Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek |


Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek.
Türkçe > Felemenkçe <> Felemenkçe > Türkçe Sözlük.
Türkçe > Hollandaca <> Hollandaca > Türkçe Sözlük.
77238 Kelime - Woord.


'hebben,' Kelimesinin Anlamları:

aan ergeren, zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben, het op
aap schrikken, 'm knijpen, Het Spaans benauwd hebben, zich wild
aap schrikken, 'm knijpen, Het Spaans benauwd hebben, zich wild
abazan olmak (argo/plat) hongerig naar seks zijn, geen nonnenvlees hebben,
aç olmak 1 honger hebben, 2 (fakir olmak) arm zijn, 3 (çok istekli olmak)
aç susuz kalmak op een houtje bijten, niets te eten hebben, straatarm zijn
acele etmek haast hebben, zich haasten, ijlen, jachten, jagen, snellen,
acı çekmek 1 pijn hebben, 2 /- den/ lijden, verdriet hebben, last
acı görmek pijn hebben, lijden, verdriet hebben
açık kalpli olmak het hart op de tong hebben, rondborstig zijn
açık vermek 1 /- de/ (hesap) tekort hebben, 2 mec./fıg. onwillekeurig iets
acıkmak honger hebben, honger krijgen
acından ölmek 1 (çok Aç olmak) knagende honger hebben, erg hongerig zijn, 2
Aclikdan Gozu Kararmak Erge Honger Hebben,Aclikdan Gozu Kararmak
açlıktan nefesi kokmak / n/ bijna niets te eten hebben, verschrikkelijk
adet görmek ongesteld zijn, menstruatie hebben, menstrueren, vloeien
adeti olmak menstruatie hebben, menstrueren
adı olmak / n/ een goede naam hebben, bekend zijn, een goede reputatie
adını anmaya değmemek / n/ geen naam hebben,
ağzı dili kurumak / n/ een droge keel hebben, een tong als een leren lap
aklından geçirmek / voor de geest hebben, denken aan
aklından geçmek / n/ voor de geest hebben, denken aan
aksiliği üstünde olmak / n/ de bokkenpruik op hebben, een slechte humeur
alakası olmak ergens iets mee te maken hebben, betrekking hebben op,
alıp verememek / een appeltje met iemand te schillen hebben, ruzie
alleen hebben, 2 (kendini kanıtla zich bewijzen, zich de beste tonen
Almak,2 Hebben,krijgen,pakken,bekomen,,Almak,2
amaç edinmek / een doel hebben, een doel voor ogen hebben
amaç gütmek / nastreven, boenen, streven naar, tot doel hebben, zich
amaçlamak streven naar, een doel voor ogen hebben, zich voornemen,
anasından doğduğuna pişman olmak erg veel berouw hebben, spijt
anasından doğduğuna pişman olmak erg veel berouw hebben, spijt hebben
anasından emdiği sütü burnundan getirmek / n/ iemand spijt doen hebben,
anasının ipini satmak een kwade inborst hebben, een laag karakter hebben,
anlam vermek / 1 (sözcük) betekenen, betekenis hebben, (betekenis)
anlamı olmak betekenen, betekenis hebben, (betekenis) aanduiden
anlamı vermek betekenen, betekenis hebben, (betekenis) aanduiden
anlamına gelmek betekenen, betekenis hebben, (betekenis) aanduiden
arsız olmak onbeschaamd zijn, een plank voor z'n kop hebben, zich niet
Ateslenmek Koorts Krijgen,Een Koorts Aanvallen Hebben,Ateslenmek
ayranı duru, ekmeği kuru olmak zijn kostje gekocht hebben, zijn schaapjes
az tamah ziyan getirir Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het
baasje, het erg druk hebben, ergens druk mee bezig zijn
babaları tutmak / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn
babası tutmak / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn
Bagirsaklari Bozmak Diarree Hebben,Laxeren,Bagirsaklari Bozmak
bahsetmek - den/- den/ het ergens over hebben, ergens gewag van maken,
baş alamamak /- den/ 1 (çok meşgul ol het ergens te druk mee hebben, 2
başarmak 1 slagen, succes hebben, 2 (başarıyla bitir iets met
başı sıkışmak / n/ veel werk omhanden hebben, zijn handen vol hebben,
başına devlet kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een
başına devlet kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, veel
başına talih kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een
başına vurmak / n/ 1 op zijn kop slaan, 2 (içki) een kater hebben, een
başını alamamak /- den/ 1 (çok işi ol het ergens te druk mee hebben, 2
başını kaşımaya eli değmemek / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn
başını kaşımaya vakti olmamak / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn
başını sokacak bir yeri olmak een eigen stek hebben, onderdak hebben
başını sokmak een eigen stek hebben, onderdak hebben
başını taşa vurmak başını taştan taşa vurmak ergens veel spijt van hebben,
bed gaan, gemeenschap hebben, 8 / (yana overhellen, 9
belang zijn, prioriteit hebben, 3 / (insan, etkisi olmak) grote invloed
belang zijn, prioriteit hebben, c) / (insan) grote invloed hebben,
berouw doen hebben voor iets, iemand spijt doen hebben, iemand betaald
berouw over hebben, bir taşla iki kuş vurmak twee vliegen in een
beş parasız kalmak geen rooie cent hebben, geen sou meer hebben, geen geld
bevatten, inzien, zich realiseren, het door hebben, 2 (tanımak) /
bezwaar hebben, zwijgen, mond niet open doen II (solgun) bleek,
bıkkınlık gelmek /- e, - den/ iets beu zijn, er tabak van hebben, er schoon
bıkmak - ar /- den/ ergens schoon genoeg van hebben, van iets balen, het
bileğinde altın bileziği olmak / n/ gouden handen hebben, veel
bin pişman olmak spijt als haren op zijn hoofd hebben, erg berouwvol zijn
bir yerde het naar zijn zin hebben, zich thuis voelen, zich
bir çift sözü olmak / iets te zeggen hebben, iets op te merken hebben
bir şeyden çakmamak ergens geen kaas van gegeten hebben, er geen bal van
bir şeye benzememek geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben
bir yararı olmamak / n/ geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben
birbirini yemek altijd ruzie met elkaar hebben, met elkaar overhoop liggen,
boğazı kurumak / n/ een droge keel hebben, dorst hebben, kurkdroge mond
bok yemek düşmek / k./vulg. geen recht van spreken hebben, niets te
borca batmak stevig in de beer zitten, veel schuld hebben, tot over zijn
borçlu olmak / 1 (para vb.) schuld hebben, 2 (şükran verschuldigd
borusu ötmek / n/ invloed hebben, gezag hebben, autoriteit hebben, veel
Bozusmak Ruzie Hebben,Bozusmak
breed hebben, moeilijk de touwtjes aan elkaar kunnen knopen, moeilijk
buldukça bunamak altijd meer willen hebben, nooit tevreden zijn,
bulun- geslachtsgemeenschap hebben, naar bed gaan met, bijslapen
bulundurmak in voorraad hebben, achter de hand hebben
buluttan nem kapmak lange tenen hebben, gauw op zijn tenen getrapt zijn,
burnu kaf dağında olmak / n/ het hoog in zijn bol hebben, verwaand zijn,
burnundan fitil fıtil getirmek /, n/ berouwen, berouw doen hebben,
burnundan kıl aldırmamak lange tenen hebben, (verwaand zijn en) niet tegen
büyük aptesi gelmek / n/ nodig moeten, aandrang hebben, zijn behoefte
çakmamak- den/ (argo/plat) ergens geen kaas van gegeten hebben, geen
çakozlamak argo/plat het door hebben, begrijpen
canı burnuna gelmek / n/ ergens veel moeite mee hebben, overstelpt
canı çekmek / verlangen naar, ergens zin in hebben, lusten
canı yanmak 1 / n/ (canı yan pijn hebben, 2 /n,- den/ (kötü
cebi boş olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen
cebi delik olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen
cenabet olmak onrein worden, een natte droom hebben, ejaculeren
cereyan etmek plaatsvinden, plaatshebben, gebeuren
çiftleş- paren, 4 (cinsel coïtus hebben, geslachtsverkeer hebben, 5
çile doldurmak ontberingen doorstaan, het zwaar te verduren hebben, tobben
cinsel ilişkide bulunmak / geslachtsgemeenschap hebben, naar bed gaan
çok aç ol erge honger hebben, erg hongerig zijn, b) verhongeren,
çoluk çocuğa kavuşmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met
çoluk çocuk sahibi olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met
daar zit geen in de jongen onun pili bitmiş, wie de wil hebben, moet
damak gehemelte verhemelte dili damağına yapışmak erge dorst hebben,
damarına çekmek / n/ dezelfde eigenschap als iemand hebben, aarden naar
damgalı olmak berucht zijn, een slechte naam hebben, slecht bekend staan
dara düşmek krap zitten, gebrek aan geld hebben, in financiële
darda kalmak 1 (parasal) krap zitten, geen geld hebben, in financiële
de ogen worden door honger, scheel kijken van de honger, erge honger hebben,
de rechte plaats hebben, het hart op de juiste plaats dragen, het hart op de
dediği çıkmak / n/ goed voorspeld hebben, uitkomen (wat iemand gezegd
denilmek (ismi ol geheten/genoemd worden, een naam hebben, 2
derisi kalın olmak / n/ een dikke huid hebben, onbeschaamd zijn, een
dikiş tutturamamak nergens succes hebben, nergens in slagen, door
dili bir karış dışarı çıkmak / n/ de tong op de schoenen hebben, met de
dili bir karış olmak / n/ grote bek/mond hebben,
dili damağı kurumak / n/ een kurkdroge mond hebben, een tong als een
dili damağına yapışmak / n/ een kurkdroge mond hebben, een tong als een
dili düşük olmak / n/ een losse tong hebben, los in de mond zijn
dirsek çürütmek hd./volkst. veel gestudeerd en geleerd hebben, veel in zijn
diş geçirememek / geen vat op iemand hebben, iemand niet de baas
dişli olmak haar op de tanden hebben, van zich afbijten
doen hebben, het erg druk hebben
druk gezet worden, 3 (açlıktan mide erge honger hebben, zich
duruma hakim olmak de situatie in hand hebben, de situatie meester zijn
düşüp kalkmak / (ilişkisi olmak) omgaan met, verkering hebben,
een dikke huid hebben, onbeschaamd zijn, zich niets aantrekken van
een stuk in zijn kraag hebben, lazarus zijn
eigen hoofd te krabben, het erg druk hebben, veel te doen hebben, 2 (çok
eksik etmemek / altijd iets achter de hand hebben, in voorraad hebben
el altında bulundurmak / iets achter de hand hebben, iets in voorraad
eli ayağı buz kesilmek / n/ 1 (çok üşü het erg koud hebben, 2
eli boş kalmak / n/ niets te doen hebben, niets omhanden hebben/zitten
eli boş olmak / n/ niets om handen hebben, niets te doen hebben, geen
eli dursa ayağı durmamak / n/ 1 ijverig zijn, het altijd druk hebben, 2
eli maşalı olmak / n/ de broek aan hebben, dominant optreden, streng
eli uzun olmak / n/ lange vingers hebben, diefachtig zijn, kromme
elinde bulundurmak / in voorraad houden/hebben, achterhouden
elkaar gaan, ruzie hebben, verslechteren van een relatie
emek olmadan yemek olmaz Wie de pit wil hebben, moet eerst de noot kraken.
erg druk. (çok konuğu ol veel mensen over de vloer hebben, Tren
ergens aan ergeren, zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben,
ergens schoon genoeg van hebben, 4 (suya) zijn dorst lessen
ervaringen hebben, ağzı süt kokmak / n/ nog niet droog achter de
etkisi geçmek / n/ 1 geen invloed meer hebben, 2 (ilaç vb.) uitgewerkt
evli barklı olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met kinderen
eyüp sabırlı olmak een jobsgeduld hebben, veel kunnen verdragen, zeer
fitil olmak stomdronken zijn, een stuk in zijn kraag hebben, lazarus zijn,
garipsemek 1 (özlemek) verlangen naar, heimwee hebben, 2 (kendini
gegeten hebben, veel in zijn mandje hebben
gel- gebeuren, plaatsvinden, plaatshebben, 6 (mümkün ol lukken,
geld hebben, 3 (sıkılmak) het benauwd krijgen
geluk hebben, een grote kans krijgen
geluk hebben, Talihi yüzüne güldü, Het geluk lachte hem toe.
geluksvogel zijn, veel geluk hebben, een grote kans krijgen
Gerekmek Nodig Zijn,Nodig Hebben,Gerekmek
gereksemek nodig hebben, behoeften hebben, behoefte hebben aan
gereksinimi olmak /n, behoefte hebben aan, (iets) nodig hebben, om
gereksinmek behoeven, nodig hebben, missen
gevoel voor humor hebben, niet tegen een grap kunnen, 2 (ciddi,
gına verzadiging d. het genoeg hebben, (nefret) afkeer d.
gırtlağa gelmek de balen hebben, de keel uithangen
giymek aankleden, aandoen, aantrekken, aanhebben, dragen, (şapka
görmüş geçirmiş olmak veel levenservaring hebben, weten wat er in de wereld
göz göze gelmek / oogcontact hebben, elkaar ontmoeten (van blikken)
göz önünde canlandırmak / (helder) voor ogen hebben, voorstellen
gözbebeği gibi sevmek / als oogappel liefhebben, zeer veel houden van
gözü gibi sevmek / iets oogappel liefhebben, heel veel houden van
gözü tutmak een oogje op iemand/iets hebben, op het oog hebben, geschikt
gözünün bebeği gibi sevmek / als oogappel liefhebben, zeer veel houden
grote kans krijgen, veel geluk hebben, başına talih kuşu konmak een engel op
güçlü kuvvetli olmak merg in de botten hebben, zeer sterk zijn
gün görmek in overvloed geleefd hebben, in voorspoed leven/geleefd hebben
h/volkst. cinsel ilişki kur gemeenschap hebben, naar bed gaan
hak etmek 1 (hakkı ol recht/deel hebben, 2 (kazanmak) verdienen, recht
hakkı olmak /- de/ 1 (payı ol recht hebben op iets, tegoed hebben, 2
haklı ol- ) gelijk hebben, het bij het rechte eind hebben
haklı olmak 1 gelijk hebben, 2 (belli bir konuda gelijk hebben in
haksız çıkmak 1 ongelijk hebben, 2 (belli bir konuda ongelijk hebben in
halsstarrig worden, 2 (aksiliği tut de bokkenpruik ophebben, een slecht
handen hebben, niets te doen hebben, met de armen over elkaar zitten
hastalık ziekte overwinnen, 3 (geride bırak achter de rug hebben, 4
hayır etmemek 1 / (yararı olma niet helpen, geen nut hebben, geen
haz duymak /- den/ ergens plezier in hebben, ergens behagen in scheppen
hebben, (hali vakti yerinde ol goed bemiddeld zijn, geen geldprobleem
hebben, (konuşmaya firsat bulama niet aan het woord komen
hebben, (modası geç ouderwets zijn, uit de mode zijn, niet meer
hebben, bir kimsenin, van persoon) de baas zijn, onder de duim hebben
hebben, bu işin altı yaş er schuilt een addertje onder het gras.
hebben, buitenkansje hebben
hebben, de krenten in de pap hebben
hebben, erg dorstig zijn, een kurkdroge mond hebben
hebben, erg kwaad zijn, woest/woedend zijn
hebben, erg kwaad zijn, woest/woedend zijn, 2 (deli) door de duivel bezeten
hebben, ergens druk mee bezig zijn, 2 wanneer, (geçmiş zamanla)
hebben, ergens naar hunkeren
hebben, geen maat kunnen houden
hebben, genegen zijn
hebben, gezien het feit dat de straten nat zijn. 5 wat Eğer onu yapsa, ki
hebben, het ergens niet over willen spreken
hebben, hulpeloos zijn
hebben, iets beu zijn, balen van, tabak hebben van iets, iets zat zijn
hebben, ilaçtan bir şey anlamadım, Ik heb geen nut van dit medicijn gehad. 6
hebben, in een slechte bui zijn, slechte zin hebben
hebben, invloedrijk zijn
hebben, kolum acıyor ik heb pijn in mijn arm, 3 / (üzülmek) beklagen,
hebben, moet eerst de noot kraken. Gebraden duiven vliegen niemand
hebben, niet hoeven
hebben, 't niet klaar spelen, 2 (zor geçin de eindjes niet aan elkaar
hebben, tot over zijn oren in de schulden zitten
hebben, uitverkocht zijn
hebben, voorspoedig verlopen
hebben, yapmak vb.) veel moeite kosten, titanenwerk verrichten
hebben, zich voelen als een vis in het water
hebben, zijn schaapjes op het droge hebben.
her biri başka hava çalmak (in een groep) eigen mening hebben, het helemaal
her boyaya girip çıkmak een paar baantjes geprobeerd hebben, overal aan
het erg koud hebben, b) (şaşırmak) van de kaart zijn, versteld staan
het erg warm hebben, het benauwd hebben, 9 / (su, sel overstromen,
hıçkırık tutmak / de hik hebben, hikken
hıçkırmak de hik hebben, hikken
hırsına hakim olmak zichzelf in de hand hebben, zich beheersen, zijn woede
hoof erg berouw hebben, ontzettend spijt hebben, diep betreuren
houden, halsstarrig worden, 2 (aksileşmek) de bokkenpruik op hebben, een
houden, ilişkide bulunmak omgang hebben, verkering hebben, tartışmada
houten kop hebben, een spijker in zijn kop hebben
huid hebben, onbeschaamd zijn
huis hebben, een veelgevraagd beroep hebben, ergens goed in zijn, 2
humeur hebben, in een slechte bui zijn
Ishal Diarree Hebben,diarre,Ishal
Kim bir kimsenin arkasından onda bulunan bir şeyi söylerse gıybet etmiş olur Als iemand praat iets achter de rug van iemand die ze al hebben, dat iemand sets geruchten boven water (tot roddels)
korkmak het hart in de keel hebben, zich een hoedje schrikken,
korkmak het hart in de keel hebben, zich een hoedje schrikken,
Latife Latif Gerek Een Grap Moet Z N Grenzen Hebben,Latife Latif Gerek
Lezzet Almak Plezier Hebben,Lezzet Almak
Malik Bezittend,Eigenaar,Hebben,Malik
Mercimegi Firina Vermek Een Flirt Met Elkaar Hebben,Mercimegi Firina Vermek
meşgul ol- ) het druk hebben, 3 (yapacak işi ol veel/moeilijk
müsaadesi ol- ) toestemming hebben, vergunning hebben
Sahip Bezitten,Hebben,Sahip
sahip ol- ) hebben, dragen, adı olmak een goede naam hebben, een goede
şaka vb. grap enz.) velen, verdragen, uithouden, kunnen hebben, 5 (masa, v.
Var Hebben,Aanwezig,Bestaan,Var

Ana Sayfaya Dön