sosyal yardim memuru,gorevli, ,,Welzijnswerker |
| Welzijnwerk | sosyal isleri,refah calismalari,refah hizmetleri, ,,Welzijnwerk |
| xxx | (sağlık) gezondheid d. welzijn 4 (fayda) nut voordeel |
| xxx | het ijzervreter zijn |
| ya/e hayran, | zij zijn s van Ayşe Ayşeye hayranlar, Ayşenin |
| ya/e vermek, | adamak, hasretmek, hij wijdt zijn leven aan zijn studie |
| yaşına - | ) jarig worden/zijn, een bepaalde leeftijd bereiken, 13 (karanlık |
| yatalak ol- | ) bedlegerig zijn, 7 / (cinsel birleş met |
| yemek droogkoken, | uitkoken, 4 (argo/plat, para bit op zijn, |
| yıkılmak ergens | kapot van zijn |
| yla, -yle | 1 met, arabayla geldiler, ze zijn met de auto gekomen. 2 en, |
| yönetim bestuur | management d. leiding d. 3 het bestuurder zijn, |
| Zamani Gelince | tztafk te zijner tijd,Zamani Gelince |
| Zeer Hongerig Zijn | Cok Cok Ac Olmak,Zeer Hongerig Zijn |
| Zijn | Onun,Olmak,Zijn |
| zijn | geven görüş belirtmek, düşünce söylemek, bij (zijn) blijven ayni |
| zijn | pen bijten dudağini isirmak, aan iemands pen hangen birinin ağzina |
| zijn (erkekler icin) | Onu |
| Zijn Examen | Sinavini Gecmek,Zijn Examen |
| Zijn Excuses Aanbieden | Af Dilemek,Zijn Excuses Aanbieden |
| Zijn Excuus Maken | Ozur Dilemek,Zijn Excuus Maken |
| Zijn Genezen | Sifa Bulmak,Zijn Genezen |
| Zijne | Zijn,Zijne |
| Zijnerzijds | Onun Tarafindan,Zijnerzijds |
| zwanger zijn | gebe olmak, yavru taşimak, yavrulu olmak, 6 |