Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek |


Turks > Nederlands <> Nederlands > Turks Woordenboek.
Türkçe > Felemenkçe <> Felemenkçe > Türkçe Sözlük.
Türkçe > Hollandaca <> Hollandaca > Türkçe Sözlük.
77238 Kelime - Woord.


'Hebben' Kelimesinin Anlamları:

aan ergeren, zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben, het op
aan huis bizden biri gibi, een krijgen çocuğu olmak, noch kraai hebben
aan iemand (iets) hebben birinden (bir şeyden) hoşlanmamak, nefret etmek
aangezichten hebben ook vlekken.
AANSPRAAK (...spraken) 1 (biri ile) konuşma imkani, we hebben
aap schrikken, 'm knijpen, Het Spaans benauwd hebben, zich wild
aap schrikken, 'm knijpen, Het Spaans benauwd hebben, zich wild
abazan olmak (argo/plat) hongerig naar seks zijn, geen nonnenvlees hebben,
aç olmak 1 honger hebben, 2 (fakir olmak) arm zijn, 3 (çok istekli olmak)
aç susuz kalmak op een houtje bijten, niets te eten hebben, straatarm zijn
Ac Susuz Kalmak Niets Te Eten Hebben ,Ac Susuz Kalmak
acele etmek haast hebben, zich haasten, ijlen, jachten, jagen, snellen,
Acelesi Olmak Haast Hebben ,Acelesi Olmak
acelesi olmak haast hebben
achter de elleboog hebben
achter de hebben bir şeyi yedekte bulundurmak, ihtiyatan elinde
achter de rughebben
Aci Cekmek Last Van Hebben ,Pijn Doen,Lijnden Aan,Aci Cekmek
acı çekmek 1 pijn hebben, 2 /- den/ lijden, verdriet hebben, last
acı duymak pijn hebben
acı görmek pijn hebben, lijden, verdriet hebben
açığı çıkmak tekortkomen, tekort hebben
açık kalpli olmak het hart op de tong hebben, rondborstig zijn
açık vermek 1 /- de/ (hesap) tekort hebben, 2 mec./fıg. onwillekeurig iets
açiklamak, we hebben geen vandaag! bu gün okul yok! okul tatil! II d,
acıkmak honger hebben, honger krijgen
acımak medelijden hebben met, begaan zijn met, 12 (ağrısı ol
acından ölmek 1 (çok Aç olmak) knagende honger hebben, erg hongerig zijn, 2
acısını paylaşmak / n/ medelijden hebben met
acitmak, aci vermek, hebben ağrisi olmak, aci çekmek, in het hoofd
Aclikdan Gozu Kararmak Erge Honger Hebben,Aclikdan Gozu Kararmak
açlıktan midesi kazınmak / n/ knagende honger hebben
açlıktan nefesi kokmak / n/ bijna niets te eten hebben, verschrikkelijk
adam kıtlığı olmak gebrek hebben aan geschikte personen
adam kullanmak in dienst hebben/nemen
adamın yere bakanından, suyun ağır akanından kork Stille waters hebben
Adelli Olmak Menstruatie Hebben ,Ongestel,Menstrueren,Adelli Olmak
Adet Gorme Menstruatie Hebben ,Ongestel,Menstrueren,Adet Gorme(Kadinlarda)
adet görmek ongesteld zijn, menstruatie hebben, menstrueren, vloeien
adeti olmak menstruatie hebben, menstrueren
adı lekeli olmak / n/ een vlek/smet op zijn naam hebben
adı lekeli olmak een smet op zijn naam hebben
adı olmak / n/ een goede naam hebben, bekend zijn, een goede reputatie
adı sanı belirsiz 1 een twijfelachtige reputatie (hebbend), 2 (tanınmamış)
adı sanı bilinmeyen 1 een twijfelachtige reputatie (hebbend), 2
adını anmaya değmemek / n/ geen naam hebben,
adını anmaya degmez Dat mag geen naam hebben
AFGRIJZEN tiksinti, nefret, (een) hebben van dan/den nefret
AFKEER nefret, tiksinti, iğrenme, een hebben van dan/den
AFSPRAAKJE (s) randevu, een hebben randevusu olmak, ik heb
afstand yürüyerek katetmek, 2 heel wat çok yürümek, we hebben
ağaçboom bir dikili ağacı olmamak / n/ geen nagel hebben om zijn gat
ağzı dili kurumak / n/ een droge keel hebben, een tong als een leren lap
ağzı kokmak / n/ stinken (van iemands mond), een slechte adem hebben
ağzı varmamak / het hart niet hebben om iemand iets te zeggen
ağzına bir şey koymamak (de hele dag) niets gegeten hebben
ağzına sakız etmek / in opspraak brengen, de mond vol hebben van iets,
ağzının tadı kaçmak / n/ geen rust meer in huis hebben
ahkam kesmek zijn mening klaar hebben
akıllanmak zijn lesje geleerd hebben
aklındakını söylemek het hart op de ton hebben
aklından geçirmek / voor de geest hebben, denken aan
aklından geçmek / n/ voor de geest hebben, denken aan
aksi halde önüne geçilmez, het bij het rechte hebben hakli olmak,
aksi halde önüne geçilmez, het bij het rechte hebben hakli olmak,
aksiliği üstünde olmak / n/ de bokkenpruik op hebben, een slechte humeur
alaka göstermek / geïnteresseerd zijn in, interesse hebben voor,
alakadar betrokken, betreffend, 2 belanghebbende d. betrokkene d.
alakadar olmak geïnteresseerd zijn in, interesse hebben voor, interesse
alakalı betrokken, betreffend, belanghebbend
alakası olmak ergens iets mee te maken hebben, betrekking hebben op,
algilayamamak, b dan/den haberi olmamak, geen hebben van goed
alip Veliye vermek, een in zijn hand hebben cebi delik olmak, cebinde para
alıp verememek / een appeltje met iemand te schillen hebben, ruzie
alırdım. Als ik geld had gehad, dan zou ik het gekocht hebben. 5 (meydana
alışverişi olmak / kd./spreekt. te maken hebben met
alışverişi olmamak / kd./spreekt. niets te maken hebben met iemand
alleen hebben, 2 (kendini kanıtla zich bewijzen, zich de beste tonen
alles mee hebben
almak, pol, (relatie) bağ, ilişki, een sterke met iemand hebben
Almak,2 Hebben,krijgen,pakken,bekomen,,Almak,2
amaç edinmek / een doel hebben, een doel voor ogen hebben
amaç gütmek / nastreven, boenen, streven naar, tot doel hebben, zich
amaçlamak streven naar, een doel voor ogen hebben, zich voornemen,
analı een moeder hebbend
anasından doğduğuna pişman etmek / iemand spijt doen hebben dat hij
anasından doğduğuna pişman olmak erg veel berouw hebben, spijt
anasından doğduğuna pişman olmak erg veel berouw hebben, spijt hebben
anasından emdiği sütü burnundan getirmek / n/ iemand spijt doen hebben,
anasının eğirdiği babasının dokuduğu Dat hebben ze van geen vreemde. Elk
anasının ipini satmak een kwade inborst hebben, een laag karakter hebben,
ander medelijden hebben met de ellende van iemand anders, sterk met iemand
ander medelijden hebben met de ellende van iemand anders, sterk met iemand
anlam vermek / 1 (sözcük) betekenen, betekenis hebben, (betekenis)
anlamı olmak betekenen, betekenis hebben, (betekenis) aanduiden
anlamı olmamak niet veel te betekenen hebben
anlamı vermek betekenen, betekenis hebben, (betekenis) aanduiden
anlamına gelmek betekenen, betekenis hebben, (betekenis) aanduiden
anlayışlı olmak /- e karşı/ begrip hebben voor
antipatisi olmak / Antipathie hebben tegen, niet mogen
appeltje met iemand te schillen hebben
arbeiders hebben vijf maanden gestaakt işçiler beş ay grev yapti, de stemmen
ardını almak / n/ bijna af hebben
argo/plat, bilmek verstand hebben van, weten, 6 / mec./fıg. (anlamak)
arkalı (arkalıklı) met leuning, 2 mec/fig invloedrijke kennissen hebbend
arkasını almak / n/ bijna afhebben/krijgen
arsız olmak onbeschaamd zijn, een plank voor z'n kop hebben, zich niet
arzu duymak / verlangen (naar), wensen, willen, zin hebben in
arzu etmek / verlangen, wensen, willen, ergens zin in hebben
arzulamak verlangen naar, wensen, willen, begeren, zin hebben in
aş yermek hd/volkst (van zwangere vrouwen) zin hebben in bepaalde
askerden terhis olmak afzwaaien, de dienstplicht vervuld hebben
askerliği bitirmek afzwaaien, de dienstplicht vervuld hebben
at gözlüğü takmak oogkleppen voor hebben
atar tutar ama ödleğin biridir, een grote hebben büyük konuşmak, de (zijn)
ateş basmak / koorts krijgen, een koortsaanval hebben/krijgen
ateşi olmak / n/ koorts hebben
ateşi yüksel- ) hoge koorts hebben/krijgen, 9 (zarar gör zware
Ateslenmek Koorts Krijgen,Een Koorts Aanvallen Hebben,Ateslenmek
ateşlenmek koorts krijgen, een koortsaanval hebben
atına binip altındaki atı aramak zijn bril ophebben en ernaar zoeken, naar
atlama siriği, (wandelstok) baston, het met iemand aan de hebben biriyle
atmak, (geslachtgemeenschap hebben) aşmak, kadinla yatmak
avarelik nietsdoen niets te doen hebben
avcunun içine almak / iemand of iets onder de duim hebben/houden,
ay Türkiyeye gidecektim ama, ze zal mij niet hebben begrepen beni anlamamiş
ayaklar altına almak geen respect hebben voor, minachten
aybaşı olmak ongesteld zijn, menstruatie hebben
ayiyi vurmadan derisini satma, doğmamiş oğlana don biçilmez, dikke hebben
aynı huyda olmak / dezelfde karaktereigenschappen hebben
aynı karakteri taşımak / dezelfde karaktereigenschappen hebben
ayranı duru, ekmeği kuru olmak zijn kostje gekocht hebben, zijn schaapjes
az tamah ziyan getirir Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het
baasje, het erg druk hebben, ergens druk mee bezig zijn
babaları tutmak / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn
babası tutmak / n/ de kolder in de kop hebben, dol zijn, het op zijn
babasına çekmek een aardje naar zijn vaartje hebben
Bagirsaklari Bozmak Diarree Hebben,Laxeren,Bagirsaklari Bozmak
bağırsakları bozulmak diarree hebben
bahsetme, we hebben gisteren heel lang gepraat dün uzun süre konuştuk,
bahsetmek - den/- den/ het ergens over hebben, ergens gewag van maken,
bakakalmak, het hart op zijn pen hebben çok açik kalpli olmak, hij heeft
barınacak yeri olmamak / n/ geen onderdak hebben
baş alamamak /- den/ 1 (çok meşgul ol het ergens te druk mee hebben, 2
başarı elde etmek /- de/ succes hebben in
başarı göstermek /- de/ succes hebben
başarılı olmak /- de/ goed in iets zijn, succesvol zijn, succes hebben
başarili olmak, geen hebben başarisiz olmak, II ünl, ! başarilar!
başarısız ol- ) geen succes hebben met iets, 20 /- de/ (kötü
başarısız olmak 1 (okulda) zakken, stralen, 2 (işte) geen succes hebben met
başarısızlığa uğramak mislukken, mislopen, (kişi) geen succes hebben met
başarmak 1 slagen, succes hebben, 2 (başarıyla bitir iets met
başı boş kalmak / n/ ongehinderd zijn gang gaan, vrij spel hebben
başı kalabalık olmak / n/ 1 (işi çok ol geen tijd hebben om op zijn
başı sıkışmak / n/ veel werk omhanden hebben, zijn handen vol hebben,
başı üstünde taşımak / veel respect hebben voor iemand, iemand op
başı üstünde tutmak / veel respect hebben voor iemand, iemand op
başına devlet kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een
başına devlet kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, veel
başına talih kuşu konmak / n/ een engel op zijn schouder hebben, een
başına vurmak / n/ 1 op zijn kop slaan, 2 (içki) een kater hebben, een
basinç, een hoge boom yüksek bir ağaç, iemand hebben birini saymak, hoge
başını alamamak /- den/ 1 (çok işi ol het ergens te druk mee hebben, 2
başını kaşımaya eli değmemek / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn
başını kaşımaya vakti olmamak / n/ het zeer druk hebben, overstelpt zijn
başını sokacak bir yeri olmak een eigen stek hebben, onderdak hebben
başını sokmak een eigen stek hebben, onderdak hebben
başını taşa vurmak başını taştan taşa vurmak ergens veel spijt van hebben,
bastıbacak kortbeni korte benen hebbende
BBH h afk/kis bezigheden buitenshuis hebbende ev dişi
beceriksiz olmak /- de/ onhandig zijn, twee linkerhanden hebben
bed gaan, gemeenschap hebben, 8 / (yana overhellen, 9
beest/kind moet een hebben bir ismi olmasi gerek, het beestje/het kind/de
BEHOEFTE (n) 1 gerekseme, gereksinim ihtiyaç, hebben aan
behoefte aan seks hebben
BEKIJKS veel hebben aşiri ilgi görmek merak konusu olmak, çok
bekomst zijn van iets, hebben bir şeyden gina getirmek/bikmak,
belang zijn, prioriteit hebben, 3 / (insan, etkisi olmak) grote invloed
belang zijn, prioriteit hebben, c) / (insan) grote invloed hebben,
belanghebben (karışmış, katkısı olan) betrokken (bij), 3 (ait olan yedek
BELANGHEBBEND ilgili, ilgili görünen,
BELANGHEBBENDE (n) ilgili, alakadar, taraftar,
Belanghebbenden ilgililer,Belanghebbenden
belangstelling hebben voor, inhaken op iets
benci zelfbewust, een hoge dunk van zichzelf hebbend
Benim bildiklerimi bilseydiniz az güler, çok ağlardınız. Als je geweten hebben wat ik wist dat je het lachen minder, maar je huilt veel
BENUL geen hebben van iets bir şeyden anlamamak, hij heeft
bepaald karakter hebbend
BEROUW pişmanlik, hebben over (y)a/e pişman olmak, pişmanlik
berouw doen hebben voor iets, iemand spijt doen hebben, iemand betaald
berouw over hebben, bir taşla iki kuş vurmak twee vliegen in een
beş parasız kalmak geen rooie cent hebben, geen sou meer hebben, geen geld
BESCHIKKING ( en) 1 (beslissing) karar, de hebben over
BESOGNE (s) uğraşi, zahmet, işgüç, veel hebben birçok işi
bevatten, inzien, zich realiseren, het door hebben, 2 (tanımak) /
BEVELHEBBEND komanda/komuta eden, ernreden,
BEWONDERING hayranlik, voor iets hebben bir şeye hayran olmak,
BEWUST z, 1 (bewustzijn hebbende) bilinçli, şuurlu, zich zijn
bezmek- den/ ergens schoon genoeg van krijgen/ hebben
bezwaar hebben, zwijgen, mond niet open doen II (solgun) bleek,
bijdragen, bijgedragen hebben in iets, moeite gedaan hebben voor iets
bijdragen, een bijdrage gehad hebben in iets, moeite gedaan hebben voor iets
bıkılmak zich vervelen, ergens genoeg van hebben
bıkkınlık gelmek /- e, - den/ iets beu zijn, er tabak van hebben, er schoon
bıkmak - ar /- den/ ergens schoon genoeg van hebben, van iets balen, het
bileğinde altın bileziği olmak / n/ gouden handen hebben, veel
bilinçlidir, II s, çok yönlü, een e vorming hebben her bakimdan
bin pişman olmak spijt als haren op zijn hoofd hebben, erg berouwvol zijn
BINNENPRETJE (s) insanin güldüren bir his, jes hebben kendi
bir yerde het naar zijn zin hebben, zich thuis voelen, zich
bir atımlık barutu kalmak weinig om handen hebben
bir boka yaramamak k./vulg. totaal nutteloos zijn, geen enkel nut hebben
bir çift sözü olmak / iets te zeggen hebben, iets op te merken hebben
bir dikili ağacı olmamak / n/ geen nagel hebben om zijn gat te krabben,
bir kavanoz reçel, 2 (partijtje, oyunda) parti, el, kleine s hebben grote
bir şeyden çakmamak ergens geen kaas van gegeten hebben, er geen bal van
bir şeye benzememek geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben
bir şeyi başka bir şekilde denemek, nog heel wat voor de hebben
bir şeyi kulağina küpe etmek, de muren hebben oren yerin kulaği vardir, nog
bir süre saklamak, muhafaza etmek, 2 (nog over hebben) geriye
bir yarar görmemek /- de/ er niets aan hebben
bir yararı olmamak / n/ geen nut hebben, nutteloos zijn, geen zin hebben
birakmak, kracht van hebben kanun kuvvetinde olmak, dat is geen van
biraz daha ucuz, een of tien aşaği yukari on, een in zijn kraag hebben
birbirini yemek altijd ruzie met elkaar hebben, met elkaar overhoop liggen,
birine - ) medelijden hebben met
birine diş geçirememek, kritieken hebben geen op hem eleştiri onu
birine karşi kalbinde kötülük olmamak/olmak, het op de tong hebben içten
birleşmek, de arbeiders hebben zich tot een vakbond aaneengesloten
bitirdi, De problemen hebben hem opgevreten. 14 dayak yemek,
boğazı düğümlenmek / n/ brok in de keel hebben
boğazı gıcıklanmak / n/ een kikker in zijn keel hebben
boğazı kurumak / n/ een droge keel hebben, dorst hebben, kurkdroge mond
boğuk sesli hees, een hese stem hebbend
bok yemek düşmek / k./vulg. geen recht van spreken hebben, niets te
BOKKEPRUIK fig/mec de op hebben aksiliği üzerinde olmak, hij
BONJE spreekt/kd kavga, tartişma, hebben kavga etmek,
borca batmak stevig in de beer zitten, veel schuld hebben, tot over zijn
borçlu olmak / 1 (para vb.) schuld hebben, 2 (şükran verschuldigd
borçluluk het schuld hebben (fınancieel)
borcu, een betalen borcu ödemek, vijftig gulden hebben elli gulden borcu
borusu ötmek / n/ invloed hebben, gezag hebben, autoriteit hebben, veel
bot verkleumd zijn, het heel erg koud hebben
boven mijn benim gücümü aşar, in zijn hebben om... ye gücü olmak, met
Bozusmak Ruzie Hebben,Bozusmak
breed hebben, moeilijk de touwtjes aan elkaar kunnen knopen, moeilijk
breister laat wel eens een steek vallen. Schone aangezichten hebben ook
bron kaplica, het wordt isiniyor, het hebben sicak/ ateş basmak, eten
Bu yolda çok para harcadık, Wij hebben hiervoor veel geld
buldukça bunamak altijd meer willen hebben, nooit tevreden zijn,
bulun- geslachtsgemeenschap hebben, naar bed gaan met, bijslapen
bulundurmak in voorraad hebben, achter de hand hebben
bulunmak een discussie hebben
buluttan nem kapmak lange tenen hebben, gauw op zijn tenen getrapt zijn,
burnu kaf dağında olmak / n/ het hoog in zijn bol hebben, verwaand zijn,
burnu koku almak / n/ een fijne neus hebben voor iets, gewaarworden wat
burnundan fitil fıtil getirmek /, n/ berouwen, berouw doen hebben,
burnundan kıl aldırmamak lange tenen hebben, (verwaand zijn en) niet tegen
büyük aptesi gelmek / n/ nodig moeten, aandrang hebben, zijn behoefte
büyük bilmek / een hoge dunk hebben van iemand, een hoge pet van
büyük görmek 1 respect hebben voor, 2 ergens tegenop zien, ergens tegen
büyük tutmak / een hoge dunk hebben van iemand, een hoge pet van
çabuk kavrayişli olmak, zeki olmak, hebben voor anlamak, anlayiş
çakmamak- den/ (argo/plat) ergens geen kaas van gegeten hebben, geen
çakozlamak argo/plat het door hebben, begrijpen
canı burnuna gelmek / n/ ergens veel moeite mee hebben, overstelpt
canı çekmek / verlangen naar, ergens zin in hebben, lusten
canı istemek / verlangen naar, lusten, ergens zin in hebben
canı yanmak 1 / n/ (canı yan pijn hebben, 2 /n,- den/ (kötü
çarmiha vurmak, 4 bot, zo, rnelezleştirmek, 5 onze brieven hebben elkaar
çarpık bacaklı olmak o- benen/x- benen/kromme benen hebben
cebi boş olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen
cebi delik olmak / n/ blut zijn, platzak zijn, geen geld hebben, geen
çember, daire, halka, en onder de ogen hebben gözlerinin altinda halkalar
cenabet olmak onrein worden, een natte droom hebben, ejaculeren
çengel takmak / de pik op iemand hebben en proberen hem schade te
cereyan etmek plaatsvinden, plaatshebben, gebeuren
cesaretlendirmek, geen hebben cesareti olmamak, geen hebben om ...
cesaretsizlik göstermek / niet durven, angst hebben (om)...
cevap almak /- e, - den/ antwoord krijgen/hebben
çiftleş- paren, 4 (cinsel coïtus hebben, geslachtsverkeer hebben, 5
ciğeri sızlamak medelijden hebben met
ciğeri yanmak medelijden hebben met
çiğnenmeden yutulmaz Wie de pit wil hebben moet eerst de noot kraken. De
çile doldurmak ontberingen doorstaan, het zwaar te verduren hebben, tobben
cinleri ayağa kalkmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg
cinleri başına çıkmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg
cinleri başına toplanmak / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen,
cinleri başına üşüşmek / n/ het op de (zijn) zenuwen hebben/krijgen, erg
cinnet getirmek gek worden, krankzinnig worden, de kolder in de kop hebben
cinsel geslachtsgemeenschap hebben
cinsel ilişkide bulunmak / geslachtsgemeenschap hebben, naar bed gaan
çivi kesmek mec./fig. het erg koud hebben
çocukların kulağı delik olur Kleine potjes hebben grote oren.
çocuklu met kinderen, kinderen hebbend
çok aç ol erge honger hebben, erg hongerig zijn, b) verhongeren,
çok beceriksiz olmak twee linkerhanden hebben
çok meşgul olmak het erg druk hebben
çoluk çocuğa kavuşmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met
çoluk çocuk sahibi olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met
çükünde bile olmamak / n/ k./ vulg. er schijt aan hebben
cünüp olmak een natte droom hebben
daar heb ik aan kilimi bile kipirdatmam, er aan hebben adirmamak,
daar zit geen in de jongen onun pili bitmiş, wie de wil hebben, moet
daha çok sular geçecek, stille en hebben diepe gronden yavaş durgun sular
damağı kurumak / n/- erge dorst hebben
damak gehemelte verhemelte dili damağına yapışmak erge dorst hebben,
damarına çekmek / n/ dezelfde eigenschap als iemand hebben, aarden naar
damgalı olmak berucht zijn, een slechte naam hebben, slecht bekend staan
dan yeterinden fazla, er schoon van hebben/krijgen bikkinlik gelmek,
dara düşmek krap zitten, gebrek aan geld hebben, in financiële
darda kalmak 1 (parasal) krap zitten, geen geld hebben, in financiële
davet etmişler, zij hebben in plaats van burgemeester een ambtenaar
davranmak, affetmek, een gelukkige hebben eli uğurlu gelmek, eli uğurlu
de hebben (om)... ( meye) firsati olmak, op eigen kendi imkaninizla,
de hebben âdetli olmak
de onder hebben avcunun içinde olmak, avcunun içine almak, gözünü
de boter vallen, in een warm bed stappen, geluk hebben
de ogen worden door honger, scheel kijken van de honger, erge honger hebben,
de rechte plaats hebben, het hart op de juiste plaats dragen, het hart op de
de rug hebben
de wereld hebben
DEBIET hand/tic sürüm, satiş, revaç, een groot hebben revaç
dediği çıkmak / n/ goed voorspeld hebben, uitkomen (wat iemand gezegd
delili olma- ) geen bewijs hebben dat men kan gebruiken
denemek, het achter de hebben sinsi olmak,
denilmek (ismi ol geheten/genoemd worden, een naam hebben, 2
derisi kalın olmak / n/ een dikke huid hebben, onbeschaamd zijn, een
dertien ongelukken hebben çok beceriksiz olmak çok beceriksiz/çolpa
deveyi düze çıkarmak over de bergen zijn, de problemen overwonnen hebben
Diarree Hebben
Diarree Hebben Bagirsaklari Bozmak,Ishal,Diarree Hebben
die alles op een presenteerblaadje wil hebben
dikiş tutturamamak nergens succes hebben, nergens in slagen, door
dili bir karış dışarı çıkmak / n/ de tong op de schoenen hebben, met de
dili bir karış olmak / n/ grote bek/mond hebben,
dili damağı kurumak / n/ een kurkdroge mond hebben, een tong als een
dili damağına yapışmak / n/ een kurkdroge mond hebben, een tong als een
dili düşük olmak / n/ een losse tong hebben, los in de mond zijn
dilinde tüy bitmek (söyleye söyleye) / n/ genoeg hebben van het telkens
dirsek çürütmek hd./volkst. veel gestudeerd en geleerd hebben, veel in zijn
diş geçirememek / geen vat op iemand hebben, iemand niet de baas
dişlek vooruitstekende tanden hebbend
dişli olmak haar op de tanden hebben, van zich afbijten
dizginleri elinde olmak / n/ de teugels in handen hebben
dizini dövmek zich voor het hoofd slaan, spijt hebben als haren op zijn
doen hebben, het erg druk hebben
doet leven insan umutla yaşar, hebben ümidi olmak, ijdele boş ümit,
doğduğuna pişman etmek / iemand spijt doen hebben dat hij geboren is,
doğduğuna pişman olmak zeer ongelukkig worden, spijt hebben dat men ooit
döner taşı öter kuşu olmamak kind noch kraai hebben
dönüş yapmak, gedane zaken hebben (nemen) geen olanla ölmüşe çare yoktur,
DOORHEBBEN g, (had door, h, doorgehad) spreekt/kd çakmak,
doornen. Wie de vis heeft, moet ook de graat hebben.
DORST 1 susuzluk, hebben susamak, susuz olmak, 2 fig/mec
DRAAD (draden) 1 ip, iplik, de draden in handen hebben iplerini
druk gezet worden, 3 (açlıktan mide erge honger hebben, zich
duiten hebben çok parasi olmak, 3 zure salatalik turşusu,
durgun sular derin olur Stille waters hebben diepe gronden
duruma hakim olmak de situatie in hand hebben, de situatie meester zijn
düş azmak een natte droom hebben
düş azmak natte dromen hebben
düşazmak een natte drom hebben
düşüp kalkmak / (ilişkisi olmak) omgaan met, verkering hebben,
e/ zijn leven te danken hebben aan iemand, zijn leven aan iemand
een deuk liggen, de slappe lach hebben
een dikke huid hebben, onbeschaamd zijn, zich niets aantrekken van
Een Koorts Aanvallen Hebben
Een Koorts Aanvallen Hebben Ateslenmek,Een Koorts Aanvallen Hebben
een losse hebben çenesi durmamak, dilini tutamamak, de en losmaken dilini
een stuk in zijn kraag hebben, lazarus zijn
een zuinige hand hebben
eens bir daha bakmak, yeniden gözden geçirmek, het hebben ardindan
effect hebben etkilemek, etki etmek, dat doet mij niets beni
eigen hoofd te krabben, het erg druk hebben, veel te doen hebben, 2 (çok
eksik etmemek / altijd iets achter de hand hebben, in voorraad hebben
el altında bulundurmak / iets achter de hand hebben, iets in voorraad
elde avuçta bir şey kalmamak niets meer overhebben
eli ayağı buz kesilmek / n/ 1 (çok üşü het erg koud hebben, 2
eli boş kalmak / n/ niets te doen hebben, niets omhanden hebben/zitten
eli boş olmak / n/ niets om handen hebben, niets te doen hebben, geen
eli değmemek er niet aan toe kunnen komen, geen tijd hebben om ergens mee
eli dursa ayağı durmamak / n/ 1 ijverig zijn, het altijd druk hebben, 2
eli maşalı olmak / n/ de broek aan hebben, dominant optreden, streng
eli olmak /n, - de/ in iets betrokken zijn, de hand in iets hebben
eli sopalı olmak / n/ (bayan) de broek aan hebben
eli uğurlu gelmek / n/ een gelukkige hand hebben
eli uğurlu olmak / n/ een gelukkige hand hebben
eli uz olmak, groene s hebben tabiyat adami, çiçekçilikten/yeşillikten iyi
eli uzun olmak / n/ lange vingers hebben, diefachtig zijn, kromme
elinde avcunda neyi varsa (al/heel) iemands hebben en houden, alle bezit
elinde bulundurmak / in voorraad houden/hebben, achterhouden
elkaar gaan, ruzie hebben, verslechteren van een relatie
elkaar vechten, 2 (tartışmak) een felle discussie hebben met iemand
emeği geçmek /in, de hand gehad hebben in iets, een steentje
emek olmadan yemek olmaz Wie de pit wil hebben, moet eerst de noot kraken.
emek vermek / de hand eehad hebben in iets, ergens een steentje toe
en snaren zetten her çareye başvurmak, op de tanden hebben dişli olmak,
ense yapmak een comfortabel en lui leven leiden, een leven hebben als een
ENTREE (s) 1 giriş, 2 giriş hakki,ergens hebben bir yere
er is geen bij acelesi yok, hebben acelesi olmak, maken acele etmek II
erg druk. (çok konuğu ol veel mensen over de vloer hebben, Tren
Erge Honger Hebben
Erge Honger Hebben Aclikdan Gozu Kararmak,Erge Honger Hebben
ergens aan ergeren, zich kwaad maken, het op zijn zenuwen hebben,
ergens berouw over hebben
ergens schoon genoeg van hebben, 4 (suya) zijn dorst lessen
erkek fatma olmak de broek aan hebben
ERONDER z, altinda, ze hebben kontrol altina almak, yönetmek,
ervaringen hebben, ağzı süt kokmak / n/ nog niet droog achter de
etkisi geçmek / n/ 1 geen invloed meer hebben, 2 (ilaç vb.) uitgewerkt
etmek, geen hebben girişim yapmamak, particulier özel girişim, op van
evli barklı olmak getrouwd zijn en kinderen hebben, een gezin met kinderen
eyüp sabırlı olmak een jobsgeduld hebben, veel kunnen verdragen, zeer
ez de suyunu iç Het is absoluut waardeloos (je mag het best hebben). Het is
fark, van mening hebben görüş farki olmak, in leeftijd yaş farki,
fasulye gibi kendini nimetten saymak een hoge dunk van zichzelf hebben
felekten bir gece çalmak een gezellige/leuke dag/avond hebben
felekten bir gün çalmak een gezellige/leuke dag/avond hebben
fig/mec pay, een hebben in een fabriek bir fabrikada hissesi olmak, ergens
fırsatı olmak / de gelegenheid hebben om..., de kans hebben om te...
fitil olmak stomdronken zijn, een stuk in zijn kraag hebben, lazarus zijn,
FLUVIATIEL 1 akinti ile oluşmuş, 2 (op rivieren betrekking hebbend)
fronsen, rimpelen, 3 mec./fig/ flirten met, verkering hebben met
garazı olmak / wrok koesteren tegen, wrokken, haat hebben tegen, het
garazi olmak, iemand birine kin gütmek, 2 (afkeer hebben v,) nefret etmek,
garipsemek 1 (özlemek) verlangen naar, heimwee hebben, 2 (kendini
gebrek aan water, zonder water, Dört gündür susuzuz, Wij hebben al
geçirmek, iets in hebben bir şeyi mülkiyetine almak, geld para
geçmek het klappen van de zweep kennen, veel levenservaring hebben
geen hebben van bilmemek, farkina varmamak, anlamamak, hij heeft er geen
geen sorun değil, 2 (tegenwerping) itiraz, şikayet, hebben tegen
geen erg in iets hebben
gegeten hebben, veel in zijn mandje hebben
gel- gebeuren, plaatsvinden, plaatshebben, 6 (mümkün ol lukken,
geld hebben, 3 (sıkılmak) het benauwd krijgen
geld op hebben cebi delik olmak, cebinde parasi olmamak, züğürt olmak,
gelen giden, veel hebben çok ziyaretçisi olmak, ik had gisteren
gelirli een inkomen hebbend, verdienend, 2 met...inkomen dar gelirli met
geluk hebben şansi yaver gitmek, şansi olmak, işi rast gitmek, ga je met
geluk hebben, een grote kans krijgen
geluk hebben, Talihi yüzüne güldü, Het geluk lachte hem toe.
geluksvogel zijn, veel geluk hebben, een grote kans krijgen
GEMUNT het op iemand hebben birini hedef almak, birini gözü önüne almak,
genoeg van hebben
gerekecek, hij moet gezegd hebben söylemiş olmali, hij moet het gedaan
Gerekmek Nodig Zijn,Nodig Hebben,Gerekmek
gereksemek nodig hebben, behoeften hebben, behoefte hebben aan
gereksinimi olmak /n, behoefte hebben aan, (iets) nodig hebben, om
gereksinimi olmak, (y)a/e ihtiyaci olmak, aan liefde hebben
gereksinmek behoeven, nodig hebben, missen
getinnek, zijn beproeven şansini denemek, het hebben şansi o1mak,
gevoel voor humor hebben, niet tegen een grap kunnen, 2 (ciddi,
gewend raken alişmak, die woorden zijn (hebben zich) ingeburgerd o
GEWETEN (s) vicdan, bulunç, iets op zijn hebben bir şeye vicdani
gewicht nüfuz, tesir, otorite, etki, een goede hebben iyi etkisi olmak,
GEZAGHEBBEND amir, yetkili
gıcıklanmak boğazı / n/ een kikker in de keel hebben
gına verzadiging d. het genoeg hebben, (nefret) afkeer d.
gırtlağa gelmek de balen hebben, de keel uithangen
girtlaklamak, een brok in de hebben (duygulanip) boğazi düğümlenmek, een
gitti. Nu is het van jou. Je mag het hebben
giymek aankleden, aandoen, aantrekken, aanhebben, dragen, (şapka
goede op iets hebben bir şeyden iyi anlamak, 3 daar is geen op umut yok,
goede opvoeding genoten hebben iyi bir eğitim görmüş olmak, 2 (genot hebben
gölgesinden korkmak bang zijn voor iemands schaduw, (erge) angst hebben
gönlü çekmek / verlangen (naar), trek hebben (in)
gör- een groot verlies lijden/ geleden hebben
göresi gelmek / verlangen naar iets, heimwee hebben naar iets
görmüş geçirmiş olmak veel levenservaring hebben, weten wat er in de wereld
görmüş geçirmiş olmak, gezien hebben ellisine basmak,
görmüşlük gezien hebben
görüşme, sohbet, yarenlik, hoşbeş, een met iemand hebben biriyle görüşmek
göstermek, geen voor iets hebben bir şeyi anlamamak, bir şeyi akli
götürmek, (profijt hebben van) yararlanmak, dat is mooi meegenomen cabasi,
göz açamamak geen kans hebben om te ..., geen mogelijkheid hebben om te ...
göz atmak, 3 (v, naald) göz, delik, 4 (in kaas) gözenek, 5 het boze hebben
göz bebeği gibi sevmek / iemand/iets lief hebben als zijn oogappel,
göz dikmek / oog hebben op iemands bezitting, onder iemands duiven
göz göze gelmek / oogcontact hebben, elkaar ontmoeten (van blikken)
göz koymak / oog hebben op iemands bezitting, oog hebben op een
göz önünde canlandırmak / (helder) voor ogen hebben, voorstellen
göz süzül- ) een verliefde blik in zijn ogen hebben
gözbebeği gibi sevmek / als oogappel liefhebben, zeer veel houden van
gözü gibi sevmek / iets oogappel liefhebben, heel veel houden van
gözü olmak /- de/ een oogje op iemand/iets hebben
gözü tutmak een oogje op iemand/iets hebben, op het oog hebben, geschikt
gözünün bebeği gibi sevmek / als oogappel liefhebben, zeer veel houden
graat hebben.
GRIP tutak, sap, tutacak (şey), fig/mec tutacak bir dal, geen hebben
grip olmak griep hebben/oplopen/krijgen
grote hebben ağzi büyük olmak, kaba olmak, saygisiz olmak, breek
grote kans krijgen, veel geluk hebben, başına talih kuşu konmak een engel op
güçlü kuvvetli olmak merg in de botten hebben, zeer sterk zijn
güçlük çekmek /- de/ ergens moeite mee hebben
gücü gücü yetene Het is een kwestie van de overhand hebben.
gücü olmak / macht hebben (om)
gülmesi tutmak / n/ de slappe lach hebben
gün görmek in overvloed geleefd hebben, in voorspoed leven/geleefd hebben
günahı kadar sevmemek / afkeer hebben van, een hekel hebben aan,
güzelim Schat! 2 zo’n mooie, O güzelim bahçeyi harap emtişler, Ze hebben
güzellik anlayişi, voor humor mizah anlayişi, goede hebben neşeli olmak,
h. verblijf Arkada yerimiz yok, Aan de achterkant hebben wij geen
h/volkst. cinsel ilişki kur gemeenschap hebben, naar bed gaan
Haast Hebben
Haast Hebben Acelesi Olmak,Haast Hebben
haiz olmak bevatten, inhouden, behelzen, hebben
hak etmek 1 (hakkı ol recht/deel hebben, 2 (kazanmak) verdienen, recht
hak sahibi gerechtigde d. rechthebbende d.
hakkı geçmek / moeite voor iemand gedaan hebben
hakkı olmak /- de/ 1 (payı ol recht hebben op iets, tegoed hebben, 2
hakki olmak, hebben aan een misdaad cinayette payi olmak, aan
hakki olmak, het hebben om... meye hakki olmak, hebben op iets bir
haklı çıkmak gelijk hebben
haklı ol- ) gelijk hebben, het bij het rechte eind hebben
haklı olmak 1 gelijk hebben, 2 (belli bir konuda gelijk hebben in
haksız çıkmak 1 ongelijk hebben, 2 (belli bir konuda ongelijk hebben in
haksız olmak ongelijk hebben
halden anlamak vol begrip zijn, begrip hebben voor iemands problemen
halsstarrig worden, 2 (aksiliği tut de bokkenpruik ophebben, een slecht
hamamcı olmak een natte droom hebben
handen hebben, niets te doen hebben, met de armen over elkaar zitten
hararet basmak / dorst hebben/ krijgen
haşır neşir olmak / ergens druk mee bezig zijn, het druk hebben met
hasret çekmek heimwee hebben
hasretli heimwee hebbend, verlangend
hastalık ziekte overwinnen, 3 (geride bırak achter de rug hebben, 4
hastanelik medische verzorging hebbend
hataya düşmek zich vergissen, het mis hebben
hatırını saymak / n/ iemand achten, respect hebben voor iemand
havadarlık het lekker fris zijn, veel frisse lucht hebbend, een lekker
havale gelmek / een epileptische aanval krijgen/ hebben
hayır etmemek 1 / (yararı olma niet helpen, geen nut hebben, geen
hayvanin boğazini kesmek, een droge hebben boğazi kurumak, het hangt mij
haz duymak /- den/ ergens plezier in hebben, ergens behagen in scheppen
hazinesi, het alleen hebben bütün yetkiler elinde olmak, at oynatmak
Hebben Olmak,Sahip Olmak,Malik,Almak,,Hebben
hebben boğazi
hebben a birine acimak, b) (onenigheid) biriyle anlaşmazliği olmak,
hebben a birini cebinden çikarmak, b) (door en door kennen) birini çok iyi
hebben aan (in) een fabriek fabrikada hissesi olmak, fabrikanin
hebben ağir basmak
hebben als een kurt gibi acikmak, het oog van de meester maakt het vet
hebben amaçlamak, hedeflemek,
hebben baş ağrisi olmak, ik heb in mijn keel boğazimda ağri var, boğazim
hebben bir şeydel (birinden) hoşlanmamak, het krijgen kizmak, in het der
hebben bir şeyden acayip nefret etmek
hebben bir şeyden anlamak, daar heb ik geen van ondan anlamam, ona hiç
hebben bir şeye istekli olmak, bir şeye çok ilgi göstermek, bir şeye kulak
hebben bir şeye zaafi olmak,
hebben bir şeyi bilmek, met knikkende ën korkarak, çekinerek, dizleri
hebben bir şeyi geride birakmak, atlatmiş/yapmiş olmak, de vijftig achter de
hebben bir şeyi önceden sezmek, burnu koku almak, een frisse halen dişari
hebben birçok iyi özelliği olmak
hebben birine maskaralik yapmak, pen maken şaka yapmak, iets voor (uit) de
hebben birini (bir şeyi) hedeflemek, birine/bir şeye garazi olmak, hij heeft
hebben birini göz önünde bulundurmak, iets in de en krijgen bir şeyin
hebben biriyle aşk ilişkisi olmak,
hebben burnundan kil aldirmamak, buluttan nem kapmak, çok çabuk alinmak/
hebben değeri az olmak
hebben eli dar olmak, (v, tijd) epey, uzunca, een geruime tijd epey bir
hebben evde içkisi olmak, içki bulundurmak
hebben gezien gördükten sonra
hebben gisteren heel wat afgepraat dün çok konulari konuştuk,
hebben hali vakti yerinde olmak, het altijd weten bilgiç olmak,
hebben hoş bir konuşma tarzina sahip olmak, 3 (het spreken) konuşma,
HEBBEN I f, g, (had, h, gehad) 1 var, (ontkenning) yok, hij heeft veel
hebben içinde (söyleyecek) bir şeyi olmak, iets niet over zijn kunnen
hebben is alleen nog geld.
hebben işleri yaver gitmek, işi tikirinda gitmek, 2 (scheet) osuruk, yel,
hebben işsiz olmak, işi olmamak, geven iş vermek, hebben işi olmak, işte
hebben istasyona gitmek için üç numarali otobüse bin, 2 (haal) çizgi, 3 (v,
hebben je gezien, 2 ( - bey) mijnheer Dinges, 3 (falan en zo voort, en
hebben je gezien, 2 ( - bey) mijnheer Dinges, 3 (falan filan) en zo voort,
hebben karar yetkisi olmak, yetkisi/etkisi olmak, de op de wonde plek
hebben keskin gözleri olmak, iyi görmek, de ogen sluiten ölmek, hayata
hebben korkacak bir şeyi olmamak, het gevaar tehlikeden korkmak, II gs,
hebben korkak/ yüreksiz/tabansiz olmak, cesaretsiz olmak, van zijn geen
hebben met iemand, geroerd zijn, getroffen zijn
hebben met, 31 / (maaş -, kazanmak, geld) verdienen, krijgen, 32 (caze
hebben om ... bir şeye uyanik ve tez tepki göstermek, 2 duygu, his, ruh,
hebben onu hediye olarak bile kabul etmem
hebben onu hediye olarak bile kabul etmem
hebben op manzarasini görmek, ons raam kijkt op het park uit penceremiz
hebben sesi kalinlaşmak, 2 (v, sleutel) dil, uç,
hebben üşümek, iemand maken birinin defterini dürmek, birini temizlemek,
hebben uykusu olmak, in vallen uykuya dalmak
hebben van dan/den çok olmak, nin içinde yüzmek, ten e üstelik, üstüne
hebben vatan hasreti çekmek, gurbet çekmek,
hebben voor, interesse tonen voor, 2 (yakınlık duymak) aandacht
hebben yapmiş olmali, je moet nu gaan anders benje te laat şimdi gitmen
hebben Zevk sahibi biridir, Hij heeft een goede smaak.
hebben zie/bkz baard, iemand (een dier) de afsnijden birinin (bir
hebben, (hali vakti yerinde ol goed bemiddeld zijn, geen geldprobleem
hebben, (konuşmaya firsat bulama niet aan het woord komen
hebben, (modası geç ouderwets zijn, uit de mode zijn, niet meer
hebben, bir kimsenin, van persoon) de baas zijn, onder de duim hebben
hebben, bu işin altı yaş er schuilt een addertje onder het gras.
hebben, buitenkansje hebben
hebben, de krenten in de pap hebben
hebben, erg dorstig zijn, een kurkdroge mond hebben
hebben, erg kwaad zijn, woest/woedend zijn
hebben, erg kwaad zijn, woest/woedend zijn, 2 (deli) door de duivel bezeten
hebben, ergens druk mee bezig zijn, 2 wanneer, (geçmiş zamanla)
hebben, ergens naar hunkeren
hebben, geen maat kunnen houden
hebben, genegen zijn
hebben, gezien het feit dat de straten nat zijn. 5 wat Eğer onu yapsa, ki
hebben, het ergens niet over willen spreken
hebben, hulpeloos zijn
hebben, iets beu zijn, balen van, tabak hebben van iets, iets zat zijn
hebben, ilaçtan bir şey anlamadım, Ik heb geen nut van dit medicijn gehad. 6
hebben, in een slechte bui zijn, slechte zin hebben
hebben, invloedrijk zijn
hebben, kolum acıyor ik heb pijn in mijn arm, 3 / (üzülmek) beklagen,
hebben, moet eerst de noot kraken. Gebraden duiven vliegen niemand
hebben, niet hoeven
hebben, 't niet klaar spelen, 2 (zor geçin de eindjes niet aan elkaar
hebben, tot over zijn oren in de schulden zitten
hebben, uitverkocht zijn
hebben, voorspoedig verlopen
hebben, yapmak vb.) veel moeite kosten, titanenwerk verrichten
hebben, zich voelen als een vis in het water
hebben, zijn schaapjes op het droge hebben.
hebben/krijgen gülme vidalari gevşemek, makaralari koyvermek, goed in de pe
heel erg çok, aşiri, een e honger hebben kurt gibi acikmak, een e
heimwee hebben naar
her biri başka hava çalmak (in een groep) eigen mening hebben, het helemaal
her boyaya girip çıkmak een paar baantjes geprobeerd hebben, overal aan
het hebben konuşma sirasi olmak, ik heb er geen in te zeggen
het hebben önemli olmamak, önemsiz olmak, aan mijn geen polonaise!
het hebben yoğun işi olmak, ik heb het met ...ile meşgulum,
het in de handen hebben (gerilimden) elleri terlemek, zich in het werken
het erg koud hebben, b) (şaşırmak) van de kaart zijn, versteld staan
het erg warm hebben, het benauwd hebben, 9 / (su, sel overstromen,
het koud hebbenüsümek
het niet hebben gezien onu görmemiş olacak, hij beloofde te komen
het oog hebben
het zeer druk hebben
HEUP ( en) anat, kalça, het op de heupen hebben a) tersliği üstünde
hiç fena değil, 2 (onjuist) fena, hatali, het hebben yanilmak,
hiç yabanci değil, betere dagen gekend hebben gün görmüş olmak, zich laten
hiçbir şey onu etkilemez, geen op iemand hebben birine söz geçirememek,
hıçkırık tutmak / de hik hebben, hikken
hıçkırmak de hik hebben, hikken
hij zal ziek zijn hasta olmali, 3 (belofte) je zult het morgen hebben yarin
hırsına hakim olmak zichzelf in de hand hebben, zich beheersen, zijn woede
hırsız olmak een dief zijn, (eli uzun ol lange vingers hebben
hissetmek, yalnizliktan patlamak, de muren hebben oren yerin kulaği var
hoe is uw ? adiniz ne? het mag geen hebben adini anmaya değmez, een goede
HOEVEELSTE si, sa kaçinci, kaçi de van de maand hebben wij? ayin
HONDENEUS (...neuzen) köpek burnu, fig/mec een hebben burnu keskin
HONGER 1 açlik, hebben als een paard kurt gibi aç olmak, van
hoof erg berouw hebben, ontzettend spijt hebben, diep betreuren
HOOGTEVREES yükseklik korkusu, last hebben van yükseklik korkusu
houden dişini sikmak, direnmek, iets achter de kiezen hebben yeni yemek,
houden van, het land aan iets/iemand hebben
houden, halsstarrig worden, 2 (aksileşmek) de bokkenpruik op hebben, een
houden, ilişkide bulunmak omgang hebben, verkering hebben, tartışmada
houten kop hebben, een spijker in zijn kop hebben
huid hebben, onbeschaamd zijn
huis hebben, een veelgevraagd beroep hebben, ergens goed in zijn, 2
huis şahane bir ev, een natte hebben düşazmak, sigorta atmak,
humeur hebben, in een slechte bui zijn
hummalı koorts hebbend
Ilgililer belanghebbenden,Ilgililer
ilişkisi ol- ) verkering hebben
Ishal Diarree Hebben,diarre,Ishal
Kim bir kimsenin arkasından onda bulunan bir şeyi söylerse gıybet etmiş olur Als iemand praat iets achter de rug van iemand die ze al hebben, dat iemand sets geruchten boven water (tot roddels)
korkmak het hart in de keel hebben, zich een hoedje schrikken,
korkmak het hart in de keel hebben, zich een hoedje schrikken,
laf saklamamak loslippig zijn, los in de mond zijn, een losse tong hebben
Last Van Hebben Aci Cekmek,Last Van Hebben
Latife Latif Gerek Een Grap Moet Z N Grenzen Hebben,Latife Latif Gerek
Lezzet Almak Plezier Hebben,Lezzet Almak
Liefhebben Sevmek,Liefhebben
Lisansli doctorandus(di ),Uitvoervergunning Hebbend,Lisansli
lust istek, heves, merak, egilim, ergens in hebben bir şeye istekli
Malik Bezittend,Eigenaar,Hebben,Malik
Mercimegi Firina Vermek Een Flirt Met Elkaar Hebben,Mercimegi Firina Vermek
meşgul ol- ) het druk hebben, 3 (yapacak işi ol veel/moeilijk
Muhtac Behoevend,Nodig Hebbend,Armoedig,Afhankelijk,,Muhtac
müsaadesi ol- ) toestemming hebben, vergunning hebben
Niets Te Eten Hebben Ac Susuz Kalmak,Niets Te Eten Hebben
Nodig Hebben Gerekmek,Nodig Hebben
nodig hebben gereksinim/ihtiyaç duymak, gereksinimi/ihtiyaci olmak, ik mis
overgeven kusmak, çikarmak, b) (afkeer hebben) bir şeyden tiksinmek, bir
paraca - ) krap zitten, geldgebrek hebben
ploeg vardiya, nacht hebben gece nöbeti olmak, gece vardiyasi
Sahip Bezitten,Hebben,Sahip
sahip ol- ) hebben, dragen, adı olmak een goede naam hebben, een goede
şaka vb. grap enz.) velen, verdragen, uithouden, kunnen hebben, 5 (masa, v.
suçsuz yere) zonder iets verkeerds gedaan te hebben
unutmamış ol- ) niet vergeten hebben
Üstleri ona görev vermedi, Zijn meerderen hebben hem geen
üşümek bevriezen, het erg koud hebben
v, God kadir olmak, yapabilmek, edebilmek, 2 (invloed hebben) etkisi
v, vogel boyun, boğaz, 3 een stuk in zijn hebben sarhoş olmak, zurna
Var Hebben,Aanwezig,Bestaan,Var
voordeel, nadeel hebben/ondervinden, 37 / (geçici bir yere git
yiyecek genoeg wintervoorraad hebben
yiyecek vb. lusten, graag hebben
ziekte şeker hastaliği hebben şekeri olmak, şeker hastaliği olmak

Ana Sayfaya Dön