Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek |


Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek.
Türkçe > Felemenkçe <> Felemenkçe > Türkçe Sözlük.
Türkçe > Hollandaca <> Hollandaca > Türkçe Sözlük.
77238 Kelime - Woord.


'gaan' Kelimesinin Anlamları:

aan de omstandigheden), met de stroom meegaan
Aangaan Gitmek,(Ates) Tutusturmak,Baslamak,Aangaan
AANGAAN I f, gs, (ging aan, is aangegaan) 1 op (y)a/e doğru
aangaan, (silah, pistool) afgaan, 3 mec/fig (acele et zich haasten
AANGAANDE il ... ile ilgili, hakkinda, konusunda, (y)a/e dair,
aangroeien, (güneş opgaan, rijzen, 5 (terfi et promotie
accepteren/ mee akkoord laten gaan
aceleyle gitmek haastig weggaan, zich voortspoeden
achter het net vissen, aan zijn neus voorbij zien gaan,
achterblijven, niet voorspoedig gaan, niet opschieten, 3 (yatmak, olmamak)
ACHTERPOOT (...poten) arka ayak, op zijn achterpoten gaan staan
Achteruitgaan Gerilmek,Kotulesmek,Bozulmak,Achteruitgaan
ACHTERUITGAAN gs (ging achteruit, is achteruitgegaan)
achteruitgaan işlemeyen demir pas tutar, durmak düşmek demektir, d water
açiğa vermek, birinden şikâyetlenmek, buiten zijn gaan haddini
açılmak opengaan, (düğme) losgaan, (brug, köprü) ophalen, 2 (hava)
acımak medelijden hebben met, begaan zijn met, 12 (ağrısı ol
adı geçmek 1 /n, - de/ onderwerp van gesprek zijn, over de tong gaan, de
adina uygun davranmak, kendisinden bekleneni yapmak, met de gaan
Afgaan (Op) (E Dogru) Gitmek,Afgaan (Op)
AFGAAN I f, gs, (ging af, is afgegaan) 1 van de weg uzaklaşmak,
afgaan, (saçmalamak) onzin uitkramen
afgaan, (su kanaal 9 (uzaklık) afstand d. 10 (bir een
afkondiging 2 (vergi - si) belastingaangifte d.
afnemen, dalen, omlaaggaan, 4 / (uçak, v. vliegtuig) landen
afschutten ayirmak, bölmek, II gs, (, is ) (losgaan) boşalmak,
afsterven, verloren gaan, tenietgaan
ağır ağır langzaam, langzamerhand, gaandeweg, geleidelijk
ağızdan ağıza dolaşmak van mond tot mond gaan, overal rondverteld worden
ağızdan ağıza yayılmak van mond tot mond gaan, overal rondverteld worden
ağızlara sakız olmak van mond tot mond gaan, op aller lippen zijn
ağmak neerdalen, omlaag gaan
ağza düşmek over de tong gaan, het onderwerp van roddel worden
ağzına sakız olmak / n/ over de tong gaan, in opspraak komen
ah almak /- den/ een vervloeking ondergaan
ahı tutmak / n/ in vervulling gaan (van een vervloeking)
ahı yerde kalmamak / n/ in vervulling gaan (van een vervloeking)
ahreti boylamak de pijp uitgaan, creperen, het hoekje omgaan, sterven,
akciğer hastalığı longaandoening d.
akıl almamak / 1 boven iemands pet gaan, iemands verstand te boven
akıl ermemek/ 1 boven iemands pet gaan, iemands verstand te boven
akıllı geçinmek voor verstandig doorgaan, zich als verstandig voordoen
akıllılık etmek verstandig handelen, verstandig te werk gaan
akım derken bokum demek k/vulg een blunder begaan, een flater slaan, een
aklı almamak /n, 1 boven iemands pet gaan, iemands verstand te
aklı ermemek /n, boven iemans pet gaan, iemands verstand te boven
aklını oynatmak zijn verstand verliezen, gek worden, uit zijn dak gaan
aksak gidiyor de zaken lopen scheef, de zaken gaan slecht.
aksamak (topallamak) mank lopen, strompelen, 2 mec/fıg niet goed gaan,
aksi gitmek verkeerd gaan, misgaan
aksine anlamak verkeerd gaan, misgaan
alakadar etmek / interesseren, aangaan
alçalmak neerdalen, omlaag gaan, zakken, lager worden, 2 mec/fig zich
alışverişe gitmek boodschappen gaan doen, gaan winkelen
allah yürü kulum demiş Hij is ongelofelijk rijk. zijn zaken gaan erg goed.
aman gayret Volhouden! Doorgaan!
Ameliyat oldu. Hij heeft een operatie ondergaan. 13 / van nut zijn,
ameliyat olmak een operatie ondergaan, geopereerd worden, estetik ameliyat
Amsterdama, boven yukariya, huis gaan eve gitmek, een concert gaan
anası ağlamak / n/ ontberingen ondergaan, zeer slechte ervaringen
anasından emdiği süt burnundan gelmek ontberingen ondergaan, zeer slechte
andere oor weer uit gaan,
aniden ölmek ineens doodgaan, doodblijven
apışmak (hayvan, dier) in spreidstand gaan zitten, 2 mec/fig (şaşırmak)
aptallık etmek zich gedragen als een kip zonder kop, een stommiteit begaan,
aptes bozmak naar de w.c. gaan
araç, vervoermiddel) via een plaats doen gaan, via een plaats
arada kaynamak ongemerkt voorbijgaan
ardı arkası gelmemek / n/ niet tot een eind komen, eindeloos doorgaan
argo/plat met iemand naar bed gaan, met iemand slapen, soğutma fırını
argo/plat van het ene naar het andere bed gaan
arızalanmak kapot gaan, defect raken, stuk gaan
arka arka gitmek achteruitgaan, (arabayla) achteruitrijden
Arkadaslik Etmek Omgaan,Arkadaslik Etmek
arkadaşlık etmek / 1 (arkadaşlık et bevriend zijn met, omgaan met
arkası kesilmemek / n/ niet stoppen, onophoudelijk doorgaan
arkasına bakmadan gitmek weggaan zonder achterom te kijken
arkasını bırakmamak / n/ (om iets te weten te komen) doorgaan,
artan toenemen hooggaand, excessief, hoogoplopend
aşağı düşmek 1 naar beneden vallen, 2 (fiyatlar, prijzen) omlaag gaan,
aşağı gitmek omlaaggaan, ondergaan, zakken, zinken
aşağida, altta, van alttan, ten gaan batmak, yok olmak, mahvolmak, 2
Asiri Overbelasten,buitensporig,Verregaand,Asiri
aşırı git- ) te ver gaan met, 11 (gaz vb. er uit laten komen, laten
Asiri Gitmek Te Ver Gaan ,Asiri Gitmek
aşırı gitmek 1 te ver gaan, de grenzen/perken te buiten gaan, uit de band
aşiri yoksulluk, gaan derine gitmek
ask./mil. marcheren, 5 (işler, van zaken) gaan, vooruitgaan, 6
asker olmak in dienst gaan
askere gitmek in militaire dienst gaan
aşmak - ar / 1 (ileri git te ver gaan, overtreden, 2 (vade vb.
ateşi düşmek / n/ dalen/omlaaggaan van koorts/temperatuur
atişa devam etmek, 2 (gaan bloeien) gelişip boy atmak
atışa devam etmek door gaan met schieten, doorschieten
av avlanmiş tav tavlanmiş, te gaan ortaliği yaygaraya vermek, gürültüye
ava çıkmak gaan jagen
ayağını sürüyerek gitmek met tegenzin ergens heen gaan
ayakları geri geri gitmek / n/ met tegenzin ergens heen gaan, ergens
ayakyoluna gitmek naar de wc gaan, naar het toilet gaan
ayıp etmek zich misdragen, zich onfatsoenlijk gedragen, een blunder begaan
ayıp yapmak zich misdragen, zich onfatsoenlijk gedragen, een blunder begaan
ayrılmak /- den/ (gitmek, hareket et vertrekken, weggaan, verlaten,
ayrilmak, doodgaan ölmek, hij is heengegaan öldü, 2 (v, tijd) almak,
ayrilmak, op (met) gaan tatile gitmek, tatile çikmak, ik ga met naar
Ayrintili breedsprakig,diepgaand,Ayrintili
azap çekmek ellende meemaken, lijden, (dini) straf ondergaan
azıtmak te ver gaan, buiten de perken gaan
azmak - ar 1 (vahşileşmek) wild worden 2 (ileri gitmek) te ver gaan, 3
bağrı yanık olmak gebukt gaan onder ellende
balığa çıkmak gaan vissen
baltayı taşa vurmak mec./fig. een blunder begaan, stuntelen, een bok
BANKROET iflas, batki, zarar, frauduleus sahte iflas, gaan
baş aşağı gitmek failliet gaan, over de kop gaan, (van zaken) slechter
başa geçmek 1 (lider ol aan (de) leiding komen, op kop gaan, leiden, de
başı boş kalmak / n/ ongehinderd zijn gang gaan, vrij spel hebben
başı göl, ayağı sel Laat hem maar zijn gang gaan!
başına çökmek / n/ 1 (yemeğin) snel aan tafel gaan zitten om te eten, 2
başını alıp gitmek de hort op gaan, weggaan, met de noorderzon vertrekken
başının dikine gitmek niet naar iemand luisteren, zijn eigen weg gaan
basıp gitmek de hort op zijn/gaan
başkalaşmak een metamorfose ondergaan, een gedaanteverwisseling ondergaan
Baslamak Beginnen,Begin,Aanvangen,Aangaan,,Baslamak
başlamak ingaan, beginnen, van kracht zijn, 8 / (metal graveren,
başta gelmek vooropgaan, voorgaan, het voornaamste zijn
başta gitmek vooroplopen, vooraanlopen, vooropgaan, aanvoeren, nummer een
batırma (iflas) het failliet laten gaan, 2 (yok etme) destructie d.
batmak, - ar 1 (iflas et failleren, failliet gaan, in een slechte
baygın düşmek flauwvallen, in zwijm vallen van zijn stokje gaan/vallen
bed gaan, 3 (gecelemek) overnachten, logeren
bed gaan, gemeenschap hebben, 8 / (yana overhellen, 9
Begaan yapmak,Begaan
BEGAAN I f, g, (beging, h, begaan) işlemek, yapmak, een fout
begaan, een grove fout maken, een flater slaan, zich vergalopperen, een bok
Begaanbaar gecilir,Begaanbaar
BEGAANBAAR geçilir, geçilebilir, geçit verir,
BEGEVEN g, (begaf, h, begeven) 1 (v,ambt) vermek, 2 (stuk gaan)
BELASTINGAANGIFTE (n) vergi beyani, vergi fişi, bildirge,
BELASTINGAANSLAG ( en) 1 vergi tahakkuk fişi, 2 (te betalen
Beraber Gitmek Meegaan,Beraber Gitmek
beraber gitmek / meegaan, vergezellen
bereid zijn om, ingaan op, 5 / (birine zich inlaten met,
bestuderen, onderzoeken, grondig bekijken, bezichtigen, uitpluizen, nagaan,
betalen, / (işe aan het werk gaan, 48 /- den/ (oyundan çık
betrachten, voorzichtig te werk gaan
bezoek komen, af en toe langs komen, 5 (bakmak) gaan kijken, 6
bezoeken, een plaats bezoeken, op bezoek gaan, 2 (hastalık, ziekte)
BIECHT ( en) günah çikartma, te e gaan günah çikartmak, uit
Bijgaand Ilisik,Bijgaand
BIJGAAND ekli, ilişikte, ilişik olan, eklenmiş,
BIJL ( en) balta, voor de gaan pes etrnek, teslim olmak,
bilmedigi/anlamadigi bir konuda konuşmak, niet over één nacht gaan acele
BINNENDOOR z, gaan kestirme yolu tutmak,
binnendringen içeri sizmak, 4 (binnengaan) içeri girmek, 5 de eeuwige rust
Binnengaan [iceri]girmek,Binnengaan
BINNENGAAN I f, gs, (ging binnen, is binnengegaan) girmek, içeri
bir adamın adı çıkacağına canı çıksın. Het is beter om dood te gaan dan om
bir hal olmak 1 (birden öl ineens doodgaan, 2 (rahatsız ol zich niet
Bir Seye Karsi Koymak tegenin ergens gaan,Bir Seye Karsi Koymak
bırakmak (iets) (iemand) alleen laten, weggaan
birakmamak, een oog(je) in het houden bir şeye göz kulak olmak, onder gaan
blazen, verrekken, het hoekje omgaan, de pijp uitgaan, de laatste adem
BLIJVEN I f, gs, (bleef, is gebleven) 1 (niet verder gaan) kalmak,
blijven, schuilgaan, 3 (muhafaza edil bewaard worden, 4 (stok
blunder/flater begaan, bok schieten
blunderen, een blunder begaan, zich vergalopperen, een flater/ een gek
blunderen, een stommiteit begaan, een blunder begaan, een grove fout maken,
boğazlamak, işini bitirmek, birini öldürmek, over zijn gaan (van iets) a)
bok yemek k./vulg. een stommiteit begaan, blunderen, een stomme fout maken
boşa gitmek 1 (atış) missen, niet raken, 2 (emek vb.) verloren gaan,
Bosandirmak Laten Scheiden,Zorgen Dat Echtparen Gaan Scheiden,Bosandirmak
boşandırmak zorgen dat echtparen gaan scheiden, laten scheiden
boven gaan (y)a/e baskin gelmek, (y)a/e üstün gelmek, aşmak, 4 enen male
boven gaan, niet te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak) ongelooflijk zijn,
boynuz kulağı geçmek zijn oudere overtreffen, zijn oudere te boven gaan
boyunca, langs diplomatieke diplomatik yolda, dezelfde opgaan ayni yola
Bozulmak Achteruitgaan,kapot gaan,bederven,Bozulmak
bozulmak kapotgaan, stukgaan, naar de fılistijnen gaan, (zincir vb.
budalalık etmek 1 (gaf yap een stommiteit begaan, 2 (akılsız davran
buhran geçirmek een crisis doormaken, een crisis ondergaan
buiten gaan şimdi mümkün olduğu kadar erken dişari gitmek istiyorum, niet
buiten gaan siniri aşmak, ileri gitmek, alles heeft zijn her şeyin bir
buiten gaan, geen maat houden
BUITENLAND diş ülke, yabanci memleket, naar het gaan yurt
buitenspori ontzetten enorm, verregaand, 3 (akım vb.) extreem, 4 om
bulun- geslachtsgemeenschap hebben, naar bed gaan met, bijslapen
burnunun dikine gitmek zijn eigen gang gaan, halsstarrig optreden
bütünleşmek opgaan in, een worden met, zich verenigen met
Cafer, bez getir. Hij heeft een blunder begaan!
çağ atlamak naar een nieuwe tijdperk overgaan
çağın gerisinde kalmak ouderwets zijn, niet met zijn tijd meegaan
cahillik etmek uit onwetendheid een stommiteit begaan
cak, -cek aanduiding van toekomende tijd) gaan/zullen
çaktırmadan gitmek stiekem weggaan, met de noorderzon vertrekken, zich in
çam devirmek blameren, blunderen, een stommiteit begaan, een blunder
can borcunu ödemek doodgaan, sterven
Can Vermek Dood Gaan,Can Vermek
can vermek 1 (ölmek) sterven, doodgaan, de geest geven, 2 (kazada) omkomen,
candan geçmek de geest geven, doodgaan
canı çıkmak / n/ 1 (ölmek) de ziel geven, doodgaan, 2 mec./fig. (çok
capaciteiten zijn, niet kunnen, niet kunnen, boven iemands pet gaan, Bu iş
çarçur olmak verspild worden, verloren gaan
çarkı bozulmak slechter gaan (van zaken)
çarşıya çıkmak naar de stad gaan en boodschappen doen, gaan winkelen
çarşıya gitmek naar de stad gaan en boodschappen doen, gaan winkelen
cartayı çekmek (argo/plat, ölmek) creperen, verrekken, het hoekje omgaan,
cazibesine kapılmak / n/ de bekoring ondergaan van, zich aangetrokken
cefa çekmek door een diep dal gaan, moeilijke tijden doormaken
ceğiz, -cağız 1 arm, Adamcağız arme man, 2 (toekomende tijd) gaan, Yarın
çekip gitmek weggaan, de hort op gaan, met de noorderzon vertrekken
çekmen zuignapje h, zuigorgaan d.
çenesi atmak hd./volkst. doodgaan, sterven
cennete gitmek naar de hemel gaan
çevirmek, de zaken gaan voor het meisje iş zevklerden önce gelir, ter zake!
ceza çekmek een straf ondergaan, een gevangenisstraf uitzitten
chaotisch worden, 2 (grup) uiteengaan, uit elkaar gaan, 3 (yaprak vb.) uit
çığırından çıkmak 1 (yanlış yola düş het verkeerde pad opgaan, 2
çığırından çıkmak 1 het verkeerde pad opgaan, van het goede spoor afraken,
çikarmak, gevşetmek, een schroef vidayi çikarmak, II (, is ) (losgaan)
çıkılmak onpersoonlijk pasief) 1 (gitmek) weggaan, 2 (tırmanılmak)
çıkış isteme ontslagaanvraag d.
Cikmak Optreden,Uitgaan,bestejgen,Cikmak
çıkmak - ar 1 /- den/ (dışarı uitgaan, uitkomen, 2 (gitmek) weggaan,
çikmak, dişari gitmek, 2 (naar film, cafe enz, gaan) dişari çikmak, şehre
çile çekmek een lijdensweg gaan, in ellende verkeren, er ellendig aan toe
cinsel ilişkide bulunmak / geslachtsgemeenschap hebben, naar bed gaan
cinsel organ geslachtsorgaan geslachtsdeel
COALITIE (s) koalisyon, ortaklik, een aangaan/vormen
çocuk aldırmak een abortus ondergaan
çok olmak te ver gaan, de grenzen/perken te buiten gaan, uit de band
çözülmek losraken, losgaan, 2 (buz vb.) dooien, 3 (sıvıda, in vloeistof)
cürüm işlemek een misdaad begaan/plegen
dağılış uiteengaan van/uit elkaar gaan 2 kim./scheik. splitsing d.
dağılma (parçalanma) splitsing d. 2 (grup vb.) van/uit elkaar gaan
dağılmak (grup vb.) uiteengaan, uit elkaar gaan, 2 (boncuk vb. yayıl
daire çizmek 1 een cirkel maken/trekken, 2 (dairelenmek) rondgaan,
DAL ( en) vadi, dere, koyak, door een diep gaan zor
dalalete düşmek van de goede weg afgaan/ afdwalen
dan dan/den başka bir şey istememek, je moest maar naar buiten gaan
dan de normale maat gebruiken/geven, 2 (şaka vb.) te ver gaan, de
danışma organı overlegorgaan
darbesi, aan de gaan sivişmak, tabanlari yağlamak, kaçmak
dayanarak berustend op, ervan uitgaand, wegens
dayanmak goed blijven, lang houdbaar zijn, lange tijd meegaan, 9 (zaman -,
de gaan denizin dibine gitmek
de ne darm ince bağirsak II h, met iemand door dik en gaan
de pen op stok gaan tavuk gibi tünemek, erken yatrnak
de fles gaan
de loop gaan, aan de haal gaan, zich uit de voeten maken, de benen
de loop gaan, aan de haal gaan, zich uit de voeten maken, de benen
de oude voet (verder gaan).
de pet rondgaan, 2 isk./kaartspel. zijn kaarten openleggen
de tong gaan, een onderwerp van roddel worden
de tong gaan, een onderwerp van roddel worden
de wind gaan
delilik etmek iets doms doen, iets stoms doen, een stommiteit begaan
demir atmak den./scheep. ankeren, afmeren, verankeren, voor anker gaan,
demirlemek ankeren, aanmeren, verankeren, voor anker gaan
Derin Diep,diepgaand,Derin
derin bir araştırrma een diepgaand onderzoek
derin görüş ayrılığı een diepgaand meningsverschil
derinleştirme uitdieping d. 2 (araştırma vb.) uitdieping d. het diepgaand
DERTIEN sa on üç, les ders onüç, zo zijn (gaan) er in een
detaylara inmek in details treden, nader op iets ingaan
Devam Doorgaan,Doorzetten,Vervolg,Devam
Devam Eden Yol doorgaand,Devam Eden Yol
Devam Etmek Doorgaan,doorlopen ,duren,Blijven,,Devam Etmek
devam etmek 1 / doorgaan, voortzetten, voortgaan, 2 (hikâye vb.
Devam Etmek,2 Voortduren ,Voortgaan ,Devam Etmek,2
devamli gitmek, gitmeye devam etmek, 2 (voortgaan) ilerlemek, devam
devriye gezmek patrouilleren, op patrouille gaan
devriyeye çıkmak patrouilleren, op patrouille gaan
dibe çökmek zinken, ondergaan, naar de bodem zakken
DICHTGAAN gs, (ging dicht, is dichtgegaan) kapanmak, (v, deur)
DIENAANGAANDE z, o konuyla ilgili, o konuda, o konu hakkinda
Diepgaand esasli, ayrintili,derin,Diepgaand
DIEPGAAND (grondig) esasli, ayrintili, derin, büyük, een
dil uzatmak / iemand over de tong laten gaan, verguizen, beschimpen
dilden dile dolaşmak over de tong gaan, van mond tot mond gaan
dile düşmek over de tong gaan, van mond tot mond gaan, onderwerp van roddel
dile gelmek vermogen krijgen om te spreken, gaan praten
dillerde dolaşmak van mond tot mond gaan, op aller lippen liggen/zijn, over
dillerde gezmek van mond tot mond gaan, op aller lippen liggen/zijn, over
dillere düşmek over de tong gaan, onderwerp van roddel worden
dinmek - er 1 (durmak, kesilmek) ophouden, stoppen, 2 (acı vb.) overgaan
Direkt Ulasim doorgaand,Direkt Ulasim
direkt ulaşım doorgaand verkeer transit verkeer
dışarda çalışacağız, Morgen gaan wij buiten werken.
Disari Buiten,Uitgaan,Disari
dişaridayim, naar gaan a) dişari çikmak, b) (naar een andere stad
dizginleri koparmak uit de band springen, zich laten gaan
dizlerinin bağı çözülmek / n/ knikken (van knieen), door de knieën gaan
doğmak - ar 1 (çocuk) geboren worden, 2 (güneş, ay) opkomen, opgaan
dokunaç tastorgaan voelspriet d. spriet d. antenne d. voelhoorn,
domalmak (balonlaşmak) bol gaan staan, bol worden, 2 (öne eğilmek) zich
dönüşmek 1 een verandering ondergaan, getransformeerd worden,
Dood Gaan
Dood Gaan Can Vermek,Dood Gaan
Doodgaan olmek ,Doodgaan
DOODGAAN gs, (ging dood, is doodgegaan) ölmek, hortlamak
doodgaan, de kraaienmars blazen, verrekken, tot zijn vader gaan
door het lint gaan, over de rooi zijn
Doorgaan Devam Etmek,ileri gitmek,ilerlemek,olmak/vuku bulmak ,,Doorgaan
DOORGAAN I f, gs, (ging door, is doorgegaan) 1 (verder gaan) ileri
doorgaan, (sirkeye vb. azijn enz.) inmaken, 10 (saç vb. düzlemek,
Doorgaand direkt ulasim,devam eden yol ,Doorgaand
DOORGAAND een e trein aktarmasiz tren, verkeer direkt
Doorgaans genellikle,ekseriyetle ,Doorgaans
DOORGAANS z, genellikle, ekseriye
DOORRIJDEN gs, (reed door, h/is doorgereden) 1 (doorgaan met
DOORWERKEN I f, gs, (werkte door, h, doorgewerkt) 1 (voortgaan met
dozu kaçmak / n/ te ver gaan, te veel worden
düğmesine basmak, 2 bot, konca, tomurcuk, gonca, naar de pen gaan hurdasi
dümen çevirmek intrigeren, oneerlijk te werk gaan
dümeni kırmak (argo/plat) er tussenuit knijpen, stiekem weggaan, wegsluipen
dünya batmak ten onder gaan (van de wereld)
dünya, wereld vergaan, (yok ol tenietgaan, verdwijnen
dünyaya gözlerini kapamak de ogen sluiten, doodgaan, overlijden, sterven
dünyaya veda etmek overlijden, sterven, doodgaan
durma yasaği, uitgaans sokağa çikma yasaği, dişari çikma yasaği
durmamak doorgaan, continueren, niet ophouden, niet stoppen, 5
düşmek - er 1 vallen, neervallen, 2 (fiyat, prijs) dalen, omlaag gaan,
düşmek, dillerde dolaşmak, iemand over de laten gaan biri hakkinda
düşüp kalkmak / (ilişkisi olmak) omgaan met, verkering hebben,
duygulari yansitmak, 2 (in hoger beroep gaan) yüksek mahkemeye
düz gitmek 1 rechtdoor gaan, 2 ana avrat düz gitmek iemand de huid vol
Duzelmek Vooruitgaan ,bijkomen,Duzelmek
e/ hareket et vertrekken, gaan, afreizen, opstappen, 3 (revaç bul in
ebedi istirahata çekilmek overlijden, de eeuwige rust ingaan, sterven
ebediyete kavuşmak / n/ de eeuwige rust ingaan, overlijden, sterven
ecek, -acak aanduiding van toekomende tijd) gaan, zullen
eceli gelmek / n/ doodgaan, gaan sterven, zijn einde naderen
een aangaan (sluiten) anlaşmaya varmak, sözleşme yapmak, 2 muz/müz
een geven havalara girmek, kendine bir hava vermek, 2 in de gaan staan
een blunder maken/begaan
een metamorfose ondergaan
eet yemek köşesi, zit oturma köşesi, het je om gaan nallari dikmek,
eigen zin doordrijven, zijn eigen weg gaan
EINDE (s) 1 (kisa) yol, mesafe, een meegaan birazcik beraber
ekli ingesloten, bijgaand, annex
ekonomi vb. vooruitgaan, vorderen, zich herstellen
ekseri meestal, vaak, veelal, doorgaans, dikwijls, in het algemeen
ekseriya meestal, vaak, veelal, doorgaans
Ekseriyetle Gewonlijk ,doorgaans,dikwijls,Ekseriyetle
ekseriyetle meestal, vaak, veelal, doorgaans, dikwijls
elden ele geçmek 1 (el değiştir van hand tot hand gaan, 2 (para, senet,
elkaar af gaan, losgaan
elkaar gaan, ruzie hebben, verslechteren van een relatie
elkaar omgaan, 2 (görüş birliğine var het eens zijn,
elkaargaan v, mensen) ayrilmak, (v, dingen) ayrilmak, parçalanmak, iets
elle tutulacak tarafı kalmamak / n/ helemaal verslijten, kapotgaan,
elle tutulacak yanı kalmamak / n/ helemaal verslijten, kapotgaan,
emdiği süt burnundan gelmek / n/ ontberingen ondergaan, zeer
emrihak vaki olmak hd./volkst. doodgaan, sterven
en naar buiten gaan
ENDJE (s) 1 (kisa) yol, mesafe, een meegaan birazcik beraber
Engel Olmak tegengaan,Engel Olmak
engin hol, 2 (bilgi vb.) groot, ruim, diepgaand, verregaand
ENORMITEIT ( en) gaf, pot, aptallik, een begaan büyük hata
Er gaan er makkelijk tien in. 5 (zorlamadan) ongedwongen, in alle
ergens makkelijk mee omgaan, handig zijn met
ergens stoppen, gaan, rijden via
erken yatmak vroeg naar bed gaan, met de kippen op stok gaan
ERVANDOOR z, gaan kaçmak, tabanlari yağlamak,
ervaren, ondergaan, ondervinden, meemaken, 4 / (olarak beschouwen
ervaren, meemaken, ondervinden, 2 (ameliyat vb. operatie) ondergaan, 3 /,
esa door en been gaan içe işlemek,
esas almak / als uitgangspunt nemen, uitgaan van, baseren op
Esasli Essentieel,diepgaand,terdege,duchtig,,Esasli
esaslı (iyice, ciddi) grondig, diepgaand, doorwrocht, fundamenteel, 2
esaslıca grondi diepgaand
eski kuşak voorafgaande/oude generatie d.
eski nesil voorafgaande/oude generatie d.
Eslik Meegaan,Eslik
eten gooien, (evlilik işlerinde) Niet in een goed huwelijk gaan
etmek, op iets ingaan bir şeyin detaylarina girmek, het huilen staat hem
etmek, brood ekrnek biçaği, scheer tiraş biçaği, onder het moelen/gaan
etrafı gürültüye boğmak tekeergaan
eve gitmek naar huis gaan
EVENWICHTSORGAAN (...ganen) denge organi
EXECUTIEF icrai, yürütme ile ilgili, een orgaan yürütme
ezbere bilmek, (zich) te gaan haddini aşmak, III h, (s) köy evi,
failliet gaan iflas etmek, (platlargo) topu dikmek,
falso yapmak 1 müz./muz. vals spelen, 2 (hata yap een blunder begaan,
familie zijn, het huis uitgaan
fazla olmak mec./fig. te ver gaan, lastig vallen, vervelen
FILISTIJNEN naar de gaan (zijn) bozulmak, kullanilmaz hale gelmek, naar
fink atmak boemelen, stappen, op stap gaan
fırsat her zaman ele geçmez Je moet je kansen niet voorbij laten gaan.
fırsat kaçırmak een gelegenheid voorbij laten gaan, een kans missen
fırsatı kaçırmak een gelegenheid voorbij laten gaan, een kans missen
fiyat vb. stijgen, omhooggaan
fiyatı düşmek 1 / n/ omlaag gaan/dalen van de prijzen, 2 (fıyatı kır
FLATER (s) gaf, falso, halt, aptalca hata een begaan çarn devirmek,
flater begaan, bağrına taş basmak in stilte allerlei ellende
flatteren, goed gaan met
FLES ( sen) şişe, een melk bir şişe süt, fig/mec op de zijn/gaan
fout begaan yanilmak, hataya düşmek,
fout begaan, 4 (konu ele al behandelen, 5 / (mal) bewerken,
g lang duren) dayanmak, eskimemek, aşinmamak tegenin ergens gaan bir
Gaan Gitmek,Gaan
Gaan Gitmek,Gaan
gaan içeri
gaan staan
gaan yatmaya gitmek, uyumaya gitmek, zit je weer te ? yine mi uyuyorsun?
GAAN gs, (ging, is gegaan) 1 (zich verplaatsen) gitmek, hij ging naar
gaan başa geçmek, öne geçmek, önde gitmek, de kop opsteken baş göstermek,
gaan bir şeyi gidip araştirmak, (te pakken krijgen) elde etmeye
gaan bütün sinirlari aşmak, sinir tanimamak, ileri gitmek, ölçüyü kaçirmak,
gaan gedragen, het hoog in de bol krijgen, verwaand zijn
gaan gideceğiz, ik hoop niet dat hij komen zal geleceğini ümit etmiyorum, 2
gaan met iets, ruw behandelen, onvoorzichtig gebruiken
gaan nemen gidip bakmak
gaan yemeğe çikmak, ik ben er çözdüm, hallettim, 2 (klaar) bitti, het boek
gaan zitten sorunun nasil çözüleceğini görüşmek, 3 wisk/mat tablo, indeks,
gaan, (ailenin kökünü kazı een familie uitroeien, een nest
gaan, (kendini alama zich geven aan, verslaafd zijn aan, zich
gaan, (öbür yakaya) rivier oversteken, (yoldan) weg oversteken
gaan, (yıpranmak) verslijten, 5 (cinselliğini yitir impotent zijn.
gaan, accuraat te werk gaan, secuur te werk gaan, pietepeuterig
gaan, accuraat te werk gaan, secuur te werk gaan, pietepeuterig
gaan, eer het zover is.
gaan, fiyat stijgen, hoger worden, 2 (büyümek) groeien, 3 (fazla gel
gaan, moeizaam stijgen, (dağa trrman-, v. dieren) een berg oprennen,
gaan, niet te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak)
gaan, niet te begrijpen zijn, 2 (inanılmaz olmak) ongelofelijk zijn,
gaan, ongehinderd laten, 2 (düşünce vb.) loslaten, laten varen
gaan, onvoorstelbaar zijn
gaan, oog om oog, tand om tand.
gaan, oto total loss worden
gaan, over de kop gaan, 2 (ailesini yitir alle familieleden verliezen
gaan, over de kop gaan, 2 (ailesini yitir alle familieleden verliezen
gaan, stijgen, duurder worden, 25 (ateş, koorts) heviger worden, stijgen,
gaan, toelaten, toestemming geven, 11 /, - e / (tegen een bepaalde prijs)
gaan, verergeren, verslechteren
gaan, zijn eer te na zijn
gaan. Je kunt niet twee dingen tegelijk doen.
gaan/klimmen, (daha fazla. iyi vb. olmak) overtreffen
gaan/zijn eğlenmeye gitmek,
GAANDE 1 giden, işleyen, maken hareket ettirmek, kimildatmak,
GAANDERIJ ( en) 1 zie/bkz galerij 2 maden galerisi, dehliz, koridor,
GAANDEWEG z, gittikçe, yavaş yavaş,
gaf yapmak een stommiteit/enormiteit begaan, een grove fout maken,
gagalaşmak trekkebekken, met de bekken tegen elkaar gaan
gebermek argo/plat creperen, het hoekje omgaan, tot zijn vader gaan, de
geboren? kilise de mi doğdun? kapini kapatsana! naar de gaan kiliseye
gebruiken, (şaka vb.) te ver gaan (in), de perken te buiten gaan
GEBUKT gaan onder iets bir şeyin altinda ezilmek, beli bükülmek
geç- uit de mode zijn, 3 (bozulmak) kapotgaan, stukgaan, bergafwaarts
Gecilir begaanbaar,Gecilir
geçilmez yol onbegaanbaar
geçinmek rondkomen, uitkomen, 2 / met iemand omgaan, goed met
geçip gitmek passeren, voorbijgaan, voorbijtrekken, (bulut) overtrekken,
geçiştirilmek voorbij laten gaan met weinig problemen, (een kwestie) laten
geçit vermez onbegaanbaar
geçmek (iets) passeren, voorbij gaan
geçmek - er 1 (geçip git passeren, voorbijlopen, voorbijgaan, gaan, (yol
geçmek voorbijgaan, voorbijlopen, passeren via, gaan via, ergens
geçmek, daar gaan weken mee heen haftalar geçer, (yapmak) haftalar alir, II
GEDEGEN (degelijk) sağlam, (diepgaand) esasli, derin
gegaan belimi acittim, het ga je goed! başarilar dilerim! iyi şanslar! Allah
geheel stuk gaan, de mist ingaan
geheim uitlekken, 6 (çaktırmadan git stiekem weggaan, er
GEHOORORGAAN (...ganen) işitme organi
gehoorzaam en meegaand
gehouden worden voor, ergens voor doorgaan, 4 (geçerli ol gelden,
geldi mi? (evet) geldi, zullen wij gaan fietsen? bisiklet sürelim mi?
geleceğine söz verdi, ik zou vorige maand naar Turkije gaan, maar... geçen
gelişigüzel oppervlakkig, niet diepgaand, onnauwkeurig, slordig, 2
gelişim göstermek zich ontwikkelen, vooruitgaan, vorderen
Gelismek Groeien,Aarden,Floreren,Vooruitgaan ,,Gelismek
gelişmek (ilerlemek) zich ontwikkelen, vooruitgaan, 2 (büyümek) groeien,
gelmek " komen ~ gitmek gaan "
gelmek komen ~ gitmek gaan
geluncht, en zijn meteen daarna naar Bursa gegaan.
gemiden çıkmak van boord gaan
gemiye binmek aan boord gaan, zich inschepen
Genellikle Algemeen,doorgaans,Genellikle
GEPAARD ikişer, ikili, çift, birlikte, gaan birlikte olmak/gitmek
gerdeğe girmek de huwelijksnacht ingaan
geregen wij niet uit konden gaan bütün gün yağmur yağdiği için dişari
gerekir, er heimelijk gaan sivişmak,
Geri Donmek teruggaan,Geri Donmek
geri dönmek / 1 teruggaan, terugkeren, weerkeren, 2 (para vb.)
geri geri gitmek teruggaan, (arabayla) achteruitrijden, achteruitgaan
Geri Gitmek Achteruitzetten,teruggaan,Geri Gitmek
geri gitmek / 1 teruggaan, (dönmek) terugkeren, 2 (arabayla)
Gerilemek teruggaan,Gerilemek
gerilemek achteruitgaan, teruggaan
Gerilmek Achteruitgaan,Gerilmek
gescheiden boşandilar, ayrildilar, 2 (uiteengaan) ayrilmak, hier onze
GESLACHTSORGAAN (...organen) cinsel organ
GEVOLGAANDUIDEND taalk/dilb birbirini takip eden
GEZAGSORGAAN (...organen) yetki organ
gezip gör- ) bezoeken, bezichtigen, gaan kijken, 4 (devriye
geziye çıkmak uitstapje doen, op reis gaan
gezmeğe gitmek gaan wandelen
gide gide langzamerhand, gaandeweg, geleidelijk, mettertijd
gidelim. laten we gaan, 4 (varsayalım ki) stel (dat)..., aangenomen dat ...,
giderek langzamerhan gaandeweg, geleidelijk, mettertijd
gidilmek onpersoonlijk passief) gaan, gegaan worden
girilmek onpersoonlijk passief) binnen komen/gaan,
girmek / (bir yere) binnengaan, binnenkomen, betreden, 2 /
Girmek(Iceri) binnengaan,Girmek(Iceri)
gitgide langzamerhan gaandeweg, geleidelijk, mettertijd
gitme het gaan, vertrek
gitmek gaan, gaan naar, gaan van
gitmek - der 1 / gaan, weggaan, weglopen, (terk et verlaten, 2 / -
Gitmek(E Dogru) Afgaan (Op),Gitmek(E Dogru)
gitmek, (vroeger gaan) önceden gitmek, 3 (beter worden) iyileşmek,
Gitmek,2 Gaan,Ging,Aangaan,Rijden,,Gitmek,2
gitmek/satılmak als warme broodjes over de toonbank gaan, gretig aftrek
gittikçe langzamerhan gaandeweg, geleidelijk,allengs
gizlenmek zich verschuilen, schuilen, onderduiken, schuilgaan, zich
goed/ slecht gaan met, 5 / (uymak) passen, staan, goed samen gaan
goede pad afgaan, op de verkeerde weg raken, het verkeerde pad
göğsü kabarmak hots zijn op, prat gaan op
gönlü olmak 1 / (razı ol akkoord gaan met iets, instemmen met iets,
gördüm, (uitgaande van) dan/den hareketle
görmedim, Ben je vroeg weggegaan of heb ik je niet gezien? Gitmek
görmeye gitmek / gaan, bezoeken, een bezoek brengen
Gorulmemis Verregaand ,Gorulmemis
görüş değiştirmek, parti değiştirmek, gömlek değiştirmek, 3 (doen teruggaan)
görüşten vb. van een standpunt) uitgaan
görüşten yola çikmak, de thee vlekken gaan er niet uit çay lekeleri
göz hastalığı oogziekte d. oogaandoening d.
gözlerini kapamak de ogen sluiten, doodgaan, overlijden, sterven.
gözünden kaçmamak / n/ niet missen, niet ontgaan (bij iemand)
gözünü yummak / 1 (ölmek) de ogen sluiten, doodgaan, sterven, 2
grenzen/perken te buiten gaan, uit de band springen, door het lint gaan, het
grevi, solidariteits dayanişma grevi, in gaan greve gitmek, in zijn
grond gaan
gronde gaan, 7 / (gönderilmek) verzonden worden, weggestuurd worden, 8
günah işlemek zondigen, misdoen, zonde begaan
günaha girmek zondigen, misdoen, zonde begaan
güneş batmak (v. zon) ondergaan
gururlanmak trots zijn op, bogen op, beroemen, prat gaan op
h. uit elkaar gaan
h/volkst. cinsel ilişki kur gemeenschap hebben, naar bed gaan
hacca gitmek pelgrimeren, naar Mekka gaan, op bedevaart gaan
hacıyatmaz duikelaar d. 2 mec./fıg. doorzetter d. zeer plooibaar/meegaand
haddini aşmak 1 (ileri git te ver gaan, buiten zijn grenzen gaan, buiten
haddini bilmek weten hoever je kunt gaan, zijn grenzen kennen
hafiflemek lichter worden (van gewicht enz.), 2 (rüzgâr, v. wind) gaan
hak vermek / 1 gelijk geven, overstag gaan, 2 (pay ver zijn deel
hakkında olmak gaan over Ne hakkında? Waar gaat het over?
hakkında omtrent, over, aangaande
haline bakmamak zijn capaciteit te boven gaan, boven zijn kunnen gaan
halt etmek een blunder/flater begaan
halt karıştırmak een blunder begaan, blunderen, een bok schieten
hamaratlaşmak ijverig/arbeidzaam worden, ijverig te werk gaan
haşat olmak kapotgaan, stukgaan, buiten gebruik raken
hata etmek een fout maken, een fout begaan, een stommiteit begaan
hata işlemek een fout maken, een fout begaan, een stommiteit begaan
hava değişimi 1 weersverandering d. 2 (hasta için) het gaan naar een ander
havasını almak /- den/ achter het net vissen, aan zijn neus voorbij gaan,
havuza gitmek naar het zwembad gaan
hayata gözlerini kapamak de ogen sluiten, sterven, doodgaan, de geest
hayata gözlerini yummak de ogen sluiten, sterven, doodgaan, de geest geven,
hayata veda etmek sterven, doodgaan, de geest geven, inslapen, overlijden
hayatını kaybetmek om het leven komen, omkomen, sneuvelen, doodgaan
hazırlandı, Hij heeft zich voorbereid om naar de bioscoop te gaan. 3
hazirlanmadan, op de ergens heen gaan gelişi güzel bir yere
hazirlik yapmak, hij maakte om weg te gaan o gitmeye hazirlandi,
hazirliksiz, hazirlanmadan, kun je op vakantie gaan? öyle hazirliksiz
hebben yapmiş olmali, je moet nu gaan anders benje te laat şimdi gitmen
heder olmak verloren gaan, verspild worden
HEENGAAN I f, gs, (ging heen, is heengegaan) 1 gitmek, terk etmek,
heengaan, /- den/ (boşanmak, v. echtparen) scheiden, 3 /- den/ (bırakmak)
helak - ki verdwijning d. verloren gaan, afsterving d.
helemaal in opgaan
het gareel (gaan) lopen
het hoekje omgaan, doodgaan, 2 (sarhoş ol dronken in slaap vallen
Het is beter dood te gaan dan een slechte naam te maken. Kwaad bericht is
het slechte pad opgaan, 2 (kendini denetleyeme zijn
hicran verdriet (na afscheid) smart d. 2 (ayrılık) afscheid weggaan
hij is gauw op zijn tenen getrapt çabuk alinir, çok alingandir, daar gaan
hile yapmak 1 intrigeren, niet eerlijk te werk gaan, 2 (sahtesini yap
hislerine kapılmak zich overgeven aan zijn gevoelens, zich laten gaan
hıyarlık etmek een stommiteit begaan, een flater slaan
HOOGGAAND yükselen, artan, (hevig) ağirlaşan, ciddileşen, şiddetlenen
HOOGLOPEND zie/bkz hoolgaand
hurdahaş olmak kapotgaan, onbruikbaar/gammel worden, naar de filistijnen
Iceri Girmek Binnenkomen,Ingaan,Inkomen,Iceri Girmek
iemand zijn gang laten gaan, iemand vrij spel geven
iflas et- ) over de kop gaan, failliet gaan, op de fles gaan
ileri doğru yürümek) doorgaan, doorlopen, (otomobil ile) doorrijden
Ileri Gitmek doorgaan,Ileri Gitmek
Ilerlemek Vorderen ,doorgaan,doorlopen,Ilerlemek
ilerlemek vooruitgang boeken, vooruitgaan
ilgilendir- aangaan Sana mı kaldı? Dat gaat je toch niet aan? 18 (bir
ilgilendirmek interesseren, aangaan schelen, Beni ırgalamaz. Het kan me
Ilisik Bijgaand,Ilisik
ilişkide - ) omgaan met, verkeren met, 6 /- de/ (elde voorradig zijn,
Iliskisi Olmak Omgaan,Iliskisi Olmak
Incelemek Bestuderen,Inspecteren,Aanlengen,Nagaan,,Incelemek
Ingaan Iceri Girmek,Ingaan
ışık, licht uitdoen, 4 mec./fig. (sevgi, liefde) uitgaan,
İslam artar, eksilmez. Islam groeit nimmer zal vergaan
iyi yoldan afdwalen, 8 (aralıklanmak, v. opening enz.) opengaan, van
Iyilesmek Vooruitgaan ,Iyilesmek
Izlemek Volgen,Achtervolgen,Nagaan,Nazien,,Izlemek
kabul etmesini sağla laten ingaan op, zorgen dat iemand een
kafadan atama- ) ermee naar bed gaan en er weer mee opstaan
Kapanmak toegaan,betrekken,Kapanmak
Kapot Gaan bozulmak,kirilmak,parcalanmak, ,,Kapot Gaan
Karsi Mucadele Etmek tegengaan,tegenspartelen,Karsi Mucadele Etmek
Kirilmak kapot gaan,doorbreken,Kirilmak
Kiyameti Koparmak Teekergaan,Kiyameti Koparmak
komen ~ gitmek "gelmek gaan"
kontrol vb. controle) ondergaan, 15 / (koltuk çık mee laten
Kotulesmek Achteruitgaan,Kotulesmek
Kudurmak tekeergaan,Kudurmak
Lacka Olmak Losraken,Losgaan,Lacka Olmak
Losgaan Gevsemek,Hucum Etmek,Losgaan
losgaan çözülmek, 8 (zee) geri çekilmek, 9 thea/tiy van het toneel
Maagaandoening Mide Hastaligi,Maagaandoening
Macera Pesinde Kosmak Op Avontuur Uitgaan,Macera Pesinde Kosmak
Meegaan Eslik Etmek,Beraber Gitmek,Meegaan
Meegaand Yumusak Basli,Uysal,Meegaand
Misgaan Ters Gitmek,Misgaan
muayeneden geç- ) controle ondergaan, 12 (modası vb. uit de mode zijn,
Nagaan izlemek,incelemek,Nagaan
Olmek doodgaan,Sterven,Olmek
Omgaan Iliskisi Olmak,Arkadaslik Etmek,Omgaan
Ortulmek toegaan,Ortulmek
para, geld) zuinig omgaan, besparen, 13 (ciddi çalış zich
Parcalanmak kapot gaan,doorbreken,Parcalanmak
perde -, gordijn) dichttrekken, 12 (kar vb. yolu onbegaanbaar maken, 13
perde, gordijn) dichttrekken, 8 (kar vb. yolu onbegaanbaar maken, 9
rüzgâr, wind gaan liggen, 7 (gücü -, zijn kracht) afnemen, verliezen,
sandalyeye vb. gaan zitten, zich zetten op een stoel enz.
scheerde zich weg, h, zich weggescheerd) (ervandoor gaan) kaçmak, scheer je
sila pistol afgaan, functioneren
te boven gaan) tarif edilememek, ötesine geçmek, aşmak, het tart alle
Te Ver Gaan Asiri Gitmek,Te Ver Gaan
Teekergaan Kiyameti Koparmak,Isaret,Teekergaan
Tegengaan engel olmak,karsi mucadele etmek ,Tegengaan
Tegenin Ergens Gaan bir seye karsi koymak ,Tegenin Ergens Gaan
Tekeergaan kiyameti koparmak ,kudurmak ,Tekeergaan
Terk Etmek Verlaten,Uit Elkaar Gaan,Terk Etmek
Teruggaan gerilemek,geri gitmek,geri donmek,Teruggaan
Toegaan kapanmak,ortulmek ,Toegaan
Tutusturmak(Ates) Aangaan,Tutusturmak(Ates)
Uit Elkaar Gaan Terk Etmek,Uit Elkaar Gaan
Uitgaan Disari Cikmak,Uitgaan
uitgaan gece dişari gitmek, gece dişari takilmak
uitgetrokken worden çikmak, mijn schoenen gaan moeilijk uit ayakkabilarim
van mond tot mond gaan, in opspraak komen, 3 (deniz vb. van zee) deinen,
verklikken jurnallamak, gammazlamak, 3 (goed samengaan) iyi anlaşmak, het
Verregaand asiri,gorulmemis,Verregaand
verstand akil, zihin, zekâ, het is me door het gegaan aklimdan kaçti,
Voortgaan devam etmek,Voortgaan
Vooruitgaan iyilesmek,duzelmek ,gelismek,Vooruitgaan
Vuku Bulmak Voorvallen ,doorgaan,Vuku Bulmak
winkel dükkân, mağaza, işyeri, şirket, de zaken gaan goed işler iyi
yakışmak goed staan bij, flatteren, goed gaan met, 13 (argo/plat)
Yapmak,3 bedrijven,begaan,betrachten,Vervullen ,,Yapmak,3
yerinden - ) losraken, losgaan, 46 /- den/ (argo/plat, paradan) dokken,
yola - ) op weg gaan, 39 /- den/ (taşınmak) verhuizen, 40 /- den/
zich inlaten met iemand, omgaan met iemand, Muhatabım olamaz, Ik
Zorgen Dat Echtparen Gaan Scheiden Bosandirmak,Zorgen Dat Echtparen Gaan Scheiden

Ana Sayfaya Dön