Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek |


Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek.
Türkçe > Felemenkçe <> Felemenkçe > Türkçe Sözlük.
Türkçe > Hollandaca <> Hollandaca > Türkçe Sözlük.
77238 Kelime - Woord.


'mec./fig.' Kelimesinin Anlamları:

abideleşmek een monument krijgen, 2 mec./fig. vereeuwigd worden
aç -çı 1 hongerig, 2 ( - karnına) nuchter, 3 mec./fig. begerig, gretig,
achten/vinden, (hikâye vb. van verhaaltje) mec./fig. borduren
acı çektirmek / mec./fig. pijnigen, pijn doen
açık kapı mec./fig. een open deur.
açıkkapı mec./fig. een open deur
acılanmak bitter worden, (yağ vb. bozulmuş) ranzig worden, 2 mec./fig. /
acılaşmak bitter worden, (bozulmak) ranzig worden, 2 mec./fig.
aksak mank, kreupel, 2 müz/muz oneven, 3 mec./fig. scheef, mank, işler
arındırtmak laten reinigen, laten zuiveren, 7 mec./fig. (öldürmek)
baltayı taşa vurmak mec./fig. een blunder begaan, stuntelen, een bok
baygın (bayılmış) bewusteloos, 2 mec./fig. (gönül vermiş) verliefd, 3
bedotten, mec./fig. (konu vb. unuttur laten vergeten, in de
belkemiği - ni 1 ruggengraat d. wervelkolom d. 2 mec./fig. steunpilaar d.
beramen, (tuzak -, val, strik) spannen, opzetten, 15 mec./fig.
beşik wieg d. 2 mec./fig. bakermat d. son beşik laatstgeborene d.
besterven, mec./fig. (görüş vb.) weerleggen
bin bir mec./fig. duizend en een, duizenden, talloos, heel veel, van
bitir- verorberen, alles opmaken, alles opeten, 3 mec./fig.
blussen, mec./fig. (birini bir şeyden iemand zijn interesse
bovenverdieping 3 mec./fig. verstand hersenen d. Sende kafa yok! Je
bulaşkan (yapışkan) kleverig, 2 mec./fig. twistziek
bürümek n/ mec./fig. blind worden door woede, 2 (aile, kök) familie d.
büyüleyici betoverend, fascinerend, 2 mec./fig. fantastisch
calculeren, uitrekenen, 2 (hesaba kat mec./fig. overwegen, overdenken,
canı çıkmak / n/ 1 (ölmek) de ziel geven, doodgaan, 2 mec./fig. (çok
çaprazlaşmak (door)kruisen, 2 mec./fig. gecompliceerd en chaotisch worden
champignon Agaricus campestris), 2 (şişe kurk d. 3 mec./fig. verzinsel
çiğ (pişmemiş) rauw, (az pişmiş) ongaar, halfbakken, 2 mec./fig.
çığır mec./fig. doorbraak d. revolutie d. ommezwaai d.
çıplaklaşmak mec./fig. 1 (fakirleşmek) verarmen, armer worden, 2 (ağaç vb.
çivi kesmek mec./fig. het erg koud hebben
cıvıklık blubberigheid d. modderigheid d. papperigheid d. 2 mec./fig.
çok fena 1 (kötü) erg slecht, 2 (insan, acımasız) mec./fig. meedogenloos,
çolpalık waggelen 2 mec./fig. (sakarlık) onhandigheid d.
çöreklenmek mec./fig. (fıkir vb. ideeën enz.) vastroesten
çulsuz (giysisiz) zonder kleren, 2 mec./fig. (fakir) arm
çürümüş (bozulmuş) rot, verrot, bedorven, 2 mec./fig. ouderwets, aftands,
dapperheid kranigheid d. manmoedigheid d. 3 mec./fig. (kayırıcılık)
dayılık het oom zijn, 2 mec./fig. (kabadayılık) heldhaftigheid d.
dekken, / mec./fig. (masrafları karşıla-, kosten) dekken, bekostigen,
derinleştirmek 1 dieper maken, 2 mec./fig. uitdiepen, heel grondig
derisine sığmamak mec./fig. zeer arrogant zijn
deriyi -, v. huid) tot bloedens toe krabben, 3 mec./fig.
dibi görünmek mec./fig. (bitmek üzere ol bijna op zijn (van voorraad)
diş geçirmek /- el 1 (ısırmak) bijten, doorbijten, 2 mec./fig. (laf geçir-
Dit woord past niet bij jou. 3 (uydurmak) mec./fig. verzinnen,
dizginlemek 1 (ata dizgin tak optuigen, 2 mec./fig. beteugelen,
doceren, onderwijzen, 4 mec./fig. (kazıklamak) iemand iets aansmeren,
dolambaçsız zonder bocht/kromming 2 mec./fig. direct, platweg, ronduit,
dolandırmak oplichten, beetnemen, 4 mec./fig. (kafayı getikt worden,
dolap kast d. 2 mec./fig. (hile) bedrog gemeenheid d. boerenbedrog
draaitol 3 mec./fig. (hile) intrige d. truc d. list d.
dümen stuur roer 2 mec./fig. truc d. list d. bedrog 3 mec./fıg.
dut - tu 1 moerbei d. 2 mec./fig. zat, stomdronken
e/ ışık met licht schijnen, mec./fig. de weg wijzen, 24 (süt -,
een man uit Anatolie, 4 mec./fig. (uydu) trawant d. handlanger d.
een stoel enz. 7 /- de/ mec./fig. (kök sal wortelen in, zich
ekmek yok 1 Er is geen brood. 2 mec./fig. Daar zit geen brood in. Daar is
elektriklenmek geëlektriseerd worden, 2 mec./fig. (ortam, met woede)
elini yıkamak 1 handen wassen, 2 mec./fig. (bir şeyden elini çek zijn
enz. indikken, 3 mec./fig. overdrijven, aandikken
eritmek 1 smelten, oplossen, 2 mec./fig. (harcamak, geld) uitgeven,
eşik drempel d. dorpel d. 2 mec./fig. begin eerste stap d.
esnetmek 1 doen gapen, 2 mec./fig. lastig vallen, vervelen
ev kuşu mec./fig. huismus d. huisduif d.
ev yıkmak 1 een huis afbreken, 2 mec./fig. een gezin uiteenrukken,
ezgin verfrommeld, gebutst, rot, 2 mec./fig. verdrietig, depressief,
ezik platgedrukt, 2 mec./fig. verdrietig, bedroefd
ezilmek (taş vb.) verpulverd worden, 2 mec./fig. onderdrukt worden, onder
ezip suyunu içmek / n/ mec./fig. nergens goed voor zijn, geheel
fazla olmak mec./fig. te ver gaan, lastig vallen, vervelen
fenalık gelmek / 1 niet lekker worden, zich slecht voelen, 2 mec./fig.
fenalık gelmemek / mec./fig. problemen/schade bezorgen
fıçı vat ton d. vaatje barutfıçısı mec./fig. kruitvat
firavun farao d. 2 mec./fig. tiran d. despoot d.
fırçalanmak geborsteld worden, geboend worden, 2 mec./fig. berispt
fiske vurmamak / 1 knippen met de vingers, 2 mec./fig. iemand bij de
fıstık bot. pistache noot d. 2 mec./fig. "stuk" mooi meisje stoot
fosforlu fosfor bevattend, 2 mec./fig. pronkerig, 3 (giyiniş) opzichtig,
frenlemek 1 remmen, 2 mec./fig. beteugelen, afremmen, intomen
gazel okumak mec./fig. liegen, uit zijn nek kletsen, onzin uitkramen
geç kalmak / 1 laat zijn, 2 mec./fig. (fırsatı kaçır achter het net
gelip çatmak 1 mec./fig. voor de deur staan, 2 (tehlike, van gevaar)
gergin (gerilmiş) gespannen, straf, strak, 2 mec./fig. (durum, ortam)
geri adım atmak mec./fig. zich terugtrekken, terugtreden, op zijn schreden
gıcık kriebelhoest d. 2 mec./fig. vervelend, irritant, ergerlijk, 3 ( -
gidiş o gidiş Hij kwam nooit meer terug. mec./fig. Hij is opgedonderd.
gırtlağından kesmek / mec./fig. uit zijn mond sparen
göbek atmak 1 dansen, met de buik schudden, 2 mec./fig. een gat uit de
göğüslemek 1 met de borst duwen, 2 mec./fig. het hoofd bieden aan),
gökyüzü - nü firmament lucht d. luchtje mec./fig. wereld d.
gölgelenmek overschaduwd worden, 2 mec./fig. overtroffen worden, in de
gooien, mec./fig. (kavga çıkar onrust veroorzaken, ruzie veroorzaken,
göz alıcı 1 oogverblindend, 2 mec./fig. schitterend, prachtig, behoorlijk,
göz kamaştırıcı 1 oogverblindend, hel, 2 mec./fig. schitterend, prachtig
gözbebeği - ni 1 anat. oogappel d. pupil d. 2 mec./fig. (çok sevilen)
gözünü kan bürümek / n/ mec./fig. blind worden door woede, vol
gün doğmak 1 (dag) aanbreken, 2 / mec./fig. (şans doğ mazzel
hamal (taşıyıcı) kruier d. (bagage) drager d. sjouwer d. 2 mec./fig. een
handel 3 (pazar fiyatı) marktprijs d. 4 mec./fig. (dolaşma)
handelen, handeldrijven, 3 mec./fig. (başından at iemand
harlamak (çıtır çıtır yan knisperend branden, 2 / mec./fig.
haşarat - tı 1 insecten d. 2 mec./fig. gemene mensen d.
haşlamak 1 (kaynatmak) koken, aan de kook brengen, 2 mec./fig.
hastalık ziekte d. 2 mec./fig. bezetenheid d. manie d. akıl hastalığı ruh
hava almak 1 (dışarı çıkıp een luchtje scheppen, 2 mec./fig. achter het
havalı pneumatisch, met lucht werkend, 2 mec./fig. (alımlı) attractief,
havsala anat. bekken 2 mec./fig. begrip verstand
hazmedememek 1 (yiyecek) niet kunnen verteren, 2 mec./fig. iets niet
heeft, mec./fig. (mevki) post d. positie d. stelling d. betrekking
hesap kitap mec./fig. na rijp beraad, na veel wikken en wegen
hınzır mec./fig. (çocuk) ondeugend, stout, (büyüklere) kwaadwillig, gemeen,
hışır schil d. bast d. vel 2 mec./fig. ruw, grof, plomp, lomp
ışık, licht uitdoen, 4 mec./fig. (sevgi, liefde) uitgaan,
kinderwerk 2 mec./fig. speelbal d.
mec./fig. (çalgı iyi çal-, vb. instrument enz.) heel goed spelen
mec./fig. (kavga çıkar onrust veroorzaken, ruzie veroorzaken,
mec./fig. (sepetlenmek) weggestuurd worden, de deur uitgezet
mec./fig. slaperig, verdoofd, sloom
mec./fig. zich nederig gedragen
nehir deniz uitmonden, 5 mec./fig. uitgeput zijn, afgemat zijn, kapot
parmak izi, v. vinger) afdruk d. 4 (yara vb. izi) litteken 5 mec./fig.
sarkıntılık et- ) handtastelijk zijn, 3 mec./fig. (kışkırtmak)
xxx den./scheep. mast d. 4 mec./fig. steun(paal) d.
xxx mec./fig. gebrek lacune d. defect
xxx mec./fig. opdringengheid d.
yumuşatmak zacht maken, verzachten, 6 mec./fig. (çok yor

Ana Sayfaya Dön