aandoenlijk worden, |
ontroerend worden |
aangekleed worden, |
verfraaid worden |
aangekondig |
(moda vb.) worden |
aangelegd krijgen, |
8 (etrafı -, stad vb.) omsingeld worden, |
aangepakt worden, |
vastgegrepen worden |
aangesloten worden, |
3 (yakınlık duymak) toegewijd zijn aan, 4 (üstlenmek, |
aankleden, |
(ev vb.) gedecoreerd worden, versierd worden, opgesmukt |
abanoz kesilmek |
1 hard worden, 2 (rengini at verkleuren, zijn kleur |
abartılmak overdreven |
worden |
abideleşmek |
een monument krijgen, 2 mec./fig. vereeuwigd worden |
acayip olmak |
1 (tuhaf olmak) vreemd worden, 2 (garip hisset zich vreemd |
acayipleşmek vreemd |
worden, raar worden, eigenaardig/zonderling worden |
açığa çıkmak |
1 aan het licht komen, algemeen bekend worden, zich openbaren, |
açıklanmak verklaard |
worden, aangekondigd worden, uiteengezet worden, |
acılanmak |
bitter worden, (yağ vb. bozulmuş) ranzig worden, 2 mec./fig. / |
acılaşmak |
bitter worden, (bozulmak) ranzig worden, 2 mec./fig. |
acımak |
(acılaşmak) bitter/pittig/pikant worden, 2 (ağrı ver pijn |
Ad Almak |
Een Naam Krijgen,Gedoopt Worden ,Ad Almak |
ad almak |
een naam krijgen, gedoopt worden |
adam içine |
karışmak een belangrijk persoon worden, een persoon van aanzien |
adam olmak |
1 (büyümek) groot worden, 2 (yararh olmak) zich ontwikkelen en |
adam sırasına |
geçmek een persoon van aanzien worden, een belangrijk iemand |
adam, * |
de groten yetişkinler, büyükler, de kinderen worden çocuklar |
adama dönmek |
(zich) netjes aankleden, (d.m.v. kieding) presentabel worden, |
adanmak |
1 (Adına sun gewijd worden, opdragen aan, 2 (kurban vb.) |
addedilmek beschouwd |
worden als, gehouden worden voor |
addolunmak beschouwd |
worden als, gehouden worden voor |
ader verkalken, |
5 (tartışma, v. discussie) feller worden, heftiger |
adı batmak |
/ n/ in vergetelheid geraken, vergeten worden, een slechte |
adı duyulmak |
/ n/ bekend/beroemd worden |
adileşmek |
(Adı olmak) gemeen worden, ordinair worden, zich verlagen, 2 |
adlanmak |
heten, genoemd worden, 2 (adı çıkmak) een slechte reputatie |
affedilmek |
vergeven worden, 2 (para cezası) kwijtgescholden worden |
affolunmak |
vergeven worden, 2 (para cezası) kwijtgescholden worden |
afgemat worden, |
uitgeput worden |
afgenomen, |
2 (yükseltilmek) (op)gehesen worden, bovengebracht worden, 3 /- |
afgescheept worden, |
3 (işten) ontslag gegeven worden, gewipt worden |
afgeschoven worden |
op, 6 dünyası yıkılmak zich diep ongelukkig |
afstuderen, opgeleid |
worden, opleiding krijgen, 8 / (yanına git |
afyonu başına |
vurmak / n/ woest/erg boos worden, zich kwaad maken, uit |
afzwaaien, ontslagen |
worden |
ağaçlanmak beplant |
worden, bebost worden |
ağarmak |
(çamaşır, was) bleek worden, bleken, 2 (solmak) verbleken, |
ağartmadım, ik |
ben niet voor niets oud geworden/ ik heb de ervaring van |
ağdalanmak indikken, |
dikker worden (van stroop) |
ağdalaşmak indikken, |
dikker worden (van stroop) |
ağdalaştırmak |
laten indikken, dikker laten worden (van stroop) |
ağırlanmak onthaald |
worden |
ağırlaşmak |
zwaar worden, 2 (tembelleşmek) lui worden, langzamer worden, |
ağızdan ağıza |
dolaşmak van mond tot mond gaan, overal rondverteld worden |
ağızdan ağıza |
yayılmak van mond tot mond gaan, overal rondverteld worden |
ağza düşmek |
over de tong gaan, het onderwerp van roddel worden |
ahbab olmak |
/ goede vrienden worden, bevriend raken |
ahbap çavuş |
olmak maatjes zijn/worden, bevriend zijn/worden |
ahı çıkmak |
/ n/ vervloekt zijn/worden |
ahını çekmek |
/ n/ boeten voor, vervloekt zijn/worden |
ak düşmek |
/ (saç, haar) grijs worden |
ak sakaldan |
yok sakala düşmek (van mensen) oud worden |
akılda |
rijp worden, zich ontwikkelen |
akıllan- |
door schade en schande wijs worden |
akıntıya kapılmak |
1 (Akıntıyla git de stroming meegesleurd worden, 2 |
aklanmak vrijgesproken |
worden, dechargeerd worden |
aklı çıkmak |
/ n/ vreselijk bang worden dat iets zal mislukken |
aklı oynamak |
/ n/ 1 (deli olmak) gek/krankzinnig worden, 2 (şaşırmak) |
aklını oynatmak |
zijn verstand verliezen, gek worden, uit zijn dak gaan |
akşam olmak |
avond worden |
aksilenmek knorrig |
worden |
aksiliği tutmak |
/ n/ 1 (inatlaşmak) koppig worden, zijn poot stijf |
aktarılmak |
/ (tercüme edil vertaald worden, 2 (kitaptan alıntı |
alacalanmak bont |
worden, kleurrijk worden |
alan talan |
olmak 1 in de soep raken, in de knoei raken, verknoeid worden, 2 |
alazlanmak verschroeid |
worden |
alçalmak |
neerdalen, omlaag gaan, zakken, lager worden, 2 mec/fig zich |
aldanmak |
(oyuna gel bedrogen worden, misleid worden, gedupeerd worden, |
aldatılmak bedrogen |
worden, de dupe worden |
aldatılmak beetgenomen |
worden, bedrogen worden, bedot worden, |
aldatılmak opgelicht |
worden, bedrogen worden |
alem olmak |
(van mensen) grappig worden |
algılanmak waargenomen |
worden, gemerkt worden |
alıkonmak |
/- den/ aangehouden worden, belemmerd worden, (durdurulmak) |
alıkonulmak |
/- den/ aangehouden worden, belemmerd worden, (durdurulmak) |
alın- |
binnengelaten worden, 3 (mal binnengesmokkeld worden, 4 |
alınmak |
(satın gekocht worden, 2 / (incinmek) zich iets |
alıyor, 's |
morgens worden wij opgehaald door de servicewagen. |
Als de |
ene hand de andere wast, worden ze allebei schoon. bir eli yağda bir |
alt olmak |
1 (yenilmek) verslagen worden, overwonnen worden, het onderspit |
altına alın- |
) onderdrukt worden, (his vb.) beteugeld worden, ingehouden |
altında yatmak |
/ n/ voortkomen uit, voortvloeien uit, veroorzaakt worden |
altüst olmak |
1 (karmakarışık ol) rommelig worden/zijn, door elkaar liggen, |
ameliyat olmak |
een operatie ondergaan, geopereerd worden, estetik ameliyat |
anaçlaşmak rijpheid |
bereiken, volwassen worden, de leeftijd bereiken om |
angstig worden, |
bang worden |
anılmak |
herinnerd worden, 2 (yıldönümünde vb.) herdacht worden |
anıtlaşmak |
een monument krijgen, 2 mec/fig vereeuwigd worden |
anlaşılmak blijken, |
(ortaya çık duidelijk worden, aan het licht komen |
anlaşmaya varmak |
/ overeenkomen met, het eens worden met |
anormalleşmek abnormaal |
worden, (anormal dav zich abnormaal gedragen |
aptallaşmak dom |
worden, zich dom gedragen |
araçh sağ- |
) geoutilleerd worden, uitgerust worden, van het nodige materiaal |
aralanmak |
(Arası genişle wijder worden (van een opening), 2 (gitmek) |
aralarında sayılmak |
beschouwd worden als, gehouden worden voor, geteld |
aranılmak |
gezocht worden, 2 (revaç bulmak) in trek zijn, in de mode zijn, |
aranmak |
(polis tafafından) gezocht worden, 2 (çok satıl-, artikel) in |
arap saçına |
dönmek zeer ingewikkeld worden, zeer gecompliceerd worden |
arılaşmak puur |
worden, zuiver worden, klaren |
arınmak zich |
reinigen, schoon worden, (petrol vb.) zuiver worden, |
arkadaş olmak |
/ vrienden worden, bevriend raken |
arkası yere |
gelmemek / n/ (sırtı yere gelmemek) niet verslagen worden, |
arsızlanmak zich |
schaamteloos gedragen, vrijpostig worden |
arsızlaşmak schaamteloos |
worden, vrijpostig worden |
artırılmak |
(çoğaltılmak) vermeerderd worden, toenemen, verhoogd worden, 2 |
asabileşmek nerveus |
worden, zenuwachtig worden |
aşı olmak |
een vaccinatie krijgen, een inenting krijgen, ingeënt worden |
Asik oldum |
Ik ben verliefd geworden |
Asik Olmak |
Verliefd Worden,Asik Olmak |
aşık olmak |
/ verliefd zijn/worden |
Asıl Sabır musibetin ilk geldiği eneen yapılmalıdır. |
De echte geduld moet worden gedaan wanneer het allereerste moment van lastige |
Asilanmak |
Gevaccineerd Worden,Asilanmak |
aşılanmak ingeënt |
worden, inenting krijgen, gevaccineerd worden |
asilik etmek |
opstandig worden, zich ongehoorzaam gedragen |
asilik yapmak |
opstandig worden, zich ongehoorzaam gedragen |
asılmak |
(idam edil opgehangen worden, terechtgesteld worden, |
aşırılmak kd/spreekt |
gejat worden, gestolen worden |
askerileşmek gemilitariseerd |
worden |
aslan kesilmek |
dapper en sterk worden |
aşmak, met |
geschenken overstelpt worden hediyeye boğulmak, met vragen |
atanmak |
benoemd worden, aangesteld worden |
ateş saçmak |
woest worden, zeer boos worden |
ateşi başına |
vurmak / n/ erg boos worden, woest worden |
atılmak |
(weg)gegooid worden, 2 (silah, pistool) afgevuurd worden, 3 / - |
atlanılmak |
oversprongen worden, 2 (sözcük) wegvallen |
atlanmak |
(görülmemek) over het hoofd gezien worden, niet zien, overslaan, |
atlatılmak |
(tehlike) vermeden worden, ontweken worden, 2 (insan) (met |
avare kalmak |
werkloos worden, zijn baan verliezen |
avareleşmek doelloos |
(rond)zwervend worden, niet werken, niets doen, |
avrupalılaşmak Europees |
worden |
avurdu avurduna |
geçmek / n/ zeer mager worden, vel over been zijn, sterk |
avurtları çökmek |
/ n/ zeer mager worden, broodmager worden, slechts vel |
avutulmak |
getroost worden (door iemand), 2 (oynatılmak) beziggehouden |
ayağa gelmek |
(argo/plat) geil worden, een stijve krijgen |
ayağı dolaşmak |
mec/fig zenuwachtig worden |
ayazlamak ijskoud |
worden, bevriezen |
aydınlatılmak |
(sokak vb.) verlicht worden, 2 (kişi) geinformeerd worden, |
ayıkmak bij |
bewustzijn komen, bijkomen, tot zichzelf komen, nuchter worden |
ayılmak |
bijkomen (na flauwvallen), 2 (içkiden) nuchter worden |
ayıplanmak afgekeurd |
worden (voor zijn gedrag), veroordeeld worden |
aymak - |
ar weer bijkomen, tot bewustzijn komen, nuchter worden |
aynı tutulmak |
/ gelijk gesteld worden met |
ayranı kabarmak |
/ n/ 1 woest worden, 2 mec/fig (cinsel uyan geil |
ayrı düşmek |
van elkaar gescheiden worden |
ayrımlanmak verschillen |
(van elkaar), verschillend worden |
ayrışmak kim/scheik |
afgebroken worden |
ayyuka çıkmak |
overal bekend zijn, overal besproken worden, overal onderwerp |
azalmak |
minder worden, afnemen, dalen, verminderen, (acı) minderen, 2 |
azarlamak berispt |
worden (alacak için) aangemaand worden, 4 |
azarlanmak berispt |
worden, uitgefoeterd worden |
azarlanmak een |
veeg uit de pan krijgen, berispt worden, 2 (şaşırmak) |
azgınlaşmak |
(yabanileşmek) wild worden, 2 (seksi, v. mensen) geil worden, |
azışmak |
intensiveren, 2 (kavga, ruzie enz.) feller worden |
azmak - |
ar 1 (vahşileşmek) wild worden 2 (ileri gitmek) te ver gaan, 3 |
babalanmak woest |
worden, zeer boos worden |
bacası tütmez |
olmak / n/ achtergelaten worden (door de dood van man |
bağımsızlaşmak |
op zijn eigen benen staan, vrij worden, 2 (land) |
bagişik tutmak, |
van de militaire dienst vrijgesteld worden askeri hizmetten |
bağışlanmak |
vergeven worden, gratie verleend worden, 2 (geld, para) |
bağlanmak |
1 (bağlanılmak) vastgebonden worden, 2 (eklenmek) |
bakılmak |
1 (bakımı yapıl onderhouden worden, 2 (hasta vb.) |
ballanmak |
(olgunlaşmak, v. fruit) rijpen en sappig worden, 2 (sohbet vb.) |
balmumu gibi |
erimek sterk vermageren, zeer mager worden |
barbarlaşmak barbaars/wreed |
worden/handelen |
barut kesilmek |
zeer boos worden, in hevige woede ontsteken, driftig worden |
barut olmak |
zeer boos worden, in hevige woede ontsteken, driftig worden |
başarılmak met |
succes doorlopen, met succes volbracht worden |
başı altından |
çıkmak / n/ veroorzaakt worden door, bedacht worden door, |
başı boş |
kalmak 1 vrijgelaten zijn, 2 (korunmamak) niet bewaakt worden |
basılmak |
(üzerine belopen worden, 2 (basımevinde gedrukt worden, |
başına çıkmak |
/ n/ lastig vallen, vervelen, opdringerig worden |
başına geçmek |
/ n/ leider worden van, voorzitter worden van |
başına vurmak |
/ n/ woest/erg boos worden, zich kwaad maken, akıl yaşta |
başının altından |
çıkmak / n/ veroorzaakt worden door |
basitleşmek eenvoudig |
worden |
baskına uğramak |
1 overvallen worden, 2 ask./mil. aangevallen worden |
başlanılmak gestart/begonnen |
worden, beginnen |
baştan aşmak |
overstelpt worden, te veel zijn (voor iemand), overmand |
baştan çıkmak |
1 (çocuk) ongehoorzaam worden, 2 mec./fıg. (yoldan çıkmak) |
bastırılmak |
(kitap vb.) gedrukt worden, uitgegeven worden, 2 (baskı |
bayağılaşmak vulgair |
worden |
bayatlamak |
(meyva vb.) bederven, 2 (yoğurt, süt) zuur worden, 3 (şarap |
baygınlaşmak |
(baygınlık geçir flauwvallen, bijna bewusteloos worden, 2 |
bedduasıru almak |
/ n/ vervloekt worden door |
bedrogen worden, |
geloven aan een leugen enz., er in trappen, er in |
beginnen te |
vechten, (ortam) opgeladen worden, de spanning toenemen, 3 |
behandeld worden |
o belgelere bakilmasi gerekli, 4 (zieke) bakmak, |
bekend worden |
resmen yayimlanmak, çikmak, bildirilmek, 5 van |
bekend worden, |
openbaar worden |
bekle- |
blijven liggen, niet verkocht worden, in voorraad liggen, |
beklenmek |
opgewacht worden, 2 (umulmak) verwacht worden |
bekritiseren, |
(post elden git vermoord worden, omgebracht |
belangrijk iemand |
worden, 4 (oturak) zitbank d. bank d. fauteuil d. |
belermek ogen |
groot worden |
belgelenmek gedocumenteerd |
worden, bewezen worden, voorzien worden van, |
belirginleşmek duidelijk |
worden, zichtbaar worden |
belirlenmek definitief |
worden, vastgesteld worden, bepaald worden |
belirmek |
(görünür ol zichtbaar worden, te voorschijn komen, 2 (fıkir, |
belirsizleşmek vaag |
worden, vervagen |
belirtilmek |
gedefinieerd worden, vastgesteld worden, 2 (anılmak) genoemd |
belli olmak |
duidelijk worden, blijken te zijn, blijken |
belooft mooi |
weer te worden havada iyi olma umudu var, 3 |
bemerken, opmerken, |
gewaarworden, ontwaren, bevinden, 3 / (görüp geçir- |
beminnelijk gevonden |
worden |
ben |
yorgunum, worden yorulmak |
ben hier |
al buraya aliştim, met iemand worden (zijn) biri ile |
ben vorige |
week 30 geworden geçen hafta otuzuna bastim, oud yaşlanmak, |
bencilleşmek egoïstisch |
worden |
benimsenmek geaccepteerd |
worden, aanvaardbaar zijn, aannemelijk zijn, |
benoemd worden, |
aangesteld worden |
benzetilmek |
1 (kıyaslanmak) vergeleken worden met, 2 (insan, van |
benzi ağarmak |
/ n/ bleek worden, van kleur verschieten |
benzi atmak |
/ n/ ineens bleek worden, van kleur verschieten |
benzi bozulmak |
/ n/ ineens bleek worden, van kleur verschieten |
benzi geçmek |
/ n/ doodsbleek/lijkbleek worden, krijtwit/lijkbleek |
benzi kül |
gibi olmak / n/ doodsbleek worden, (van gezicht) er slecht |
benzi sararmak |
/ n/ doodsbleek /lijkbleek worden, krijtwit/lijkbleek |
benzi solmak |
/ n/ doodsbleek /lijkbleek worden, krijtwit/lijkbleek |
benzi uçmak |
/ n/ doodsbleek /lijkbleek worden, krijtwit/lijkbleek |
beraat etmek |
vrijgesproken worden |
berbatlaşmak slechter |
worden, verslechteren |
bereket - |
ti 1 vruchtbaarheid d. ber bereket kalmamak schaars worden, niet |
beroofd |
worden |
berraklaşmak helder |
worden, klaren, ophelderen, verhelderen |
beş paralık |
olmak zijn goede naam verliezen, te schande gebracht worden |
beslenilmek gevoed |
worden (met voedzaam eten) |
beslenmek |
gevoed worden, 2 (kendine bak zichzelf goed voeden |
bet bereket |
kalmamak /- de/ schaars worden, niet meer overvloedig aanwezig |
BETER I |
s, daha iyi, daha kaliteli, diğerine yeğ, worden |
beter worden, |
niet meer bedlegerig zijn, 11 (kalkışmak) (gitmeye/yapmaya |
beti benzi |
atmak doodsbleek/lijkbleek worden, krijtwit/lijkbleek worden, |
beti benzi |
solmak doodsbleek/lijkbleek worden, krijtwit/lijkbleek worden, |
betrokken raken, |
2 (düzeni bozul rommelig worden, in de war raken, door |
bevat worden, |
2 (elle tutulmak) gegrepen worden, aangegrepen worden, |
BEWAARHEID |
worden gerçekleşmek, doğrulanmak, |
bewerkt worden, |
geadapteerd worden, aangepast worden |
beyazlanmak wit |
worden |
beyazlaştirmak, |
worden beyazlaşmak, beyaz olmak, rengini atip açmak, |
beyazlatılmak gewit |
worden, laten bleken |
beyin - |
yni hersenen d. brein kan beynine sıçramak witheet worden, heel |
beyni sulanmak |
seniel worden, geestelijk uitgeput zijn, dement worden |
bıçak altına |
yatmak geopereerd worden, onder het mes komen |
bıçak kemiğe |
dayanmak onverdraagbaar worden, onverdraaglijk worden |
bıçaklanmak gestoken |
worden met een mes |
biçimlenmek vormgegeven |
worden, een vorm aannemen |
biçimsizlenmek misvormd |
worden, vorm(e)loos worden, lelijk worden, mismaakt |
biçimsizleşmek misvormd |
worden, vorm(e)loos worden, lelijk worden, mismaakt |
bieden, ongehoorzaam/koppig |
worden, tegendraads worden, 2 (v. penis) stijf |
bij-/afgesteld worden |
4 (ara vb.) goedmaken, 5 (tashih edil herzien |
BIJKOMEN |
gs, (kwam bij, is bijgekomen) 1 (beter worden) |
bijkomen, |
(rüzgâr vb. wind, het weer) rustiger worden, afnemen |
bijkomen, |
(rüzgâr vb. wind, het weer) rustiger worden, afnemen |
bildirilmek meegedeeld |
worden, aangekondigd worden, bekendgemaakt worden, |
bilinçlendirilmek bewust |
gemaakt worden, kennis bij brengen |
bilinçlenme het |
bewust worden |
bilinçlenmek bewust |
worden |
bilinen, taninan, |
worden bilinmek, iemand iets maken bir şeyi birine |
binmek |
bestegen worden, beklommen worden |
bir bütün |
olmak een zijn/worden, verenigd zijn, zich verenigen |
bir şey |
sanmak teleurgesteld worden (door misrekening enz.) |
bir yastıkta |
kocamak / als getrouwden samenleven, samen oud worden |
bireyleşmek geïndividualiseerd |
worden |
birincilik almak |
eerste worden, kampioen worden |
bitirilmek afgemaakt |
worden, klaargemaakt worden, 4 (gruptan |
bitirilmek afgemaakt |
worden, voltooid worden |
bitmek |
klaargemaakt worden |
bleek worden, |
4 (kaybolmak) verdwijnen |
blijven, schuilgaan, |
3 (muhafaza edil bewaard worden, 4 (stok |
bliksem getroffen |
worden, paf staan |
boğazlanmak gewurgd |
worden, (kesilmek) afgeslacht worden |
boğuklaşmak hees |
worden (van stem) |
boku çıkmak |
/ n/ k/vulg. ongenietbaar worden (van zaken), smakeloos |
bollanmak wijder/losser |
worden |
bollaşmak wijder/losser |
worden |
bölünmek |
gedeeld worden, verdeeld worden, 2 (yol vb.) splitsen, splijten |
bombalanmak gebombardeerd |
worden |
bönleşmek versteld |
staan van, sprakeloos staan van verbazing, dom worden |
BOOS |
z, (bozer, t) 1 öfkeli, kizgin, gücenik, worden kizmak, |
boos worden, |
woest worden, razen |
boos worden, |
woest worden. |
borçlanılmak schuld |
maken/gemaakt worden, in de schuld steken |
boşaltılmak |
leeg gemaakt worden, 2 (mal, v. goederen) afgelost worden |
boy atmak |
1 (insan) groeien, groter worden, 2 (bitki) groeien, |
boy bos |
atmak groeien, groter worden |
boyalanmak |
bevlekt worden met kleur, 2 (lekelenmek) bevlekt worden |
boyanmak |
(ev vb. huis enz.) geschilderd worden, 2 (makyaj yap opmaken, |
boylanmak van |
gestalte) langer worden |
bozarmak vergrijzen, |
grijzer worden |
bozlaşmak vergrijzen, |
grijzer worden |
bozulmak, smakeloos |
worden) tatsizlaşmak, de vriendschap vewaterde |
breken, |
(karma karışık ol door elkaar raken, rommelig worden, 8 |
bronzlaşmak bruin |
worden |
bruid met |
henna ingesmeerd worden |
BRUIN I |
s, z, kahverengi, esmer, worden esmerleşmek, dat wordt me |
Bu ümmetten ilk önce kaldırılacak olan haya ve emanettir. |
De eerste dingen die zullen worden verwijderd onder de Ummah (opvolger van de profeet Mohammed vrede zij met hem) zijn de verlegenheid en het vertrouwen (escrow) |
budalalaşmak onnozel |
worden, dwaas worden |
büklümlenmek kronkelen, |
kronkelig worden, krommen |
bükülmek buigen, |
gebogen worden, kromtrekken |
bulanmak |
(midesi misselijk 2 (su, water) troebel worden, vertroebelen |
bulaşmak |
(pis ol vuil/smerig worden, bezoedeld worden, 2 (hastalık, |
bulaştırılmak |
(hastalık) overdragen worden, besmet worden, verspreid |
bulmak de |
schuld geven aan, beschuldigen, şifa bulmak beter worden door, |
bulunmak |
gevonden worden, 2 /- de/ (bir yerde) zich bevinden, zijn, 3 |
burnu kanamadan |
heelhuids, zonder verwond te worden, zonder kleerscheuren |
burnu koku |
almak / n/ een fijne neus hebben voor iets, gewaarworden wat |
burnundan solumak |
mec./fıg. bleek om de neus worden, razend worden, boos |
bürümek |
n/ mec./fig. blind worden door woede, 2 (aile, kök) familie d. |
bütünleşmek |
opgaan in, een worden met, zich verenigen met |
büyümek |
(büyük ol groot worden, groeien, 2 (gelişmek) ontwikkelen, |
buzlaşmak verijzen, |
tot ijs worden |
büzüşmek |
(deri) rimpeltjes krijgen, rimpelig worden, 2 (büzülüp küçül |
çabuk kızmak |
gauw boos worden, snel op zijn teentjes getrapt zijn, gauw op |
çabuk öfkelenmek |
gauw boos worden, snel op zijn teentjes getrapt zijn, gauw |
çabuk tepesi |
atmak / n/ gauw boos worden, gauw op zijn paard zitten, |
çabuklaşmak |
snel worden, zich haasten, 2 (çabuk yürü jagen, snel |
cadalozlaşmak twistziek |
worden |
cadılaşmak ruzieachtig/ruzielustig |
worden, chagrijnig worden, uit zijn |
çağdaşlaşmak modern |
worden |
çağırlmak |
(adlandırılmak) heten, genoemd worden, 2 / (davet edil |
çaldırılmak |
gestolen laten worden, 2 müz./muz. gespeeld worden |
çalınmak |
(müzik) gespeeld worden, 2 (kapı vb.) aangeklopt worden, (zil) |
çalışılmak onpersoonlijk |
passief) studeren, werken, gestudeerd worden, |
çalıştırılmak v. |
machines enz.) gestart worden |
çamaşır v. |
was) opgehangen worden 3 (uzanmak, v. mensen) languit |
çamurlaşmak modderig |
worden |
canavarlaşmak onmenselijk/meedogenloos |
worden |
canına tak |
demek / n/ onverdraaglijk worden |
canına tak |
etmek / n/ onverdraaglijk worden |
canlılığını yitirmek |
1 slap worden, verslappen, 2 (renk vb.) mat worden, |
çapraşıklaşmak gecompliceerd |
en chaotisch worden, verwarrend worden |
çapraşmak gecompliceerd |
en chaotisch worden, verwarrend worden |
çaprazlaşmak |
(door)kruisen, 2 mec./fig. gecompliceerd en chaotisch worden |
çaptan düşmek |
1 (insan, v. mensen) oud worden, afgetakeld zijn, 2 (modası |
çarçur olmak |
verspild worden, verloren gaan |
çarpılmak |
geslagen worden, (kapı vb.) gesmakt worden, 2 (cine, duivel |
çekil- |
gewaarschuwd worden, vermaand worden, terechtgewezen |
çekilmez ol- |
) onverdraaglijk worden, ondraaglijk/vervelen worde |
çekilmez ol- |
) onverdraaglijk worden, ondraaglijk/vervelen worden |
çekilmez olmak |
onverdraaglijk worden, ondraaglijk/vervelen worden |
çelikleşmek |
tot staal worden, 2 (çelik gibi güçlen zo sterk als staal |
çemrenmek |
opgestroopt worden (van mouwen), 2 zich voorbreiden om te |
cenabet olmak |
onrein worden, een natte droom hebben, ejaculeren |
cesareti kırılmak |
/ n/ de moed verliezen, ontmoedigd worden, versagen |
çetinleşmek moeilijker |
worden, gecompliceerd worden |
çetrefilleşmek ingewikkeld/gecompliceerd |
worden |
çetrefilleştirmek |
verwikkelen, ingewikkeld laten worden |
çevikleşmek flink |
worden |
çevrilmek |
(tercüme edil vertaald worden, 2 (döndürülmek) omgedraaid |
ceza yemek |
/- den/ 1 (para cezası) beboet worden, een boete krijgen, 2 |
cezalandırılmak gestraft |
worden, straf krijgen |
cezalanmak |
gestraft worden, straf krijgen, 2 (mahkum ol veroordeeld |
cezalanmak gestraft |
worden, straf krijgen |
cezasını çek- |
) het kind van de rekening worden, de dupe/pisang zijn |
cezasını çek- |
) het kind van de rekening worden, de dupe/pisang zijn, 3 |
chaotisch worden, |
2 (grup) uiteengaan, uit elkaar gaan, 3 (yaprak vb.) uit |
cıcığı çıkmış |
versleten, afgemat, uitgeput, afgemat/uitgeput laten worden |
ciddileşmek |
serieus/ernstig worden, 2 (durum) ernstig/kritiek worden |
çiftlenmek een |
paar worden |
çiğ çiğ |
yemek / mec./fıg. iemand rauw lusten, woedend worden en iemand |
çiğnenmek |
gekauwd worden, 2 (araba tarafından) aangereden worden, 3 (yasa |
çıkarılmak |
(elbise vb.) uitgedaan worden, uittrokken worden, (şapka vb. - |
çıkartılmak |
uitgetrokken worden, 2 (atılmak) weggestuurd worden, |
çikmak, |
(hoger worden) artmak, çikmak, yükselmek, tirmanmak, çoğalmak, de |
çıldırmak |
(deli ol gek worden, krankzinnig worden, 2 (öfkelenmek) zeer |
çileden çıkmak |
getergd zijn, woest zijn, razend worden |
çılgınlaşmak krankzinnig |
worden, gek/waanzinnig worden, razend/woest worden |
cılızlaşmak |
(zayıflamak) mager worden, vermageren, 2 (güçsüz düş |
cılızlaştırmak |
mager laten worden, 2 (güçsüz düşür afgemat laten |
cılklaşmak v. |
ei) bederven, bedorven worden, rot worden |
çillenmek sproeterig |
worden, gespikkeld worden |
ciltlenmek gebonden |
worden (van boeken) |
cimrileşmek vrekkig |
worden, gierig worden, krenterig worden |
cin tutmak |
door de duivel bezeten zijn, krankzinnig worden, gek worden. |
çingeneleşmek mec./fıg. |
(cimrileşmek) vrekkig worden, gierig worden, op de |
cinnet getirmek |
gek worden, krankzinnig worden, de kolder in de kop hebben |
cinsel seksueel |
geprikkeld worden, 4 (yara, wond) acuut worden, (iltihap |
çiplak gerçek, |
katiksiz gerçek, uitgeschud worden iliklerine kadar |
çıplaklaşmak mec./fig. |
1 (fakirleşmek) verarmen, armer worden, 2 (ağaç vb. |
çirkinleşmek lelijk |
worden |
çirozlaşmak argo/plat |
vermageren, heel zwak worden, verzwakken |
cıvıklanmak |
(çamur gibi ol modderig worden, 2 (arsızlaşmak) vrijpostig |
çivilenmek met |
spijkers vastgemaakt worden, vastgespijkerd worden |
cıvımak |
(çamursu ol modderig/pappig worden, 2 mec./fıg. vervelend |
cıyırtı geluid |
alsof kleren verscheurd worden |
çizilip |
atıl doorgehaald worden, 4 (model vb.) getekend worden, |
çizilmek |
(resim vb.) getekend worden, 2 (çizgilenmek) gelinieerd worden, |
çocuk olmak |
kinderachtig worden, zich kinderachtig gedragen |
çök-, duisterui |
hitte) worden, invallen, karanlık bastı. Het werd donker. |
çölleşmek woestijn |
worden |
cömertleşmek vrijgevig |
worden, royaal worden, genereus worden, gul worden |
controle gehouden |
worden |
çöp gibi |
kalmak vel over been (worden), zo mager als een lat (worden) |
çöp gibi |
olmak vel over been (worden), zo mager als een lat (worden) |
çorba vb. |
opgeschept worden, (çay vb.) ingeschonken worden, 6 (ölü hayvan, |
coşkulanmak enthousiast |
worden, uitgelaten worden, geestdriftig worden, |
coşmak - |
ar 1 / enthousiast worden, juichen, 2 (nehir, v. rivier) |
çözüme ulaşmak |
opgelost worden |
çözümlenmek geanalyseerd |
worden |
cremeren, |
(cildi karart-, v. huid) bruin laten worden, 8 (cildi |
çukurlanmak ingedeukt |
worden, uitgediept worden, verzakken |
çukurlaşmak ingedeukt |
worden, uitgediept worden, verzakken |
cüretlenmek dapper |
worden, durf krijgen, lef krijgen |
çürüğe çıkmak |
afgekeurd/afgedankt worden (voor militaire dienst) |
çürümeye başlamak |
rot beginnen te worden, aansteken |
çürütmek |
1 rot laten worden, bederven, 2 (et, vlees) laten |
çürütülmek |
bedorven kunnen worden, 2 (görüş vb.) weerlegd worden |
dağıtılmak |
(dağıtımı yapıl verspreid worden, gedistribueerd worden, 2 |
dağlanmak gebrandmerkt |
worden |
dakloos worden, |
2 (dostlar Arasındaki anlaşmazlıkta) tussen twee vuren |
daldırılmak |
ondergedompeld worden |
dalkavuklaşmak een |
vleier worden, zich vleierig gedragen |
dallanıp budaklanmak |
ingewikkeld worden, gecompliceerd worden |
damarı tutmak |
/ n/ 1 (inatlaşmak) koppig worden, zijn poot stijf houden, |
daralmak |
(elbise vb. van kleren) strakker/krapper/ nauwer worden, |
daraltılmak |
(darlaştırılmak) nauwer gemaakt worden, 2 (elbise, v. kleren) |
darmadağın olmak |
1 (karma karışık ol door elkaar raken, rommelig worden, |
davran- |
zich bescheiden opstellen, 3 (olgunlaşmak) rijp worden |
davranış, v. |
gedrag) verfijnd worden, decorum leren, goede manieren |
dayak slaag |
d. klap d. een pak slaag krijgen, geslagen worden |
dayak yemek |
/- den/ een pak slaag krijgen, geslagen worden |
de andere |
wast, worden ze beide schoon bir elin nesi var iki elin sesi var, |
de blits |
met je auto! 9 (etkin ol gebruikt worden, silahlar konuşuyor, de |
de dupe |
worden, 2 (yanılmak) zich vergissen |
de ogen |
worden door honger, scheel kijken van de honger, erge honger hebben, |
de pisang |
zijn, het kind van de rekening worden, met de gebakken peren |
de tong |
gaan, een onderwerp van roddel worden |
de tong |
gaan, een onderwerp van roddel worden |
de vingers |
getikt worden |
defedilmek verdreven |
worden |
değinilmek |
oppervlakkig behandeld worden |
değiştirilmek |
veranderd worden, gevarieerd worden, 2 (kural, yasa vb.) |
dejenerleşmek degeneren, |
ontaarden, verwilderd worden |
deli olmak |
1 gek worden, krankzinnig worden, doldraaien, 2 /- ey (çok |
delirmek gek |
worden, krankzinnig worden |
deliye dönmek |
1 zeer blij worden, 2 (kızmak) zeer boos worden, woest worden |
delven, zich |
gewonnen geven, 2 (işe boğulmak) overstelpt worden, 3 (sıcağa |
demlenmek |
(v. thee) getrokken worden, 2 (kafa, hoofd) hijsen, zuipen |
demokratikleşmek democratisch |
worden, democratiseren |
demokratlaşmak democraat |
worden, democratisch worden |
den/ sayı, |
getal) afgetrokken, 4 (çizilmek) weggestreept worden, 5 (atıl |
denetlenmek gecontroleerd |
worden, geïnspecteerd worden |
denilmek |
(ismi ol geheten/genoemd worden, een naam hebben, 2 |
denkleşme het |
gelijk worden |
denmek |
heten, genoemd worden |
densizlenmek tactloos |
worden, onbezonnen worden, indiscreet worden |
densizleşmek tactloos |
worden, onbezonnen worden, indiscreet worden |
depolanmak opgeslagen |
worden |
derinleşmek dieper |
worden |
derlenmek verzameld |
worden, gebundeld worden |
derman bulmak |
genezen, opknappen, beter worden |
dermansızlaşmak uitgeput |
raken, doodmoe worden |
dert olmak |
een zorg worden |
dertlenmek bedroefd/verdrietig |
worden |
destanlaşmak legendarisch/fabelachtig |
worden |
desteklenmek |
gesteund worden, 2 (payanda ile) gestut worden |
destelenmek gebundeld |
worden, geschoofd worden, tot een bundel vormen |
devşirilmek |
geplukt worden, verzameld worden, 2 (katlamak) opgevouwen |
deyimleşmek tot |
een idioom worden, tot een uitdrukking worden, als een |
dichtgemaakt worden, |
13 (konuyu -, v. onderwerp) afsluiten, niet meer over |
dienst genomen |
worden bij, een baan vinden |
dikelmek |
(kafa tut zich verzetten, opstandig worden, het hoofd bieden, |
dikilmek |
(ekilmek) bebouwd/beplant worden, 2 (ayakta dur staan, (ayağa |
dikkati -, |
v. aandacht) afgeleid worden |
dikkatli davranmak, |
birini/bir şeyi korumak, hij moet worden ona nazik |
diklenmek |
(kafa tut zich verzetten, opstandig worden, het hoofd |
dikleşmek |
(kafa tut zich verzetten, opstandig worden, koppig worden, |
dil./taalk. afgeleid |
worden |
dillere düşmek |
over de tong gaan, onderwerp van roddel worden |
dımdızlak kalmak |
straatarm worden |
dinamikleşmek dynamisch |
worden |
dinç olmak |
energiek worden/zijn, vitaal zijn, fit zijn |
dinçleşmek fitter |
worden, vitaler worden |
dinden imandan |
çıkmak tieren, woedend worden en vloeken |
dirilmek |
herleven, opleven, 2 (ruhen açılmak) levendig worden |
dizginlenmek beteugeld |
worden, in toom/bedwang gehouden worden, onder |
doğduğuna pişman |
olmak zeer ongelukkig worden, spijt hebben dat men ooit |
doğmak - |
ar 1 (çocuk) geboren worden, 2 (güneş, ay) opkomen, opgaan |
doğranmak in |
stukjes gesneden/gehakt worden |
doğrulanmak bevestigd |
worden, bewaarheid worden, uitkomen |
doktor çıkmak |
arts worden |
doktor olmak |
arts worden |
dokunmak I |
(halı vb. tapijt enz.) geweven worden II / 1 (temas et |
döl almak |
bevrucht worden (v. vrouwen) |
döl tutmak |
bevrucht worden, drachtig worden |
dolaba gelmek |
erin lopen, in de val lopen, opgelicht worden |
dolandırılmak bedonderd |
worden, opgelicht worden, bedrogen worden |
dolandırmak oplichten, |
beetnemen, 4 mec./fig. (kafayı getikt worden, |
dolaşılmak onpersoonlijk |
passief) gewandeld worden |
dolaşmak onklaar |
worden 4 (argo/plat) heen en weer wandelen |
dolaştırılmak begeleid |
worden op een wandeling, mee uit wandelen genomen |
dolayı, ders |
çıkar door schade en schande wijs worden |
doldur- |
een jaar ouder worden, een jaar voltooien |
doldurulmak |
ingevuld worden, gevuld worden, 2 (benzine enz.) volgetankt |
dolgunlaşmak mollig |
worden |
döllenmek bevrucht |
worden, drachtig worden |
domalmak |
(balonlaşmak) bol gaan staan, bol worden, 2 (öne eğilmek) zich |
dondurulmak bevroren |
worden, ingevroren worden |
dönek, |
worden van zijn geloof inancindan dönmek |
donker. |
(meyve ol-, v. vruchten) rijpen, rijp worden, 3 (duidt een |
donma bevriezing |
d. vast worden stolling d. |
donuklaşmak vaag |
worden, vervagen |
donuklaştirmak, II |
gs, (, is ) (minder worden) azalmak, zayiflamak |
dönüşmek |
1 een verandering ondergaan, getransformeerd worden, |
door |
schade en schande wijs worden |
door |
schade en schande wijs worden |
door en |
door nat worden, tot op de huid nat worden, 3 (çok üşü tot op het |
doorgebladerd worden, |
doorgekeken worden |
doorkomen, |
(ortaya çık verschijnen, zichtbaar worden, ontstaan |
döşenmek |
ingericht worden, 2 (hat vb. v. leidingen) gelegd worden, 3 |
dost olmak |
hecht bevriend raken, intiem worden, dikke vrienden worden |
dövülmek |
geslagen worden, 2 (harman) gedorst worden |
doyulmak |
1 (onpersoonlijk passief) verzadigd worden, 2 (gına gel |
doyumluk genoeg |
om verzadigd te worden |
doyumsamak verzadigd |
worden |
dozu kaçmak |
/ n/ te ver gaan, te veel worden |
druk gezet |
worden, 3 (açlıktan mide erge honger hebben, zich |
dumanlamak bedekt |
worden met rook, rokerig worden |
dünyanın kaç |
köşe bucak olduğunu anlamak door schade en schande wijs worden |
dünyaya gelmek |
geboren worden, ter wereld komen |
dünyayı anlamak |
meer van het leven begrijpen, wereldwijs worden, weten wat |
durağanlaşmak stabiel |
worden |
durdurulmak |
stopgezet worden, aangehouden worden, 2 (engellenmek) |
durgunlaşmak rustig/stil |
worden |
durulaşmak su |
vb. v. water enz.) helder worden, zuiver worden |
durulmak helder |
worden, ophelderen, verhelderen, opklaren |
dürülmek opgerold |
worden |
düş kırıklığına |
uğramak teleurgesteld worden/zijn |
düşkünleşmek |
straatarm worden, naar beneden vallen in economische. en |
düşman kesilmek |
vijand worden, zich als een vijand gedragen, zich vijandig |
düşman olmak |
/ tot een vijand worden |
düşmek, |
worden delirmek, çildirmak, 2 (onzinnig) zirva, saçma een ke |
düşüş göstermek |
dalen, verminderen, minder worden |
duyarsızlaşma het |
ongevoelig(er) worden, desensibilisatie d. |
duyarsızlaşmak |
(vurdumduymaz ol onverschillig worden, 2 (hissini |
duygulanmak sentimenteel/emotioneel |
worden, aangedaan worden, |
duygusuzlaşmak ongevoelig |
worden voor iets |
duygusuzlaştirmak, sertleştirmek, |
II gs, (, is ) 1 (hard worden) |
duyulmak |
gehoord worden, 2 (algılanmak) bemerkt worden, gewaarworden |
duyumlamak |
gewaar worden, bespeuren, voelen |
duyumsamak |
gewaar worden, bespeuren, voelen |
duyurulmak |
meegedeeld worden, aangekondigd worden, bekend gemaakt |
düzelmek |
(sağlığı beter worden, genezen, helen, bijkomen, 2 (ekonomi |
düzeltilmek |
(hata vb.) gecorrigeerd worden, verbeterd worden, hersteld |
düzene sokul- |
) geordend worden, 3 matb./druk. gezet worden |
düzenlenmek geordend |
worden, gerangschikt worden, opgesteld worden, |
düzleşmek vlak |
worden, egaal worden |
edepsizleşmek ongemanierd/onbeschaamd |
worden, brutaal/grof worden, |
edil- |
geschat worden, berekend worden |
edilmek gedaan/gemaakt |
worden, verricht worden |
edilmek h/volkst. |
uitgenodigd worden |
edinilmek gewoonte |
enz.) verworven worden, verkregen/aangeleerd worden |
edinmek, yerleşmek, |
2 (gangbaar worden) yerleşmek, yer etmek, yer edinmek, 3 |
een oordeel |
over hakkinda karar vermek, hüküm vermek, 3 geveld worden door |
een pak |
slaag krijgen, gefrustreerd worden, zijn lesje trekken/leren, |
een plan |
bir plani gerçekleştirmek, II gs, 1 (sterker worden) |
een probleem |
moet worden opgelost, 4 (öğüt ver advies geven, raad |
eens worden, |
2 (barışmak) verzoenen |
eer bewezen |
worden |
efelenmek opstandig/uitdagend |
worden |
efkarlanmak bedroefd |
worden |
efsaneleşmek legendarisch |
worden, een legende worden |
efsanevileşmek legendarisch |
worden |
eğitilmek |
opgevoed/ opgeleid worden, geschoold/onderwezen worden, 2 sp. |
eğlenilmek geamuseerd |
worden, vermaakt/onderhouden worden |
ehlileşmek getemd |
worden, mak gemaakt worden, gedresseerd worden |
ekilmek gecultiveerd |
worden, bebouwd worden |
eklenmek |
toegevoegd worden, samengevoegd/ingevoegd worden, |
ekmeğinden olmak |
zijn baan verliezen, ontslagen worden, zijn broodwinning |
eksilmek |
(azalmak) minder worden, afnemen, verminderen, 2 /- den/ |
ekşimek |
zuur worden, 2 (hamur) gisten, verzuren, zuren , başına ekşimek / |
elde kalmak |
niet verkocht kunnen worden, ergens mee blijven zitten |
elektriklenmek |
geëlektriseerd worden, 2 mec./fig. (ortam, met woede) |
elenmek |
gezeefd worden, 2 sp. uitgeschakeld worden, geëlimineerd worden |
eleştirilmek bekritiseerd |
worden, (değerlendirilmek) gerecenseerd worden, |
ellenmek aangeraakt |
worden, betast/bevoeld worden |
emilmek |
(meme, v. borst) gezogen worden, 2 (sünger, toprak vb. |
emzirilmek borstvoeding |
gegeven worden, borstvoeding krijgen, de borst |
ene hand |
de andere wast, worden ze allebei schoon. |
engellenmek gehinderd |
worden, belemmerd worden, verhinderd worder |
enselenmek betrapt |
worden, gegrepen worden, in de kraag gegrepen worden |
enz. behaald |
worden, 3 (maç enz.) gewonnen worden, 4 (öğrenmek) aangeleerd |
enz. getroffen |
worden, bezeten raken van de duivel, 3 (kıza) zich |
enz. overtreden |
worden |
erg kwaad |
worden, woest worden |
erger worden, |
zich opstapelen (van problemen) |
ergimek onpersoonlijk |
passief) smelten, gesmolten worden |
erginleşme rijping |
d. rijpen rijpwording d. volwassen worden |
erim erim |
erimek (v. verdriet enz.) totaal afgemat/vermagerd worden |
eritilmek gesmolten |
worden, (sıvıda opgelost worden |
erkekleşmek |
(v. vrouwen) mannelijk gedrag vertonen, mannelijk worden, 2 |
ERKENNING |
kabul, tasdik, onama, (het erkend worden) taninma, |
ertelenmek uitgesteld |
worden, opgeschort worden, verschoven worden, |
ervan langs |
krijgen, berispt worden |
ervaren, doorstaan, |
10 (dayaktan geç geslagen worden, 11 /- den/ |
esaslanmak ingeburgerd |
worden, vaste voet krijgen, zich wortelen, zich |
eseflenmek verdrietig |
worden, medelijden krijgen |
eşeklenmek zich |
als een ezel gedragen, ruw handelen/worden |
eşekleşmek zich |
als een ezel gedragen, ruw handelen/worden |
esinlenmek- |
den/ geïnspireerd worden door, bezield worden door |
esir düşmek |
krijgsgevangen genomen, worden |
esir olmak |
krijgsgevangene worden |
esirgenmek |
(korunmak) beschermd worden, 2 /- den/ (çok görül misgund |
eşit tutulmak |
/, gelijk behandeld worden |
eşitlenmek gelijkgemaakt |
worden, genivelleerd worden |
eskimek |
oud worden, 2 (yıpranmak) verslijten, afslijten, slijten |
eşkimek h/volkst. |
1 zuur worden, 2 (hamur) gisten, verzuren, zuren , |
eskitilmek versleten |
worden |
eşlenmek v. |
dingen) een paar worden |
esmerleşmek bruin |
worden, bruinen |
et bağlamak |
(een paar kilo) aankomen, dikker worden |
ete kemiğe |
büründürmek / belichamen, incarneren, vlees worden, mens |
etkilenmek- |
den/ 1 beïnvloed worden zijn van |
etlenmek |
dikker/vetter worden, (kilo) aankomen, 2 (v. dieren, hayvan) |
etmeliyim ki... |
6 (ontdekt worden) ortaya çikmak, çözülmek, keşfedilmek, gün |
ev vb. |
ingebracht worden, 4 (kazıklanmak) afgezet worden, 5 |
evcilleşme het |
tam worden, het getemd worden, het gedresseerd worden |
evcilleşmek tam |
worden, getemd worden, gedresseerd worden |
evcilleştirilmek het |
getemd laten worden, het tam laten worden, het |
evdirilmek opgejaagd |
worden, 5 (kıstırılmak) beklemd worden, 6 |
evlendirilmek uitgehuwelijkt |
worden |
ezilmek |
(taş vb.) verpulverd worden, 2 mec./fig. onderdrukt worden, onder |
faka basmak |
1 (aldatılmak) bedrogen worden, 2 (tuzağa düş in de val |
fakir düşmek |
verarmen, arm worden |
fakirleşmek verarmen, |
arm(er) worden |
farımak |
(ihtiyarlamak, van mensen) oud worden, 2 (eskimek) oud worden, |
farkına varmak |
/ n/ (ergens) achterkomen, gewaarworden, merken, voelen, |
farklılaşmak verschillen |
van elkaar, variëren, anders worden |
faturasını çekmek |
/ n/ het kind van de rekening worden |
felç olmak |
verlammen, lam worden, paralyseren |
felce uğramak |
verlammen, paralyseren, verlamd worden |
fena yakalanmak |
(hastalığa vb.) flink ziek worden, een zware ziekte oplopen |
fenalaşmak |
(sağlık durumu, van ziekte) erger worden, verslechteren, |
fenalık geçirmek |
1 (hasta) instorten, inzakken, plotseling ziek worden, 2 |
fenalık gelmek |
/ 1 niet lekker worden, zich slecht voelen, 2 mec./fig. |
ferahlamak zich |
opgelucht voelen, gerustgesteld worden |
ferahlanmak zich |
opgelucht voelen, gerustgesteld worden |
feyizlenmek vruchtbaar |
worden |
feyz almak |
/- den/ leren van, verlicht worden door |
firavunlaşmak wreed |
handelen, meedogenloos/beestachtig worden/ gedragen |
fırçalanmak |
geborsteld worden, geboend worden, 2 mec./fig. berispt |
fıslanmak in |
iemands oor gefluisterd worden |
fıtık olmak |
1 hernia krijgen, 2 (sinir ol zeer geïrriteerd worden |
fıttırmak gek |
worden, zijn verstand verliezen |
fiyat vb. |
prijzen enz.) bevroren worden |
fiyatlanmak duurder |
worden |
flauw worden, |
(van sfeer, ortam) vervelend worden, saai worden |
fosilleşmek verstenen, |
tot fossiel worden, fossiliseren |
fukaralaşmak armer |
worden, verarmen |
g beter |
worden) iyileşmek, düzelmek, sağliğina kavuşmak |
gaan, fiyat |
stijgen, hoger worden, 2 (büyümek) groeien, 3 (fazla gel |
gaan, oto |
total loss worden |
gaan, stijgen, |
duurder worden, 25 (ateş, koorts) heviger worden, stijgen, |
gafil avlanmak |
betrapt worden, verrast worden door iets onaangenaams, |
GALLISCH |
Gallik, Fransaya ait, ergens van worden bir şeye kizmak |
gamlanmak bedroefd |
worden, verdrietig worden |
gavur olmak |
1 ongelovige worden, 2 mec./fıg. verkwist/verspild worden |
gayretlenmek bedrijvig |
worden |
gazaba gelmek |
woedend worden, kwaad worden |
geaccepteerd worden, |
17 / (işe al aannemen, in dienst nemen, |
gebarricadeerd |
worden, 5 (içeri opgesloten worden, ingesloten worden, |
gebe kalmak |
zwanger worden, in verwachting zijn |
gebertilmek vermoord |
worden (minachtend gebruikt) |
gebeuren, |
(gerçekleşmek) (droom) bewaarheid worden, uitkomen, 16 (gelmek) |
gebracht worden, |
4 (ülkeden verbannen worden, uit het land gezet |
gebracht worden, |
van de goede weg afgeleid worden, 2 (dikkat vb.) |
geçilmek |
(unutulmak) vergeten worden, 2 (atlanmak) er buiten gelaten |
geçirmemek, weigeren |
reddetmek, afgewezen worden sinavda başarisiz |
gecommandeerd worden, |
3 (orkestra) gedirigeerd worden, 4 (film) |
gecompliceerd/ ingewikkeld |
worden, 6 (nehir, van rivier) uitmonden, |
Gedoopt |
Worden |
Gedoopt Worden |
Ad Almak,Gedoopt Worden |
gedresseerd laten |
worden |
geëlimineer afgezonderd |
worden, 6 /- den/ (sürgün edil weggestuurd |
geëlimineerd worden, |
3 (yayınlanmak) uitgegeven worden, gepubliceerd worden |
geen |
waard beş para etmez, er geen wijzer van worden a) (leren) |
geëxecuteerd worden, |
2 (yüz, gezicht) betrekken, 3 (duvara vb. takıl |
gefascineerd worden |
door |
gefeliciteerd |
worden |
gehesen worden, |
gelicht worden, 2 (iptal edil geannuleerd worden, |
gehouden worden |
voor, ergens voor doorgaan, 4 (geçerli ol gelden, |
geïntroduceerd worden, |
(konu vb. ingeleid, (kitap vb. -, boek) |
geirriteerd raken, |
geprikkeld worden |
geirriteerd raken, |
geprikkeld worden |
geirriteerd worden/raken, |
(bronzlaşmak) bruin worden, 6 (iyice ısın- |
gek worden, |
doordraaien |
gekrenkt worden, |
(zich) gekrenkt/gekwetst voelen |
geld verdienen, |
rijk worden |
geliştirilmek ontwikkeld |
worden, hersteld worden, uitgebreid worden |
gencelmek verjongen, |
verfrissen, dynamisch worden |
genelleşmek algemeen |
worden, gangbaar worden, gebruikelijk worden |
genelleştirilmek gegeneraliseerd |
worden |
genezen zijn, |
niet herstellen, niet beter worden |
genişlemek verwijden, |
wijder worden |
geobsedeerd worden |
door, 3 (bıçak, iğne vb.) ingestoken worden |
geofferd |
worden |
geofferd worden, |
3 (elektrik) onderbreken, 4 (yağmur vb. durmak, v. regen |
geproduceerd worden, |
gefabriceerd worden |
gerçekleşmek bewaarheid |
worden. |
gerçekleştirilmek verwezenlijkt |
worden, bewaard worden, uitgevoerd worden, |
gerginleşmek |
gespannen raken, 2 (durum) gespannen raken/worden |
gerginleşmek opgeladen |
worden, gespannen worden |
gerilim artmak |
opgeladen worden, de spanning toenemen |
geschonken worden, |
3 (kan,bloed) gegeven worden Bağışlayın(ız)! Pardon! Neem |
gestimuleerd |
worden, opwekt worden, geprikkeld worden, aangespoord |
getirilmek |
gebracht worden, opgehaald/afgehaald worden |
getirilmek komen, |
gebracht worden, 9 /- den/ (kan vb. -, bloed) uitlopen, |
getolereerd worden, |
doorstaan worden, 2 (büküp gevouwen worden, |
Gevaccineerd |
Worden |
Gevaccineerd Worden |
Asilanmak,Gevaccineerd Worden |
geventileerd worden, |
doorgelucht worden |
gevonden worden |
voor de schapen. |
gevonden worden |
voor de schapen. II - ynu boezem d. borst d. eli koynunda |
gevraagd worden |
om iets te doen, 11 / (emretmek) bevelen, |
gevraagd zijn, |
goed verkocht worden |
gevremek broos |
worden |
gevşemek |
slap worden, verslappen, afnemen (in kracht enz.), 2 (ip vb.) |
gevşetilmek losgemaakt |
worden, ontspannen gemaakt worden |
gevşetmek |
1 doen verslappen, slap laten worden, 2 (ip vb.) losmaken, |
GEWAARWORDEN |
g, (werd gewaar, is gewaargeworden) farkina varmak, |
gewijzigd worden, |
3 / (trampa edil (in)geruild worden, 4 / |
gewisseld worden, |
5 (soysuzlaşmak) ontaarden, verworden, degenereren, |
GEWORDEN |
gs, (gewerd, is geworden) wat zal er van haar zijn? gelecekte |
gezien worden! |
şimdi bir şeye benzedin! şimdi güzel oldun! 2 (begrijpen) |
gezilmek müze |
vb.) bezocht worden |
gibi olmak |
blijken, duidelijk worden |
gıcık olmak |
/e/ geïrriteerd raken, boos worden |
giderilmek verwijderd |
worden, afgeschaft worden, vernietigd worden |
gıdıklanmak gekieteld |
worden |
gidilmek onpersoonlijk |
passief) gaan, gegaan worden |
girişilmek onpersoonlijk |
passief) ondernomen worden, ondernemen, op zich |
girmek, beraber |
çalmaya başlamak, 4 (mager worden) zayiflamak, zayif düşmek, |
gitmek, |
(vroeger gaan) önceden gitmek, 3 (beter worden) iyileşmek, |
gitmek, de |
groene futbol sahasi, op het je worden geroepen a) bir şeyin |
giydirilmek |
aangekleed worden |
giyilmek aangetrokken |
worden, gedragen worden |
gizlenilmek zich |
verborgen houden, verborgen worden, (geheim, sır) |
göbek bağlamak |
een buikje krijgen, dikker worden, (een paar kilo) aankomen |
göbeklenmek een |
buikje krijgen, dikker worden, (een paar kilo) aankomen |
göğermek v. |
bladeren enz.) groen worden |
gölgelenmek |
overschaduwd worden, 2 mec./fig. overtroffen worden, in de |
göllenmek tot |
een plas/meertje vormen, een plas/meertje worden |
gölleşmek tot |
een plas/meertje vormen, een plas/meertje worden |
golven, onrustig |
worden, kabbelen, 4 (sallanmak) heen en weer slingeren |
gömülmek |
begraven worden, 2 (saklanmak) weggeborgen worden, 3 / |
gönderilmek verzonden |
worden, opgestuurd worden |
gönül bağlamak |
verliefd worden en op iemand bouwen, zich in iemand |
gönül kaptırmak |
/ verliefd zijn/worden op |
gönül vermek |
/ 1 verliefd zijn/worden op, 2 (işe) hart voor iets |
gordijn dichtgetrokken |
worden, 12 (delik vb.-, gaten enz.) opgevuld worden, |
gördürmek- |
i, iets verricht laten worden, zorgen dat iemand iets |
görevlendirilmek |
benoemd worden voor een bepaalde baan, aangesteld |
görevlenmek benoemd |
worden voor een bepaalde baan, aangesteld worden |
görülmek gezien |
worden |
görünmek |
(gözükmek) zichtbaar worden, verschijnen, zich tonen, 2 (baş |
görünmez olmak |
verdwijnen, onzichtbaar worden |
görüşülmek |
(ele alın behandeld worden, onderhandeld worden, 2 |
gösterilmek vertoond |
worden, getoond worden, (film enz.) draaien, gedraaid |
götürülmek- |
den, gedragen worden, weggebracht worden |
gövermek |
groen worden, 2 (yara, van wond) bont en blauw worden |
göz değmek |
/ door het boze oog getroffen worden. |
göze görünmek |
1 zichtbaar worden, waarneembaar worden, 2 (el içine çık |
gözetilmek |
bewaakt worden, 2 (kural vb, regel enz.) rekening gehouden |
gözlerinde şimşekler |
çakmak vuur schieten met de ogen, razend boos worden |
gözü açılmak |
de zaken doorzien, doortrapt raken/worden, wijs worden |
gözü akmak |
/ n/ blind worden (door het ongeluk) |
gözü dönmek |
doldriest/razend/verdwaasd worden, blind worden van woede |
gözü kararmak |
/ n/ 1 zwart worden voor de ogen, gözüm kararıyor Het |
gözükmek |
1 zichtbaar worden, 2 (ortalıkta tevoorschijn komen, in |
gözünü kan |
bürümek / n/ mec./fig. blind worden door woede, vol |
graag gestraft |
worden, solliciteren naar een pak slaag, (kavga ara- |
grileşmek grijs |
worden, grijzen |
groep geëlimineerd |
worden, verwijderd worden, 5 (öldürülmek) |
gronde gaan, |
7 / (gönderilmek) verzonden worden, weggestuurd worden, 8 |
groot worden, |
3 (bitki, plant) groeien, wassen |
gücenmek |
iets kwalijk nemen, gekrenkt worden, zich iets aantrekken, |
güçlenmek aansterken, |
sterker worden, aanwakkeren, toenemen (in kracht) |
güçleşmek moeilijker |
worden |
güçsüzleşmek zwakker |
worden, verzwakken |
güdükleşmek beknot |
worden, beperkt worden |
güncelleleşmek actueel |
worden |
güvelenmek door |
de motten aangevreten worden |
güvendiği dağlara |
kar yağmak / n/ in zijn vertrouwen beschaamd worden, |
güzelleşmek |
mooi/knap worden, opbloeien, 2 (düzelmek) goed/prima worden |
hafiflemek |
lichter worden (van gewicht enz.), 2 (rüzgâr, v. wind) gaan |
hafifleşmek |
(v. last/moeilijkheden) lichter worden, 2 (çocuklaşmak) |
hainleşmek gemeen |
worden |
hak vb. |
toegewezen worden, toegekend worden |
halden düşmek |
zwak worden, verzwakken |
halinde - |
) uitgemoord worden |
hallenmek beter |
worden, beteren, zich herstellen |
hallolmak opgelost |
worden |
hallolunmak |
(kavga, mesele, v. ruzie), opgelost worden, beslecht worden, |
halsstarrig worden, |
2 (aksiliği tut de bokkenpruik ophebben, een slecht |
hamaratlaşmak ijverig/arbeidzaam |
worden, ijverig te werk gaan |
hamile kalmak |
in verwachting raken, zwanger worden |
hamlaşmak zijn |
conditie verliezen, verslappen, slap worden, verzwakken |
hamurlaşmak tot |
deeg worden |
hand/tic |
(dalen, minder worden) düşmek, azalmak |
HANDGEMEEN I |
s, worden kavgaya tutuşmak, döğüşmek, II h, (erkek erkeğe) |
HANDTASTELIJK |
besbelli, apaçik, aşikar, worden a) (vechten) döğüşe |
hantallaşmak v. |
mensen) slap en onhandig worden |
hanya'yı konya'yı |
anlamak door schade en schande wijs worden |
hapis giymek |
tot gevangenisstraf veroordeeld worden |
hapisten çıkmak |
(uit de gevangenis) vrijkomen, ontslagen worden |
hapisten çikmak, |
2 (los worden) kurtulmak, boşalmak, 3 (zich uiten) |
hapisten kurtarmak, |
II gs,(, is ) doğurmak, verlost worden van dan/den |
hapsolmak |
(in een kamer, in gevangenis enz.) opgesloten worden |
harap olmak |
bouwvallig worden, verwoest worden, in de vernieling raken |
haraplaşmak bouwvallig |
worden, verwoest worden, in de vernieling raken |
harcanmak |
(tükenmek) verbruikt worden, 2 (para) besteed worden, |
harmanlanmak gemengd |
worden, gemeleerd worden |
hasar görmek |
beschadigd worden |
hasara uğramak |
beschadigd worden |
haşarılaşmak ondeugend |
worden, stout/baldadig worden, wild worden |
haşlanmak |
(kaynatılmak) gekookt worden, 2 (azarlanmak) berispt worden, op |
hassas kalplidir, |
maken yumuşatmak, worden yumuşamak, in de zetten |
hasta düşmek |
ziek worden |
hasta olmak |
ziek worden, iyi olmak (hasta, zieke) beter worden, geç olmak |
hasta olmak, |
ağir hasta olmak, ergens van worden bir şeye hasta omak, bir |
hasta, yorgun |
(ziek, moe) worden, 8 / (bir güne denk (dag) |
hasta/rahatsiz olmak, |
2 spreekt/kd (teleurgesteld worden) hayal kirikliğina |
hastalanmak ziek |
worden, (hastalık kap een ziekte oplopen |
hastalanmak ziek |
worden, onwel worden, 3 (başi dön duizelig |
hastalanmak ziek |
worden, onwel worden, 3 (başi dön duizelig |
hastalığa genezen, |
beter worden |
hastalığa yakalanmak |
een ziekte oplopen, ziek worden |
hastalık almak |
/- den/ een ziekte oplopen en beter worden, een ziekte |
hastalık bulaşmak |
/ besmet worden, aangestoken worden met een ziekte, |
hastalik, het |
boze oog kem göz, zijn (worden) om... (y)a/e (için) |
hastaneden -, |
v. ziekenhuis) ontslagen worden, 3 /- den/ (okuldan |
hastanelik olmak |
1 (hasta ol erg ziek worden, 2 (fena dövül het |
hatırı sayılmak |
/ n/ gerespecteerd worden, geacht worden |
hatırlanmak in |
de herinnering blijven, herinnerd worden |
hava açmak |
helder worden (van de lucht), opklaren |
hava bulanmak |
regenachtig worden, onweer krijgen |
hava, deniz |
vb.) luwen, stillen, stil worden |
hayal kırıklığına |
uğramak teleurgesteld worden, een klap in zijn gezicht |
hayat geçirmek |
/ (als getrouwden) samenleven met, samen oud worden |
hayata geçmek |
verwezenlijkt worden, uitgevoerd worden |
hayata küsmek |
zwaarmoedig worden, zijn levenslust verliezen |
hayır kalmamak |
1 /- den/ (kullanılmaz ol onbruikbaar worden, 2 (araba) |
haylazlaşmak lui |
worden, werk verzuimen |
hayran kalmak |
/ gefascineerd worden door, bewonderen |
hayvanlaşmak ruwer |
worden, verruwen |
heder olmak |
verloren gaan, verspild worden |
heftig worden, |
fel worden |
helemaal stil |
worden, in stil vervallen, sesi soluğu çıkmamak / - |
herstellen, beter |
worden |
hesaplanmak berekend |
worden |
het eens |
worden |
het eens |
worden, overeenstemming bereiken over II (hissizleşmek) |
het laat |
worden, Geç oluyor. Het wordt laat. Karanlık oluyor. Het wordt |
het leven |
gebracht worden |
het weer |
opklaren, 4 (düzlenmek) effen worden |
heves etmek |
/ zin krijgen om te, enthousiast worden voor |
heveslenmek |
zin krijgen om te, enthousiast worden voor |
heyecana kapılmak |
opgewonden raken, zenuwachtig worden |
heyecanlanmak opgewonden |
raken, zenuwachtig worden |
heyheyleri tutmak |
/ n/ woest worden, zeer boos worden, de controle over |
hiddetlenmek woest/boos |
worden, razen, tieren |
hiddetli, |
zijn op iemand birine kizmak, worden kizmak, zich maken |
hırçınlaşmak uit |
zijn humeur raken, boos worden |
hıristiyanlaşmak christen |
worden |
hırslanmak woest |
worden, razend worden |
hislenmek emotioneel/sentimenteel |
worden |
hışmına uğramak |
/ n/ ruw behandeld worden, geslagen worden, lijden onder |
hissedilmek waargenomen |
worden, bemerkt worden |
hissetmek - |
der / gewaarworden, voelen, bespeuren, merken |
hissettirilmek |
waarneembaar laten worden, merkbaar laten worden |
hissizleşmek gevoelloos |
worden, verdoven |
hıyarlaşmak argo/plat |
zich schofterig gedragen, dom worden |
hızlandırılmak laten |
versnellen, versneld laten worden, laten bespoedigen |
hızlanmak snellen, |
ijlen, spoeden, sneller worden |
hopeloos worden, |
wanhopig worden, tot het uiterste gedreven worden |
hopeloos worden, |
wanhopig worden, tot het uiterste gedreven worden |
horozlar öttü |
hd./volkt. De dag brak aan. Het is dag geworden. |
houden, halsstarrig |
worden, 2 (aksileşmek) de bokkenpruik op hebben, een |
hüküm giymek |
veroordeeld worden |
Hüküm sahibi olanlar, Allah’ın korudukları hariç meşakkat kapısındadır |
De vorsten zijn over het algemeen in moeilijkheden, behalve degenen die worden beschermd door Allah |
hurdahaş olmak |
kapotgaan, onbruikbaar/gammel worden, naar de filistijnen |
hurdalaşmak v. |
dingen) verslijten, oud worden, onbruikbaar/gammel worden |
hurdası çıkmak |
(v. dingen) verslijten, oud worden, onbruikbaar/gammel |
hüsrana uğramak |
teleurgesteld worden/zijn |
içine zorla |
koy met moeite volgestopt kunnen worden |
Ik ben verliefd geworden |
Asik oldum |
ikna edil- |
) overreed worden, overtuigd worden, 3 (kazıklanmak) afgezet |
in |
prijs toenemen, duurder worden |
ince eleyip |
sık doku kieskeurig worden, 2 (huysuzlaşmak) |
ince eleyip |
sık doku kieskeurig worden, 2 (huysuzlaşmak) |
işe karıştırıl- |
) erbij betrokken worden, meegesleept worden, 4 |
ısınmak broeien, |
warm worden, 4 (hayvan) paringsdrift krijgen |
işler, v. |
zaken) verhelderd worden |
işyeri -, |
firma) opgeheven worden, gesloten worden, 3 (ışık vb. |
İtaat, ancak meşru çerçeve içerisinde olur |
De gehoorzaamheid kan alleen worden in het wettelijk kader |
kaçınılmak ontweken |
worden, vermeden worden |
kalitesizleşmek slecht |
worden |
kalıtsal -, |
erfelijk) overgedragen worden, 9 (başından meemaken, |
kar altında |
-, ondergesneeuwd) worden, (su altında kal-, blank) staan, 17 |
kâr, winst |
gemaakt worden, 3 (mali yardmı, hulp enz.) verstrekt |
karmaşıklaşmak ingewikkeld |
worden, gecompliceerd worden |
kız, |
meisje) versierd worden |
kıza |
lastig vallen, aanranden, handtastelijk worden |
koku |
vb. al-, v. reuk) gewaarworden, bemerken, ruiken, 4 (hissetmek) |
koorts yükselmek, |
3 (sterker worden) güçlenmek |
Lacka |
Het Ontspannen,Losser Geworden,Lacka |
Lanet Altinda Kalmak |
Vervloekt Worden,Lanet Altinda Kalmak |
levendig |
worden, druk en plezierig worden (v. straat/stad enz.) |
losbandig worden |
ipsizleşmek, serserileşmek, lümpenleşmek, gemsizleşmek, |
Maglup Olmak |
Verslagen Worden,Verliezen,Maglup Olmak |
Mahvolmak |
Vernietigd Worden,Mahvolmak |
makina vb. |
af-/uitgezet worden, 6 (kan vb., v. bloed) gestelpt worden, 7 |
mec./fig. |
(sepetlenmek) weggestuurd worden, de deur uitgezet |
Medenilesmek |
Beschaafd Worden,Medenilesmek |
Menedilmek |
Verboden Worden,Menedilmek |
Meraklanmak |
Droevig Worden,Meraklanmak |
meyva, v. |
vruchten) bijna rot/overrijp/beurs worden |
midesi bulan- |
) misselijk worden |
midesi bulan- |
) misselijk worden |
moeite |
besteed worden aan, 2 / (üzennde çok çalışıl hard |
nauwer |
worden) daralmak II s, 1 bitmiş, geçmiş, dolmuş, 2 (niet meer |
ödenmek uitbetaald |
worden, gegeven worden, 11 (elde et verdienen, |
ontmaskerd worden |
maskesi düşmek |
optreden, |
4 (sahnelenmek, toneelstuk) opgevoerd worden, 5 (film) draaien, |
organize edil- |
) georganiseerd worden, gepland worden |
paket yapıl- |
) verpakt worden, ingepakt worden, 3 (bitki) klimmen, |
para, geld |
verwisseld worden, 5 /, (yerine getir, geçir |
polis |
tarafından vb. overvallen worden |
poliste gevangen |
gehouden worden |
poliste gevangen |
gehouden worden |
rakam |
vb.) afgetrokken worden, 34 (elbise kayıp -, kleren enz.) uit/af |
revaç |
bul bilval vinden, effectief worden, gehoor vinden, |
sabırsızlanmak ongeduldig |
worden |
saklanmak goed |
blijven, bewaard worden |
ses luider |
worden |
ses vb. |
versterkt worden, 3 (para, geld) gespaard worden |
silahla -, |
met kogels enz.) doorzeeft worden, 4 (gözden geçiril |
silahlı çatışma |
gewapende strijd gevoerd worden met |
sokak, van |
straat) druk/levendig worden |
sorumluluk, verantwoordelijkheid |
opgelegd worden, 5 (suç yüklen-, |
söylenmek gezegd |
worden |
sporcu |
vb.) een nationale persoonlijkheid worden |
sterker worden |
şiddetlenmek, artmak, yavaş yavaş büyümek, |
stok yapıl- |
) gehamsterd worden, tot voorraad/stock gemaakt worden, |
suç |
binne -, schuld) geschoven worden op iemand |
sürülmek |
bestuurd/bereden worden (v. auto enz.), 4 (ilaç) |
süt, van |
melk) zuur worden, 12 (yol -, v. wegen door sneeuw enz.) |
takdim edil- |
) gepresenteerd worden |
tartışılmak bediscussieerd |
worden |
telefon |
opgehangen worden, 7 (hesap vb. -, rekening) verrekend |
temizletilmek schoongeveegd |
worden, gereinigd worden, gepoetst |
tertemiz ol- |
) zeer schoon worden |
teslim edil- |
) bezorgd worden, 3 (taksim edil verdeeld worden |
uitgetrokken worden |
çikmak, mijn schoenen gaan moeilijk uit ayakkabilarim |
üst |
üste gel er bij komen, er bij gevoegd worden, er bovenop |
üstüne kitlen- |
) opgesloten worden, ingesloten worden |
üzüntüden door |
verdriet overmand worden, buiten zichzelf raken van woede |
Verliefd Worden |
Asik Olmak,Verliefd Worden |
veroorzaakt worden |
kaynaklanmak, gelmek, vuku bulmak, ortaya çikmak, dat |
yağma olmak |
geplunderd worden |
yaşına - |
) jarig worden/zijn, een bepaalde leeftijd bereiken, 13 (karanlık |
yazı |
okunmaz ol onleesbaar worden, onduidelijk worden, vaag |
yol |
vb.-, v. weg) afgesloten worden, geblokkeerd worden, (barikat kurul - |
yük - |
) vervoerd worden |
yüz bul- |
) brutaal worden |
yüzleştirilmek geconfronteerd |
worden met |
zarar, schade |
ondervinden, lijden, benadeeld worden, 12 (para -, geld) |