Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek |


Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek.
Türkçe > Felemenkçe <> Felemenkçe > Türkçe Sözlük.
Türkçe > Hollandaca <> Hollandaca > Türkçe Sözlük.
77238 Kelime - Woord.


'Praten' Kelimesinin Anlamları:

aan een stuk door maar tevergeefs praten
AANPRATEN g, (praatte aan, h, aangepraat) 1 iemand iets birine
AFPRATEN g, (praatte af, h, afgepraat) (birçok konuda) konuşmak,
ağız açmak 1 (konuşmak) beginnen te praten, 2 (azarlamak) berispen, een
ağız açmamak niet praten, zijn mond houden, geen mond opendoen, geen kik
ağız kalabalığına getirmek / eromheen praten, door omhaal van woorden
ağız yormak aan een stuk maar tevergeefs praten
ağzı lalakırdı yapmak / n/ goed praten, overtuigend spreken, goed van de
ağzından bal akmak / n/ aardig praten, gezellig praten/spreken, bir eli
ağzından bal akmak / n/ aardig praten, gezellig praten/spreken, een goed
ağzından çıkmak / n/ zijn mond/neus voorbijpraten, zich iets ontvallen
Agzindan Kacirmak Voorbijpraten ,Agzindan Kacirmak
ağzından kaçırmak / zijn mond /neus voorbijpraten, zich iets laten
ağzından kaçmak / n/ zijn mond/neus voorbijpraten, zich iets ontvallen
ağzıyla çıkmaza girmek zich vastpraten, verstrikt raken in zijn eigen
ağzıyla yakalanmak zich vastpraten, verstrikt raken in zijn eigen
aklini başina topla! een antwoord mantikli bir yanit, praten mantikli
aklını çelmek / n/ 1 iemand ompraten, overhalen, overreden, (yapmaması
allemaal tegelijk, door elkaar heen (gebruikt voor praten)
altijd over dezelfde persoon praten/roddelen, altijd achter iemands rug om
atlamak/görmemek, er praten es geçmek, atlamak
BEPRATEN g, (bepraatte, h, bepraat) 1 (iets) görüşmek, 2
bijeenkomst hoş bir toplanti, praten tatli tatli konuşmak, yârenlik etmek
bin işit, bir söyle Lange oren, korte tongen. Niet praten maar luisteren.
boş bulunmak 1 (sakıncalı şeyi söyle zijn mond voorbijpraten, 2 (ağzıyla
boşboğazlık etmek zijn mond voorbijpraten, een geheim prijsgeven, (per
boşuna konuşmak tevergeefs veel praten, ergens tevergeefs over spreken, aan
BRUGRNAN praten als çok ve inandinci konuşmak,
cak cak etmek raaskallen, bazelen, onzin praten
caydırmak- i, - den/ afraden, ontraden, ompraten, doen opgeven,
çayırteresi - ni bot. pinksterbloem d. (Cardamine pratensis)
çel- bepraten, ompraten, iemand iets wijs maken
çene yormak / tevergeefs veel praten, ergens tevergeefs over spreken,
çenesi açılmak / n/ 1 (konuşmaya başla beginnen te praten, 2 (içkiden
çenesi durmamak / n/ 1 (çok konuş onophoudelijk praten, ratelen, 2
çenesini açmak 1 beginnen te praten, 2 / n/ iemand tot praten aanzetten,
çeneye kuvvet door het praten, (al) pratend
çetrefilli konuşmak in raadsels spreken, raadselachtig praten
denken, (söze zich in het gesprek mengen, meepraten, 9 (sorumlu ol
dereden tepeden konuşmak over koetjes en kalfjes praten
dert dökmek / met iemand over zijn problemen praten
dile gelmek vermogen krijgen om te spreken, gaan praten
dili açılmak / n/ (het) loskomen van de tong, beginnen te praten (na een
dili ağırlaşmak / n/ moeilijk kunnen praten (v. zieke)
dili olsa da söylese als het kon praten, als hij/het een tong had
diline dolamak / 1 altijd over hetzelfde praten, 2 (ardından konuşmak)
diline takmak / altijd over hetzelfde praten
dilini tutmak zijn mond houden, niet praten, zwijgen, een geheim bewaren
dillenmek (çocuk, kind) beginnen te praten, 2 (çok konuş praatziek
DOORPRATEN g, (praatte door, h, doorgepraat) 1 konuşup durmak,
doorpraten o konuşup duruyor, 2 goed kalitesini korumak, kaliteli
durmadan konuşmak doorpraten, doorkletsen
düzeltmeye kalkmak, örtbas etmek, zijn best doen om zijn fout goed te praten
een stuk door maar tevergeefs praten
een stuk door maar tevergeefs praten
el ağzıyla çorba içmek napraten
en kalfjes spreken, over koetjes en kalfjes praten, Kır atın yanında
es geçmek / laten zitten, ergens niet over willen praten, iets uit de
ezbere konuşmak over iets praten waar je niets van afweet
fanfin etmek (argo/plat) vreemd praten, koetenvals praten
fart furt etmek pretentieus/aanmatigend praten, pochen, opsnijden,
fikrini değiştirmek / n/ omverpraten
filozoflaşmak als een fılosoof beginnen te denken/praten, filosoferen
fıs fıs fıs fıs konuşmak fluisterend spreken, binnensmonds praten
fiskos etmek / met elkaar smoezen, zachtjes praten met elkaar, elkaar
fiskos smoezen zachtjes praten
gebruiken, met tact spreken/praten
gespreksonderwerp aansnijden, ergens overheen praten, 2 (kıvırtmak)
GOEDPRATEN g, (praatte goed, h, goedgepraat) örtmeye yeltenmek,
göre tarak vurmak / n/ naar iemands mond praten
ha bire konuşmak aan een stuk doorpraten, onafgebroken praten
halleşmek h/volkst. vertrouwelijk met elkaar praten
harbilik eerlijkheid (bij praten) d. openhartigheid d. oprechtheid d.
harder praten, zijn stem verheffen
hariçten gazel okumak uit zijn nek kletsen/praten, zwammen, onzin
havadan sudan konuşmak over koetjes en kalfjes praten
her kafadan bir ses çıkmak (tegelijkertijd) door elkaar praten
het begint te regenen yağmur yagmaya başliyor, te praten konuşmaya
hoş sohbet etmek / gezellig praten, keuvelen, gezellig babbelen
hoşbeş etmek 1 (sohbet et gezellig praten, keuvelen, gezellig babbelen,
hoşbeş etmek 1 (sohbet et gezellig praten, keuvelen, gezellig babbelen,
Ikna Etmek Ompraten,doordringen,Ikna Etmek
kendi kendiyle zich vastpraten
Konusmak Praten,Spreken,Overleg,Gesprek ,,Konusmak
Laf Atmak Gezellig Praten,Iets Toeroepen,Laf Atmak
Lafa Dalmak Continu Praten,Lafa Dalmak
lafıyla - ) zijn mond voorbijpraten
Laflamak Praten,Babbelen,Laflamak
Meepraten Sohbete Katilmak,Meepraten
om te praten enz.) 8 (hata ve benzerini görmek, bulmak) toevallig
Ompraten Ikna Etmek,Ompraten
over iets bir şeyin altindan kalkamamak, uit zijn nek kletsen/praten
Praten Konusmak,Praten
Voorbijpraten agzindan kacirmak,Voorbijpraten
zo te praten)

Ana Sayfaya Dön