Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek |


Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek.
Türkçe > Felemenkçe <> Felemenkçe > Türkçe Sözlük.
Türkçe > Hollandaca <> Hollandaca > Türkçe Sözlük.
77238 Kelime - Woord.


'iemand' Kelimesinin Anlamları:

aan iemand (iets) hebben birinden (bir şeyden) hoşlanmamak, nefret etmek
aan iemands woorden birinin sözlerine inanmamak
AANDIENEN g, (diende aan, h, aangediend) iemand birinin
AANGAPEN g, (gaapte aan, h, aangegaapt) iemand (ağzi açikça,
AANHANGEN gs, (hing aan, h, aangehangen) 1 iemand birine
AANJAGEN g, (jaagde/joeg aan, h, aangejaagd) 1 iemand schrik
aanmatigend en door te kort houden wordt iemand een dief.
AANNAAIEN (naaide aan, h aangenaaid) dikip tutturmak, iemand
AANPAPPEN gs, (papte aan, h, aangepapt) met iemand biriyle
AANPRATEN g, (praatte aan, h, aangepraat) 1 iemand iets birine
AANRAKING ( en) ilişki, temas, iemand met een ander in
AANSPELEN g, (speelde aan, h, aangespeeld) sp, iemand (de bal)
aansporen, iemand opjagen, iemand in een benarde positie brengen
aanstoten bardak tokuşturmak, met iemand biriyle bardak tokuşturmak, II
aanvallen, iemand een steek in de rug toebrengen
AANVLIEGEN I g, (vloog aan, h/is aangevlogen) 1 iemand
AANVLIJEN (vlijde aan, h, aangevlijd) zich tegen iemand birine
abacı iemand die overjassen maakt of verkoopt, 2 (dükkân)
abandırmak- i, (iemand) laten leunen tegen iets
abideleştirmek iemand vereeuwigen
abone yapmak / iemand abonnee maken
abone yazmak iemand als abonnee inschrijven
acele ettirmek / 1 (birini iemand haasten, opjagen, 2 (bir şeyi
ACHTERSTAAN gs, (stond achter, h, achtergestaan) bij (iemand)
ACHTING saygi, hürmet, takdir, voor iemand voelen birine saygi
acı gelmek 1 scherp/pittig vinden, 2 (üzmek) hard aankomen (bij iemand)
açığa almak / iemand zijn ontslag geven, iemand de laan uitsturen,
açığını bulmak / n/ iemands verborgen fout ontdekken.
açik eksiltme ile balik satmak, 6 (v, munten) darpetmek, 7 iemand
açiklik, aralik, (v, tand, in de grond) çukur, oyuk, yarik, gedik, iemand
acıktırmak (iemand) hongerig maken, honger opwekken
açilmak, ayrilmak, 3 op iemand (kötü niyetle) birinin üzerine gitmek
açilmak, tegen iemand birine bağirip çağirmak
acimak, zich over iemand birini himayesine almak
acısına son vermek / n/ iemand uit zijn lijden helpen
acısını görmek / n/ lijden aan iemands dood, pijn van iemands dood
acitmak, iemand birini gücendirmek incitmek, kirmak,
açmak n/emand in de problemen brengen, iemand problemen bezorgen,
açmak, postayi almak, posta kutusunu boşaltmak, 3 iemand de voet birinin
açmak, zijn hart bij iemand birine içini dökmek, birine dert yanmak
açmaza getirmek iemand op een listige manier ergens in laten trappen,
adam kaçırmak iemand ontvoeren, kidnappen
adam kaldırmak iemand ontvoeren, kidnappen, schaken
adam öldürmek (iemand) doden, doodmaken
adam seçmek iemand voortrekken
adam sırasına geçmek een persoon van aanzien worden, een belangrijk iemand
adam vurmak iemand doodschieten
adam yerine koymak / 1 met respect behandelen, iemand als mens
adama benzetmek / 1 iemand mens maken, iemand beschaving bijbrengen, 2
adamakilli, iemand afranselen birini iyice benzetmek
adamina göre davranmak, iemand de rug birinin sirtini okşamak, temiz bir
aday göstermek / iemand voordragen, iemand kandidaat stellen, iemand
adı sanı iemands goede naam en reputatie
adını ağzına almamak / n/ iemands naam niet in de mond nemen, met iemand
adını almak / n/ een naam krijgen, iemands naam krijgen
adını anmamak / n/ iemands naam vermijden te noemen
adını lekelemek / n/ iemands (goede) naam krenken, een smet op iemands
adını vermek / n/ 1 (torpil için) zich op iemand beroepen, de autoriteit
adiyla saniyla taninmak, sayilmak, iemand met en toenaam kennen birini çok
af bir de sen öde! 3 iets op iemand bir şeyi birine yüklemek, bir
afdeling bölüm, servis, kisim, iemand in nemen birini işe
afgesproken plaats randevu yeri, kararlaştirilan yer, met iemand
AFHALEN g, (haalde af, h, afgehaald) 1 gidip almak, iemand van
AFHANDIG iemand iets maken bir şey birinden kurnazca aşirmak,
afkeuren kinamak, ayiplamak, mahkum etmek, kötü bulmak, iemands houding
aflezen, begrijpen, yüzünden okumak iets van iemands gezicht atlezen, 10
AFRADEN g, (raadde af, h, afgeraden) akil çelmek, iemand iets
AFRAMMELING ( en) patak, tartak, iemand een geven birini
afranselen, iemand bont en blauw slaan, 5 (bozmak) kapotmaken, stukmaken
AFROEPEN g, (riep af, h, afgeroepen) 1 iemand van zijn werk
AFSCHEID ayrilik, veda, ayriliş, nemen van iemand biri ile
afschudden, iemand afschepen/afpoeieren, iemand wegsturen, afkomen van, zich
afschuiven, iemand tot zondebok maken, 2 (bir işi, opdracht enz.) op
afschuiven, iemand tot zondebok maken, 2 (bir işi, opdracht enz.) op
afsnauwen, (dövmek) slaan, iemand door elkaar rammelen, mishandelen
AFSNOEPEN g, (snoepte af, h, afgesnoept) iemand iets birinden
AFSTAMMEN gs, (stamde af, is afgestamd) 1 van iemand birinin
AFTROEVEN g, (troefde af, h, afgetroefd) fig/mec iemand birine
AFVANGEN g, (ving af, h, afgevangen) 1 yakalamak, tutmak, iemand
afwimpelen met mooie praatjes, met beloften iemand het zwijgen
afwimpelen met mooie praatjes, met beloften iemand het zwijgen opleggen
AFZIEN I f, g, (zag af, h, afgezien) 1 iemand de kunst sanati
afzijn birinden erken davranmak, elini birinden çabuk tutmak, iemand slim
ağacin dalini vurup düşürmek, iemand het hoofd birinin kellesini
ağaçolmak mec./fıg. lang op iemand staan wachten
AGEREN gs, (ageerde, h, geageerd) tegen iemand a) birinden
ağirlamak, iemand birini misafir etmek, 2 ikram etmek, iemand op iets
ağız sulandırmak iemand doen watertanden
ağız kokusu çekmek iemands onverdraaglijkheden moeten verduren
ağlamaz, de op zich nemen suçu üzerine almak, iemand de van iets geven
ağlaşmak met iemand meehuilen, samen huilen
ağrıt- aan de kop zeiken, iemand aan zijn hoofd zeuren, (konuşarak
ağrıtmak pijn doen, baş ağrıtmak / n/ iemand hoofdpijn bezorgen,
ağzı kokmak / n/ stinken (van iemands mond), een slechte adem hebben
ağzı varmamak / het hart niet hebben om iemand iets te zeggen
ağzına bakakalmak / n/ gefascineerd zijn door iemands woorden, aan
ağzına bakmak / n/ 1 (hayranlıkla dinle aan iemands lippen hangen,
ağzına bir parmak bal çalmak / n/ iemand de mond snoeren, iemand
ağzına bir parmak bal çalmak / n/ iemand de mond snoeren, iemand
ağzına gem vurmak / n/ / n/ iemand monddood maken, iemand de mond
ağzına kilit vurmak / n/ iemand de mond snoeren, iemand het stilzwijgen
ağzından kapmak (lafı) iemand in de rede vallen
ağzından laf almak / n/ iemand uithoren, iemand aan de praat krijgen
ağzını açtırmamak / iemand geen kans geven om te spreken, iemand het
ağzını aramak / n/ iemand uithoren, iemand polsen, voorzichtig te weten
ağzını burnunu dağıtmak / n/ iemand bont en blauw slaan, iemand in
ağzını dağıtmak / n/ (iemand) bont en blauw slaan
ağzını kapamak / n/ iemand zwijggeld geven, steekpenningen geven, iemand
ağzını tıkamak / n/ iemand mond dood maken, iemand de mond snoeren
ağzını yoklamak / n/ iemand polsen, iemand uithoren
ağzının içine bakmak / n/ gefascineerd zijn door iemands woorden, aan
ağzının koksunu çekmemek / n/ iemand niet kunnen luchten of zien, iemand
ağzının kokusunu çekmek / n/ iemands grillen verdragen
ağzının payını vermek / n/ iemand een les geven, iemand een lesje
ağzının payını vermek / n/ iemand een les geven, iemand een lesje leren,
ağzının tadını kaçırmak / n/ iemand ongemak veroorzaken, (hayatı zehir
ağziyla yakalamak, iemand in zijn eigen woorden birini kendi sözleriyle
ait olmayan kimse, de gebraden en vliegen niemand in de mond
akıl almamak / 1 boven iemands pet gaan, iemands verstand te boven
akıl danışmak / iemand raadplegen, advies vragen
akıl ermemek/ 1 boven iemands pet gaan, iemands verstand te boven
akını bokuna karıştırmak / n/ k/vulg iemand dood laten schrikken, iemand
akitmak, boşaltmak, 3 iemand birinden kurtulmak, birini postalamak
aklı almamak /n, 1 boven iemands pet gaan, iemands verstand te
aklı ermemek /n, boven iemans pet gaan, iemands verstand te boven
aklim ermez, dat gaat mijn te boven benim boyutlarimi aşar, iemand iets
aklına geleni söylemek eruit flappen, zeggen wat iemand voor de mond komt
aklına getirmek 1 /, n/ (birinin) iemand aan iets herinneren, 2 / -
aklına koymak 1 / (niyetlenmek) zich voornemen, 2 /, n/ iemand
aklına sokmak /, n/ iemand iets inprenten, indoctrineren
aklına uymak / n/ verkeerde ideeën overnemen, naar iemands (slechte)
aklında kalmak in iemands hoofd blijven hangen, niet vergeten
aklını başından almak / n/ iemand do laten schrikken, iemand de stuipen
aklını çelmek / n/ 1 iemand ompraten, overhalen, overreden, (yapmaması
aklini çelmek, iemand iets birine bir şey yapmamasini tavsiye etmek,
aklını karıştırmak / n/ iemand in de war brengen
aklını yatırmak /n, (iemand) overtuigen, overreden, overhalen
akraba, aan iemand zijn birine akraba olmak, II d, ( en) (erkek) akraba
aksi adam knorrig en koppig persoon/iemand
alacağa geçirmek / crediteren, op creditzijde boeken, (op iemands
alacağa kaydetmek / crediteren, op creditzijde boeken, (op iemands
alacağı şahin vereceği karga gierig/vrekkig iemand, voor zijn geld is hij
alakomak iemand aanhouden, iemand ophouden, verhinderen, weerhouden
alakoymak iemand aanhouden, iemand ophouden, verhinderen, weerhouden
alamayacağim kadar pahali, 2 des beter öyle daha iyi, 3 iemand snel/vlug
alaya almak / iemand voor de gek houden, de draak steken met
alçaltmak, aşağilamak, iemand (kötü davranip) birini incitmek, zich
aldi, iemand een verhoor (examen) birini sorguya (imtihana)
aldırtmak- i, 1 iemand iets laten brengen/ophalen, (satın) doen
alet etmek /, iemand als werktuig gebruiken, iemand misbruiken,
alet olmak / zich als een werktuig laten gebruiken, zich voor iemands
aleyhinde bulunmak / n/ kwaad spreken over iemand, over iemand roddelen
aleyhinde dava açmak / n/ een proces aanspannen tegen iemand
aleyhinde söylemek / n/ kwaad spreken over iemand, over iemand roddelen
aleyhine olmak / n/ voor iemand nadelig zijn
alıp verememek / een appeltje met iemand te schillen hebben, ruzie
alışmak 1 (yadırgamamak) aan iets/iemand wennen, 2 (tiryakisi olmak)
alışmak vertrouwd raken met iets/iemand, 4 (bir şeye ilgi duy warm
alışverişi kesmek / contact verbreken met iemand
alışverişi olmamak / kd./spreekt. niets te maken hebben met iemand
Allahin inayetiyle, bij iemand in de komen birinin gözüne girmek, 3 (v,
ALLOOI ayar, derece, 2 fig/mec insanin doğasi, iç dünya, iemand
almak, (inlichtingen verstrekken) bilgi vermek, malumat vermek, iemand
almak, iemand aan een onderzoek birinin üzerini aramak, iemand aan een
almak, iemand in een ziekenhuis birini hastaneye almak, hastaneye kabul
almak, pol, (relatie) bağ, ilişki, een sterke met iemand hebben
almak, bestellen spariş etmek, 3 (stad) kuşatmak, ele geçirmek, iemand
almak, danişmak, bij iemand ergens naar birinden bir şey hakkinda bilgi
almak, firçalayip temizlemek, tozunu almak, iemand a) birinin
almak, iemand geld birinden cebren para almak, 2 (onthouden) mahrum etmek,
almak, iemand op de s tikken birine sert çikmak, birini azarlamak, iemand
almak, zijn toekomst is verzekerd geleceği garantili, zich van iemands hulp
almamak, iemand iets voor ogen bir şeyi birinin gözleri önüne sermek, paal
alnından öpmek / iemands voorhoofd kussen (om zijn bewondering te
als Brugman inandirrnak için uzun uzadiya konuşmak, iemand naar de mond
als een aan iemand hangen sülük gibi birine yapişmak,
als een klontje gün gibi açik, besbelli, gün gibi ortada, iemand klare wijn
als ik me niet vergis yanilmiyorsam, zich in iemand biri hakkinda yanilmak
als je een compliment krijgt of als iemand zichzelf bekritiseerd) het is
als resultaat vaststellen) saptamak, bulmak, görmek, iets/iemand
altijd over dezelfde persoon praten/roddelen, altijd achter iemands rug om
altinda olmak, 2 over iemand birini tedavi etmek, aan iets bir
altmışaltıya bağlamak / 1 iemand het zwijgen opleggen, iemand de mond
aman vermek / iemands leven sparen
aman vermemek / 1 geen kans geven (om te...) 2 (öldürmek) iemand
ambale etmek / iemand in de war brengen, verwarring scheppen
ana avrat düz gitmek / (iemand) de huid vol schelden, uitvloeken
ana avrat düz gitmek / (iemand) de huid vol schelden, uitvloeken,
ana avrat küfretmek / (iemand) de huid vol schelden, uitvloeken
anasından doğduğuna pişman etmek / iemand spijt doen hebben dat hij
anasından emdiği sütü burnundan getirmek / n/ iemand spijt doen hebben,
anasını ağlatmak / n/ iemand in een moeilijke situatie brengen, iemand
anasını bellemek / n/ iemand benadelen, iemand schade veroorzaken,
anda/seferde, bir anda, birden, iemand pen geven birinin kulağinin tozunu
ander medelijden hebben met de ellende van iemand anders, sterk met iemand
ander medelijden hebben met de ellende van iemand anders, sterk met iemand
anderen, op iemands zak leven
anderen, op iemands zak leven, karnı tok, sırtı pek goed bemiddeld,
anders dan başka, er was niemand anders ik benden başka kimse
ANDERS I z, 1 başka bir şekilde, başka türlü, 2 iemand başka
angst korkudan altina/donuna etmek, het (met iemand) (biri ile)
anıtlaştırmak iemand vereeuwigen
anlayan kimse, mijn s jeuken elim kaşiniyor, sabirsizlaniyorum, iemand op
appeltje met iemand te schillen hebben
aptal yerine koymak / iemand een kool stoven, iemand voor de gek
araba sürerek gelmek, sürerek yaklaşmak, yanaşmak, op iemand
arabasına almak / iemand een lift geven
arabasına taş koymak / n/ een stokje voor iets steken, iemand iets in de
araklamak, iemands geld birinin parasini çalmak, een fiets bisiklet
aramak, (bezoeken) ziyaret etmek, iemand komen birini görmeye gelmek,
arap saçina çevirmek, karmakarişik etmek, ergens/bij iemand een kunnen
arası hoş olmamak /n, 1 geen onderhandelingen met iemand voeren,
araştirmak, detaylara inmek, iyice araştirmak, iemands karakter birinin
arayı bozmak / de vriendschap verbreken, zich brouilleren met iemand
arayıp da bulamadığı olmak / n/ zeldzaam en waardevol zijn voor iemand,
arayıp da bulamamak / zeldzaam en waardevol zijn voor iemand, een
arayıp sormak 1 informeren naar het welzijn (van iemand), 2 (ziyaret et
arbeiders işçilerin sirtindan, iemand in de aanvallen birine arkadan
arborea, ettiği /yaptığı hayır ürküttügü kurbağaya değmemek iemand van de
ardından atmak / n/ iemand te na spreken, kwaad spreken van iemand, over
argo./plat (borçlu ol iemand iets verschuldigd zijn
argo/plat aan de kop zeiken, iemand aan zijn hoofd zeuren,
argo/plat met iemand naar bed gaan, met iemand slapen, soğutma fırını
argo/plat, sırtından geçin van andermans geld leven, op iemands kosten
arif diepzinnig, 2 verstaander d. diepzinnig iemand arif olan anlar, een
arka çevirmek / iemand de rug toekeren, iemand met de nek aankijken,
arka çıkmak / voor iemand in het krijt treden, achter iemand staan
arkadan söylemek/ achter iemands rug kwaadspreken, roddelen over
arkadan vurmak / iemand in het geniep aanvallen, iemand in de rug
arkalamak begunstigen, ondersteunen, voorstaan, voor iemand in het
arkalamak, rica, öneri) güçlendirmek, iemand birini desteklemek, birine
arkasi kesilmeden, iemand volgen birini sürekli izlemek
arkasına almak 1 iemand bij de armen nemen, 2 (terkine bindir achterop
arkasına düşmek / n/ 1 (peşine düş iemand volgen, van nabij volgen,
arkasını çevirmek / (birine iemand de rug toekeren, iemand met de
arkasını dayamak / (birine iemand vertrouwen, zich op iemand
armağan etmek /- e, iemand iets cadeau geven/schenken
armağan vermek /- e, iemand iets cadeau geven/schenken
armut piş ağzıma düş Gebraden duiven vliegen niemand in de mond! Wie de pit
aşağı düşürmek / 1 laten vallen, afgooien, 2 (rezil et iemand te
aşık atmak / wedijveren met iemand
aşik olmak, birine vurulmak, iemand aankijken birine vurgun vurgun bakmak,
aşiri, şiddetli, fena, çok, een e pijn şiddetli aci, op iemand zijn
aslanlar gibi savaşmak, met iemand biriyle dövüşmek, voor için mücadele
atanmış kimse iemand die een functie bekleedt, waarop hij geen
atar, bin akilli çikaramaz, iemand voor zetten birini gülünç duruma
ateş etmek, 4 op iemand (iets) biri (bir şey) hakkinda kötü
atıp tutmak 1 vinnige woorden zeggen over iemand, kankeren over, 2
atlama siriği, (wandelstok) baston, het met iemand aan de hebben biriyle
atmak, iemand onder de houden birini baski altinda tutmak, en
atmak, kapi dişari etmek, iemand uit het land birini ülkeden atmak, sinir
atmak, önemsememek, ihmal etmek, iemand bij een ander birini
atmak, zijn kleren elbisesini çabucak çikarip atmak, 2 iemand de deur
ATTENDEREN g, (attendeerde, h, geattendeerd) iemand ergens op
avcunun içinde olmak iemand naar zijn pijpen laten dansen, iemand bespelen,
avcunun içinde tutmak / iemand onder de duim houden
avcunun içine almak / iemand of iets onder de duim hebben/houden,
avuç açmak / 1 (para iste geld van iemand vragen, geld willen
avutulmak getroost worden (door iemand), 2 (oynatılmak) beziggehouden
ayağına bağ olmak / n/ een blok aan iemands been zijn, iemand
ayağına çağırmak / iemand persoonlijk uitnodigen
ayağına çelme takmak / n/ 1 iemand (een) beentje lichten, iemand laten
ayağına dolaşmak / n/ iemand voor de voeten lopen, in de weg lopen
ayağına düşmek / n/ een knieval voor iemand maken
ayağına gelmek / n/ naar iemand persoonlijk toekomen (uit
ayağına gitmek / n/ iemand persoonlijk bezoeken
ayağına kadar gelmek / n/ 1 (ziyarete gel persoonlijk bij iemand op
ayağına kapanmak / n/ een knieval voo iemand maken, iemand smeken
ayağına su dökememek / n/ verreweg d mindere van iemand zijn, niet in
ayağına su dökememek / n/ verreweg de mindere van iemand zijn,
ayağını çelmek / n/ iemands succes belemmeren, iemand uit het zadel
ayağını kaydırmak / n/ iemand uit het zadel lichten, iemand de voet
ayagının altına karpuz kabuğu koymak / n/ iemand uit het zadel lichten,
ayağının altına almak iemand schoppen en slaan.
ayak bağı olmak / iemand verhinderen/belemmeren, een blok aan iemands
ayaklarına kapanmak / n/ een voetval voor iemand doen
ayaklı gazate iemand die alles weet van het nieuws
ayakta tutmak 1 / (ayakta beklet iemand staande houden, 2
aydırmak 1 (v. dronken) laten bijkomen, 2 (gerçeği göster iemand
ayıbını yüzüne vurmak iemand zijn fout onder de neus wrijven
ayirmak II f, g, (overlegde, h, overlegd) 1 iets met iemand biri ile bir
ayni deliğe işerler, iemand de boven het hoofd houden birini korumak,
ayranım ekşi diyen olmaz Niemand ziet zijn eigen gebreken.
ayri, tek olarak, yalniz, özel, iemand roepen birini ayrica
ayricalik tanimak, iemand (boven een ander) birini (diğerine)
ayriliği, iaşe ve ibate ayriliği, iemand onder de drinken beraber içerek
ayrintili, açik ve tam, açikça, iemand iets vertellen birine bir şeyi
azaltmak, iemands pijn birinin acisini hafifletmek,
azarlamak berispen, uitfoeteren, iemand een standje geven, iemand de
azarlamak, iemand birine iyi bir ders vermek, birini terslemek
azmettirmek- e, iemand een vast besluit laten nemen
azraile bir can borcu olmak aan niemand iets schuldig zijn, aan nieman iets
baantje, zaak, winkel enz.) de plaats waar iemand zijn kost verdient
BABBELTJE (s) sohbet, een maken met iemand biri ile sohbet
bacaksız klein, kortbenig, 2 zeer klein iemand
bademciklerini almak / n/ 1 iemands amandelen weghalen/verwijderen, 2
bağişlamak, maruz görmek, iemand birini affetmek, zich özür dilemek,
bağrina basmak, kucaklamak, iemand de hand birinin elini sikmak, 2
bahisçi iemand die wedt
bahsetmek, tegen iemand birine konuşmak, birine hitap etmek, tot het hart
bakmak, zijn plicht görevini yerine getirmek, een les voor iemand biri
baktırmak- i, 1 laten (in) kijken, laten zien, iemand toestemmen om
bal honing d. ağzrna bir parmak bal çalmak / n/ iemand de mond snoeren,
bamteline basmak / n/ een gevoelige snaar raken, iemand tergen/sarren
bardaği dikmek, içip boşalimak, iemand van maken birini temizlemek,
bardak tokuşturmak / (met iemand) toosten, klinken
baş ağrıtmak / n/ iemand hoofdpijn bezorgen, iemand het bloed onder de
baş soğan bir kazani kokutur, een tje met iemand te schillen
baş tacı etmek / iemand een kroon opzetten, iemand op handen dragen,
başa kakmak / iemand aan bewezen diensten herinneren
basamak yapmak / (birini) iemand voor zijn karretje spannen, iemand
başanı yemek / n/ 1 (birinin) iemand problemen bezorgen, 2 (Ölümüne
başedebilmek, dengi olmak, iemand biriyle başedebilmek, veel geld
başı üstünde taşımak / veel respect hebben voor iemand, iemand op
başı üstünde tutmak / veel respect hebben voor iemand, iemand op
başına çorap örmek / n/ 1 een plan beramen om iemand in grote
başına dikmek /,n/ 1 (korumak için) iemand opdragen om iemand te
başına dolamak /, n/ iemand met iets opzadelen
başına dünyayı dar etmek / n/ iemands leven zuur maken, iemand leven tot
başına dünyayı dar getirmek / n/ iemands leven zuur maken, iemand leven
başına eşkimek / n/ iemand tot last zijn, iemand voortdurend lastig
başına geçirmek /, n/ iemand met iets de kop inslaan
başına iş çıkarmak / n/ iemand veel en vervelend werk bezorgen
başına iş getirmek / n/iemand moeilijkheden bezorgen, iemand
başına kakınç etmek /, n/ iemand iets verwijten, iemand iets onder de
başına kakmak /, n/ iemand aan bewezen diensten herinneren
başına taç etmek / iemand een kroon opzetten, iemand op handen dragen,
başına yıkmak /,n/ (iş) iemand met iets opzadelen, dünyayı başına
başına zindan etmek (dünyayı /, n/ iemands leven tot een hel
basinç, een hoge boom yüksek bir ağaç, iemand hebben birini saymak, hoge
başında ekşimek / n/ iemand tot last zijn, iemand voortdurend lastig
başından aşkın te veel voor iemand
başından aşmak / n/ overstelpt zijn met, te veel zijn (voor iemand)
başindan atmak van iemand birinden kurtulmak, ik kon niet van hem
başından atmak / iemand met een kluitje in het net sturen, van zich
başını ağrıtmak 1 / n/ (rahatsız et iemand lastig vallen, iemand
başını beklemek / n/ 1 (gözlemek) voor iemand wacht houden, 2 (göz kulak
başını boş bırakmak / n/ iemand vrij spel geven, ongehinderd laten
başını çatlatmak / n/ aan iemands kop zeuren, iemand gek maken, drammen
başını istemek / n/ iemands kop eisen
başını kesmek / n/ onthoofden, iemands hoofd afhakken
başını patlatmak / n/ aan iemands kop zeuren, drammen
başını ütülemek / n/ aan iemands kop zeuren, drammen
başını yakmak / n/ iemand problemen bezorgen, iemand in moeilijkheden
başının dikine gitmek niet naar iemand luisteren, zijn eigen weg gaan
başının etini yemek / n/ aan iemands kop zeuren, drammen, zaniken
başka biri iemand anders
başka gemiye bağlamak, 2 fig/mec iemand ayak üstü birine bir şey
başkanliğa seçmek, iemand in het bestuur birini yönetime seçmek, wie is er
başkası iemand anders
başkasına yüklemek / 1 psik./psyc projecteren, 2 (suç) iemand de
başkasının cebinden geçinmek klaplopen, vegeteren op anderen, op iemands
başkasının sırtından geçinmek klaplopen, vegeteren op anderen, op iemands
baskı altında tutmak /, onderdrukken, de vrijheid beperken, iemand onder
basmak, brieven mektuplari damgalamak, iemand tot verrader birine hain
baştan aşmak overstelpt worden, te veel zijn (voor iemand), overmand
batakçı (borcunu ödemeyen) iemand die zijn schulden niet betaalt, 2
bataklıktan kurtarmak / iemand uit het moeras helpen
batti, iemand
bayilmak, zijn op iemand birini çok beğenmek, door het te heen
becertmek- i, (iemand) laten slaan
BED ( den) 1 yatak, het houden hasta yatmak, met iemand naar
BEDANKEN I f, g,(bedankte, h, bedankt) teşekkür etmek, iemand voor
beden lichaam başının etini yemek / n/ aan iemands kop zeuren,
BEDOTTEN g, (bedotte, h, bedot) aldatmak, kandirmak, iemand
BEDUCHT korkmuş, zijn voor iets/iemand bir şeyden/birinden
begeleiden, (uzağa giden birini) iemand een goedr reıs wensen
beğendirmek- i, aannemelijk maken, iemand warm voor iets maken,
beğenisini kazanmak / n/ bij iemand in de smaak vallen
behalve dan/den başka, zijn vader had hij niemand babasindan
behandelen muamele etmek, davranmak, iemand ruw birine kötü
behoort iemand met zijn verjaardag te feliciteren birinin doğum
BEHULPZAAM yardimsever, yardima hazir, iemand de behulpzame hand
BEKEUREN g, (bekeurde, h, bekeurd) iemand birine para cezasi
BEKLAGEN g, (beklaagde, h, beklaagd) 1 acimak, üzülmek, iemand
beklemek, iemand birini beklemek, een kind bebek beklemek, hamile olmak,
beklentiye cevap vermek, aan iemands wens birinin arzusunu yerine
BEKOGELEN g, (bekogelde, h, bekogeld) iemand met iets birine
bel bağlamak / op iemand kunnen vertrouwen, op iemand bouwen, zich op
belangrijk iemand worden, 4 (oturak) zitbank d. bank d. fauteuil d.
BELASTEREN g, (belasterde, h, belasterd) iemand birine iftira
belaya sokmak / iemand problemen bezorgen
belirtmek, aanzeggen) ilan etmek, de oorlog savaş ilan etmek, iemand
belletmek- i, e/ iemand leren, iemand iets laten onthouden
BEMINNEN g, (beminde, h, bemind) sevmek, iets (iemand) bir şeyi
ben hier al buraya aliştim, met iemand worden (zijn) biri ile
beneden iemand staan birinin seviyesinden çok aşağida olmak, wat men van
benim için çok önemlidir, zich aan iemand (iets) laten liggen biriyle (bir
benimseyerek taklit etmek, iemand birinin izinde yürümek
bepaald merk belli bir markayi tavsiye etmek, iemand een advocaat
beraber olmak / met iemand samen zijn
beraberinde getirmek, iemand de dwars zetten birini kösteklemek, geen
beraberinde sürüklemek / iemand meeslepen
berlirlenmiş, boven de staan yasanin üstünde olmak, iemand buiten de
BEROEPEN g, (beriep, h, beroepen) 1 zich op iemand birinin
berouw doen hebben voor iets, iemand spijt doen hebben, iemand betaald
beş paralık etmek / iemand omlaag halen, iemand in een kwaad daglicht
BESCHEID iemand geven birine yanit vermek,
BESCHERMING koruma, himaye, iets (iemand) in nemen bir şeyi
bescherming zoeken bij iemand
beşer, kuldur şaşar, kusursuz iş olmaz, iemand over het tillen birini
besici fokker d. iemand die vee vetmest
beslag nemen, iemand van het werk afhouden, iemand ophouden
BESTELEN g, (bestal, h, bestolen) soymak, iemand birini
BETICHTEN g, (betichtte, h, beticht) iemand van iets birini
BETREKKING ( en) 1 ilişki, bağ, münasebet, alle en met iemand
BETUTTELEN g, (betuttelde, h, betutteld) iemand/iets
bewaren, goed houden, houden, 8 /, - den/ (birini çatışmada iemand
BEWARING emanet, iemand iets in geven bir şeyi birinin
beygir, iemand len voor citroenen verkopen kargayi bülbül diye yutturmak,
bezdirmek iemand het bloed onder de nagels vandaan halen, iemand
BEZIGHOUDEN g, (hield bezig, h, beziggehouden) iemand birini
biçaği iki tarafli keser, iemand het op de keel zetten birinin girtlağina
bıçak çekmek / iemand met een mes dreigen
biçmek, iets te hoog bir şeye fazla değer biçmek, iemands leeftijd
bij betrekken, 7 (benzetmek) iemand met iemand anders verwisselen, met
BIJ I d, ( en) ari II ilg, 1 da, de, iemand werken birinin
bij iemand birinde kalmak
bij iemand birine uğrayivermek, birine damlamak,
bij iemand birini ziyaret etmek, orn het leven (kazada) hayatini
bij iemand birinin gözünden düşmek, in zijn gözden düşmüş olmak
bij iemand birinin kapisini vurmak, çalmak, yoklamak, II gs, 1
bij iemand de deur iki de bir birine uğramak, birinin eşiğini aşindirmak
bij iemand goed (slecht) aangeschreven staan birinin nazarinda iyi
bij iemand om geld birine para yardimi için başvurmak, para için
bij iemand/een bank
BIJLICHTEN g, (lichtte bij, h, bijgelicht) iemand birine işik
BIJSPIJKEREN g, (spijkerde bij, h, bijgespijkerd) iemand (iets)
bijstaan, achter iemand staan, helpen, bevorderen, 2 (görüş vb. mening enz.)
bıkkınlık vermek / iemand het bloed onder de nagels vandaan halen,
bıktırmak iemand het bloed onder de nagels vandaan halen, iemand
bildirmek, een vonnis bir karari bildirmek, II gs, işaret etmek, iemand op
bildirmek, söylemek, een boodschap aan iemand birine bir mesaj
bilgi vermek, iemand over iets birine bir şey hakkinda bilgi vermek,
bilinen, taninan, worden bilinmek, iemand iets maken bir şeyi birine
bilmiyormuş gibi davranmak, een halve yari kaçik, iemand voor de houden
bindirilmek laten instappen, zorgen dat iemand instapt (in een
bindirmek iemand aan de kaak stellen
binmek, hirsindan köpürmek, barut gibi olmak, zijn op iemand (over iets)
binmek, rahat vermemek, iemand birine dalina binmek
bir dediğini iki etmemek / n/ iemand op zijn wenken bedienen, iemands
bir kimse iemand
bir müddet uzatmak, met iemand een gesprek biri ile konuşmaya
bir şevden almak, ayirip almak, bij iemand iets birinden bir şeyi
bir şey iets s iyi bir şey, 3 (nut) fayda, çikar, yarar, voor iemands eigen
bir şeyi baştan savmak, bir şeyden siyrilmak/kurtulmak, iemand
bırakmak (iets) (iemand) alleen laten, weggaan
birakmak, dat moet je onu unutmalisin, 3 (iemand iets ) birini
birakmak, geen twijfel kuşku birakmamak, 2 iets aan iemand bir şeyi
birakmak, het er/daarbij bir şeyi bitmiş kabul etmek, zijn/iemands doen en
birakmak, iemand aan zichzelf birini kendi haline birakmak, işine
birakmak, iemand birini devre dişi birakmak
birakmak, iemand zijn kamer birine odasini vermek
birakmak, zij kozen iemand uit hun aralannda birini seçtiler,, II z, in
Biri Iemand,Biri
biri - ni iemand, men
birinde - ) bij iemand logeren
Birinden Hoslanmak toegedaan (iemand~zijn ),Birinden Hoslanmak
birine mesele çıkar iemand het moeilijk maken
birine akıl vb. vermek) iemand wereldwijs maken, 3 / n/ (birinin
birine bağlan- ) zich aan iemand hechten, 7 (bir şey üzerinde
birine bakmak 1 naar iemand kijken, 2 (bakımını üstlen verzorgen,
birine bir şey öğretmek, iemand schrijven birine yazmayi öğretmek, 2
birine birakmak, devretmek, het bestuur aan iemand yönetimi birine
birine het iemand moeilijk maken
birine para emanet etmek, iemand een geheim birine bir sir açmak
birine yaltakçilik yapmak, iemand op de en zitten birine nefes aldirmamak
birini dan/den haberdar etmek, birine haber/bilgi vermek, bij iemand
birini bir şeyi savunmak, 5 tegen iets (iemand) bir şeye (birine) karşi
birini ıslatmak iemand in elkaar slaan, iemand in elkaar timmeren
birini karalamak iemand zwart maken, iemand zwart afschilderen
birini kederlendirmek, II gs, 1 oy vermek, oy atmak, op iemand birine oy
birini mahkemeye vermek, birinden bir talepte bulunmak, 5 iemand
birini öldürmek, iemand van zijn vrijheid birine özgürlüğünü
Birini Sevmek toegedaan (iemand~zijn ),Birini Sevmek
birini temizlemek iemand uit de weg ruimen, iemand van kant maken,
birini yerin dibine sokmak de vloer met iemand aanvegen
birinin een kogel door iemands hoofd schieten
birinin - ) een smet op iemands naam werpen, iemands goede naam aantasten,
birinin - ) iemand gelukwensen met zijn/haar verjaardag, iemand
birinin - ) iemand vervangen, inspringen.
birinin girtlağina biçak dayamak, iemand bij de grijpen birini
birinin işini bozmak, yoluna taş koymak, iemand in de lopen birinin
birinin kafasını pat aan iemands hoofd zeuren, iemand lastig vallen,
birinin üzerine yürümek, op iemands woorden birinin sözlerine
Birisi Iemand,Birisi
birisi - ni iemand, de een of ander
biriyle - ) naar iemand omkijken, aandacht geven aan
biriyle bariştirmak/uzlaştirmak, zich met iemand biri ile barişmak,
BLAMEREN g, (blameerde, h, geblameerd) 1 iemand birini
BLOED kan, iemand het onder de nagels vandaan halen birini
blussen, mec./fig. (birini bir şeyden iemand zijn interesse
BOEKJE (s) kitapçik, broşür, een over iemand opendoen birinin
boete opleggen, straffen, 3 (hayatını zehir et iemand het leven zuur
boğazına sarılmak / n/ 1 iemand naar de keel vliegen, 2 (voor betaling,
boğazında bırakmak /, n/ iemands plezier bederven
boğazını sıkmak / n/ 1 (gırtlağına sarıl iemand bij de keel grijpen,
boğazlamak iemand de nek omdraaien, wurgen
boğmak, zaman tanimamak, iemand birini sikiştirmak, birini aceleye boğmak,
bohçasını koltuğuna vermek / n/ iemand de deur wijzen, 2 (parlamento - u)
bohçasını koltuğuna vermek / n/ iemand de deur wijzen, iemand de laan
bok atmak / k/vulg met rotte eieren naar iemand gooien, iemand door
bokunda boncuk bulmak k./vulg. iemand (onterecht) te veel
bokunu çekmek / n/ k./vulg. het vuile werk voor iemand opknappen, voor
bokunu temizlemek / n/ k./vulg. het vuile werk voor iemand opknappen,
bomba patladi, van spijt çok pişman olmak, iemand laten birini
bombardiman etmek, 2 fig/mec iemand met vragen birini soru
bommen op een dorp köyü bombalamak, iemand met stenen birini taş
BONS I d, (bonzen) 1 (klap) tokat, şamar, iemand de geven biriyle
borç altına girmek zich diep in de schulden steken, geld lenen van iemand,
borç etmek / geld lenen van iemand, schuld maken bij iemand/een bank
borç vermek geld geven/lenen aan iemand
borçlandırmak crediteren, aanrekenen, in rekening brengen, iemand
borusunu çalmak borusunu ötürmek / n/ de loftrompet over iemand steken,
BOVENOP z, 1 üstünde, 2 fig/mec iemand er weer helpen a) birini
boy ölçüşmek / zich met iemand meten, wedijveren met, concurreren met
boylatmak- i, in de bak laten stoppen, iemand in de nor
boynunda kalmak / n/ op iemands schouders terecht komen
boynuz takmak / iemand horens opzetten, ontrouw zijn, overspel plegen
boyun eğmek, pes etmek, voor iemand (iets) birine (bir şeye) pes etmek
boyunduruğa vurmak / iemand onder het juk brengen
bozmak, zich gevangen Jur/huk teslim olmak, zich aan iemand (iets)
bozuk çalmak mokken, bokken, (door ergernis) ergens boos om zijn, op iemand
bozuk para gibi harcamak / iemand op een verachtelijke manier
bozulmuş, bozuk, doen tegen iemand birine kelek yapmak III d, ( ten) een
brengen, iemand de pen op de neus zetten
brengen, iemand in de war brengen
brengen, iemand tot stilte brengen
brengen, iemand van het leven beroven
brengen/zetten, zorgen dat iemand in de gevangenis komt
BRIEF (brieven) 1 mektup, sorak, betik, name, iemand een
BRODELOOS ekmeksiz, işsiz, gelirsiz, yoksul, iemand maken
BROODROOF ekmeğini elinden alma, işten çikarma, aan iemand
BRUUSKEREN g, (bruuskeerde, h, gebruuskeerd) iemand birine
budala yerine koymak / iemand voor de gek/mal houden, beetnemen
budamak, kirpmak, 2 (v, uitgaven) kesmek, kismak, kirpmak, met iemand biri
buhranlı iemand die in kritieke situatie verkeert, ongerust, inspannend
bulamamak, geen meer! sus! başka söz istemez! iemand het geven birine
bulaşıkçı afwashulp d. iemand die de afwas doet in een restaurant
bulmak, een auto otomobili trafiğe uygun bulmak, iemand voor militaire
bulmak, III ünl, !, anlaştik! tamam! het met iemand op een je
bulmak, uygun bulmak, iemands gedrag niet birinin davranişini
bulmak, vermek, gelden para bulmak, para tedarik etmek, iemand
bulunmak, een boek bir kitabi degerlendirmek, iemand naar zijn
buradan oraya kadar, van 2 10 ikiden ona kadar, 2 liğe, olarak, iemand
burnuna girmek / n/ te dicht bij iemand komen
burnunun dibinde voor je neus, heel dichtbij, voor (onder) iemands neus
burun - rnu 1 neus d. ağzını burnunu dağıtmak / n/ iemand bont en blauw
büsbütün, iemand en kennen birini çok iyi tanimak, ermee
büyük bilmek / een hoge dunk hebben van iemand, een hoge pet van
büyük tutmak / een hoge dunk hebben van iemand, een hoge pet van
CADEAU (s) armağan, hediye, iemand iets geven birine bir şey
çağirmak, iemand birini çağirmak, birine seslenmek, moord en brand
çakir göz, hemel gökmavisi, iemand een oog slaan birinin gözünü
çalişmak, iemand logeren birinde kalmak, mijn vader (thuis)
çalişmak, naar iemand birine bakmak, birini aramak, 2 op (y)a/e bakmak,
çalişmak, yenmeye çalişmak, karşi koymak, iemand (iets) birine
çalmak, iemand een belofte birinden söz almak,
çalmak, iemands hart birinin kalbini çalmak
çalyaka etmek / iemand bij de kraag vatten, iemand in de kraag grijpen
çalyaka het iemand bij de kraag vatten, het iemand in de kraag grijpen
çamur atmak / door het slijk halen, lasteren, (over iemand)
can damarına basmak / n/ iemand in zijn zwak tasten, iemand tegen het
can evinden vurmak / iemand in zijn zwak tasten, iemand op zijn zwakke
can kurtarmak (iemands) leven redden
can sıkmak vervelen, irriteren, iemand lastig vallen, ergeren
cana can katmak iemand oppeppen, opmonteren
çanak yalamak iemands hielen likken, iemand stroop om de mond smeren,
candan sevmek / zielsveel van iemand houden
canına kastetmek / n/ plannen smeden om iemand te vermoorden
canına kıymak 1 / n/ (birinin iemand vermoorden, 2 (intihar et
çanına ot tıkamak / n/ iemand de mond snoeren, iemand tot zwijgen
canına tükürmek / n/ 1 (cezalandırmak) iemand mores leren, straffen,
canını acıtmak / n/ iemand pijn doen
canını almak / n/ iemand vermoorden/ombrengen, iemand om het leven
canını bağışlamak / n/ iemands leven sparen
canını kurtarmak 1 / n/ (birinin) iemands leven redden, 2 (kendi
canını yakmak / n/ 1 (acıtmak) pijn doen, 2 (cezalandırmak) iemand
canlandirmak, canlandirmak, sembolize etmek, iemand/iets birini/bir şeyi
capaciteiten zijn, niet kunnen, niet kunnen, boven iemands pet gaan, Bu iş
çare bulunmaz/yoktur, iemand voor laten liggen birini ölüme terk
çarpişmak, (wedijveren) yarişmak, rekabet etmek, met iemand biri ile
cart curt etmek / bedreigend tegen iemand spreken
çatlatmak 1 (bardak vb.) laten splijten/barsten, 2 (kıskanma) iemand
çaycı iemand die thee teelt/verkoopt, 2 (garson) ober (in theehuis) d. 3
çaylak yerine koymak / iemand ontgroenen
çaysever iemand die veel van thee houdt
cebinden çıkarmak / iemand in de schaduw stellen, iemand in zijn zak
cefa çektirmek / iemand ongemak aandoen, kwellen, iemand het leven
cefa etmek / iemand ongemak aandoen, kwellen, (işkence et folteren,
çek- boeien, fascineren, 4 (boş yere dolaştır iemand op
çekilmek, iemand uit de ruimen birini temizlemek, öldürmek, ortadan
çekip çekiştirmek / over iemand roddelen
çekiştirmek over iemand roddelen
çekmek, (v, degen, pistool) çekmek, iemand aan de oren kulağini çekmek,
çekmek, een broek met lange en uzun pacali pantolon, naar iemands en
çekmek, iemand birini asmak, zich kendini asmak, kendini asip intihar
çel- bepraten, ompraten, iemand iets wijs maken
çelme atmak / 1 iemand een beentje lichten, laten struikelen, 2
çelme takmak / 1 iemand een beentje lichten, laten struikelen, 2
cemaat ne kadar çok olsa, imam yine bildiğini okur Van niemand wordt het
cenazesini kaldırmak / n/ iemand ter aarde bestellen
çeneni! zijn gebruiken saksiyi çaliştirmak, kafayi kullanmak, iemand op
çenesini açmak 1 beginnen te praten, 2 / n/ iemand tot praten aanzetten,
çengel takmak / de pik op iemand hebben en proberen hem schade te
cesaret vermek / bemoedigen, aanmoedigen, iemand moed inspreken
cesaretini kırmak / n/ iemand ontmoedigen, demoraliseren, terneerslaan
cesaretlendirmek bemoedigen, iemand moed inspreken, aanmoedigen,
cesaretlendirmek, iemand tot iets birini bir şeye şevklendirmek,
cevahir yumurtlamak (ironisch gezegd tegen iemand die onzin uitkraamt)
çevirmek, (niet toestaan) iemand iets birine bir şeyi müsaade etmemek,
çevirmek, iemand de nek birini boğazlamak, öldürmek, als je vader dat
ceza yazmak / (iemand) bekeuren, iemand op de bon slingeren, een
cezasını affetmek / n/ gratie verlenen, iemands straf kwijtschelden
cezasmi yerine getirmek, iemand birinin ölüm cezasini yerine getirmek
çiçek vermek 1 bloemen geven aan iemand), 2 (ağaç vb) bloeien
çiğ çiğ yemek / mec./fıg. iemand rauw lusten, woedend worden en iemand
ciğerine işlemek / n/ iemand door de ziel snijden, veel verdriet
çiğlik atmak, bas bas bağirmak, (plat/argo) kiçini yirtmak, iemand laten
çiğnetmek- i, 1 laten kauwen, 2 (arabaya iemand laten aanrijden,
çıkar-, aklamak vrijspreken, iemands onschuld bewijzen
çıkarına dokunmak / n/ iemands belang schaden
çıkarını desteklemek / n/ iemands belangen behartigen, begunstigen
çıkarını gözetmek / n/ iemands belangen behartigen, begunstigen
çıkarını gütmek / n/ iemands belangen behartigen, begunstigen
çikarmak, iemand birini sikiştirip telaşa boğmak, birini ivdirip
çikarmak, scheep/den donanimi çikarmak, 3 iemand birini
çikarmak, atmak, iemand van de ledenlijst birini üyeler
çikarmak, iskartaya çikarmak, iemand mil/ask birini sakata
çikiş, kovma, iemand zijn geven birine çikişini vermek, indienen
çikişini vermek, işten çikarmak, yol vermek, pabucunu eline vermek, iemand
çıkışmak berispen, uitfoeteren, een uitbrander geven, op iemand
çikmak, voor (iemand) iets (biri) bir şey için bir şeyler yapmak,
çimleri biçmek, iemand het gras voor de voeten a) birinin lafini ağzinda
çıra yakıp aramak / iets/iemand met een lantarentje zoeken
CITROEN ( en) limon, iemand uitknijpen als een birini
civan jong en knap iemand/persoon
CLINCH boğuşma, dövüşme, met iemand in de liggen biriyle
çocuğu ölümden kurtarmak, ölümden döndürmek, iemand het leven birinin
çok güldürmek / iemand aan het lachen maken
compensatie dienen karşilamak, iemand zijn veruren birinin fazla
CONGE d, (s) (işten) ayrilma, çikiş, iemand ( zijn) geven
CONTO (conti, s) hesap, iets op iemands schrijven bir
contract enz. sluiten, 15 / (kendine iemand voor zich winnen,
çukurunu kazmak / n/ plannen beramen/smeden, iemands positie
CURATELE jur/huk kisit, hacir, malini kullandirmama, iemand
da bilinen bir şeyi tekrarlamak, iemand de uitzetten birini kapi
daarvan niet de hoogte ondan haberi yok, iemand de hoogte stellen van
dag met je je el salla, iemand iets aan de doen birine bir şey sağlamak,
dağdan gelip bağdakini kovmak de nestors proberen te verjagen, iemands
dağitma, iemand bezorgen birinin dikkatini dağitmak, ik heb echt
dağitmak, iemand van zijn werk birinin işinden dikkatini dağitmak,
dalga geçmek / 1 (takılmak) een grapje met iemand uithalen, een
dalga, en dik tiknaz, bodur ve şişko, iemand te doen birine hak ettiği
dalına binmek / n/ op iemands nek zitten, iemand lastig vallen, iemand
dama atmak / hd./volkst. iemand in de bak stoppen, iemand in de
damarına basmak / n/ iemands zwakke punt treffen/ raken, iemand tegen
damarına çekmek / n/ dezelfde eigenschap als iemand hebben, aarden naar
damat bruidegom d. 2 (man van iemands dochter) schoonzoon d.
dan, iemand in de schaduw stellen, de kroon spannen
dank kafasına dank etmek / n/- eindelijk begrijpen, tot iemand
DANKEN I f, g, (dankte, h, gedankt) 1 teşekkür etmek, iemand
dansen, iemand om de vinger winden
dar gelirli (iemand) met minimum inkomen
darağacına çekmek / iemand ophangen
dat iemand spijt krijgt, 2 (kurmaz ol iemand te slim af zijn
davetsiz misafirler/konuklar, (inbrekers) hirsizlar, bij iemand te zijn
davranmak, iemand slecht birine kötü davranmak,
dayak atmak / iemand slaan, een pak slaag geven
dayak çekmek, de warmte sicakliği ölçmek, zich met iemand biriyle boy
de en bij elkaar steken kafa kafaya vermek, görüşmek, iemand voor het
de ne darm ince bağirsak II h, met iemand door dik en gaan
de overnemen nöbeti devir almak, 3 (plaats) nöbet yeri, 4 iemand de
de s kennen püf noktalarini bilmek, een met iemand nemen aldatmak, birini
de s ophalen omuz silkmek, iemand over de aanzien birine yüz vermemek,
de schade op iemand zarari birinden talep etmek II f, g, (verhaalde, h,
de slaan kendini övmek, iemand het pistool op de zetten birinin
de uit girtlağima kadar geldi biktim, iemand het mes op de zetten
de van de weg yol kenarinda, aan iemands staan birinin tarafinda olmak,
de andere mensen âleme ne? Dat gaat toch niemand aan!
de gang is), 2 (birini zorla iemand dwingen (om iets te doen), 3
de keel dicht te knijpen, iemand bij de keel grijpen, iemand naar de keel
de problemen naar zich toetrekken, 2 (birinin) / n/ iemand moeilijkheden
de problemen naar zich toetrekken, b) (birinin) / n/ iemand in
de realiteit laten inzien, iemand de realiteit onder ogen houden
de schoenen schuiven, iemand de zwarte piet toespelen, iets op
de trap merdivenden paldir küldür düşmek, II g, (, h, ) iemand
de war sturen, verstoren, 5 (zihnini iemand van zijn stuk brengen, in de
dediği çıkmak / n/ goed voorspeld hebben, uitkomen (wat iemand gezegd
dediğine gelmek / n/ uiteindelijk inzien dat iemand gelijk heeft
dedikoducu, çan çan III d, ( en) şakgadak vuruş, iemand een om de oren
dedikodusunu yapmak / n/ roddelen over iemand
dedirmek- i, laten zeggen, zorgen dat iemand iets zegt,
dedirtmek- i, laten zeggen, zorgen dat iemand iets zegt,
defout leggen bij iemand
defterden silmek / uit zijn boekje schrappen, iemand als verloren
değeri olmamak, masrafa değmemek, iemand van tot gort kennen birini çok
değişmek, met iemand biri ile nöbetleşmek
değişmeyen filler, II h, 1 zayiflik, zayif nokta, iemand in zijn tasten
değiştirmek, (verteren) harcamak, eritmek, 4 iemand birini uslandirmak,
değme wie dan ook, niemand, niet iedereen,
delercesine bakmak / aanstaren, iemand met een doordringende blik
deli yerine koymak / iemand voor de gek houden, voor de mal houden
deliklerini kapatmak, fig/mec iemand iets birine bir şeyi yamamak,
dengi olmak, eşiti olmak, iemand in iets birine bir şeyde eşit
der çalıştır-, iemand) iemand voorbereiden/klaarstomen, 6 sp. trainen, 7
derde dert katmak / n/ iemands problemen verergeren
derdine yanmak / n/ zich zorgen maken over iemands problemen
derdini depreştirmek / n/ oude wonden openrijten/openen, iemand aan zijn
derdini deşmek / n/ oude wonden openrijten/openen, iemand aan zijn
derdini dinle- ) luisteren naar iemands verdriet
deri bir kemik (kalmiş), iemand het over de oren halen birine çok para
ders almak /- den/ 1 (bij iemand) les nemen, 2 (aklı başına gelmek, ders
dert dökmek / met iemand over zijn problemen praten
dert ortağı olmak / met iemand meeleven
dert ortağı vertrouweling d. iemand die met een ander meeleeft
dert yanmak /- denl 1 (yakınmak) klagen over iemand/iets, 2 /
desteklemek, destek sağlamak, iemand in iets birine bir şeyde
desteklemek, iemand om vragen birine fikir sormak, goede is duur büyük
desteklemek, müdafaa etmek, arkalamak, iemands belangen birinin
devretmek, iets aan iemand birine bir şeyi resmen devretmek, 2 (v, ziekte)
dichtbij/naderbij brengen, 3 (birini bir şeye inandır iemand
die je voor iemand doet
dienaar huisknecht d. 3 (yiğit) dapper iemand, (erkek) man,
dikkat, büyük bir dikkatle, iemands vragen birinden ilgi rica
dikkatini çekmek iemand attent maken op, iemand attenderen op, 4 (bir kızı
dikmek, zijn aandacht op iemand dikkatini birine yöneltmek, vermek, 4 zich
dil dökmek / 1 proberen iemand te overtuigen, 2 ols./ong. slijmen,
dil uzatmak / iemand over de tong laten gaan, verguizen, beschimpen
dile düşürmek / iemand in opspraak brengen
dilemek, iemand om hulp birinden yardim rica etmek, yardim istemek, men
dilendirmek (iemand) tot de bedelstaf brengen, verarmen, iemand
dilinden anlamak / n/ 1 iemand goed begrijpen, 2 (zorluk çekmemek)
dilini çözmek / n/ iemands tong losmaken
direnmek /- el zich verzetten, weerstaan, zich tegen iemand/iets kanten,
diri diri yüzmek istemek / iemand kunnen villen
dirsek çevirmek / iemand de rug toekeren, geen contact meer willen
diş geçirememek / geen vat op iemand hebben, iemand niet de baas
dişan çikarmak iemand birine kapiyi göstermek, birini kapiya kadar
dişari adim atmamak, iemand op zijn plaats birinin burnunu sürtmek,
dışarı atmak / iemand de deur wijzen, iemand eruit gooien, uitsmijten
discrediet te brengen), iemand in vedegenheid brengen
dişi, de des tijds zaman çarki, de en laten zien diş göstermek, iemand
dişinda oldu, benden habersiz oldu, 2 tanişma, met iemand maken biriyle
dişine göre in iemands vermogen, geschikt voor iemands capaciteit, Dişime
DISKREDIET güvensizlik, itibarsizlik, itibardan düşme, iemand
dişkulak, iemand iets in het fluisteren birinin kulağina bir şey
DISPENSEREN g, (dispenseerde, h, gedispenseerd) iemand van iets
divan durmak / eerbiedig voor iemand staan
diye tanıtmak 1 (kendini zich voordoen als, 2 (birini iemand
diz çöktürmek / kleinkrijgen, iemand op de knieën krijgen, iemands
diz üstünde yazmak, op iemands zitten birinin dizinde oturmak, 2 (v,
dize getirmek / emand op de knieën krijgen, iemand laten knielen,
dizginleri ele vermek de leiding uit handen geven, de teugels aan iemand
dizginlerini çekmek / n/ iemand aan banden leggen, beteugelen
dizlerine kapanmak / n/ iemand smeken, voor iemand op de knieën vallen
doceren, onderwijzen, 4 mec./fig. (kazıklamak) iemand iets aansmeren,
doel amacina ulaşmak, 2 iemand biri ile ilişkiye/temasa geçmek,
doen om, precies doen wat nodig is, 2 / iemand niet te kort doen,
doen, (birini zorlamak) iemand dwingen om iets te doen, 3
doğduğuna pişman etmek / iemand spijt doen hebben dat hij geboren is,
doğru juist, waar, 4 (emek) wat men aan iemand te danken heeft, de moeite
doğrultmak, nişan almak, 5 het met iemand proberen aan te leggen
doğum günüm bu yil cuma gününe denk geliyor, op iemand/iets birini/bir
doğum gününü kutlamak /nl iemand feliciteren met zijn verjaardag
doktorasini almak, II g, (, h, ) iemand birine doktora vermek
dokunmak hard treffen, hard aankomen bij iemand
dokunmak, ellemek, 2 iemand birini parmakla muayne etmek, 3 geld para
dokunmamak, birine zarar vermemek, iemand tegen de haren in strijken birinin
dolandırmak 1 (aldatmak) oplichten, bedriegen, iemand iets door de
dolap, oyun, muziplik, iemand en spelen birine oyun oynamak
dolaşmak, iemand birini arabayla gezdirmek
dolaştır- iemand op sleeptouw nemen
dolaştirmak, het garen ipi dolaştirmak, iemands hoofd birinin kafasini
dolu olmak, tegen iemand birine kin beslemek
DONDER (s) gök gürültüsü, iemand op zijn geven kulağinin
dönmek, op iemand ( op iets) birine (bir şeye) çarpmak, birine
DOOD I d, ölüm, iemand ter veroordelen birini ölüme mahkum
dood spaart niemand ölüm kimseyi bağişlamaz, 4 (uitsparen) kurtarmak,
DOODSSCHRIK ölümcül korku, iemand de op het lijf jagen birini
DOODVERKLAREN g, (verklaarde dood, h, doodverklaard) iemand
DOOPCEEL (...celen) iemands lichten birinin kötü yanlarini
dostane, iemand behandelen birine nazik davranmak
DOUCEUR (s) bahşiş, iemand een tje geven birine bahşiş
dövdürmek- i, (iemand) laten slaan, laten 2 (bulgur vb.)
dövdürtmek- i, 1 (iets/iemand) laten slaan, 2 (dövme yaptırt
dövmek iemand bont en blauw slaan
dövülmek, iemand achter de zitten ensesine binmek, (elinden geleni
dragen, (başkasina) iemand ergens mee opzadelen, iets op iemand
DREIGEN I f, g, (dreigde, h, gedreigd) tehdit etmek, iemand met
DREUN ( en) l tangirti, fig/mec (klap) sille, tokat, iemand
DROPPEN g, (dropte, h, gedropt) 1 iemand ( iets) birini (bir
drukken, knuffelen, 2 (korumasına al zich over iemand ontfermen,
dua gebed bede d. hayır dua etmek / voor iemand bidden, her duaya
DUIMEN gs, (duimde, h, geduimd) voor iemand birine şans
dümen suyunda gitmek / n/ iemands voetspoor volgen, in iemands kielwater
dünyanın kaç köşe bucak olduğunu göstermek / iemand zijn verdiende
dünyayı başına dar etmek / n/ iemands leven zuur maken, iemands leven
dünyayı başına yıkmak / n/ iemands leven zuur maken, iemands leven tot
dünyayı başına zindan etmek / n/ iemands leven zuur maken, iemands leven
durmak, asili olmak, takili olmak, sarkmak, 2 aan iemand birine çok düşkün
durmak, na infinitieven) blijven a) duruyor olmak, b) durmak, 6 iemand
duruma düşmek, iemand in brengen birini zor durumda birakmak
düşmanca - ) iemand vijandig aankijken, 3 hd./volkst. (komşu
düşmek, dillerde dolaşmak, iemand over de laten gaan biri hakkinda
düşündürmek, aan iemand birini düşünmek, hij denkt altijd in geld
düşürmek, derecesini indirmek, iemand birinin rütbesini düşürmek,
düşürmek, iemands geduld (kracht) birinin sabrini (gücünü) tüketmek
DUW ( en) itiş, kakiş, dürtüş, iemand een tje in de rug
duymak - ar / 1 horen, 2 (haber vb. al van iemand horen, vernemen,
duyumsatmak- i, (iemand, iets) laten voelen
düz gitmek 1 rechtdoor gaan, 2 ana avrat düz gitmek iemand de huid vol
düzenlemek, iemand raad birine öğüt vermek, een zoen öpücük vermek, 2
düzenli olarak ziyaret etmek, de met iemand aanvegen (vernietigend
e/ birini birine zich in iemand vergissen, iemand met iemand anders
e/ dövmek iemand een pak slag geven
e/ üzerine aanvallen, 4 / (söze karış in de rede vallen, iemand
e/ zijn leven te danken hebben aan iemand, zijn leven aan iemand
echtgenoot vent d. 4 (herif) vent d. kerel d. 5 (biri) iemand d. persoon
edalıca bakmak / naar iemand lonken, koketteren
een aan iemands been zijn birine ayakbaği olmak, iemand voor het
een tegen iemand (iets) birine (bir şeye) karşi önyargili olmak, dat is
een weg bezetten) yolu kesmek, tikamak, engellemek, iemand de weg
een boot kayiktan atlayip uzaklaşmak, 4 op iemand (op iets)
een fiets bisikletten inmek, 2 op iemand (iets) birine (bir
een gelukkige vondst zijn, van iemands gading zijn
een gemeen en kwaadaardig iemand zijn
een hel maken, zorgen dat iemands wereld instort
een hel maken, zorgen dat iemands wereld instort, iemand het leven
een kasteel saray gibi ev, huizen bouwen op iemand birine tamamen güvenmek,
een mens niet in de mond armut piş ağzima düş olmaz, onder iemands
een verplichting birini bir yükümden kurtarrnak, iemand uit zijn ambt
een willekeurig iemand, een onvindbaar adres
EGARD d, (s) saygi, iemand met s behandelen birine saygin
eğdir-, yenmek iemand kleinkrijgen, verslaan, iemand in het zand
eğlemek 1 aanhouden, doen ophouden, 2 (eğlendirmek) iemand
eğreti almak / iets van iemand lenen
eğreti vermek /, uitlenen, te leen geven, iemand iets lenen
ehlidil eski./vero. begripvol iemand
eigen sop gaar laten koken, aan zijn lot overlaten, zich niet met iemand
eigengereid en verwaand iemand
ekmeğinden etmek / iemand ontslaan, iemand op zwart zaad zetten,
ekmeğine göz dikmek / n/ iemand het brood uit de mond proberen te
ekmeğine göz koymak / iemand het brood uit de mond proberen te
ekmeğini elinden almak / n/ iemand het brood uit de mond stoten/halen,
ekmeğini yemek / n/ iemands brood eten, bij iemand in dienst zijn
ekmeğiyle oynamak 1 / n/ iemand het brood uit de mond nemen/stoten,
ekmek düşmanı uitbuiter van een familie, iemand die werkloos is en geen
el eliyle yılan tutmak iemand de kastanjes uit het vuur laten halen
el etek öpmek 1 (yalvarmak) smeken, 2 (yaltaklanmak) vleien, iemands hielen
el sıkışmak / iemand een hand geven, iemand de hand schudden
el sıkmak / iemand een hand geven, iemand de hand schudden
el üstünde taşımak / iemand op handen dragen, iemand een kroon
el üstünde tutmak / iemand op handen dragen, iemand een kroon
el uzatmak (birine) / 1 iemand van zijn recht proberen te beroven, 2
elbise dolabi, iemand op de jagen birini kizdirmak, birini çileden
ele avuca sığmamak ondeugend zijn, naar niemand luisteren (gezegd van
ele geçmek / n/ iemand in de handen komen, verkrijgen
ele vermekten korkmak, iemand op de geven birini hirpalamak, haşlamak,
eli ayağı olmak / n/ aan iemand) hulp verlenen, helpen
eli para görmek / n/ geld beginnen te verdienen (van iemand die eruge
elinde avcunda neyi varsa (al/heel) iemands hebben en houden, alle bezit
elinden almak /, n/ 1 iets uit iemands handen nemen, 2 (kurtarmak)
elinden almak, işinden kovmak, iemand het uit de mond stoten
elinden ekmeğini almak / n/ iemand het brood uit de mond stoten
elinden ekmeğini kazanrnak, iemand aan een stuk helpen birine iş
elinden tutmak / n/ iemand helpen, iemand vooruit helpen
eline düşmek / n/ 1 onder iemands controle komen, 2 (birine ihtiyacı
eline ver- ) iemand iets in de hand geven, iemand iets in de hand
elini kana bulamak zijn handen met bloed bevlekken, iemand vermoorden
elini kana bulaştırmak zijn handen met bloed bevlekken, iemand vermoorden
elini kolunu bağlamak / n/ iemand met handen en voeten binden
elini uzatmak / 1 handje geven, 2 (yardım et iemand de hand
elkaar vechten, 2 (tartışmak) een felle discussie hebben met iemand
elti vrouw van de broer van iemands echtgenoot d.
emrine amade olmak / n/ iemand op zijn wenken bedienen
en iyi dilekler dilemek / (iemand) het beste wensen
en perk sinirlamak, sinirlanni belirlemek, iemand tevreden birini
EN PLEIN PUBLIC z, herkesin gözü önünde, açikça, iemand kussen
enayi yerine koymak / iemand voor de gek/mal houden, beetnemen,
endişelendirmek iemand ongerust maken, iemand bezorgd maken
engel çıkarmak / (iemand) het moeilijk maken
engellemek dwarszitten, tegenwerken, hinderen, iemand pootje haken, iemand
engellemek dwarszitten, tegenwerken, hinderen, iemand pootje haken, iemand
engellemek een stokje voor iets steken, iemand iets in de weg
ensesine binmek / n/ aanzetten tot werk) iemand op de hielen zitten,
er/ergens niet over uit akli almamak, şaşirmak, tegen iemand op kunnen
EREWOORD şeref sözü, iemand zijn geven birine şeref sözü
erg lastig vallen, iemand het leven zuur maken, kwellen, 2 (üzmek) diep
erin laten lopen, iemand uit de val laten lopen, iemand beetnemen, iemand
ERIN z, için(d)e, içerisin(d)e, iemand laten lopen birini
eriştirmek- i, iets ergens (naartoe) brengen, iemand iets brengen
ermiş, mijn is op sabrim tükendi, met sabirla, sebatla, iemands op de
ertelememek, üzerine ot bitirmemek, zamaninda yapmak, iemand het voor de
escorteren refakat etmek, iemand birine refakat etmek, 3
eşeğe ters bindirmek / iemand aan de kaak stellen
eşek sudan gelinceye kadar dövmek / iemand bont en blauw slaan
eşiğini aşındırmak / n/ de deur bij iemand platlopen, iemand vaak
eskitti, de tijd zamani harcamak, geçirmek, 3 iemand voor iets birini
eşlik etmek, iemand de trap birini merdivenden indirmek, II gs,
eşsiz, kunt u een geven? bir örnek verirmisiniz? aan iemand een nemen
et- iemand het leven zuur maken
et-, yapışmak lastig vallen, zich aan iemand opdringen, iemand belagen
ETIKET ( ten) etiket,fig/mec iemand een bepaald opplakken
etkilemek, (overhalen) iemand tot iets birini bir şeye teşvik
etmediğini bırakmamak / iemand het leven zuur maken
etmek iemand met zijn verjaardag birinin doğum gününü kutlamak
etmek, (voorstellen) taniştirmak, zichzelf aan iemand biriyle tanişmak,
etmek, iemand tot voetballer van het jaar birini yilin futbolcusu ilan
etmek, een gevangene bir tutukluyu tahliye etmek, iemand uit de hechtenis
etmek, iemand (iets) birini (bir şeyi) temsil etmek, 2 (betekenen)
etmek, iemand als lid birini üyeliğe kabul etmek, een vorstel
etmek, iemand biri ile yarişa girmek,
etmek, iemand birine hainlik etmek, 2 een geheim sirri ele vermek, 3
etmek, iemand het antwoord blijven birine cevap verememek s
etmek, iemand met iets birine bir şey vermek,
etmek, iemand voor leugenaar birine yalanci demek
etmek, iemands klachten birinin şikayetlerini kabul etmek,
etmek, II g, (nieuwsgierig) meraklandirmak, iemand birini meraklandirmak,
etmek, kamçilamak, kişkirtmak, körüklemek, iemand tot iets birini bir şeye
etmek, kirici eleştiri yapmak, kinamak, kiyasiya eleştirmek, iemand
etmek, saygi göstermek, iemands besluit birinin kararina saygi
etmek, takdim etmek, gösterrnek, iemand een plan birine bir plan arzetmek,
etmek, tembih etmek, zorlamak, ikaz etmek, uyarmak, iemand tot
etmek, vermek, tevdi etmek, 2 iemand aan de politie birini polise teslim
etmemiş gibi davranmak, iemand iets door de boren birinin bir şeyini
etrafında dört dönmek / n/ niet van iemands zijde wijken
etrafinda toplanmak, 2 zich achter iemand birinin yaninda yer almak,
ettiği hayır ürküttüğü kurbağaya değmemek / n/ iemand van de wal in de
ettiğini yanına bırakmamak / n/ iemand iets betaald zetten
ettirmek- i, laten... doen, laten maken, iemand tot iets
ettirmek, iemand een geheim birine sirrini söyletmek, birinin sirrini
evdirmek iemand haasten, iemand opjagen
EVENKNIE ( en) denk, denkteş, iemands zijn birinin dengi
evire çevire dövmek / iemand alle hoeken van de kamer laten zien,
evlenmek, de opnemen mücadeleyi kabul etmek, iemand de toewerpen birine
evlilik teklifi yapmak / iemand ten huwelijk vragen, een aanzoek doen
eylemek, ergens het beste van bir şey için elinden geleni yapmak, iemand
ezberci iemand die gemakkelijk uit het hoofd leert
ezberletmek- e, iemand iets uit het hoofd laten leren
FAIT ACCOMPLI h, oldubitti, emri vaki, iemand voor een zetten birini
faka bastırmak / iemand in de val lokken, iemand bij de neus nemen,
fali, iemands opmaken (trekken) birinin falina bakmak
FALIE (s) kapşon, kukuleta, iemand op zijn geven birini paylamak,
falına bakmak / n/ iemand de toekomst voorspellen, iemand waarzeggen
farketmek, dokunmak, iemand in zijn eer birinin şerefine dokunmak, II
faturasını göstermek /n, iemand de rekening presenteren
faydası dokunmak / 1 helpen, 2 (iemand) vooruithelpen, iemand van
felek yürü demeli Zonder geluk vaart niemand wel.
fena etmek 1 (kötü davran zich misdragen, 2 / (hasta et iemand
fenalık etmek / iemand schade brokkenen.
FETEREN g, (feteerde, h, gefeteerd) ağirlamak, ziyafet vermek, iemand
fig/mec baglamak, zijn hoop op iemand (iets) umudunu birine (bir şeye)
fig/mec iets met stilzwijgen bir şeyi sükut geçmek, iemand bij
fig/mec op iemand maken birini didik didik aramak, II h, ( en) (schip)
fig/mec dwingen tot) şantaj yapmak, iemand iets birini bir şeye
fig/mec een voorstel bir öneriyi geri çevirmek, iemand aan de deur
fig/mec ergens vreemd van bir şeye şaşirmak, tegen iemand birine saygi
fig/mec iemand de ogen birinin gözlerini açmak, een rekening hesap
fig/mec iemand iets laten birini bir şeyin dişinda birakmak, iets
fig/mec iemands bevoegdheden birinin yetkisini sinirlamak,
fig/mec teşvik etmek, kamçilamak, dürtmek, iemands moed birini
fiilen desteklemek / iemand met raad en daad bijstaan
fiki, senli benli, içli dişli, ke vrienden met iemand zijn biri
fikir almak /- den/ advies vragen, raadplegen, iemand om raad vragen,
fikir sormak / advies vragen, raadplegen, consulteren, iemand om raad
fikir vermek / advies geven, iemand ıets suggereren
fikrine koymak 1 (kendi aklına koy zich voornemen, 2 /, n/ iemand
fikrini değiştirmek, iemand konuşarak birinin fikrini değiştirmek
filinta gibi jong, lang en dynamisch (iemand)
fincan çay, bir bardak çay, 2 (hoofd) baş, kafa, iemand een kleiner maken
fır dönmek / klaarstaan voor iemand
fırça atmak / een standje geven, op zijn falie geven, iemand de mantel
fırça çekmek / een standje geven, op zijn falie geven, iemand de
firlatmak, iemand de deur uit birini kapi dişari etmek
firlayip açilmak, 2 op iemand birinin üzerine atilmak
fisil söylemek, iemand iets birinin kulağina bir şey fisildamak
fiske vurdurmamak / iemand beschermen, iemand de hand boven het hoofd
fiske vurmamak / 1 knippen met de vingers, 2 mec./fig. iemand bij de
fıslanmak in iemands oor gefluisterd worden
fitil fitil burnundan fıtil fıtil getirmek /, n/ iemand berouwen,
FLUISTEREN I f, g, (fluisterde, h, gefluisterd) fisildamak, iemand iets in
FNUIKEN g, (fnuikte, h, gefnuikt) azaltmak, kirmak, iemands macht
FOPPEN g, (fopte, h, gefopt) takilmak, aldatmak, şaka yapmak, iemand
forceren, /, (birini köşeye iemand in het hoek
formunda/dinç olmamak, 4 dat is maar voor de sadece formalite, iemand iets
fukara babası iemand die veel steun geeft aan de armen
GADING beğeni, zevk, istek, tat van iemand zijn birinin tam aradigi
GALEI ( en) scheep/den kadirga, eski bir savaş gemisi, iemand tol de
gammazlamak, ele vermek, iemand birini gammazlamak, birini ele vermek,
gammazlık verklikking d. iemand aanklagen/aanbrengen
gang i 2 (birini zorla iemand dwingen (om iets te doen), 3
garazi olmak, iemand birine kin gütmek, 2 (afkeer hebben v,) nefret etmek,
GAREEL (garelen) hamut, koşum takimi, iemand in het houden birini
garibine gitmek / n/ raar/vreemd vinden, bij iemand vreemd overkomen,
GEBETEN zijn op iemand/iets birine/bir şeye diş bilemek, birine/bir
geboren i iemand tot inkeer brengen
Gebraden duiven vliegen niemand in de mond.
gebraden eenden vliegen niemand in de mond. Je kunt niets zonder moeite
gebruiken edebiyat yapmak, een goed je voor iemand doen birinin yararina
gebruiken, misbruik maken van iemand
geç- iemand voor de gek houden
geçindirmek iemand/een gezin in zijn levensonderhoud voorzien
geçinmek rondkomen, uitkomen, 2 / met iemand omgaan, goed met
geçirmek, iemand
geçirmek, fig/mec iemands hart birinin kalbini fethetmek
geçirmek, istek uyandirmak, uyarmak, iemands ijver birini
geçirmek, karşiya geçirmek, iemand birini karşiya geçirmek
geçirmek, sevketmek, motive etmek, teşvik etmek, güdülemek, iemand voor iets
geçirmek, taşimak, bulaştirmak, een ziekte op iemand bir hastaliği birine
geçmek, yerine vekalet vermek, voor iemand birine vekalet etmek, yerine
geçmesine müsade edilmemek, iemand van de weg birini yanliş yola
GEDAAN iets van iemand krijgen bir işi birine yaptirmak/hallettirmek,
GEDENKEN g, (gedacht, h, gedacht) anmak, yad etmek, iemand (iets)
gedicht şiir okumak, muz/müz çalmak, sunmak, icra etmek, 2 iemand birini
geen mond ağiz açmamak, bir şey söylememek, susmak, een boekje over iemand
GEHECHT tutkun, bağli, aan iemand/iets zijn birine/bir şeye
geheugen animsamak, akla getirmek, iemand iets in het geheugen birine
gekscheren, / (birine takıl met iemand een grapje uithalen
gel- geschikt zijn, 3 (iyi biri ol goedhartig zijn, een goed iemand
GELASTEN g, (gelastte, h, gelast) emretmek, buyurmak, iemand iets
geld afpersen, villen, 7 (kazıklamak) iemand afzetten
geld faize yatirmak, faize koymak, vadeli hesaba koymak, 3 iemand birini
gelden paranin hesabini vermek, iets tegenover iemand birine karşi bir
geldiğince tot/voor zover iemand kan, tot iemands uiterste
geleni söyle- ) zeggen wat hem voor de mond komt, (bağırmak) tegen iemand
gelmek, iemand birine yaklaşmak, 2 (zich wenden tot) ilişkiye
gelmek, iemand proberen te birinin hoşuna gitmeye çalişmak, II h,
gelmek, kazanmak, aan (in) duidelijkheid açiklik kazanmak, het van iemand
geloof dönmek, çekilmek, ayrilmak, (van) iemand birine
gelukkige vondst zijn, van iemands gading zijn
gem vurmak / beteugelen, breidelen, tomen, muilkorven, iemand aan
gemiye yiyecek sağlamak, iemand van geld birine para sağlamak, zich van
GEMUNT het op iemand hebben birini hedef almak, birini gözü önüne almak,
GENEGEN 1 meyilli, eğilimli, yönelimli, istekli, 2 iemand zijn birine
GEPORTEERD zijn voor iemand/iets biri /bir şey hoşuna gitmek,
gerçeği yüzüne vurmak / n/ iemand de waarheid voor/op de neus drukken
gerdirmek- i, iemand iets laten uitrekken/spannen
geri- terugkeren, 5 / (birine zich tot iemand wenden, 6 (yön
geri döndürmek, de rug naar iemand birine sirtini dönmek, II gs, (, is )
geriletmek belemmeren, tegenhouden, remmen (van iemands geestelijke
getirmek, animsatmak, iemand ergens aan birine bir şeyi animsatmak,
getirmek, coşturmak, harekete geçirmek, iemand moed birini yüreklendirmek,
getirmek, een voorstel naar iemand teklifi getirenle veya teklif sahibiyle
getirmek, iemand als burgemeester birini belediye başkani olarak göreve
getirmek, op zijn en passen sözlerine dikkat etmek, iemand te staan
getirmek, v, iemand af) götürmek, tevdi etmek, sevk etmek, (berichten)
getirmek, yüzleştirmek, yüz yüze getirmek, 2 iemand met ... birini
getirtmek, iemand van de waarheid birine gerçeği kavratmak
getrouwd met iemand uit Ankara, 3 (miktara ulaş bedragen,
getuigen, aleyhinde tanıklık emtek tegen iemand getuigen
geven, iemand de volle laag geven, afstraffen, berispen, iemand ernstig over
geven, iemand een draai om de oren geven, iemand een oorvijg geven
geven, iemand iets in de schoenen schuiven
GEVLIJ bij iemand in het komen bir dediğini iki etmemek, birine
gevoelens his beslemek, vriendschap met iemand biriyle dostluk
geweer proberen atip denemek, 4 iemand (yolda) birine bir şey
gidermek, boşaltmak, atmak, zijn woede op iemand (op iets)
giorno schatje, iemand die je lief vindt.
gırgır geçmek / 1 (dalga geç iemand voor de gek houden, de draak
gırgıra almak / 1 iemand voor de gek houden, de draak steken met
girilir hale getirmek, 3 fig/mec zijn hart voor iemand birine içini açmak
girişmek, zijn studie weer dersine yeniden başlamak, liefde voor iemand
girmek, iemand laten a) birini düşürmek, b) birini yüz üstü birakmak, met
gırtlağına basmak / n/ iemand dwingen iets te doen, iemand in de klem
gırtlağına sarılmak / n/ 1 iemand bij de keel grijpen, iemand naar de
gırtlaklamak wurgen, iemand de keel dichtknijpen, iemand doden door
gitmek, kisa ziyaret etmek, geçerken uğramak, bij iemand birine
gitmemek, bezwaar tegen iemand/iets birine/bir şeye karşi itirazi olmak,
giydirmek iemand aankleden, kleden
gizemci mystiek iemand, beoefenaar van de mystiek d.
gizilice veril- ) stiekem iets in iemands zak stoppen, stiekem iets
gizlemek, voor iemand iets birinden bir şey saklamak,
göçermek 1 (devretmek) iets aan iemand overdragen, 2 (çökertmek) een
goed iyi sonuçlanmak, 6 (uitvaren) tegen iemand birine çok bağirip
goederen kaçak mallar, maken siyahlaştirmak, iemand maken birini
GOEDGEZIND hüsnüniyetli, iyi yürekli, iyicil, iemand zijn birine
göklere çıkarmak / iemand over het paard tillen, over iemand de
gölgede birakmak, iemand gölgede birakmak, yildizini söndürmek, 2 (naam,
gölgesinden korkmak bang zijn voor iemands schaduw, (erge) angst hebben
golven 2 (sevgili) jongen d. meisje (van iemand) 3 (alay) grapje
göndermek- i, 1 iemand sturen, zenden, aansturen, 2 (posta) sturen,
gönlünü çalmak / n/ iemands hart stelen/veroveren
gönlünü çelmek / n/ iemands hart stelen/veroveren
gönlünü etmek / n/ 1 verzoenen, het goedmaken, 2 (inandırmak) iemands
gönlünü kırmak / n/ iemand in zijn gevoelens krenken/treffen, iemands
gönlünü okşamak / n/ iemand verblijden
gönlünü yapmak / n/ 1 verzoenen, het goedmaken, 2 (inandırmak) iemands
gönül almak 1 (sevindirmek) iemand tevredenstellen, iemand een plezier
gönül bağlamak verliefd worden en op iemand bouwen, zich in iemand
gönül okşamak iemand complimenteren, iemand over zijn bol aaien
gördürmek- i, iets verricht laten worden, zorgen dat iemand iets
göre tarak vurmak / n/ naar iemands mond praten
görevden uzaklaştirmak, yetkisini elinden almak, iemand uit zijn ambt
görevlendirmek- i, 1 iemand opdracht geven tot, opdragen, iemand
görevlendirmek, adina sunmak, aan iemand een boek birinin adina bir
görmek, iemand (iets) leren a) birini (bir şeyi) tanimak, birini (bir
görmek, waarmee kan ik u ? sizin için ne yapabilirim? 2 iemand van
GORT ( en) kirma, dövülmüş hububat, kirilmiş arpa, iemand (iets) van
görücü iemand die een meisje ten huwelijk vraagt (voor zijn zoon)
görülecek hesabı olmak /n, nog een rekening met iemand te
görüş alışverişi yapmak / met iemand van gedachten wisselen, overleg
görüşe het met iemand eens zijn
görüşme, sohbet, yarenlik, hoşbeş, een met iemand hebben biriyle görüşmek
görüşmek 1 (met iemand) beraadslagen, overleggen, overleg voeren,
görüşünü değiştirmek, iemand birinin aklini çelmek
görüşüyorum? over iemand (iets) biri (bir şey) hakkinda konuşmak, birinden
gösteriş budalası 1 pronkziek, 2 ijdeltuit d. pronkziek iemand
gösteriş düşkünü 1 pronkziek, 2 ijdeltuit d. pronkziek iemand
gösterişçi praalziek, pretentieus, 2 pronker d. pronkziek iemand
göstermek iemand de helpende hand toesteken, mogelijkheden bieden
göstermek,iemand in zn kruipen/likken birinin kiçini yalarnak, birine
göstertmek- i, zorgen dat iemand iets laat zien, iets laten tonen
göt üstü oturtmak / k./vulg. iemand op zijn nummer zetten, iemand zijn
götünü yalamak / n/ k./vulg. in iemands gat/kont kruipen, iemands gat
göz bebeği gibi sevmek / iemand/iets lief hebben als zijn oogappel,
göz boyamak iemand zand in de ogen strooien, iemand een rad voor de ogen
göz dikmek / oog hebben op iemands bezitting, onder iemands duiven
göz hapsine almak / 1 iemand onder toezicht houden, 2 (gözünü ayırma-
göz koymak / oog hebben op iemands bezitting, oog hebben op een
göz kulak ol iemand/iets in het oog/de gaten houden
göz önünde bulundurmak / (iets/iemand) in de gaten houden
gözaltina almak, hapse atmak, 4 (door redeneren) fig/mec iemand birini
gözde olmak in de gunst zijn (bij iemand), hoog te boek staan (bij iemand)
gözden düşmek (bij iemand) uit de gunst zijn, in ongenade vallen, eruit
gözden kaybetmek / iemand/iets uit het gezicht verliezen
göze girmek bij iemand in de gratie/gunst komen
gözleri yollarda kalmak / n/ met smacht wachten op, (op iemand) lang en
gözlerinden anlamak /, n/ iets op iemands gezicht lezen
gözlerinden öpmek / iemand op het oog kussen
gözleriyle yemek / (iemand/iets) met de ogen verslinden, met verlangen
gözü dışarıda biri 1 iemand die uit ontevredenheid uitkijkt naar
gözü ısırmak / bekend voorkomen, iemand ergens van kennen
gözü olmak /- de/ een oogje op iemand/iets hebben
gözü tutmak een oogje op iemand/iets hebben, op het oog hebben, geschikt
gözü yolda kalmak / n/ met smacht wachten op, (op iemand) lang en
gözünden kaçmamak / n/ niet missen, niet ontgaan (bij iemand)
gözüne batmak / n/ iemand een doom in het oog zijn
gözüne girmek / n/ een wit voetje bij iemand halen, bij iemand in de
gözünü bağlamak / n/ iemand blinddoeken, een rad vogr de ogen draaien
gözünü boyamak, birini aldatmak, birini kandirmak, iemand in het doen
gözünü oymak / n/ proberen iemand grote schade te berokkenen
gözünün önünde (birinin) voor (onder) iemands neus
GRAMSTORIG z, öfkeli, hişimli, iemand maken birini kizdirmak
GRAP ( pen) şaka, espri, latife, nükte, Muziplik, Een met iemand
grond yere tükürmek, iemand in het gezicht birinin yüzüne tükürmek, 2
groot büyük çapta, iemand ten vallen a) başina gelmek, b) (iets
grote ogen birine şaşkin şaşkin bakmak, iemand niet birine
güç duruma sokmak / iemand in het nauw brengen, iemand in een moeilijk
gücendirmek, kirmak, iemand diep birini çok üzmek, çok kirmak
gül gibi geçinmek 1 / goed met iemand overweg kunnen, geen ruzie
gulden van he geld af paradan beş gulden al, iemand het woord
güle güle! c) (begroeting) selam! merhaba! iemand zeggen birine
gülünç duruma düşürmek / iemand voor gek zetten, belachelijk maken,
gülünç düşürmek / iemand belachelijk maken, bespottelijk maken
gün geçirmek /- le, - de/ ergens met iemand samenleven
günahını çekmek / n/ voor iets (moeten) boeten, aan iemands fout enz.
GUNNEN g, (gunde, h, gegund) 1 iemand geen tijd birine zaman
GUNST iyilik, iemand betonen birine iyilik göstermek, een bewijzen
gunst komen, bij iemand in de gratie komen
gününü görmek / n/ 1 (mutluluğunu gör iemands geluk meemaken, iemand
gününü göstermek / iemand mores leren, iemand de les lezen
gurbetçi dış ülkede) immigrant d. iemand die in het buitenland woont
guruldamak, II g, iemand door elkaar birini iyice hirpalamak, sarsmak,
güven duymak / iemand vertrouwen
güven temelinde, iemand in nemen birini sirdaş etmek, birine güvenerek sir
güveni sarsılmak /n, zijn vertrouwen in iemand verliezen, geen
güvenilmez, ipiyle kuyuya inilmez, iemand op zijn geven birine ebesini
güvenmek vertrouwen (op), bouwen op iemand (inanmak) geloven in
güvenmek, iemand op zijn woorden birine sözlerinden dolayi güvenmek, 2
güvenmek, itimat etmek, iemand birine güvenmek, birine itimat etmek, hij
güzel giydirmek iemand netjes aankleden
haber alamamak /- den/ niets (van iemand) horen/vernemen, taal noch teken
haber alamamak, 2 (wat iemand zegt) ifade, dil, de van het lichaam bedenin
haber almak /- den/ 1 een bericht ontvangen, 2 (birinden, v. iemand of
haber çıkmamak /- den/ niets (van iemand) horen/vernemen, taal noch teken
haber vermek, iemand van iets birini bir şeyden haberdar etmek
haberdar etmek /, - den/ (iemand ergens van) op de hoogte stellen,
haddini bildirmek / n/ iemand op zijn plaats zetten, iemand zijn
haddini bildirmek, kiçinin üstüne oturtmak, iemand op straat birini sokağa
hafız iemand die de Koran uit zijn hoofd opzegt.
hainlik etmek / 1 verraden, 2 (kotü davran iemand vals/verraderlijk
hak eder, iemand in houden birine saygi göstermek/duymak,
HAK I d, ( ken) 1 kesme, kiyma, 2 (slag) vuruş, darbe, iemand een zetten
HAKKEN I g, (hakte, h, gehakt) kesmek, kiymak, yarmak, II gs, op iemand
hakkı geçmek / moeite voor iemand gedaan hebben
hakkindan gelmek, iemand over de leggen birini dövmek, op zijn schrijven
haksızlık etmek / iemand onrecht doen, onbillijk behandelen
hal hatır sormak / informeren naar het welzijn (van iemand)
halden anlamak vol begrip zijn, begrip hebben voor iemands problemen
halen, iemand het leven zuur maken, iemand erg kwellen
halen, iemand in een kwaad daglicht stellen, iemand verlagen
halini sormak / n/ naar iemands welzijn informeren
hallaç iemand die katoen kaardt
halletmek, bir yolunu bulmak, iemand iets op de spelden birini bir şeye
handelen, handeldrijven, 3 mec./fig. (başından at iemand
hanya'yı konya'yı göstermek / iemand een standje geven, iemand de les
harcat- iemand op kosten jagen, 8 (elde et-, erfenis) krijgen, 9
HARNAS ( sen) zirh, panzer, iemand tegen zich in het jagen birini
hart gözden irak olan gönülden de irak olur, iemand de ogen uitsteken birini
haşlamak, paylamak, iemand birine bağirip çağirmak
hastanelik etmek / iemand bont en blauw staan
hatır almak iemand met iets tevredenstellen, iemand behagen
hatır kırmak iemand kwetsen, iemand krenken
hatır sormak / naar iemands welzijn informeren
hatırına gelmek / n/ te binnen schieten, opkomen (bij iemand),
hatırını kırmak / n/ aanstoot geven, krenken, kwetsen, iemands hart
hatırını saymak / n/ iemand achten, respect hebben voor iemand
hatırını yapmak / n/ iemand tevredenstellen
havası olmak 1 (benzerlik hissi ver-, door gelijkenis enz.) aan iemand doen
hayat adamı iemand die zich makkelijk aanpast en de moeilijkheden te boven
hayatı kaymak / n/ (argo/plat) instoaen van iemands leven, kapotgemaakt
hayatına girmek / n/ het leven delen met iemand, samenleven, samenwonen
hayatını - ) begenadigen, iemands leven sparen, 5 (para -, geld)
hayatını - ) begenadigen, iemands leven sparen, 5 (para -, geld)
hayatını borçlu olmak / zijn leven aan iemand verschuldigd zijn, zijn
hayatını zehir etmek / n/ iemand het leven zuur maken, iemands leven
hayır beklememek /- den/ 1 (yardım bekleme geen gunst/hulp van iemand
hayır dua etmek / voor iemand bidden
haykirmak, om iemand birini çağirmak, II g, çağirmak, een dokter doktor
hayvanı, yük hayvanı trekdier 2 (kaba kimse) ruw iemand, beest
hazir bulunanlari saymak, de voor iets (iemand) ophalen (optrekken) bir
hazir bulunmak, iemand laten birini çağirtmak/getirtmek, birini hazir
hazırcı (hazır satan) verkoper van confectiegoederen, 2 (kolaycı) iemand
hazirlamak/yetiştirmek, zich voor een examen sinava hazirlanmak, iemand op
Heb je geld bij je? Yanında kimse var mı? Is er iemand bij je?
hebben met iemand, geroerd zijn, getroffen zijn
hebben üşümek, iemand maken birinin defterini dürmek, birini temizlemek,
hebben zie/bkz baard, iemand (een dier) de afsnijden birinin (bir
hebben, moet eerst de noot kraken. Gebraden duiven vliegen niemand
hediye vermek / cadeau geven, schenken aan iemand
heeft de mulder hem lief. Men moet iemand te vriend houden om wat van hem
heeft, bekrompen iemand
HEKEL I d, (s) kenevir taraği, iemand over de halen birini ağir bir
HEL I d, cehennem, loop naar de ! canin cehenneme! defol! iemands leven
helpen yardim etmek, de klanten müşterilere hizmet etmek, iemand
helpende hand bieden, (iemand) een handje helpen
hem in de schoenen cesaretini yitirdi, iemand een goed/kwaad toedragen
HEMELHOOG çok, aşiri, çok fazla, iemand prijzen birini çok övmek,
hemfikir olmak / het eens zijn (met iemand)
hepsini bir sepete koymamak, 2 (ansicht) kart, kartpostal, iemand een
her iki taraf da biraz hakli, her iki hikaye de tam doğru değil, iemand
herhangi biri iemand
HERINNERING ( en) 1 hatira, ani, 2 (geheugen) bellek, zihin, iemand
herstellen door, kafa bulmak / a) een grapje met iemand uithalen, een
herstellen onarmak, tamir etmek, 5 fig/mec iemand iets birine oyun
hesaba yazmak / op iemands rekening zetten/schrijven
hesabma yazmak, iemand iets te hoog birine bir şeyi fazla yazmak,
het met iemand biri ile ilişkiyi bozmak, 4 (uitdoven) söndürmek, * dat
het niet waard bakmaya değmemek, 3 iemand op iets birine bir
het van fortuin feleğin çarki, hayatin çarki, iemand een voor (de) ogen
het huis uit schoppen, het gat van deur wijzen, 2 (işten at iemand
het huwelijk belemmeren, 2 (parasal) iemands fortuin in de weg staan,
het kan dooien. Niemand kan zijn lot ontlopen. God beslist wie wat krijgt.
het leven zuur maken, voor iemand een plaats tot gevangenis maken
het twijfelen birini kuşkulandirmak, kuşkuya düşürmek, iemand iets
het werk betaalt slecht iş iyi kazandirmiyor, iemand iets betaald
het zere been schoppen, iemand irriteren
heterdaad birini suçüsiü yakalamak, iemand op een leugen birinin
HETERDAAD iemand op betrappen suç üstü yakalamak
heveslendirmek- i, iemand ergens enthousiast voor maken
hiç kimse niemand
hiçbir şey onu etkilemez, geen op iemand hebben birine söz geçirememek,
hiçbiri niemand, 2 (şeyler) geen van beide
hiçe saymak, tinlamamak, het gevaar tehlikeye meydan okumak, iemand
Hickimse Niemand,Hickimse
hiddetli, zijn op iemand birine kizmak, worden kizmak, zich maken
HIEL ( en) topuk, ökçe, iemands en likken birinin elini eteğini öpmek,
hier om de s burada para söker, para konuşur, iemand zijn laatste
hij vanavond zal komen bu akşam geleceğini ümit ediyoruz, veel van iemand
hincini gidermek, nemen op iemand birinden hincini almak, öcünü almak,
HOEDE 1 (bescherming) koruma, iemand/iets onder zijn nemen birini/bir
HOEK ( en) 1 köşe, bucak, cibik, iemand in een drijven birini köşeye
hoek drijven, iemand in het nauw brengen
honderd sturen, 6 (birini bir şeye meeslepen, meebrengen, iemand ergens
honger aç olmak, ik heb honger aciktim, açim, 5 iets/iemand nodig bir
HONING bal, iemand om de mond smeren fig/mec birinin ağzina bir
hoofdpijn bezorgen, drammen, aan iemands kop zeuren, 2 / n/ (alkol vb.)
HOOFS z, nezaketli, terbiyeli, zarif, nazik, iemand groeten birini
horlamak I snurken, ronken II / (aşağı gör minachten, op iemand
houden van, het land aan iets/iemand hebben
houden zevkle meşgul etmek, eğlendirmek, oyalamak, iemand biriyle
houden, iemand in het ootje nemen
huis voor iemand evini birine açik tutmak, birine kapisi açik olmak, 2
hükümeti bir şeye sikiştirmak, bij iemand op betaling birini
HULDE iemand brengen (bewijzen) birine saygi göstermek, birini
HULDIGEN g, (huldigde, h, gehuldigd) 1 iemand birini şereflendirmek,
hurafeci bijgelovig iemand
Iemand Birisi,Biri,Iemand
iemand aanlokken) çekmek, cezbetmek, leden üye çekmek, zich
iemand bir şeye (birine) bakmamak, ilgilenmemek, hij kijkt niet naar
iemand birini şaşirtmak, kafasini kariştirmak
iemand de baas kunnen, iemand onder de duim houden
iemand die stimuleert, 2 (provokatör) provocateur d. aanstoker d.
iemand in het oog houden
iemand om een schuld birini borcu ödemeye zorlamak, 4 iemand in
iemand tot last zijn
iemand zijn gang laten gaan, iemand vrij spel geven
iemand maken bir şeyle (biri ile) çok uğraşmak, birine (bir şeye) çok
iemand uithoren, polsen, iemand de pols voelen, 3 (kaçak mal
iemands haren birinin saçlarini tamamen kesmek,
İlim öğrenen Allah yolunda savaşan gibidir. Iemand die leert wijsheid is als iemand die vecht voor het pad van Allah
İlim öğrenmeye çalışan evine dönünceye kadar Allah yolundadır Iemand die probeert om wijsheid te leren (wetenschap) is op het pad van Allah totdat hij / zij terug naar huis
kabul etmesini sağla laten ingaan op, zorgen dat iemand een
Kim bir kimsenin arkasından onda bulunan bir şeyi söylerse gıybet etmiş olur Als iemand praat iets achter de rug van iemand die ze al hebben, dat iemand sets geruchten boven water (tot roddels)
Kim bir topluluğu severse, Allah onu o toplulukla birlikte haşreder Als iemand houdt van de gemeenschap, Allah brengt hem / haar met die gemeenschap in het paradijs
kıstırmak klemmen, 7 (eline iemand iets in de hand drukken
kleven aan iemand/iets) (birine/bir şeye) yapişmak,
krachtig güçlü, kuvvetli, siki, sikica, iemand omarmen birini sikica
kritiseren keskin eleştiri yapmak, sert eleştirmek, kesmek, iemand
nazl geç- ) iemand naar zijn hand weten te zetten, in staat zijn
Niemand Hickimse,Niemand
Niemand vroeg jou iets. Sana kimse bir şey sormadı.
niteliksiz karikatuur, slecht imitaie (v. iets, iemand) zogenaamd,
ödemeye zorla iemand dwingen om te betalen
okulda iemand in een vak onderrichten
op iemand om iets), iemand iets betaald zetten
oyalamak iemand ergens van afhouden/weerhouden
peşini bırakma- ) iemand achterna lopen, achter iemand aan zitten
polis alikoymak, 5 iemand birini cezbetmek, II gs, ( , is ) 1
puştluk yap- ) iemand iets flikken, gemene streken uithalen, kattenkwaad
rahatsız et- ) lastig vallen, iemand niet met rust laten,
rahatsız et- ) vervelen, irriteren, iemand lastig vallen, ergeren
saldırmak iemand aanvliegen, 3 (kız, meisje) verkrachten
saldırmak iemand aanvliegen, aanvallen, bespringen
saldırmak iemand aanvliegen, aanvallen, bespringen
sepetlemek wegsturen, iemand afschepen, 3 (işten at ontslag
sıkıştırmak iemand opjagen, laten doorwerken, iemand op de hielen
sıkıştırmak iemand opjagen, laten doorwerken, iemand op de hielen zitten,
sikmek neuken, naaien, 4 (öldürmek) iemand ombrengen/vermoorden
silahlı kişi, gewapend iemand) onschadelijk maken
sorumlu gör- ) iemand verantwoordelijk stellen, 12 /- den/ geloven dat
sorun vb.) iemand met iets opzadelen
star dik, sabit, iemand aankijken birine dik dik bakmak, 3 (v, gezicht)
suç binne -, schuld) geschoven worden op iemand
surprise sürpriz, iemand een bereiden birine sürpriz hazirlamak
tecrübe ettir- ) iemand iets laten/doen proberen, zorgen dat iemand iets
tegen iemand birinin lehinde (aleyhinde) konuşmak, dat pleit voor je
ten geschenke geven) hediye etmek, armağan etmek, iemand iets birine bir
Toegedaan (Iemand~Zijn ) birinden hoslanmak,birini sevmek ,Toegedaan (Iemand~Zijn )
toparlayip almak, iemand (als gast) birini misafir etmek, konuk
typen daktilo yazmak, II g, 1 iemand op de schouder birinin omzuna
üstünden atmak, başindan atmak,iemand niet kunnen birinden kurtulamamak,
uygarlaştırmak mens maken, (iemand) beschaving bijbrengen
v, deur sürgü, fig/mec iemand een op de neus zetten birine gem vurmak,
verdedigen iemand birini müdafaa etmek, birini savunmak, birinin
verschaffen sağlamak, tedarik etmek, temin etmek, 3 iemand werk birine
vijandig karşi, aleyhte, aleyhinde, aleyhine, iemand strijden birine
waarde aan (y)a/e anlam (değer) vermek, zich aan iemand (iets) birine
weg yol, iemand de afsnijden birinin yolunu kapatmak, yolunu kesmek, 3
wegvloeien akip gitmek, met iemand biriyle iftihar etmek
wending viraj, dönemeç, 3 (klap) sille, tokat, iemand een om
yardım etmek helpen, over de brug komen, iemand de hand toesteken, de
yatıştırmak, iemand kalmeren, bekoelen
zaman vermek, 6 iemand in de hoogte birini yağlamak, övmek, een ring aan
zich inlaten met iemand, omgaan met iemand, Muhatabım olamaz, Ik
zich uitsloven voor iemand
zijn pen bijten dudağini isirmak, aan iemands pen hangen birinin ağzina
zorgen dat iemand iemand anders volgt, iemand op iemand anders

Ana Sayfaya Dön